Schimmelinfecties zijn een veelvoorkomende oorzaak van huidaandoeningen bij het paard. Schimmels zijn vaak sterker dan bacteriën of virussen en kunnen overleven zonder daadwerkelijk op het paard te zitten. Schimmelinfecties worden ook wel phytose, ringschurft of ringworm genoemd. Hoe ontstaan schimmelinfecties? Wat zijn de ziekteverschijnselen? Hoe wordt de diagnose gesteld en hoe kun je schimmelinfecties behandelen en voorkomen?
Schimmels gedijen goed in de herfst- en winterperiode vanwege het vochtige klimaat. Schimmelinfecties zie je vaak op de plek van het zadel, hoofdstel of het tuig omdat de huid daar vaak vochtig is door zweet en het harnachement altijd een beetje over de huid schuurt. Paarden met onvoldoende afweer en jonge dieren zijn het meest vatbaar voor schimmelinfecties.
De incubatietijd (de tijd die verstrijkt tussen de besmetting en de eerste klinische symptomen) van een schimmelinfectie is circa één tot vijf weken en is te herkennen aan kleine schilferige ronde bultjes in de huid met opstaande haren en korstjes. Na de besmetting ontstaat een ronde verdikking in de huid waarbij de haren vaak uitvallen.
De plekken hebben een grijswitte kleur en veroorzaken doorgaans geen jeuk bij het paard. Huidschimmels zijn besmettelijk en overdraagbaar door direct contact tussen paard, mens en andere huisdieren. Besmetting kan ook indirect plaatsvinden via borstels, voerbakken, tuigen, zadels e.d. In stallen of op maneges is het daarom een lastige taak om schimmelinfecties uit te bannen.
Vanwege de besmettelijkheid voor mens en dier en de conditie van het paard is het noodzakelijk paarden voor de schimmelinfectie te behandelen. De diagnose van een schimmelinfectie is meestal duidelijk te stellen. Je dierenarts kan een monster van haren en korsten nemen en onderzoeken in het laboratorium en je adviseren over behandeling met schimmeldodende middelen, reiniging van de omgeving van het paard en de mogelijkheid tot vaccinatie.