Afbeelding
Foto: Sabine Timman

Afstanden inschatten, wat is de truc?

Instructie Opvallend

Professionele springruiters komen altijd mooi voor de sprong uit. Geen gestuntel, geen noodsprongen, geen tweede afstanden. Gewoon een, twee, drie en hop. 

In onze springspecial legt internationaal springruiter Michel Hendrix uit hoe je de perfecte afstand rijdt. 

Dressuurmatige basis

“De ruiter moet de afstand inschatten en moet het zien. Dat begint er natuurlijk wel bij dat zijn paard dressuurmatig voor elkaar is. Anders heb je er nog niets aan. Een paard moet fijn zijn in de aanleuning, hij moet gehoorzaam zijn aan de teugel- en beenhulpen. De ene afstand moet wat naar voren gereden worden met been, de andere afstand moet net iets meer terug gereden zijn.”

“De afstemming tussen hand en been moet dus goed zijn. Als ideale aanleuning wil je het paard een beetje voor je hebben als het ware, omdat het makkelijker schakelen is vanuit die houding. natuurlijk is het tijdens het inrijden geen probleem om het paard iets lager te laten en is het juist fijn om een paard lekker over zijn rug los te rijden.”

Op de hand

“In het parcours kan een paard dat te diep ingesteld is, te veel op de hand zijn. Als jij een wending rijdt en het paard is te diep ingesteld en je hebt te veel hand eraan, dan krijg je altijd een wachtende afstand, een tweede afstand.”

“Heb je juist het tegenovergestelde, dat het paard niet in de aanleuning bovenin loopt en een beetje loperig is. dan krijg je juist te veel schot naar voren. Kortom: het begint allemaal bij een goede afstemming tussen paard en ruiter. De aanleuning moet niet te diep zijn en er moet controle zijn. Dan kun je elke afstand creëren die je zou willen. De ruiter moet zelf kunnen aangeven welke afstand hij wil rijden.”

De hindernis naar je toe laten komen

“Laat de hindernis naar je toe komen en laat het paard het niet overnemen. Is het paard voor elkaar, dan is afstanden rijden een stuk makkelijker, want je kunt zelf variëren.”

Tekst & foto: Sabine Timman