Verminderde prestaties en zelfs kreupelheden kunnen worden veroorzaakt door bekkenproblemen. Beeldvorming van bekkenproblemen kan lastig zijn, omdat er een grote massa aan spieren over het bekken loopt. Met specialistisch onderzoek kan er echter veel informatie verkegen worden en zijn veel bekkenproblemen gelukkig goed te behandelen.
Het bekken vormt de overgang van het achterbeen naar de wervelkolom en bestaat uit 3 versmolten botten: het schaambeen, zitbeen en darmbeen.
Het bekken kan buigen/strekken en draaien. De gewrichten van het lumbosacraalgewricht (tussen de laatste lendenwervel en het heiligbeen) zorgen voor 75% van de totale capaciteit in het buigen en strekken van de rug.
Het gewricht tussen het heiligbeen en de bekkenvleugel (SI-gewricht) moet de grote krachten van het achterbeen richting de wervelkolom geleiden en laat niet veel beweging toe.
Deze kunnen vrij algemeen van aard zijn, maar ook meer specifiek. Denk bijvoorbeeld aan:
Om erachter te komen waardoor een bekkenprobleem wordt veroorzaakt, zal er een uitgebreid klinisch onderzoek moeten worden gedaan. Het is belangrijk om bijvoorbeeld kreupelheden en/of rugproblemen uit een ander gebied uit te sluiten/te onderkennen.
De dierenarts kan doormiddel van echografie een groot deel van het bekken in beeld brengen. Soms is het nodig dit aan te vullen met een radioactieve botscan.
Afhankelijk van de ernst van de bekkenproblemen zijn er verschillende behandelmogelijkheden.