Blog sportpsychologe Anne Loosveld | “Ben jij meer met je omgeving bezig dan met rijden?”
7 juni 2023, 14:00
Sport
Mental coaching
Wapperend plastic, de jury, blaffende honden. Je ziet alles gebeuren. Je ziet zelfs wie een frietje bestelt in de kantine. Maar volle aandacht bij je paard houden is lastiger. Thuis lukt dat nog wel, maar op wedstrijd niet meer. Of je bent thuis lekker aan het trainen, tot die andere ruiters naast de baan komen staan. Weg focus! Herkenbaar? Dan heb ik goed nieuws; je kunt je brein trainen om je focus bij het rijden te houden. Thuis én op wedstrijd.
Focus houden in je proef Veel ruiters vinden het moeilijk om hun focus te houden in de wedstrijdring. Misschien gaat het tijdens het losrijden nog prima, maar zodra je de AC-lijn oprijdt, laat je brein je in de steek. Je gaat grotere hulpen geven, je wordt druk of gaat juist heel afwachtend rijden. Of je bent in je hoofd al bezig met die wissels, waardoor je de oefening die je nu moet rijden op de automatische piloot rijdt. En daar gaat je paard natuurlijk niet beter van lopen. Maar ook thuis kan je focus weleens als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe komt dat nou?
De schuldige: de amygdala Om dat te begrijpen moeten we even een stuk terug in de tijd. Toen we nog in grotten leefden, was de wereld om ons heen vol gevaren. Gelukkig had ons brein daar wat voor: de amygdala. Ik noem dit stukje in je brein ook wel eens de gevarendetector. Die speurde continu rond of er geen gevaarlijke leeuwen, slangen of andere stammen waren die je wilden doden. Superhandig dus, want het behoedde ons voor gevaar. Maar hoewel we tegenwoordig nog maar weinig leeuwen en vreemde stammen in onze omgeving hebben, hebben we die amygdala nog wel als onderdeel van onze hersenen.
Houd je taakbalk gevuld Waarschijnlijk kun je inmiddels prima draven en galopperen op de automatische piloot. Als je rijdt, gebruik je slechts een deel van de zogenaamde ‘aandachtsdeeltjes’ in je brein. De rest van de aandachtsdeeltjes hebben dan even niks te doen. Daarom gaan ze rondspeuren. ‘Kijk eenden, die vliegen zo vast op! En wat doen die spelende kinderen daar?’ Maar ook niet-relevante gedachten als ‘straks mam bellen’ poppen ineens op. Of: ‘zou ik wel of geen winstpunt rijden zo?’. Die laatste gedachte heeft weliswaar te maken met de wedstrijd die je rijdt, maar je bent op dat moment niet met het rijden zelf bezig. De oplossing? Geef je amygdala steeds een concrete taak. Oftewel: houd je taakbalk continu gevuld.
Focus op het paardrijden zélf Dat doe je met taakdoelen. Dat zijn kleine doelen die te maken hebben met hoe je moet rijden. Bijvoorbeeld: binnenbeen lang, handen voor, schouder begrenzen, buitenbeen iets terug. Je richt je aandacht dus heel gedetailleerd op de hulpen die je moet geven om je paard goed door de oefening te rijden. Je geeft jezelf les. Grote kans dat je na een tijdje weer afdwaalt, maar dat geeft niet. Zodra je dat merkt, breng je je aandacht gewoon weer terug naar je taakdoelen. Afdwalen zal je brein trouwens altijd wel blijven doen, want daar is het op gebouwd. Maar hoe vaker je dit oefent, hoe sneller je je aandacht weer naar je taakdoelen kunt brengen. En zo kun je uiteindelijk thuis óók met die dressuurruiters naast de bak je focus bij het rijden houden. En kun je net zoveel focus houden in de wedstrijdring als thuis.
Tekst: Anne Loosveld
Foto: Sabine Timman