Blog Sara Ouwehand | Je paard recht maken en dan pas naar voren rijden?
22 november 2023, 10:00
Sport
Ik leg de kernvraag maar meteen op tafel. Hoe rijd je een paard naar de hand toe? Want als het goed is, is iedere ruiter daarmee bezig. En zoveel ruiters, zoveel antwoorden. Of misschien wel: zoveel paarden, zoveel antwoorden. Natuurlijk is er volgens het boekje één theorie. De uitgemolken uitspraak ‘van achteren naar voren rijden’ vliegt me regelmatig om de oren. Maar ja, noem mij maar out of the box. Stronteigenwijs mag ook. Hoe dan ook, ik merk dat het bij sommige paarden toch nét iets anders werkt.
Eerst maar eens de basisgedachte Naar de hand toe rijden draait om de juiste richting van de bewegingsafloop. En inderdaad: die moet van achteren naar voren lopen. Voor de plaatjesdenkers heb ik een handige. Ik zie de wervelkolom van het paard als een tuinslang. In het achterbeen zit de kraan. Het andere uiteinde houdt je vast met je hand. Draai die kraan open en er spuit water uit. Er is verbinding, het stroomt. En afhankelijk van hoever je die kraan open draait, voel je meer druk in je hand. Positieve druk. Want ‘druk’ is bij mij geen scheldwoord, laat ik dat ook maar eens gezegd hebben. Afijn, dit is dus de ideale wereld.
Maar dan… Sommige paarden kan je naar voren zetten zoveel als je wilt, je krijgt ze nooit lekker in de hand. Niet écht. Wat mij betreft zit dat in de schouders. Als je die niet goed uitlijnt, ze recht zet, dan zit er dus een knik in de tuinslang. En daar zit de crux. Want als de tuinslang in zo’n irritante knik zit, dan kan je de kraan open draaien zoveel als je wilt. Het water, de bewegingsenergie, stagneert dan. En dus krijg je overmatig veel druk op één teugel. Of je hebt taktfouten. Of, nog erger, je been komt niet door. Dat laatste, dat is een belangrijke. Als het water niet kán stromen, komt je been niet door. Nu kunnen we een boom opzetten over gehoorzaamheid. Dat je paard altijd moet reageren op je been. Maar ja, als je tegen die knik aan zit te werken, gaat dat natuurlijk nooit soepeltjes. Gehoorzaam of niet.
Dus dat zette me aan het denken We kunnen nu twee kanten op. Je kan mijn punt volgen en zeggen: ‘hij kán niet naar voren als er een knik in de wervelkolom zit.’ Maar het is natuurlijk ook zo, dat als je de kraan maar hard genoeg open draait, die knik er vanzelf uitschiet. En dan zit je in team ‘als je voldoende naar voren rijdt, trekt je paard vanzelf recht.’ Ook waar. En voordat we elkaar de caps in slaan: ik merk dat dit per paard verschilt. Wat werkt. In de afgelopen vierdaagse masterclass die ik gaf, vogelde ik uit waar het verschil in zit. Per paard, bedoel ik.
Ik denk dat het hier om draait De flegmatieke paarden moet je eerst uitlijnen en dan naar voren rijden. Anders grijpen ze de knik in de slag aan om af te slaan en leur je je een ongeluk. Je propt water in de slang dat nergens naar toe kan. Maar de vlugge paarden rijd je naar voren. Die trekken met hun heetheid die slang zelf wel recht. Ze laten zich niet afschrikken door een knikje hier of daar en schieten gewoon naar voren. Kortom: flegmatiek of niet. That`s the question .
Dat is grofweg waar ik op uit kom Hoewel, om het verhaal helemaal sluitend te maken, ben ik voorlopig nog wel even zoet. Daarbij ben ik niet op zoek naar dogmatische waarheden. Ik wissel wel graag van gedachten. Op 1 december kaart ik deze vraag daarom aan in Ermelo. In de masterclass voor de KNHS, die ik verzorg samen met Frenk Jespers en subopjury Kees op ’t Hoog. We gaan met zijn drieën in gesprek en zoeken naar antwoorden. Maar de échte experts zijn de paarden. Er zijn drie prachtige combinaties die ons van antwoorden mogen voorzien. En ook het publiek krijgt een rol. Je denkt mee, praat mee en vooral: voelt mee. Want zelfs op de tribune kan je meenemen in je ruitergevoel. Dus, zie ik je dan?
Sara Ouwehand geeft op 1 december de masterclass ‘meer naar de hand toe’ voor de KNHS. Kijk hier voor meer info .
Foto: Danielle Vink