De periode direct na de geboorte vergt veel van de merrie. Het veulen is afhankelijk van de moedermelk. In het begin is de melk vooral heel geconcentreerd. In ongeveer de derde maand is de melkproductie op zijn top; de merrie produceert dan ongeveer 3% van haar lichaamsgewicht aan melk. Hoe voorkom je dat je merrie tijdens de lactatieperiode inlevert?
Naast de verandering in de levenssituatie van de merrie, vraagt ook de melkproductie op zich veel energie. Een lacterende merrie heeft daarom meer energie en eiwit nodig dan een dragende merrie. Onbeperkt ruwvoer van goede kwaliteit moet de basis vormen van het merrie-rantsoen, met merriebrok kan dit rantsoen worden aangevuld. Voer de veranderingen in het rantsoen na de geboorte langzaam (in 1 á 2 weken) door.
Voorjaarsgras is rijk aan energie en eiwit en is de op ideale voedingsbron voor merrie en veulen. Als voorwaarde geldt hier dat het weiland goed is onderhouden: een bodemonderzoek is de basis voor (eventuele) juiste bemesting. Verder is het aan te raden om het weiland in te zaaien met een speciaal voor paarden geschikt graszaadmengsel.
Een lacterende merrie van ongeveer 600 kg produceert op haar hoogtepunt gemiddeld 18 liter melk per dag. Verder is er extra vocht nodig voor de hogere stofwisseling. Alles bij elkaar kan de waterbehoefte van een zogende merrie oplopen tot meer dan 50 liter per dag. De meeste stallen zijn voorzien van een automatische drinkbak, maar op de wei is water zeker een aandachtspunt! Lacterende merries hebben een iets verhoogoede behoefte aan onder andere calcium, fosfor, magnesium, kalium, vitamine E en lysine. In merriebrok is hier veelal rekening mee gehouden; voer een lacterende merrie daarom bij voorkeur merriebrok. Tegenwoordig zijn er zelfs krachtvoeders speciaal voor lacterende merries in de handel.