Afbeelding

Wat ziet een paard?

Welzijn Opvallend

Paarden hebben een uniek zicht dat verschilt van dat van mensen. Hoewel ze niet alle kleuren zien zoals wij dat doen, hebben ze toch een breed gezichtsveld en een goed ontwikkeld nachtzicht. Hier is een overzicht van hoe paarden kleuren zien en hoe hun zicht in het algemeen werkt.

Anatomie van het paardenoog

Het oog van een paard is anatomisch aangepast aan hun rol als prooidieren. Ze hebben grote ogen die aan de zijkanten van hun hoofd zijn geplaatst, wat hen een bijna panoramisch gezichtsveld geeft. Dit betekent dat paarden bijna 360 graden rondom kunnen zien zonder hun hoofd te bewegen, wat cruciaal is voor het detecteren van roofdieren.

Kleurenzicht

Paarden zijn dichromaten, wat betekent dat ze twee soorten kleurgevoelige cellen (kegeltjes) in hun netvlies hebben. Dit in tegenstelling tot mensen, die trichromaten zijn en drie soorten kegeltjes hebben. Hierdoor zien paarden kleuren anders dan wij.

Blauw en groen: Paarden kunnen blauw en groen zien, maar ze hebben moeite met het onderscheiden van rood. Voor een paard ziet een rode kleur er waarschijnlijk uit als een soort grijs of bruin.
Geel: Geel kan waarschijnlijk worden waargenomen door paarden, maar de intensiteit of helderheid van de kleur kan anders worden waargenomen dan door mensen.

Wat zien paarden niet?

Omdat paarden slechts twee soorten kegeltjes hebben, missen ze het vermogen om bepaalde kleuren te onderscheiden:

Rood: Rood wordt waarschijnlijk gezien als een schaduw van grijs of bruin. Dit betekent dat een felrode appel voor een paard er heel anders uitziet dan voor een mens.
Andere kleuren combinaties: Kleuren die worden gevormd door de combinatie van rood met andere kleuren, zoals paars (rood en blauw) of oranje (rood en geel), kunnen moeilijker te onderscheiden zijn voor paarden.

Gezichtsveld en dieptezicht

Naast hun kleurenzicht hebben paarden ook een uniek gezichtsveld en dieptezicht:

Panoramisch zicht: Door de plaatsing van hun ogen hebben paarden een breed gezichtsveld van ongeveer 350 graden. Ze hebben echter twee kleine blinde vlekken: direct voor hun neus en direct achter hun staart.
Dieptezicht: Paarden hebben een beperkt binoculair zicht (waarbij beide ogen samen werken om diepte te zien) aan de voorkant. Dit betekent dat ze goed diepte kunnen inschatten als ze iets recht voor zich hebben, maar minder goed aan de zijkanten.
Nachtzicht: Paarden hebben een goed ontwikkeld nachtzicht, wat hen helpt om ‘s nachts roofdieren te vermijden. Hun ogen bevatten een groot aantal staafjes (lichtgevoelige cellen) en een tapetum lucidum, een reflecterende laag die helpt bij het versterken van weinig licht.

Conclusie

Hoewel paarden niet alle kleuren zien zoals mensen, hebben ze een indrukwekkend gezichtsvermogen dat hen helpt te overleven. Ze zien vooral blauw en groen, terwijl rood waarschijnlijk wordt waargenomen als een schaduw van grijs of bruin. Hun panoramische gezichtsveld en goed ontwikkeld nachtzicht compenseren hun beperkte kleurenzicht.

Bron: De Hoefslag