Betha van der Linden en Doe Maar
Betha van der Linden en Doe Maar Foto: Foto4U

Betha van der Linden: “Als amateur zijnde tussen al die professionals rijden, hoe gaaf is dat!”

Dressuur

In 2018 maakte Betha van der Linden na een wedstrijdpauze van 25 jaar haar comeback tussen de witte hekjes. Hoewel het haar intentie was om net zoals vroeger tot de Z-dressuur te rijden, wist ze het met haar vijftienjarige schimmelruin Doe Maar (v. Zenon) nog veel verder te schoppen. De combinatie is inmiddels Zware Tour-startgerechtigd en als Betha haar instructeurs moet geloven, zit er zelfs een toekomst in de Grand Prix in.  

Hersenstaminfarct 

In 2017 begon Betha na een jarenlange pauze van de paardensport toch weer met rijden. “Dat is eigenlijk wel heel bijzonder gelopen”, steekt ze van wal. “Ik heb zo’n acht jaar geleden een hersenstaminfarct gehad. Mijn revalidatiearts vertelde dat ik gezien mijn verleden in de paardensport best weer kon gaan paardrijden en dat het mij zou helpen met mijn balans en coördinatie. Door andere gezondheidsproblemen liet dat nog even op zich wachten, maar in 2017 ben ik eindelijk weer begonnen met rijden.” 

Door het oog van de naald 

Met de hulp van instructeur Yorick Smit zette Betha de eerste stappen om terug te keren in de sport. “Yorick was er van begin af aan bij. Ik had in eerste instantie helemaal niet de intentie om snel een paard te kopen, maar als je zo door het oog van de naald kruipt, dan sta je toch wel anders in het leven. Ik besloot daarom al snel een merrie, Toots (v. Royal Dance), te kopen en lekker aan de slag te gaan. Helaas kreeg ik veel pech met haar, waardoor ik haar heb moeten laten gaan.” 

Goudeerlijk 

Gelukkig kwam vier jaar geleden de schimmelruin Doe Maar op haar pad. “Ik was eigenlijk gelijk weg van hem. Hij is echt mijn type, maar het is een schimmel en hij is niet al te groot. Yorick zei dat een goed paard geen kleur heeft en dat hij perfect bij mij pastte. Daarom heb ik de gok genomen. En daar heb ik tot op de dag van vandaag echt geen spijt van. Het is een fantastisch paard. Ik ben iedere dag weer blij om hem te zien. Hij oogt heel makkelijk onder het zadel, maar dat is hij eigenlijk niet. Je moet de tijd nemen en ervoor zorgen dat alles klopt. Het is een goudeerlijk paard, dus zo moet je hem ook behandelen.” 

“Het voelde als de Olympische Spelen” 

Nadat Betha in 2018, 25 jaar nadat ze haar laatste wedstrijd had gereden, haar comeback tussen de witte hekjes maakte met Toots, besloot ze deze stijgende lijn voort te zetten met Doe Maar. “Ik had immers niks te verliezen. In eerste instantie had ik voor ogen om gewoon tot het Z te rijden, net zoals vroeger en zoals ik met Toots heb gedaan, maar Doe Maar pakte alles zo goed op dat we steeds verder kwamen. Het ZZ-Licht voelde voor mij al als de Olympische Spelen. Ik vond het zó gaaf om op mijn leeftijd, na wat er de afgelopen jaren allemaal gebeurd is, toch nog op dat niveau te mogen rijden.” 


Foto: Foto-video Remon Claassen 

Kers op de taart 

Betha had dan ook voor ogen om in het ZZ-Licht te blijven rijden en niet verder door te stromen naar het ZZ-Zwaar. “Uiteindelijk was de uitdaging er wel een beetje vanaf voor ons, waardoor ik toch kriebels kreeg om een poging te wagen in het ZZ-Zwaar. Dat was vanwege de coronatijd even wat ingewikkelder, maar ook daar zijn we gewoon doorheen gekomen. Zo gingen we door naar de Prix St. Georges en maakten we eind mei zelfs ons Intermediaire I debuut. Daarvoor hebben we bijna een half jaar flink doorgetraind, maar het werd beloond met een score van 67,72%. Dat was voor mij echt de kers op de taart!”, vertelt ze trots.  

Dankbaar 

Inmiddels traint de combinatie ook al een tijdje bij Tonnie Huberts. “Tonnie en Yorick vullen elkaar perfect aan. Ze overleggen met elkaar, respecteren elkaar en zijn allebei enorm fan van Doe Maar. Zonder hun hulp, hadden Doe Maar en ik hier nooit gestaan. Daar twijfel ik geen seconde aan. Mijn man Rob verdient ook een lintje. Hij is echt mijn rots in de branding en steunt mij enorm”, vertelt ze dankbaar.  

Potentie  

Met een startbewijs voor de Zware Tour op zak, gaat de combinatie de komende tijd flink trainen. “Voordat we ons debuut gaan maken, gaan we eerst nog aan onze series werken. Daarin laat Doe Maar nog wel eens wat steekjes vallen uit enthousiasme. Hij speelt met de piaffe en passage, dus daar maak ik me absoluut niet druk om. Hij heeft het juiste karakter om het ver te schoppen. Hij is vrolijk in het werk en wil altijd blijven doorgaan. Hij is kort in zijn lichaam, waardoor hij zijn bekken goed kan kantelen en echt kan gaan zitten. Hij draait pirouettes voor een 8, dus als die series misgaan, compenseert hij dat wel in andere onderdelen”, lacht ze.  

“Hij mag echt paard zijn” 

“Mijn man en ik zijn het er over eens dat dit paard nooit weg gaat. Hij is echt speciaal voor ons. Ik heb absoluut geen haast en vind het ook belangrijk om lekker met hem op buitenrit te gaan. Ook sportpaarden verdienen het om echt paard te kunnen zijn en lekker in de wei te staan. Hij mag, zelfs als schimmel zijnde, ook gewoon vies worden”, lacht ze. “We gaan nu verder trainen en dan zien we wel waar het schip strandt. Als ik Tonnie en Yorick moet geloven, is de Grand Prix het einddoel. Ik durf er zelf nog niet echt aan te denken, want ik ben nog helemaal in de wolken van onze Inter I score.” 

Terugblik 

“Ik begon vijf jaar geleden weer wedstrijden te rijden met de intentie om het tot het Z te schoppen, dus ik vind het al bizar dat we nu in de Zware Tour mogen gaan starten. Het overvalt me eerlijk gezegd nog steeds. Ik mag als amateur zijnde gewoon tussen al die professionals rijden. Hoe gaaf is dat! Als ik er nu op terugkijk, zie ik hoeveel mijn herseninfarct mij uiteindelijk gebracht heeft. Zo zie je maar dat uit iets heel naars ook iets moois kan ontstaan”, sluit ze af. 

Bron: De Hoefslag, overname zonder bronvermelding én schriftelijke toestemming via hoefslag@mphorses.nlis niet toegestaan.

Foto’s: Foto4U / Foto-video Remon Claassen 

Afbeelding