Amanda Slagter met Cornet Blue PS
Amanda Slagter met Cornet Blue PS

Amanda Slagter: “Er bestaat maar een plaats en dat is de eerste”

Springen

“We gaan eerst koffie drinken en dan laat ik daarna de paarden wel zien.” Rijbroek, gympen, het lange blonde haar losjes in een vlecht, Slagter gaat me voor naar binnen.

Ben je opgegroeid tussen de paarden?

“Paarden waren bij ons thuis in Harkstede echt een uit de hand gelopen hobby, zolang ik me kan herinneren hadden we thuis paarden. Vanaf het moment dat ik kon lopen had ik al een Shetlandertje en mijn eerste pony op mijn vijfde. Het was vooral de passie van mijn moeder, die sprong ook. Ik mocht altijd met haar mee op wedstrijd en vond dat echt geweldig. Toen wist ik al direct dat ik ook wilde springen. Ik begon met wat lessen op de manege maar toen ik de eerste pony kreeg waar ik mee kon springen heeft mijn moeder me veel geholpen.”

Was je moeder je voorbeeld?

“Ze heeft me alles geleerd en sinds ik wedstrijden mocht rijden was zij er altijd bij om me te coachen en te steunen. Ze staat 24/7 voor me klaar, helpt waar nodig en ging altijd mee op concours. Ze zei me niet alleen wanneer iets goed was, maar liet mij ook mijn fouten inzien zodat ik kon verbeteren. Omdat haar passie wel echt bij de paarden en de springsport ligt, is zij een stimulans goed te presteren.” 

Wie hebben je verder gevormd als ruiter?

“Toen ik overging op de D-pony’s werd ik geselecteerd door het HTC en kreeg ik les van Arjan Vos. Die was heel streng in dressuurmatig opzicht en liet me wel echt hard werken (lachend). Later mocht ik in het Rabo talententeam en bij de overstap naar de paarden kreeg ik les van Rob Besselink. Hester Klompmaker heeft me ook erg goed geholpen, in de periode dat ik bij haar trainde kreeg ik zelfs de kans voor het Nederlandse team mogen rijden in Oostenrijk. Momenteel train ik bij Alwin Duiven, op concoursen is hij er vaak bij om me te helpen.”

Hoe kwam je Cornet op het spoor?

“Ernesto Conseca had Cornet onder het zadel. We hebben ze langere tijd gevolgd en op elk concours dat ik Cornet in actie zag, wist ik dat dit paard me paste. Hij heeft een echte vechtersmentaliteit, trekt ontzettend aan op de hindernis, door die winnaarsmentaliteit is hij soms wat lastig te rijden. Daar kan ik goed mee overweg. Ik heb hem nu sinds maart dit jaar onder het zadel en we gaan alleen maar in stijgende lijn omhoog. We zijn met 1.40 begonnen en konden al snel internationaal starten.” 

Sinds De Wolde staan jullie wel in de picture. Wat is het geheim van jullie succes?

“Sindsdien gaat het echt goed, iedere keer in de top vijf. Sinds de eerste foutloze ronde in Lier, het weekend voordat we naar Zuidwolde gingen, heb ik dat vast kunnen houden in Lastrup, Exloo en Riesenbeck. Daar waren we de enige Nederlandse combinatie die zich plaatste voor de barrage. Een bepaalde strategie bij het losrijden pakt gewoon steeds supergoed uit: hem niet moe maken maar ook zeker niet te gretig. Zijn rust laten bewaren om hem vervolgens in de ring zijn ding te laten doen. Tijdens het losrijden is hij dan heel relaxt, maar zodra we ring in rijden gaat er een knop om en staat ie aan. Ik hoef hem nooit te motiveren, hij wil altijd, geeft nooit op en wil koste wat kost foutloos naar die finish. Hij wil wel vaak te graag. Dan moet ik proberen hem daar een beetje in zijn waarde te laten, niet belemmeren, maar wel managen. Daar heb ik mijn trucjes voor.”


Draagt de klik die je hebt met Cornet bij aan jullie succes? Wil hij het voor je doen? Moet een paard het graag willen doen?

“Absoluut. Daarnaast moeten ze het leuk vinden en het willen, dat is heel belangrijk, echt een voorwaarde. Topprestaties lever je niet met dwang, wel met vertrouwen. Ik merk heel goed dat de paarden het leuk vinden wanneer ik ze op de vrachtwagen zet, en ze weten donders goed wat we dan gaan doen. Dan gaan we op concours, dan gaan we springen. Ze moeten het leuk vinden en dat begint al thuis; als je ze gaat wassen, klaar gaat maken. Wanneer ze mij hier de spullen in zien pakken staan ze al tegen de staldeur te schoppen omdat ze mee willen. Nadat ze een paar keer op concours zijn geweest en een goede indruk en vertrouwen hebben gekregen, hebben de jonge paarden dat ook al heel snel. We hebben onder meer een vijf-jarige donkerbruine ruin staan met dezelfde mentaliteit als Cornet, die komt bokkend van plezier de piste uit naast twee jonge schimmels waar ik hoge verwachtingen van heb. Natuurlijk is er op pad altijd sprake van wel wat spanning, maar door de band die ik met ze opbouw nog voordat ik erop ga rijden weet ik ze vertrouwen te geven en altijd wel te overtuigen dat het leuk is.”

Welke eigenschappen heb jij die aan je succes bijdragen?

“Ik denk vooral altijd rustig blijven, niet te moeilijk doen en je plan klaar hebben. Ik loop het parcours altijd in mijn eentje. Als ik dan mijn plan klaar heb, zal ik me daar ook echt aan houden. Ik overleg ook vaak met andere ruiters, vraag ze om advies en ik vind het belangrijk daar goed naar te luisteren, zeker als ik ergens over twijfel. Verder ben ik niet gauw tevreden, op het paard ben ik altijd trots, maar waar het mezelf betreft kan het altijd beter. Ik vraag daarom of ze me ieder concours vanuit een gunstige hoek willen filmen zodat ik de ronde terug kan kijken om zien waar ik het beter kan doen. En bereid zijn er heel hard voor te werken.”

Welke andere springruiter is je favoriet en waarom?

“Jur Vrieling, daar hoef ik niet lang over na te denken. Hij laat elk paard goed springen, hij kan met ieder paard overweg. Een paard met wat minder bloed, een wat onzekere, eentje met veel bloed of een wat lastigere en hij laat dat er ontzettend makkelijk uitzien terwijl dat heel moeilijk is.”

Wat is jouw volgende doel?

“Voor nu wil ik graag focussen op de drie en de vier sterren en ik wil met hem toch wel proberen zo hoog mogelijk te komen. Cornet springt thuis zonder moeite 1.60, dat doet hij heel makkelijk, dus ik hoop nu een stap hoger met hem te kunnen gaan.”

Ultieme droom?

“Meedoen aan Jumping Amsterdam en de Grote Prijs winnen, dat is echt mijn droom.”

Wat zou je jonge ruiters met ambitie mee willen geven?

“Dressuurmatig goed erbij zijn; thuis spring ik met mijn paarden bijna niet, ik houd ze met dressuur soepel en flexibel door het lijf. Wees nooit bang om vragen te stellen en durf je fouten in te zien. Neem advies aan van anderen naast je succes delen, zo blijf je leren om je prestaties verbeteren. Want in de top vijf eindigen is goed maar je gaat natuurlijk op concours om te winnen. Er bestaat maar een plaats en dat is de eerste plaats.” 

Bron: De Hoefslag, overname zonder bronvermelding en schriftelijke toestemming via hoefslag@mphorses.nl is niet toegestaan

Afbeelding