Afbeelding
Foto: Remco Veurink

Het introduceren van de hulpen bij een jong paard

Springen

Stem en zweep

Van een jong paard, waar je net op gaat zitten, kun je niet verwachten dat hij de been- en teugelhulpen al volledig begrijpt. De vraag is dus: Gebruik je je hulpen in de eerste weken of maanden van de training op een andere manier dan bij een ouder paard? Je jonge paard moet de teugel- en beenhulpen accepteren en leren begrijpen. Indien mogelijk geef je de verschillende hulpen los van elkaar, zodat je je paard de gelegenheid geeft om de hulpen te vertrouwen en opvolgen. Belangrijk zijn: ritme, ontspanning en contact. De eerte hulp - stem en zweep voor de meest belangrijke, de voorwaartse hulp - leert je paard aan de longe. Je stem op een kalmerende of bemoedigende manier gebruiken, is een belangrijk hulpmiddel om daarna de hulpen onder het zadel te ondersteunen, bijvoorbeeld door je paard aan te moedigen voorwaarts te gaan of juist langzamer te lopen.

Teugel en bijzet

Als je paard geleerd heeft om te stappen, draven en galopperen en redelijk in balans te lopen, met een ontspannen rug, is het tijd om de teugelhulp toe te voegen en verbinding te leggen tussen de singel en de mond van het paard. Dit bereidt je paard voor om contact te maken met de hand van de ruiter.

Bijzet

In plaats van een gewone (stugge) bijzetteugel is een elastische, verende teugel aan te bevelen, die het paard aanmoedigen om lang en laag de bovenlijn te strekken zonder de hals te verkorten. In elk geval mogen de teugels aan de zijkant geen contact afdwingen. Laat de teugels aan de zijkant lang genoeg zodat het paard zich kan uitstrekken met een enigszins lange nek.

Met ruiter aan de longe

Het belangrijkste doel van het aan de longe lopen met ruiter is verder dat het paard zijn evenwicht vindt met het gewicht van de rijder op zijn rug. In dit zeer vroege stadium onder het zadel zullen de hulpen in de eerste plaats worden gegeven door de persoon aan de longe. De ruiter heeft echter een verbinding tussen zijn handen en de mond van het paard: een zeer zacht contact met het bit.

Beenhulp toevoegen

Zodra het paard vrij naar voren beweegt en ontspannen beweegt aan de longe kan de ruiter geleidelijk hulpen toevoegen, samen met de gereedschappen die de persoon die het paard longeert, gebruikt. Bijvoorbeeld, stap-draf overgangen zijn geschikt om de voorwaarts rijdende beenhulp te introduceren.

Zo snel mogelijk zonder longe

Het nadeel van het rijden aan de longe is dat het paard het gewicht van de berijder op een gebogen lijn moet dragen. Omdat dat moeilijker is voor het paard, kan longeren een negatieve invloed hebben op de voorwaartse drang. Vandaar dat er zodra er een bepaalde mate van communicatie mogelijk is aan de longe, verder moet worden gegaan zonder longe.

Hulp vanaf de grond

Een persoon op de grond moet er nog steeds zijn om het paard vooruit te helpen. Omdat het paard al gewend is aan een zweep, mag je met een zweepje rijden om je beensteunen te ondersteunen en zo je paard aan te moedigen voorwaarts te gaan. Sporen zijn in het beginstadium van de training niet aan te bevelen, omdat ze ertoe kunnen leiden dat het paard ongevoelig wordt voor beenhulpen. Een gevoelig paard kan zelfs in paniek raken van een tikje van de spoor.

Houd het simpel

De hulpen spelen een belangrijke rol tijdens de eerste paar ritten zonder longe om het paard te sturen. Om bochten te introduceren, beweeg je je binnenhand van de hals van het paard in de richting waarin je wilt gaan. In het begin van het leren sturen, houd je het simpel door de hele bak te gebruiken, op een zo groot mogelijke volte. Van hand veranderen doe je op de lange diagonaal.

Stemhulpen

Stemhulpen zijn gemakkelijk te begrijpen, omdat het paard die al kende van het longeren. Gebruik ze niet te overvloedig. Een kalmerende stem helpt om het paard langzamer te laten gaan; belonen mag zeker met de stem. Hoewel je doel natuurlijk is om de hulpen zo subtiel mogelijk te houden, is het in de eerste maanden van de training vaak onvermijdelijk om sterke hulpen te geven totdat je reactie krijgt van je paard. Een paard moet nu eenmaal reageren op druk. Natuurlijk let je op dat je niet te ruw bent en de paard bezeert. Beloon je paard meteen als hij op de juiste manier reageert.

Geduld en ervaring

De training van een jong paard vergt tijd, geduld en inlevingsvermogen. Het beleren moet altijd gebeuren door een ervaren ruiter, met veel balans, een onafhankelijke zit, met gevoel voor het paard. Dressage Today/Hoefslag Foto: Remco Veurink