20 juli 2023, 13:38
Dressuur
“Laat ik beginnen met te zeggen dat ik blij ben dat er mensen zijn die willen jureren. En dat ik ook echt niet de illusie heb dat we op landelijk niveau de jurering objectief, correct en foutloos krijgen. Als we kijken dat internationaal en zelfs op kampioenschappen het niet lukt”, steekt dressuurtrainer en fokker Peter de Boer van wal.
Eerlijk? “Als bijvoorbeeld Dalera en eerder Valegro een off day hadden, maakte dit geen enkel verschil in de uitslag. Hetzelfde gold voor Totilas die kreupel door de baan ging. En ja, de jury’s zijn vaak de gebeten hond, maar heel gek is dat eigenlijk ook niet als je kijkt wat er van af hangt. Oké, als je in de basis rijdt en je krijgt te weinig of teveel punten heb je pech of geluk. Maar er hangt meestal niks van af dan je stimulatie. Als op een (internationaal) kampioenschap, op één jury na, niet zien dat een paard een wissel maakt waar dat niet hoort, en dat het verschil kan zijn tussen nummer één en twee, hoe eerlijk is het dan dat de ander wint?
We verwachten dingen van een jury die niet kunnen “Die ruiters werken er jaren loeihard voor. Die investeren een vermogen in hun paard, in hun zelf en ze offeren er gigantisch veel voor op. Dan is het toch ook niet normaal dat de uitslag bepaald wordt door goed willende hobbyisten?! Uiteindelijk verwachten we iets van een jury wat gewoonweg niet kan! Er gebeurt zo veel, zo snel, dat een proef onmogelijk objectief, foutloos en correct te beoordelen is met het blote oog. Een aanleuning is bijvoorbeeld allee écht te beoordelen door hem te voelen of te meten, maar niet door er van de grond af naar te kijken. Zelfs nationaal als je het over de subtop hebt. Er zit commercieel een heel gat tussen een paard dat 60% scoort in de Lichte Tour of 70%. Dat kan je niet af doen met ‘jammer joh, volgende keer beter’! Of ‘dan moet je maar gaan springen’.”
“De belangen van de ruiters zijn groot en werken zo door in de gehele sector. Uiteindelijk als een paard voor enkele tienduizenden Euro’s verkocht kan worden, wil dat ook zeggen dat die ruiter meer kan besteden aan een nieuw jong paard. Daardoor kan een basis ruiter of fokker weer meer geld voor zijn paard krijgen en kan er meer besteed worden aan materiaal, aan onderhoud, accommodatie, dierenarts, opleiding en noem maar op. De gehele sector profiteert daarvan! En dus ook de paarden zelf!”
Mes snijdt aan twee kanten “Moeten we dan maar iedereen +70% scores geven? Nee zeker niet, want het mes snijd aan twee kanten. Als een bekende ruiter wel die +70% scores rijdt terwijl het er feitelijk maar 60% waard is, dan is er echt wel een goedwillende vader die voor veel geld een paard voor zijn dochter wil kopen, zodat dochter een goede start kan maken. Echter, dochter heeft geen bekende naam en rijdt geen deuk in een pakje boter met dat paard. Dus vader die reeds een ton of twee gespendeerd heeft en bij succes dat wellicht nog wel drie keer zou kunnen en willen herhalen, vindt het nu al niet meer leuk. Dus die tonnen die hij de potentieel de paardensector in zou hebben kunnen pompen, die komen er niet meer en ook hiervan betaalt de gehele sector de prijs!”
Niet stimulerend “Ook als je als landelijke ruiter denkt een leuk dagje naar het CHIO te gaan kom je toch met een minder fijn gevoel thuis. Je ziet hier internationale Grand Prix combinaties die twee fouten in één serie hebben en alsnog voldoendes hiervoor scoren. Wetende dat jezelf vorige week Z2 startte en voor die wissel die op twee benen was een vier te pakken had! In welk opzicht moet dit stimulerend zijn? In welk opzicht is dit niet frustrerend? En in welk opzicht is dit eerlijk? We hebben het in de paardensport vaak over Fairplay, maar kan iemand me uitleggen wat hieraan eigenlijk fair is?”
Wie houden we voor de gek? “We leven in een wereld waar alles gedigitaliseerd wordt. Acteurs staken, omdat ze bang zijn dat er straks films gemaakt worden met computers waar geen acteur meer bij aan te pas komen. Maar wij in dressuurland blijven vol houden dat de goedwillende jury’s met alle emoties en gebreken een proef beter kunnen beoordelen dan een computer? Wie houden we nu eigenlijk voor de gek?”
Tekst: Peter de Boer voor Hoefslag