Een dartel veulen in de wei is een genot om naar te kijken. Maar voordat de merrie een gezond veulen aan de voet heeft, is er al heel veel werk, kunde en horsemanship aan vooraf gegaan.
Bij de merrie is de vruchtbaarheid sterk afhankelijk van het seizoen. Het dekseizoen bij paarden loopt gemiddeld van begin maart tot eind augustus. De cyclus bij het paard is ongeveer 21 dagen en komt in de meeste gevallen pas aan het eind van de winter of het begin van het voorjaar op gang. Voordat een merrie drachtig kan worden moet ze hengstig zijn. In de periode van hengstigheid (5-7 dagen) groeit er één en soms twee eitje(s) (follikels) op de eierstokken (ovaria).
Aan het eind van de hengstigheid vindt de eisprong (ovulatie) plaats.
Op het moment van dekken (periode dicht in de buurt van de eisprong) moet de merrie goed de hengstigheid tonen bij de schouwhengst. Daarnaast bepaalt de dierenarts het juiste tijdstip door de merrie op te voelen en te scannen. In de natuur wordt de merrie gedurende een periode van hengstigheid meerdere malen door de hengst gedekt. Tegenwoordig worden bijna alle paarden met behulp van kunstmatige inseminatie (KI) ‘gedekt’. Hierbij wordt het sperma van een hengst kunstmatig bij de merrie ingebracht.
De meeste zekerheid op dracht verschaft een echo op 14-18 dagen na inseminatie. Is de merrie onverhoopt niet drachtig geworden dan kan ze opnieuw worden geïnsemineerd of gedekt.