Hoe bouw je moeilijkheden in, in het parcours?
4 december 2023, 07:00
Springen
Parcours bouwen in de paardensport is een kunst op zich. Annette Elmendorp, met meer dan 10 jaar ervaring als amazone en parcoursbouwer deelt haar inzichten over hoe je effectief uitdagingen in een parcours integreert maar het wel eerlijk houdt voor paard en ruiter.
Maak het niet te moeilijk Annette, die vanaf haar zesde jaar met paarden bezig is, heeft veel kennis opgedaan over parcours bouwen door zowel als ruiter en als parcoursbouwer actief te zijn. Zij benadrukt dat het bouwen van een parcours meer is dan het willekeurig plaatsen van hindernissen. “Parcours bouwen vereist gevoel en inzicht”, aldus Annette. Vooral in indooromgevingen, waar de ruimte beperkt is, komt het vaak aan op het creatief omgaan met beschikbare ‘lijntjes’. Volgens Annette is het essentieel om het parcours niet té moeilijk te maken. “Verscheillende hindernissen achter elkaar rijden op zich is al uitdagend en het doel van een parcours is om de vaardigheden van de ruiter en paard te testen, niet om ze te ontmoedigen.”
Moeilijkheid door afstanden en lijnen Annette legt uit dat de complexiteit van een parcours kan worden verhoogd door te spelen met afstanden, lijnen en het gebruikte materiaal. Annette zegt: “Het kiezen van niet-standaard afstanden dwingt ruiters om strategische beslissingen te nemen over het aantal galopsprongen. Ze moeten dan kiezen of ze een galopsprong meer of een galopsprong minder rijden. Dit wordt ongeveer gedaan vanaf het 1.30m.”
Rechte lijnen zijn vaak moeilijker vanwege de vereiste balans. Rechte lijnen worden in de lagere klassen vaak pas gedaan vanaf zes galopsprongen, dan hebben paarden de tijd om hun balans weer te vinden. Gebroken lijnen zijn iets gemakkelijker. In lagere klassen, zoals het 1.1m0. wordt vaak een ‘gebroken lijntje’ gebruikt, waarbij de ruiter vanuit een enkelvoudige sprong naar een combinatie gaat. Een speciale uitdaging is de ‘rollback’; een terugdraaiwending die vanaf ongeveer 1.20m-1.30m wordt geïntroduceerd. Deze wending vereist dat ruiters na de landing ongeveer 90 graden draaien.
Visueel aspect Ook het visuele aspect en materiaal speelt een rol. Een hindernis tegen een donkere achtergrond kan bijvoorbeeld moeilijker te onderscheiden zijn voor paard en ruiter. Variaties in kleur of het gebruik van ‘kijkerige’ objecten kunnen een extra dimensie toevoegen, zoals het vervangen van een balk door een plank in een enkelvoudige sprong. Ook is een parallele oxer in de hogere klassen, vanaf ongeveer het 1.30m, een welbekende uitdaging. Een laatste aspect dat vaak als moeilijk wordt ervaren geeft Annette aan is wanneer hindernissen dicht bij de rand van de bak staan. Paarden hebben namelijk de neiging om van de kant weg te lopen. “Iets anders dan bij dressuur rijden”, grapt ze. “Dressuurruiters rijden vooral over de hoefslag, voor springruiters is dat heel moeilijk.”
Bouwen aan vertrouwen Annette zegt: “Het opbouwen van vertrouwen voor de paarden is zo belangrijk. Ik begin graag met een relatief makkelijk begin en bouw dan geleidelijk op in moeilijkheid. Dit geeft het paard de kans om vertrouwen te krijgen in het parcours en in zijn eigen vaardigheden. Hierdoor is er een grote kans dat de ruiter en het paard het parcours tot een goed einde brengen” Door deze benadering kan Annette een parcours creëren dat zowel uitdagend als eerlijk is, en zowel de ruiter als het paard in staat stelt om hun vaardigheden te tonen en te ontwikkelen.”
Tekst: Veroniek Pieper