Portret van Maikel en Eric van der Vleuten
Portret van Maikel en Eric van der Vleuten Foto: Remco Veurink

Eric & Maikel van der Vleuten: “Werk vanuit vertrouwen en houd het simpel”

Springen

Het was druk gisteren in Ermelo. De belofte om een kijkje in de keuken van springiconen Eric & Maikel van der Vleuten te krijgen, trok vele paardensportliefhebbers.

Dat ‘kijkje in de keuken’ was dan ook de moeite waard. Om in de metafoor te blijven: Eric en Maikel waren als chefkoks die kundig, met precisie en perfect gedoseerd de juiste aanwijzingen wisten te geven aan een aantal aansprekende en goed uitgekozen combinaties voor de menukaart. Speaker Wesley Mulder zorgde voor de juiste saus, waardoor de avond smeuïg en waar nodig voldoende ‘gekruid’ bleef.


Portret van Maikel en Eric van der Vleuten met Equus tame - Remco Veurink

Eric en Maikel van der Vleuten, tips

Ben je niet geweest? Dan heb je dus wat gemist. Hoefslag was er wel en deelt graag de meest opvallende tips van Eric en Maikel van der Vleuten:

  1. Je moet je paard zo trainen, dat hij het leuk vindt. Uiteindelijk moet hij het voor jou willen doen in het parcours.
  2. Leer je jonge paard op eigen benen, in balans, lopen. Houd het simpel.
  3. Een goede aanleuning betekent dat als jij je hand naar voren doet, je paard je hand volgt.
  4. Als jij naar voren galoppeert moet je paard verruimen en meer lengte maken in zijn passen.
  5. Variatie is belangrijk. Een manier om te variëren, is te verruimen en terug te rijden in galop. Ook het rijden van wendingen en overgangen zorgt voor variatie.
  6. Als je jonge paard over de sprong is, geef je hem de eerste galopsprongen na de hindernis de tijd om in balans te komen. Pas daarna kan je hem eventueel opvangen. Landt je jonge paard na het springen in de verkeerde galop, dan laat je dat in het begin voor wat het is. Het is veel belangrijker dat hij na de hindernis in balans is en recht blijft.
  7. Leer je jonge (en ook je oudere) paarden om met lengtebuiging door de hoeken te gaan. Maak indien nodig rustig gebruik van een balkje, waar je paard omheen moet lopen. Daar heb je later in het parcours profijt van, dan wil je ook niet dat hij door de wending valt als je naar de volgende hindernis rijdt.
  8. Train je jonge paard met gevoel. Hoe vaak je springt? Wij doen dat 1 tot 2 x per week, waarvan we in ieder geval 1 x per week naar een oefenparcours in de buurt gaan. Maar er is hier geen vaste richtlijn voor, voel aan wat je paard nodig heeft.
  9. Je kunt beter 20 x te laag springen, dan 1 x te hoog. Te hoog springen kan ten koste van het vertrouwen gaan en het verlies van vertrouwen moet je altijd voorkomen.
  10. Oog (voor de afstanden) voor de sprong ontwikkel je door heel veel te springen. De een heeft hier van nature meer gevoel voor dan de ander, maar door het veel te oefenen wordt het beter. Als instructeur kan je dat bijna niet uitleggen, het is echt iets wat je door de ervaring leert.
  11. In je training zorg je ervoor dat je paard tussendoor regelmatig kan stappen om ‘even adem te halen’.
  12. Zijgangen rijden we niet of nauwelijks. Misschien eens een keer een pasje wijken, maar verder niet. In het parcours hoeft het paard ook niet opzij. Wel naar voren en terug. Dus we rijden veel dressuurmatig en richten ons op het ontwikkelen van de balans en de aanleuning, waarbij het paard de hand altijd moet volgen. Als een paard zich prettiger voelt ‘boven de loodlijn’ dan is dat niet zo erg. Zolang de verbinding er is en je kan schakelen.
  13. Showmakers (paarden die met lappen lucht springen) zijn nergens goed voor. Een paard moet taxeren, met je meedenken (dus instelling hebben), voorzichtig zijn en er economisch overheen gaan. Daar kom je uiteindelijk het verst mee.
  14. Als je wilt meten wat de afstand tussen twee hindernissen is, meten wij altijd vanaf het punt waar het paard landt. Elke vier passen (die je zelf loopt) is een galopsprong van het paard. Zo kan je inschatten of een hindernis ruim of juist dicht staat.
  15. Als je op concours bent en je gaat inspringen, zorg dan dat je dat als een warming up gebruikt. Het inspringen is niet bedoeld om je paard uit te putten of zo hoog mogelijk te laten springen. Dat kan schadelijk zijn voor de energie en de mentaliteit van je paard. En het kan het vertrouwen schaden. Dus nogmaals: inspringen is bedoeld als warming up, zodat jij en je paard vol vertrouwen en zelfverzekerd het parcours in gaan. Jij en je paard moeten naar binnen gaan met het gevoel ‘dat kunnen wij’.
  16. Als het lekker loopt, ziet het er simpel uit. Ga als ruiter altijd bij jezelf te raden als het niet zo lekker loopt. Het is aan jou als ruiter om het vertrouwen te ontwikkelen met je paard en op die manier kan je steeds een stapje verder komen.

Tekst: Karin de Haan | MP Horses
Foto’s: Remco Veurink
(Overname zonder bronvermelding en toestemming niet toegestaan)

Portret van Maikel en Eric van der Vleuten