Afbeelding
Leanjo de Koster

Moderne voortplantingstechnieken in de paardenfokkerij, vooruitgang of overschrijden we een grens?

Fokkerij

Dankzij OPU en ICSI kunnen fokkers nu ongeacht leeftijd of vruchtbaarheid gezonde veulens realiseren. Van het verzamelen van eicellen tot het kweken van embryo’s en zelfs het bepalen van het geslacht. Moderne technieken geven ongekende controle, maar welke kansen, risico’s en ethische vragen brengen deze innovaties met zich mee?

Wat zijn OPU en ICSI precies?

Deze moderne voortplantingstechnieken worden de afgelopen jaren steeds vaker toegepast in de paardenfokkerij. Onder andere gespecialiseerde centra zoals Avantea spelen hierbij een belangrijke rol (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025). Maar voordat we kunnen ingaan op de slagingskansen en de voor- en nadelen ervan, is het belangrijk om eerst goed te begrijpen wat deze technieken precies inhouden.

Het proces bestaat uit zes stappen. Allereerst vindt OPU (ovarium pick-up) plaats, onder verdoving en met echobegeleiding worden onrijpe eicellen uit de eierstokken van de merrie gehaald (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025). Vervolgens worden deze eicellen in het laboratorium 24–30 uur gerijpt tijdens IVM (in vitro rijping) (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025). 

Zodra de eicellen rijp zijn, volgt ICSI (Intracytoplasmatische Sperma Injectie), waarbij met behulp van een micronaald één zaadcel in de eicel wordt geïnjecteerd (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025). De bevruchte eicellen worden daarna tijdens IVC (In Vitro Cultuur) ongeveer acht dagen gekweekt tot een vroeg embryo. Dit embryo kan direct worden overgeplaatst in een draagmerrie of eerst worden ingevroren voor later gebruik of transport (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025). Tot slot wordt het embryo overgebracht naar een geschikte draagmerrie (Avantea, Assisted equine reproduction, 2025).

De nieuwste ontwikkeling – Embryosexen

Verschillende laboratoria houden zich inmiddels ook bezig met embryosexing. Zodra er een embryo is gevormd, kan het geslacht worden vastgesteld door een klein stukje weefsel van het embryo te onderzoeken. Dit zorgt ervoor dat fokkers in staat zijn om vóór de overdracht naar de draagmerrie te weten of het om een hengst- of merrieveulen gaat (Van Tilburg, 2025). Dit is bijvoorbeeld nuttig bij rassen waarbij door inteelt te weinig merrieveulens worden geboren en draagt zo bij aan het behoud van bedreigde rassen, zoals de Suffolk Punch (Van Tilburg, 2025).

Wanneer wordt OPU en ICSI aanbevolen?

OPU en ICSI is geschikt voor alle merries, ongeacht leeftijd of lichamelijke toestand. ICSI kan het hele jaar door worden uitgevoerd. In het bijzonder wordt deze methode vaak ingezet wanneer gewone inseminatie niet het gewenste resultaat geeft. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij merries met baarmoederproblemen, sportmerries waarvan de training niet onderbroken mag worden, oudere merries of merries met verminderde vruchtbaarheid, bij de wens voor veulens buiten het dekseizoen of bij het gebruik van sperma van lage kwaliteit of beperkte beschikbaarheid (Van Tilburg, 2025).

Slagingspercentages en technische beperkingen

Het slagingspercentage is een belangrijk aandachtspunt, omdat het succes per merrie en per behandeling sterk kan variëren. Wetenschappelijke studies laten zien dat niet alle bevruchte eicellen zich kunnen ontwikkelen tot een vroeg embryo. Afhankelijk van de kwaliteit van de eicellen, het sperma en de laboratoriumomstandigheden lukt dit bij ongeveer 10 tot 40% van de eicellen. Dit stadium is bij het paard van groot belang, omdat alleen embryo’s die dit vroege stadium bereiken, uiteindelijk in een merrie kunnen worden geplaatst en een dracht kunnen starten (Hinrichs et al., 2025).

Het is hierbij belangrijk om te beseffen dat deze percentages onderdelen zijn van één opeenvolgend selectieproces. Omdat uiteindelijk slechts 15 tot 30% van de eicellen leidt tot een embryo dat geschikt is voor transfer, geven de afzonderlijke percentages pas in samenhang een realistisch beeld van het totale succes.

De techniek heeft de afgelopen decennia bovendien duidelijke vooruitgang geboekt. Waar in de beginjaren minder dan 25% van de eicellen succesvol kon worden teruggewonnen (eicellen die klaar zijn voor bevruchting), ligt dit percentage tegenwoordig tussen de 50 en 70%. In 2021 resulteerde 78% van de OPU-ICSI-sessies in minimaal één bevruchte eicel, tegenover 48% in 2016 (Claes & Stout, 2022).

Stappen in het proces

Stap in het proces
Gemiddeld slagingspercentage* (2025)
Terugwinning eicellen (OPU) 50–70%
Rijping (maturatie) 60–80%
Succesvolle bevruchting (ICSI) 70–80%
Ontwikkeling tot vroeg embryo 10–40%
Embryo geschikt voor transfer 15–30%
Dracht per geplaatst embryo 50–70%
Geboorte van een gezond veulen 45–65%Bron: Stout, T. A. E. (2020). Clinical Application of in Vitro Embryo Production in the Horse.

*Percentages zijn indicatief en afhankelijk van merrie, sperma, laboratorium en ervaring van het team. Factoren zoals de leeftijd van de merrie, de kwaliteit van het sperma, de toegepaste techniek en de logistiek rond transport en opslag van eicellen en embryo’s hebben een directe invloed op het uiteindelijke resultaat (Fonte et al., 2024).

Auteurs:
-Jurriaan Uneken
-Noortje spijkerboer
-Liselot zomer
School: Aeres hogeschool Dronten
Opleiding: Diergezondheid en management