Afbeelding
Foto: Remco Veurink

Afwijkende beenstand bij veulens

Algemeen Opvallend

In deze tijd van het jaar wordt bij de klinieken geregeld gevraagd de beenstand van jonge veulens te beoordelen en advies te geven of en hoe de stand gecorrigeerd moet worden. Veulens worden regelmatig geboren met een minder correcte beenstand. Het is dan zaak tijdig in te grijpen. 

Oorzaken

Oorzaken van een incorrecte beenstand kunnen zijn: een afwijkende ligging van het veulen in de baarmoeder gedurende het laatste deel van de dracht, vroeggeboorte of zwakheid van het veulen. Goede voeding van de drachtige merrie met uitgebalanceerde vitaminen en mineralen is belangrijk om problemen te voorkomen.

Beoordeling

De stand van de benen goed beoordelen kan het beste op een harde bodem. Dit doen we zowel in rust/stand, als tijdens beweging in stap en draf. Wij laten veulens het liefst naar de kliniek komen omdat daar de omstandigheden voor beoordeling optimaal zijn. Samen met een deskundige hoefsmid kunnen we de beenstand evalueren, om vervolgens een behandelplan op te stellen. Veel veulens worden geboren met een licht X-benige stand van met name de voorbenen. Daarnaast zijn veel pasgeboren veulens erg week in de benen en kunnen ze teveel doorbuigen in kogels, knieën en/of sprongen. Daarbij kunnen ze zelfs op de hoefballen steunen in plaats van op de hoefzool. 

Spontaan herstel?

Deze afwijkingen kunnen zich spontaan herstellen gedurende de eerste levensweken. Een dilemma daarbij is wel hoe lang je kunt wachten alvorens in te grijpen. Extreme situaties uitgezonderd wordt er meestal geen behandeling ingesteld gedurende de eerste twee levensweken, met uitzondering van de steltvoet of bokhoef. Wel is het van belang een veulen met een standsafwijking beperkt te laten bewegen. Hiermee voorkom je dat de groeischijven asymmetrisch overbelast worden, wat juist zou leiden tot een verdere scheefgroei. 

Regelmatige beperkte beweging

Ook bij veulens met een te weke stand is regelmatige beperkte beweging beter dan onbeperkte beweging. Van beperkte beweging worden de spieren, banden en pezen sterker. Wordt zo’n veulen echter moe, dan zakt het door minder spierspanning meer door in zijn gewrichten en wordt de weke stand gehandhaafd. Afwijkingen in de beenstand worden in twee richtingen beoordeeld. De eerste is de beoordeling van opzij waarbij afwijkingen in het sagittale vlak worden beoordeeld: de hyperextensie (overstrekken van het been ofwel de te weke beenstand) en de bokhoef of steltvoet. Daarnaast wordt de beenstand van voor en achter bekeken en worden afwijkingen in frontale richting beoordeeld: valgusstand (X-benen) of varusstand (O-benen).

Hyperextensie

Zoals al besproken zien we een te weke stand (hyperextensie) regelmatig aan met name de achterbenen van slappe veulens (te vroeg geboren, zeer grote veulens met erg lange benen, veulens van oude fokmerries). Deze veulens kunnen vaak moeilijk zelf opstaan. Naast de zorg om de benen, is onze voornaamste zorg om het veulen toch een goede start te geven gedurende de eerste levensdagen. Een gezond veulen staat binnen enkele uren op eigen benen en heeft binnen vier uren biest gedronken. Bij een te slap veulen moet de eigenaar er alert op zijn dat het veulen tijdig en voldoende biest krijgt, eventueel door de merrie te melken en met een flesje of bakje aanbieden. 

Te weinig biest

Een veulen dat te weinig biest krijgt en te veel ligt, heeft meer kans op longontsteking, navelontsteking en veulenziekte of lidziekte. Zulke veulens dienen dus dagelijks goed gecontroleerd te worden, inclusief temperaturen. Met een intensieve zorg gedurende de eerste levensdagen kan veel succes behaald worden. Om beschadigingen van hoefballen en kogels te voorkomen moet de stal voorzien worden van een dik stro- of zaagselbed. Eventueel kan er een eenvoudig verband of bandage rond het been aangelegd worden om beschadigingen te voorkomen. Dit mag echter geen strak steunverband zijn: dit remt juist het sterker worden van de spieren, banden en pezen. 

Boxrust

Zoals al gesteld dient de beweging bij deze veulens beperkt te worden. Over het algemeen geven wij het advies deze merries met veulens in een ruime box boxrust te geven, later gevolgd door enkele keren per dag even naar buiten, te beginnen met een kwartier tot een half uur in een kleine ruimte en dat verder opbouwen. Bij het corrigeren van de hoeven bij deze veulens, die meestal op de hoefballen lopen, behoren de verzenen goed bekapt en de hielen verlaagd te worden, om de voet een stabiel draagvlak te geven. Extra draagvlak en steun kunnen verkregen worden door het aanbrengen van een plakschoen met een plantaire extensie ofwel verlengde takken. 

Lichte narcose

Hiervoor geven we de veulens een lichte narcose zodat de smid de voeten netjes kan bekappen, ontvetten en de plakschoen kan lijmen met speciale sneldrogende tweecomponenten hoeflijm. De schoenen laten we drie tot vier weken zitten, dan wordt het veulen weer bekapt. Het langer laten zitten van de schoenen belemmert de ontwikkeling van de voet en over het algemeen is de beenstand na deze periode zover verbeterd dat met regelmatig bekappen de stand volledig te corrigeren is.

Bokhoef of steltvoet

Deze standsafwijking wordt gekenmerkt door een te steile hoef met hoge verzenen. Het veulen kan eventueel op de teen staan of lopen en de hiel komt soms zelfs helemaal niet aan de grond. Dit kan meerdere oorzaken hebben:
* Aangeboren; de stand is meteen vanaf de geboorte afwijkend door relatief te korte buigpezen, met name de diepe buiger
* De verworven bokhoef door (te) snelle groei bij grote veulens
* Door pijn in de voet en het ontlasten van het hielgedeelte

Graasvoet

Deze ontstaat bij hoogbenige veulens met relatief korte halzen (het moderne dressuurpaard) waarbij veelal hetzelfde been naar voren wordt geplaatst bij het grazen. De voet die naar achteren wordt gehouden verwordt tot bokhoef. Het niet goed neerzetten van de hielen op de grond kan bij het veulen snel leiden tot het verkorten van de buigpezen en steile voeten. Steile voeten zijn veelal ook smaller en leiden op latere leeftijd vaker tot klinische problemen en kreupelheid. Bij pasgeboren veulens met bokhoeven of te steile voorbenen is het in tegenstelling tot de andere standsafwijkingen van belang snel met de therapie te beginnen omdat deze stand eigenlijk nooit spontaan verbetert, maar juist snel verslechtert. 

Therapie

Deze therapie bestaat uit:
* Fysiotherapie: het oprekken van de buigpezen door het strekken van de voorvoet en voorknie. Door dit om de paar uur te doen, kan soms net zoveel lengte in de buipezen verkregen worden dat het gewicht over het ‘dode punt’ komt. Hierdoor gaat het veulen niet meer overkoot. Door zijn eigen gewicht worden de buigpezen verder opgerekt.
* Dit kan eventueel gecombineerd worden met spalkverbanden waarbij met inachTneming van het risico op drukplekken de pezen met een spalk opgerekt worden. Voor deze spalk kunnen stukken PVC-pijp gebruikt worden. Deze moeten echter wel goed op maat gemaakt worden en met een goede laag watten aangebracht om drukkingen te voorkomen.
* Tevens kan een infuus met oxytetracycline gegeven worden waardoor de buigpezen verslappen en ze gemakkelijker oprekken. Dit kan eventueel enkele malen herhaald worden (1x per dag of om de paar dagen).
* Een plakschoen aanbrengen met een verlengde toon of snavel. De hoef wordt eerst bekapt waarbij de hielen worden verlaagd. De verlengde toon bevordert het doortreden van de voet. Dit effect is groter bij het stappen op een harde bodem en deze veulens dienen vaak (wel zes tot acht keer per dag) zo’n tien minuten op een harde bodem gestapt te worden. Wederom dienen na drie tot vier weken de schoenen verwijderd te worden.

Operatie

Zijn al de behandelingen onvoldoende, dan kan er ook nog een operatie gedaan worden waarbij het €˜check-ligament’ wordt doorgesneden. Het check-ligament is een steunpees van de diepe buigpees net onder de voorknie. Door deze door te snijden krijgt de diepe buigpees meer lengte en kan de ondervoet meer gestrekt worden. Het check-ligament geneest weer en blijft langer, waardoor de beenstand blijvend gecorrigeerd kan worden. Deze operatie hoeft een succesvolle sportcarrière op latere leeftijd niet te belemmeren, wat vaak wel het geval is bij erg steile of ongelijke voeten. Deze operatie wordt altijd gecombineerd met een plakschoen met verlengde toon, een bewegingsregime zoals beschreven en postoperatieve pijnstilling om optimaal resultaat te verkrijgen.

Varus en Valgus

Afwijkingen in het frontale vlak worden meestal veroorzaakt door afwijkingen vanuit de groeischijf. Vanuit de groeischijven vindt de botvorming en lengtegroei van de beenderen plaats. Normaal gesproken is de groeischijf in balans: de groeischijf wordt symmetrisch belast, is overal even dik en groeit overal even snel. Bij scheefgroei is de groeischijf niet in balans: aan de ene kant wordt meer bot geproduceerd dan aan de andere kant en dit kan leiden tot een valgusstand (X-benigheid) of varusstand (O-benigheid). 

Kogels

In principe kan dit in alle groeischijven scheefgaan, maar we zien het meestal bij de groeischijven van de kogels, voorknieën en sprongen. Om de beste therapie te bepalen zullen eerst röntgenfoto’s van het scheve gewricht genomen moeten worden. Met name in de sprong en voorknie zien we nogal eens te weinig bot bij te vroeg geboren veulens. Deze veulens moeten absoluut boxrust krijgen. Meestal is het gewricht gelukkig wel goed en volledig aangelegd en wordt de scheefgroei veroorzaakt door ongelijke groei vanuit de groeischijf. Door middel van röntgenfoto’s kun je vaststellen welke groeischijf de scheefgroei veroorzaakt en waar in het been je de behandeling moet uitvoeren. 

Groeischijven sluiten op jonge leeftijd

De groeischijven sluiten bij het paard al op jonge leeftijd en als je de groei wilt beïnvloeden zul je dus tijdig moeten zijn. Bovendien verschilt de snelle groeifase van de groeischijf per gewricht alsmede de leeftijd waarop deze sluit. Daarmee verschilt dus ook per gewricht de leeftijd waarop je het beste kunt ingrijpen om de groei te corrigeren. De groeischijf van de kogels heeft een snelle groeifase tot twee maanden en ingrijpen heeft een goed resultaat op een leeftijd van twee tot vier weken. De groeischijven rond de voorknie en sprong hebben een snelle groeifase tot vier tot zes maanden en ingrepen hebben hier nog resultaat tot twee tot vier maanden. Uiteraard geldt daarbij hoe schever het been, hoe meer er door groei gecorrigeerd moet worden en hoe eerder je ingrijpt hoe meer er gecorrigeerd kan worden.

Behandeling

De behandeling van varus- en valgusafwijkingen bestaan uit:

Correctief raspen van de hoefjes

Het doel hiervan is de voet recht te zetten zodat het been vanuit de voet recht belast wordt en gestimuleerd wordt recht te groeien. Dit betekent dat bij een varusstand de binnenzijde van de hoef ingekort moet worden. Bij een valgusstand betreft het de buitenzijde. Meestal is dit bij een duidelijk scheef been onvoldoende en moeten er plakschoentjes aangebracht worden. De procedure is hetzelfde als bij de hyperextensie, maar de hoef wordt nu in zijdelingse richting extra ondersteund. Daarbij wordt de hoefschoen bij een varusstand aan de buitenzijde breder gemaakt en bij een valgusstand aan de binnenzijde door middel van een extensie onder het schoentje.

Chirurgische ingreep

Bij ernstiger standsafwijkingen zul je chirurgisch moeten ingrijpen om het been recht te krijgen en de groei van de groeischijf éénzijdig te remmen of stimuleren. Dit gebeurt altijd onder volledige anesthesie en onder steriele OK-omstandigheden. De eerste, relatief eenvoudige methode is het stimuleren van de groei aan de concave of holle zijde (bij een valgusstand dus aan de buitenzijde). Dit gebeurt door ‘periost-stripping’ ofwel het op een bepaalde manier klieven van het botvlies dicht bij de groeischijf. Het resultaat hiervan is dat de groeischijf aan de geopereerde zijde harder gaat groeien en het been dus rechter wordt. De resultaten van deze operatie zijn over het algemeen zeer goed en er wordt, mits tijdig ingegrepen, veel scheefgroei door gecorrigeerd. 

Nog een chirurgische ingreep

Een tweede chirurgische optie is het vertragen van de groei aan de convexe of bolle zijde. Dit is een methode die ook nog mogelijk is als de snelle groeifase al voorbij is, dus later dan de periost-stripping. Bij deze methode wordt de groei van de groeischijf éénzijdig geremd door deze te overbruggen met een implantaat: een schroef door de groeischijf of plaatje eroverheen. Meestal echter wordt een staaldraad aan weerszijden van de groeischijf bevestigd aan twee schroeven. Deze operatie is veel ingrijpender en leidt vaak tot meer zwelling en reactie op de schroeven. Bovendien moeten de schroeven later verwijderd worden wat nogal lastig kan zijn. Deze methode wordt daarom eigenlijk alleen gebruikt als de periost-stripping onvoldoende resultaat heeft, als de afwijking zeer ernstig is en alleen periost-stripping onvoldoende is of als het veulen reeds te oud voor periost-stripping is. 

Tekst: Erik Leusink 

Foto’s: Paula da Silva