Jeroen de Bree, Max Schep en Rebecca Schep
Jeroen de Bree, Max Schep en Rebecca Schep Foto: Emile Talen

Van slipjas naar rode jas: ‘’Er is echt een nieuwe wereld voor me opengegaan!’’

Algemeen

Jeroen de Bree kwam een tijdje geleden in aanraking met de slipjacht. Hoewel hij zich eigenlijk vrijwel altijd met de dressuursport bezig heeft gehouden, heeft het jachtvirus hem toch gegrepen!

Advertisement

Dressuursport

‘’Ik heb sinds mijn negentiende mijn eigen stal; Stal De Bree. En sinds die tijd ben ik actief in de dressuursport. Dus nu al zo’n zeventien jaar. Ik heb een aantal paarden in de Lichte Tour gereden en met één U25. Ik heb altijd veel paarden van klanten gereden, dat waren vaak de iets moeilijkere paarden. Ik heb nu nog steeds mijn eigen dressuurstal en -paarden, maar inmiddels zijn daar ook wat jachtpaarden bij gekomen’’, vertelt Jeroen.

‘’Het is snel gegaan’’

‘’Ik had klanten, maar dat zijn inmiddels hele goede vrienden geworden; Max en Rebecca Schep. Max is jachtruiter uit een echte paardenfamilie en vroeg in oktober vorig jaar of ik niet eens mee wilde gaan jagen in Ierland en daar wat paarden te kopen. Ik vond dat super leuk! Daarna we besloten we om inderdaad wat jachtpaarden te kopen. Ik ben toen ook hier in Nederland gaan jagen en het is allemaal zo snel gegaan dat ik op een gegeven moment heel veel klanten kreeg voor jachtpaarden.’’

Fore Stables

‘’Inmiddels komt er eigenlijk iedere week wel een vrachtwagen met een aantal Ierse paarden naar ons toe. Max heeft in Ierland veel contacten en we hebben daar vaste mensen waarmee we samenwerken. Met de paarden die we importeren jagen we dan een keertje, om te kijken hoe ze zijn, en daarna verkopen we ze. Sinds november hebben we er gemiddeld zes per maand verkocht. Op onze jachtstal, Fore Stables, werken Max, Rebecca en ik samen. Max en Rebecca houden zich vooral bezig met de in- en verkoop van paarden en ik houd me bezig met de training van de jachtpaarden.’’

Traditie

‘’Het verbaasde me in het begin wel hoe veel er eigenlijk gejaagd wordt. In Nederland zijn vier jachtverenigingen met een eigen meute. Elk van die jachtverenigingen organiseert bijna iedere week twee jachten, dus dat is wel veel bij elkaar. Inmiddels is de slipjacht uitgeroepen tot immaterieel erfgoed. Een traditie waar we met elkaar dus zuinig op moeten zijn!’’

Recreatieve en politiepaarden

‘’We hebben veel van onze Ierse paarden verkocht aan recreatieve ruiters. Er is een grote groep mensen die liever een Ier hebben dan een KWPN’er, omdat de Ieren nu eenmaal gemakkelijk te rijden zijn. Hier gaat het om mensen die graag gewoon ongecompliceerd en vertrouwd buitenrijdt langs het strand of door het bos. Daarom groeit die markt zo snel. Momenteel probeert ook de politie paarden van ons uit. Heel spannend hoe dat verloopt! Er is voor mij echt een nieuwe wereld opengegaan bínnen de paardenwereld!’’, lacht Jeroen.

Verschil Nederland en Ierland

De oorsprong van de jacht in Nederland ligt bij de bereden cavalerie, die van 1919 tot de Tweede Wereldoorlog de jachten gebruikten als oefening om zo snel mogelijk van A naar B te rijden over verschillende terreinen. Van oorsprong gaat de jacht in Nederland niet om het vangen van een vos, wat in Engeland en Ierland wel het geval was. ‘’In Nederland rijden er ongeveer rond de 35 ruiters mee per jacht. In Ierland is dat toch wel heel anders, daar zijn ‘fields’ met zo’n 80 ruiters. Ook verschilt de jacht zelf heel erg. In Nederland ga je achter een spoor aan dat van tevoren helemaal is uitgezet door middel van ‘vossenpies’. In Ierland gaan de honden écht achter de vos aan en dan weet je echt niet wat je meemaakt; hele smalle dammen, je moet springen en écht het bos in of door zogenaamde double banks of over ‘four bar gates’ (stalen hekken). In Nederland is alles mooi uitgestippeld en weggesnoeid.’’

‘’Iedereen doet wel iets’’

‘’In Nederland is het vooral de oudere generatie die jaagt. Bij de Soestdijkse Jachtvereniging, waar ik ook jaag, heb je wel Megan Laseur, Koen Loomans en Johan Laseur, dus er zijn ook mensen uit de paardensport die daarnaast jagen, dat is heel leuk om te zien! Ik zou het heel leuk vinden als het meer jongere ruiters aantrekt. Die oude generatie sterft natuurlijk een keer uit en het zou echt zonde zijn als deze tak van sport dan verloren gaat. Het is ook zo leuk dat het verenigingsgevoel heel sterk aanwezig is. Bij dressuur sluit je je natuurlijk wel aan bij een vereniging, maar dat is toch heel anders. Je gaat toch voor jezelf en in je eentje die ring in. Bij de jacht organiseer je echt alles samen; iedereen doet wel iets!’’

Verschillende paarden

‘’Er is een heel groot verschil tussen de Ierse paarden en de dressuurpaarden hier in Nederland. De Ierse paarden zijn qua karakter zo ontzettend makkelijk, waardoor vrijwel iedereen ermee weg kan rijden. Ze zijn ideaal voor buitenrijden, crossen of dressuur rijden. Ze hebben echt topkarakters! De meeste van onze paarden zijn Full Irish Draughts, ze zijn ontzettend sterk, beknopt en heel sober. Als ik een weekend heel druk ben geweest en ze alleen in de paddock hebben gestaan, kan ik op maandag zo opstappen en wegrijden. Mijn dressuurpaarden moet ik daarentegen écht eerst longeren’’, lacht Jeroen.

Combinatie

‘’Het dressuur rijden doe ik al zo lang, dat vind ik echt geweldig. Dat doe ik vaak doordeweeks en ik vind het dan heel leuk om te trainen, omdat je nooit uitgeleerd bent. Het jagen is wel heel anders. Dat is echt een dagje uit met de hele vereniging. Er is geen competitie en iedereen wil gewoon een gezellige dag hebben. Ik vind de combinatie van het dressuur rijden en het jagen heel erg leuk, dat maakt het toch iets relaxter. Ik wist van tevoren ook helemaal niks van dit wereldje af. Ik wist wel dat er gejaagd werd en ik kende wel wat jachtruiters, maar ik had eigenlijk geen idee hoe het er echt aan toe ging. Het was echt super leuk om dat mee te maken!’’

Jachtseizoen

‘’Het jachtseizoen loopt van oktober tot april. We hebben nu nog drie jachten gepland en daarna het NK jachtpaarden, maar daarna begint het dus pas weer in oktober. Het is wel heel leuk dat ik de volgende jacht mijn rode jas aan mag. Deze jachtrok verdien je na minimaal vijftien keer te hebben gejaagd. Je moet daarvoor dus ook wel echt verantwoord kunnen paardrijden. De afgelopen maanden heb ik veel dressuurpaarden verkocht, maar dat is eigenlijk meer toeval dan bewust. Ik wil me zeker weer vol op de dressuur gaan richten. Ik geef nog veel dressuurles, dus ik ben er sowieso nog heel veel mee bezig, maar de combinatie met de jacht wil ik er zeker in houden. Naast de rode jas, gaat de slipjas dus ook zeker weer aan binnenkort!’’, sluit Jeroen af.

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én schriftelijke toestemming via webredactie@mediaprimair.nl is niet toegestaan 

Foto: Emile Talen