‘Met twee lijnen longeren is veel te ingewikkeld. Ik raak telkens in de knoop. Mijn paard is bang voor de buitenste lijn. Aan een lijn werken is niet zinvol.’ Longeren kan aan een lijn of aan twee lijnen. Beide manieren hebben voor- en nadelen. Het is aan jou om te onderzoeken wat er bij jou en je paard past. Beide manieren voegen veel toe aan je training.
Het grote voordeel van deze moeilijkheidsgraad is dat je leert om goed op je eigen positie te letten. Het vergt van jou interactie om een mooie lichte aanleuning aan die ene lijn te krijgen. Je gaat geconcentreerd werken zodat je je paard goed kunt begeleiden. Met een lijn is er weinig afleiding, want je raakt niet zo snel in de knoop. Je hebt een hand vrij voor een longeerzweep die als lange arm kan dienen. Je paard leert op eigen benen te lopen, zijn eigen balans te zoeken en op lichte signalen te reageren. Met een lijn longeren heeft dus naast enkele nadelen heel veel voordelen!
Door het werken met twee lijnen kun je echt vanaf de grond ‘rijden’. Als je werkt met je energie en longeerzweep dan zijn dat je benen. Een paard dat netjes in aanleuning gaat tussen twee lijnen kan je eenvoudig recht richten en er is ruimte om te spelen met verzameling. Door het gebruik van twee lijnen in plaats van hulpteugels leer je doseren en aanvoelen. Je kunt het paard sterker beïnvloeden. Wat bij onkundig gebruik een nadeel kan zijn. Maak je keuze op basis van je trainingsdoel en africhtingsniveau van je paard.
Het mooiste is natuurlijk als je beide manieren aan je trainingstools toe kan voegen. Hoe meer afwisseling je in je training kunt aanbrengen hoe beter.
Onderzoek wat bij jou past. Lijkt iets ingewikkeld, pak dan juist die uitdaging aan. Je teugelgevoel, body-awareness en lichaamstaal die je ontwikkelt door beide vormen van longeren onder de knie te krijgen, maken van jou ook een betere ruiter.