Foto: Remco Veurink
Foto: Remco Veurink Foto: Remco Veurink

Zonnebloempitten in paardenvoer: waarom wel of niet?

Algemeen

Zwarte zonnebloempitten

Zonnebloempitten komen steeds vaker voor in de voeding van paarden. Ze zijn een rijke bron van vetten, en zouden kunnen bijdragen aan de gezondheid van de huid, een glanzende vacht en gewichtstoename. Niet alle zonnebloempitten zijn hetzelfde, de meest bekende zonnebloempitten zijn de gestreepte pitten. Deze worden vaak gebruikt in de bakindustrie, maar weinig ingezet als paardenvoer. Zwarte zonnebloempitten zijn beter bruikbaar als paardenvoer. Deze bevatten meer oliën, zijn beter verteerbaar en kosten minder. Zwarte pitten hebben een dunnere huls dan de gestreepte pitten, wat ze makkelijker te kauwen en te verteren maakt voor paarden.

Veilig

Zonnebloempitten zijn veilig voor paarden, ook al is de ideale dosering nog niet onderzocht. Kleine hoeveelheden worden vaak gevoerd aan paarden zonder bijzonderheden, en kunnen voor wat aanvullende calorieën zorgen. In tegenstelling tot andere zaden die oliën bevatten, zitten er geen Anti-Nutritionele Factoren (ANF's) in zonnebloempitten. ANF's beïnvloeden de vertering in het maagdarmoestelsel, in negatieve zin. Ook dit maakt de pitten goed verteerbaar.

Omega-6 en vitamine E

Zwarte zonnebloempitten beschikken over 40 tot 50% olie en zijn rijk aan omega-6 vetzuren. Omega-6 zijn kunnen de gezondheid van de huid ondersteunen. Omdat modern voer vaak al veel omega-6 bevat, zou omega-3 de omega's beter in balans brengen. Visolie kan hier bijvoorbeeld sterk aan bijdragen. De vetten in zonnebloempitten verbeteren de vacht, daarbij bevatten deze veel vitamine E. Vooral voor paarden die geen vers gras krijgen, is vitamine E zeer belangrijk.

Lysine

Er zijn veel eiwitten aanwezig in zwarte zonnebloempitten, maar ze bevatten weinig van het essentiële aminozuur lysine, dat zeer belangrijk is voor de groei van paarden. Daarom kunnen zwarte pitten een nuttig supplement zijn, maar dienen zij niet de belangrijkste bron van eiwitten in het voer te zijn. Bron: Kentucky Equine Research