Afbeelding

10 starttips voor het nieuwe jaar

Verzorging Opvallend

Het nieuwe jaar is al weer begonnen! In het kader van de goede voornemens is het verstandig om het rantsoen van je paard eens uitgebreid onder de loep te nemen. Is de kwaliteit van het ruwvoer goed? Heb je een geschikt krachtvoer gekozen, of voer je misschien geen krachtvoer en gebruik je een volledig supplement van goede kwaliteit? 

Is de conditie van je paard in orde of zijn er aanpassingen in het rantsoen nodig voor gewichtsverlies of juist aankomen? Hierbij 10 handvaten om je paard een goede start in 2024 te geven.

1. Voldoende ruwvoer van goede kwaliteit

We kunnen het niet vaak genoeg herhalen: ruwvoer van goede (hygiënische) kwaliteit moet de basis vormen van ieder rantsoen. Van nature is een paard een grazer die 14-16 uur per dag eet. Ook in de huidige houderij zou die 16 uur gehaald moeten worden, om de darmen gezond te houden en het paard gelukkig. Een absoluut minimum is 1,5 kg hooi (of 2 kg kuil) per 100 kg lichaamsgewicht, maar meer is in de meeste gevallen beter. Een ruwvoeranalyse geeft daarnaast inzicht in de voedingswaarde van het ruwvoer.

2. Vers water

Water is essentieel voor leven, maar in de paardenwereld wordt de waarde vaak onderschat. Een paard moet het liefst 24 uur per dag beschikking hebben over vers, schoon drinkwater en mag niet langer dan twee uur zonder water staan. De dagelijkse wateropname verschilt enorm tussen paarden, maar is gemiddeld ongeveer 20 liter. Ook de temperatuur van het water is van belang. Wanneer die onder de 7 graden komt, gaan de meeste paarden steeds minder drinken. Vooral in het winterseizoen kan dat de kans op verstoppingskoliek vergroten.

3. Geleidelijke overgangen

Wanneer je van voer wisselt, is het belangrijk om daar een week of twee voor uit te trekken. Vooral bij ruwvoer is dit een aandachtspunt. Ruwvoer is in feite voedsel voor de darmflora. Een plotselinge verandering in de samenstelling hiervan leidt tot een plotselinge verandering in de darmflora, wat kan escaleren en koliek, diarree en zelfs hoefbevangenheid kan veroorzaken. Wil je het goed doen, laat dan de overgangen van stal naar weide, weide naar stal en iedere nieuwe batch ruwvoer geleidelijk verlopen.

4. Kleine porties per maaltijd

De maag heeft de grootte van een grote voetbal en kan niet uitrekken. Dat betekent dat er slechts kleine hoeveelheden voer in passen. Een portiegrootte van 2 kg (brok, muesli, granen, etc.) per maaltijd is al aan de grote kant, beter is het om 1-1,5 kg als maximum aan te houden. Kleine porties helpen ook de zuurgraad in de maag in balans te houden, waardoor het de kans op maagzweren verkleint.

5. Meerdere maaltijden per dag

De verteringssappen komen in een continue stroom in de maag en het darmkanaal terecht. Wanneer je meer dan 0,5 kg krachtvoer per dag voert, kun je daarom de hoeveelheid het beste verdelen over meerdere maaltijden, ook al is de portiegrootte kleiner dan 1 kg. Op die manier blijft de vertering op gang en is de kans op verzuring kleiner. Dit geldt ook voor ruwvoer, vooral wanneer je paard niet op stro staat. Laat een paard nooit langer dan 4 uur zonder eten staan; in een lege maag ontstaan heel snel maagzweren!

6. Eerst ruwvoer, dan krachtvoer

Het is een goede gewoonte om standaard eerst ruwvoer te voeren en daarna pas krachtvoer. Het ruwvoer brengt o.a. de speekselproductie op gang en helpt zodoende het maagzuur te verdunnen en de vertering op gang te brengen. Ruwvoer (eventueel gehakseld, zoals luzerne) door het krachtvoer mengen helpt de opname van het krachtvoer te vertragen, wat ook een gunstige invloed heeft op de maaggezondheid en de vertering.

7. Geen krachtvoer voor prestatie

Voer geen krachtvoer vlak voor het werk en geef je paard zijn laatste (kracht)voerbeurt drie uur voor zware inspanning. Krachtvoer bevat veel zetmeel, waardoor je paard een tijd na de maaltijd een glucosedip krijgt. Dit kan de prestaties negatief beïnvloeden. Ook is de maag zuurder na een krachtvoermaaltijd. Tijdens arbeid gaat de maaginhoud ‘klotsen’, waardoor de zure inhoud het onbeschermde bovenste deel van de maag kan irriteren. Ruwvoer voeren is geen probleem.

8. Sober voeren

Alle extra’s, of het nu muesli, slobber, snoepjes, appels, brood of iets anders betreft, brengen een disbalans in het rantsoen. Ze bevatten veel zetmeel en suiker en kunnen bij een overmaat voor verteringsproblemen zorgen. Wanneer je rantsoen klopt heeft je paard niets extra’s nodig. Wil je toch graag een beloning geven, houd het dan bij een klein beetje.

9. Regelmatige gebitscontrole

Niet alleen oudere paarden kunnen moeite krijgen met eten door gebitsproblemen. Haken aan de kiezen kunnen het kauwen moeilijk maken, waardoor een paard proppen gaat rollen van zijn ruwvoer en daardoor minder voer binnenkrijgt. Ook wolfstandjes en wondjes aan de tong of wangen kunnen het eten pijnlijk maken. Regelmatige controle en eventuele behandeling door een goede tandarts helpt problemen voorkomen.

10. Ontwormen

Ontworm niet langer preventief elke zoveel maanden, maar laat de mest van je paard onderzoeken via de veearts en ontworm op basis van een eitelling. Twintig procent van de paarden blijkt gevoelig voor een (grote) wormbesmetting. Bovendien werkt het preventief ontwormen met een onverhoopt verkeerd middel of verkeerde dosering resistentie van de wormen tegen wormmiddelen in de hand. Op termijn kan dit ertoe leiden dat geen enkel wormmiddel meer effectief is.

Bron: De Hoefslag