Afbeelding
Sanne Wiering

Imke Schellekens-Bartels: “Heel goed leren paardrijden moet altijd het doel zijn”

Dressuur Premium

Imke Schellekens-Bartels maakte jarenlang deel uit van het Nederlandse team op de internationale kampioenschappen. De laatste jaren is ze niet meer in de topsport te zien, maar was en is ze wel succesvol als bondscoach bij de pony’s en Children. Toch is topsport in de toekomst niet uitgesloten. We spraken met haar, onder andere over het opleiden en heel houden van jonge paarden, haar visie en over paardenwelzijn.

Advertisement

Tekst: Denise Dekens | Foto’s: Sanne Wiering

Je draaide jarenlang mee aan de top met verschillende paarden. Nu niet meer. Is dat een bewuste keuze en viel je niet in een gat?

“Het was niet direct een bewuste keuze, maar meer een samenloop van omstandigheden. Toots was mijn laatste topsportpaard. Hij was in eigendom van een syndicaat en is verkocht toen ik zwanger was van Joep. Daarna had ik CJ nog, maar hij was net niet sterk genoeg om op topniveau mee te doen. We hebben hem toen aan een leerling van mij verkocht.

Vervolgens kreeg ik een hernia, waardoor ik de topsport ook even aan me voorbij moest laten gaan. Mentaal ben ik zeker niet in een gat gevallen. Ik vond het wel prima zo. Ik heb de wedstrijden ook best lang niet gemist, maar op een gegeven moment ging het wel weer kriebelen. Ik heb nu drie fijne paarden, die zeker goed mee kunnen draaien.”


Wedstrijdpaarden van Imke Schellekens-Bartels

Met de tienjarige Honoré (v. Jazz), de tienjarige Hey You (v. Romanov) en de negenjarige Sezuanna (v. Blue Hors Zack, de volle zus van de beroemde Sezuan) ben je nu weer een heel eind op weg terug naar het hoogste niveau. Wat is je doel?

“Hey You loopt thuis op Inter II-niveau. Het heeft lang geduurd voordat de eners erop zaten, maar alles valt nu op z’n plek. Als het nog meer bevestigd is, maken we de overstap. Honoré heb ik een paar keer mee gehad in de Lichte Tour, ook internationaal. Het duurde lang voordat het kwartje viel in de piaffe, maar dat begint nu ook te komen. Hij kan alles heel goed, maar kan nog iets gespannen zijn in de stap. Ik denk niet dat het een paard wordt voor het Nederlandse team, want dan moet je wel 75% rijden. Het is wel een paard dat tussen de 70 en 74% kan scoren. 

Met Sezuanna ga ik binnenkort Lichte Tour starten, als de wissels bevestigd zijn. Ze komt bij Helgstrand in Denemarken vandaan en er zijn daar verschillende embryo’s van haar gespoeld. Zo heeft ze onder andere een goedgekeurde zoon van Franklin. We willen graag zelf ook een veulentje bij haar fokken. Wij zijn geen echte fokkers, maar als je dan zo’n merrie hebt uit zo’n lijn, dan is dat een super mooie kans.”

Op de Olympische Spelen in Tokio is een nieuwe weg ingeslagen, één waarin lichtheid en harmonie worden beloond. Ben je daardoor zelf ook anders gaan trainen?

“Lichtheid en vriendelijk paardrijden kan ik alleen maar toejuichen. Ik ben denk ik wel anders gaan trainen. Als ik naar de top kijk, vind ik dat heel mooi. Dan wil ik ook zo rijden. Een terugwerkende hand is niet mooi en gaat ten koste van de harmonie. Je moet het paard als een atleet benaderen, voorwaarts en van de hand af.”


De weg is belangrijker dan het doel

Je bent bondscoach voor de pony’s en Children. Wat vind jij belangrijk in die functie en wat geef je de jeugd graag mee?

“Ik ben er als bondscoach streng op dat er niet met teveel druk gereden wordt en op de show. Op dit niveau zijn ruiters nog te sturen. Zij zijn toch de toekomst van onze sport. Als ze nu vriendelijk paardrijden, is dat straks iets vanzelfsprekends. Verder wil ik ze meegeven dat de weg belangrijker is dan het doel. Beter leren paardrijden, daar gaat het om en niet zozeer het in een kader willen komen. 

Zo zit ik zelf ook niet in elkaar. Ik heb wel vaak in verschillende teams gezeten, maar dat had ik nooit als doel. Ik wilde heel goed leren rijden en de paarden zo goed mogelijk leren begrijpen. Dat wil ik de ruiters ook meegeven, dat ze deze periode veel leren en die ervaring mee kunnen nemen naar de toekomst.”

Hoe belangrijk is bondscoach zijn voor jou?

“Ik ben heel blij dat ik het ben gaan doen. Als persoon heb ik er veel van geleerd en het is ontzettend leuk om met de jeugd te werken. Een goede basis is heel belangrijk en ik hoop in mijn functie daaraan een steentje te kunnen bijdragen. 

Voor ons bedrijf, Academy Bartels, is het geen commerciële bedrijfstak, maar het is natuurlijk wel goed voor mijn uitstraling. Op die manier is het dus wel een toevoeging voor het bedrijf. Ik had toen ik eraan begon, nooit gedacht dat ik het zó leuk zou vinden.”

Is het niveau van de pony’s en Children in Nederland hoog genoeg?

“Bij de pony’s niet om de Duitsers te verslaan. We hebben wel genoeg goede ruiters, maar de kwaliteit van de pony’s is minder dan die in Duitsland. We hebben wel fijne ruiters voor de toekomst. Bij de Children kunnen we de Duitsers misschien evenaren, want we hebben dit jaar een paar hele goede combinaties.”

Vind je dat we achterblijven in de ontwikkeling van de dressuursport ten opzichte van andere takken van de sport?

“Ik zou graag meer doorstroming willen zien in de dressuursport vanuit de jeugd naar de top. We hebben er mee te maken dat wij een handelsland zijn en dat veel goede paarden vertrekken naar het buitenland. In Nederland zijn relatief weinig investeerders die willen investeren in goede paarden. We zien graag lichtheid en minder druk in de dressuur. Die ontwikkeling duurt even. Dat is niet in twee jaar klaar. Het moet ook doorsijpelen naar de basis.”


Jongepaardenwedstrijden

Wat vind je van de jonge dressuurpaarden-wedstrijden? 

“Ik vind dat de jonge paarden te vroeg aan de gang moeten. Zo werken wij hier op stal niet. Wij nemen de tijd en de weg ernaartoe is bij ons het doel. We rijden niet commercieel, maar om fijn af te richten en dan hopen we dat zo’n paard ooit Grand Prix-klaar is. 

Wij hebben ook geen stal waar mensen hun jonge paard neer zetten voor de jonge paarden-wedstrijden. We willen we ook niks forceren om persé met zo’n wedstrijd mee te rijden. Dat is toch een vorm van commerciële druk.”

We hebben veel goede jonge paarden in Nederland, maar in de Grand Prix zien we daar weinig van terug. Hoe komt dat denk jij?

“Naast dat veel goede paarden naar het buitenland vertrekken, krijgen veel jonge paarden niet de tijd om rijp te worden. De rug van een paard wordt tot zijn achtste jaar nog steeds sterker. Hey You had zelfs zo’n flexibele rug dat we hem, volgens de fysio, tijd moesten geven tot zijn tiende. Als ik het had geforceerd met hem, dan had ik hem kapot gereden. Hij kon gewoon niet in verbinding lopen, omdat zijn lijf zo zacht was. De tijd geven en maximaal vier keer in de week rijden is lichamelijk, maar ook mentaal beter dan zes keer in de week. Hey You heeft geen jonge paarden-proeven gelopen, maar loopt straks wel Grand Prix. 

Honorée was al eerder sterker en is in wat M-proefjes gestart. Ook hij zou niet vooraan hebben meegelopen in de jonge paarden-proeven, maar ook hij loopt straks Grand Prix. We hebben hem als vijfjarige drie maanden in de wei gezet om hem de tijd te geven. Hij kwam er sterker uit en dat zonder te trainen. Dat doen mensen niet zomaar, een paard op die leeftijd nog de wei in doen. 

Voor ons is de lange weg de beste. Sneller, is nooit goed. De commerciële manier van africhten is niet mijn manier, maar de duurzame manier, wel. Als je niet persé topsport hoeft te bedrijven, heb je ook een hele andere mindset; ‘lukt het vandaag niet, dan komt het morgen wel’. 

Om die mindset te krijgen, moet je ook ouder worden en fouten hebben gemaakt. Sinds ik geen topsport meer rijd, geniet ik veel meer van de paarden en het opleiden. Mocht ik wel weer op dat niveau komen, dan hoop ik dat ik de mindset kan houden die ik nu heb. Lekker genieten!”


Niet-paardenmensen opvoeden

De paardensport ligt onder een vergrootglas. Hoe ga jij daar mee om?

“We moeten aan de leken uitleggen dat wat zij zien, niet zozeer is hoe het is. We moeten hen ook niet laten bepalen hoe wij moeten rijden. Ik vind dat we daar een opvoedende rol in hebben. We moeten de paarden netjes africhten en een vriendelijk beeld laten zien. 

Ik heb jaren met sponsoren op de tribune gezeten en uitgelegd wat mooi en goed is en wat niet. Op die manier kun je mensen wel ‘opvoeden’. Zo kijk ik zelf ook naar ruiters en constateer hoe ik het ook zou willen kunnen, als ik iets moois zie.” 

Staat goede instructie aan de basis van paardenwelzijn?

“100%. Wij willen graag rijden, dan moeten we ook leren over de paarden. Waarom doet mijn paard zo en hoe kan ik de communicatie goed krijgen? Hoe denkt en leert een paard en hoe zit hij in elkaar? Dat is belangrijk vanaf de basis. 

Ik vind het heel erg jammer dat de opleiding in Deurne er niet meer is, want daar kreeg je wel een basis aangeleerd. Als mijn zoon aan mij zou vragen naar welke paardenopleiding hij zou moeten gaan, dan kan ik daar geen antwoord op geven. Dat Deurne er niet meer is, is echt een gemis. Ik vind ook wel dat daar iets in moet gebeuren.”

Doe je nog iets naast rijden en trainen?

“Af en toe uiteten of naar de film. Als ik vrij ben, ga ik wel met Joep (zoon, red.) op pad naar een zwemparadijs bijvoorbeeld. Verder doe ik twee tot drie keer in de week aan fitness. Als ik dat niet doe, merk ik dat direct aan mijn rug.”

Blijven leren

Heb je nog tips voor onze lezers?

“Blijf altijd leren over je paard, ongeacht welk doel je hebt en op welk niveau je rijdt. Verplaats je in je paard en pluis uit hoe hij lichamelijk en mentaal in elkaar zit. Als je daar achter bent, dan snap je je paard veel beter en ga je al anders met hem om. Blijf vriendelijk paardrijden uitdragen.”

“Mijn moeder is mijn grote voorbeeld” 

“Om mijn moeder om me heen te hebben, is nog iedere dag een cadeautje. Zij is zeker mijn grote voorbeeld. Ik heb veel bewondering voor haar nuchterheid en het feit dat ze nog iedere dag bijleert. Ze is altijd kritisch op mij, maar andersom is dat ook zo. 

Ze geniet van het rijden totdat ze er bij neervalt, dat is bewonderenswaardig. Zij was natuurlijk eerder ook bondscoach bij de jeugd, in die rol heb ik ook veel van haar geleerd. Bijvoorbeeld dat je altijd eerlijk en duidelijk moet zijn naar de ouders.”

WIe is: Imke Schellekens-Bartels?

Imke (45) runt met haar familie, Academy Bartels in Hooge-Mierde. Met Lancet, Sunrise en Toots boekte ze vele internationale successen. Met Lancet nam ze deel aan de Olympische Spelen in 2004 in Athene (11e ind. en 4e team). In 2010 won ze in Hong-Kong teamzilver met Sunrise en twee jaar later teamgoud op het WK. Individueel werd ze daar vierde.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding