Prevalentieonderzoek naar de strakheid en hoogte van neusriemen bij paarden in Vlaanderen
di 21 apr, 07:55
Sport
Vorig jaar werd een onderzoek in Vlaanderen uitgevoerd omtrent de strakheid en de hoogte van de neusriem bij wedstrijd- en niet wedstrijdruiters. Dit onderzoek werd uit gevoerd in het kader van de bachelorproef van Imane Scheyving. Die ondertussen afgestudeerd is als bachelor agro- en biotechnologie, optie dierenzorg.
De belangrijkste resultaten lees je hieronder.
Welzijn Paarden vervullen een belangrijke rol binnen diverse domeinen van de menselijke samenleving, zoals de fokkerij, recreatie en sport. Ongeacht de discipline en het al of niet recreatieve dan wel competitieve karakter van de activiteit waarin paarden worden ingezet, vereist het hanteren van paarden een zorgvuldige en verantwoorde benadering. Daarbij is correct gebruik van goed gekozen uitrusting onmisbaar. Een essentieel onderdeel van die uitrusting is het hoofdstel en met name de neusriem. Deze kan tegelijkertijd ethische en praktische vragen oproepen rond het welzijn van het dier, zeker wanneer de neusriem te strak wordt aangespannen.
Richtlijnen binnen het onderzoek De richtlijnen voor het correct afstellen van de neusriem die in dit onderzoek zijn gebruikt: minstens twee vingers ruimte tussen de neusriem en het neusbeen en dat de neusriem geplaatst wordt op 1,5 tot 2 vingers van de distale rand van de gezichtskam. De vraag was of ruiters zich hiervan bewust zijn en of deze aanbevelingen in de praktijk worden nageleefd. Om dit te onderzoeken, werd in april 2025 bij 105 paardeneigenaren in Vlaanderen een gestructureerd interview afgenomen. Daarnaast werden bij hun paard de neusriemhoogte en neusriemstrakheid ter plaatse opgemeten.
Verschillende disciplines Het onderzoek richtte zich op paarden met een leeftijd tussen 3 en 30 jaar. Ruiters uit verschillende disciplines werden geïncludeerd en onderverdeeld in wedstrijd- en niet-wedstrijdruiters waarbij een wedstrijdruiter werd gedefinieerd als iemand die met het paard op verplaatsing aan wedstrijden deel nam. Er werden ook verschillende type hoofdstellen onderzocht, met verschillende types neusriemen zoals cavesson, dropped, flash en crossed. De metingen gebeurden met behulp van de ISES Taper Gauge, waarmee de ruimte tussen neusriem en neusbeen werd bepaald, zowel mét als zonder sperriem, indien aanwezig.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat het merendeel van de ruiters (92,4%) op de hoogte was dat er speling moest zijn tussen de neusriem en de neus van het paard. Slechts 7 van de geïnterviewde ruiters gaf aan dat zij niet wisten of er al dan niet speling moest zijn en één ruiter gaf aan dat er geen speling moest zijn. Bij de andere 97 ruiters waren de meningen verdeeld: 29 ruiters antwoorden dat er meer dan 2 vingers speling moest zijn, 56 gaven te kennen dat er 2 vingers speling moest zijn en 12 ruiters melden dat 1 vinger speling ok was.
Met en zonder sperriem Bij de opgemeten hoofdstellen waren er 64 hoofdstellen met een sperriem en 41 hoofdstellen zonder sperriem. De resultaten uit de metingen tonen aan dat er vaak te weinig ruimte wordt gelaten tussen de neusriem en de neus van het paard. Van de 64 paarden die een hoofstel droegen met een sperriem was er bij 14 (21,9%) paarden geen speling aanwezig tussen de neusriem. Bij 30 (46,9%) en 19 (29,7%) paarden was er respectievelijk één en 2 vingers speling aanwezig. Slechts bij één (1,6%) paard was er meer dan twee vingers ruimte tussen de neusriem en de neus van het paard.
De metingen werden ook uitgevoerd zonder de sperriem (ofwel omdat er geen sperriem aanwezig was of na het losmaken van de sperriem). Bij slechts 9 (8,6%) hoofdstellen werd er meer dan twee vingers ruimte tussen neusriem en neusbeen opgemeten. Bij 74 (70,5%) en 18 (17,1%) hoofdstellen werd respectievelijk twee en één vinger ruimte opgemeten. In 4 (3,8%) gevallen was er helemaal geen ruimte tussen de neusriem en de neus van het paard. Uit de metingen bleek dat de neusriem strakker aangespannen was bij hoofdstellen met sperriem dan bij hoofdstellen zonder.
Er was een grote variatie in de plaatsing van de neusriem, gaande van 0 cm tot 13,4 cm hoogte tussen de neusriem en distale rand van de gezichtskam. De afstand van twee centimeter tussen de neusriem en de gezichtskam kwam het vaakst voor.
Onbewust te strak De studie toont aan dat enerzijds 80,9% van de bevraagde ruiters op de hoogte was dat er minstens twee vingers ruimte moet zijn tussen de neusriem en het neusbeen van de paard. Anderzijds blijkt dat bij veel paarden de neusriem strakker aangespannen is dan deze aanbeveling en dat meer dan 40% van de ruiters denkt de neusriem minder strak aan te spannen dan ze in werkelijkheid doen. Gezien de mogelijke welzijnsproblemen die hiermee gepaard gaan met te strakke neusriemen, is het van belang dat ruiters zich bewust worden van het effect van een te strakke neusriem en actief controleren of de neusriem correct is afgesteld. Het gebruik van objectieve meetinstrumenten zoals de ISES Taper Gauge kan daarbij een eenvoudige maar waardevolle bijdrage leveren aan een welzijnsgerichte omgang met paarden, zonder in te boeten op controle of prestaties.
Referenties:
Doherty, O., Casey, V., McGreevy, P., & Arkins, S. (2017). Noseband Use in Equestrian Sports – An International Study. PloS One , 12 (1), e0169060. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0169060
Hopkins, E., Whitrod, S., Marlin, D., & Blake, R. (2025). Tight nosebands apply high pressures on the horses’ face and alter stride kinematics. Journal of Equine Veterinary Science , 152 , Article 105654. https://doi.org/10.1016/j.jevs.2025.105654
Luke, K. L., McAdie, T., Smith, B. P., & Warren-Smith, A. K. (2022). New insights into ridden horse behaviour, horse welfare and horse-related safety. Applied Animal Behaviour Science , 246 , Article 105539. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2021.105539
Uldahl, M., & Clayton, H. M. (2019). Lesions associated with the use of bits, nosebands, spurs and whips in Danish competition horses. Equine Veterinary Journal , 51 (2), 154–162. https://doi.org/10.1111/evj.12827
Imane Scheyving en Joke Monteny