Afbeelding
Foto: Veurink/Sanoma

Diergeneeskunde: romantische valkuil?

Algemeen

Economische crisis

Jaarlijks kiest nog altijd een flink aantal geslaagoeden de opleiding Diergeneeskunde, terwijl bij de zesjarige studie aan Universiteit Utrecht krap 225 leerlingen mogen instromen. Welk lot wacht hen als zij zich na een heftige studie en geïntegreerde coschappen aansluiten bij een beroepsgroep die vijfduizend leden telt? Op de Universiteit Utrecht is de opleiding Diergeneeskunde sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur anders ingedeeld dan voorheen. De studie Diergeneeskunde is voor alle studenten de eerste drie jaar hetzelfde. Pas na deze periode volgt er een master die drie masterprogramma's kent: gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren / veterinaire volksgezondheid en paard. Elke afstudeerrichting heeft vervolgens twee onderdelen: de major en de profileringsruimte. De onderdelen van de major zijn verplicht en identiek voor alle studenten. De profileringsruimte bestaat uit drie onderdelen: onderzoekstage, keuzeruimte en minor. De masterrichting paard vertegenwoordigt binnen de opleiding Diergeneeskunde de kleinste studierichting. Zo'n dertig studenten kiezen jaarlijks voor deze master, waarvan het diploma nog altijd tot een algemene bevoegdheid leidt. Afgestudeerde dierenartsen met de master paard mogen ook gezelschapsdieren of landbouwhuisdieren behandelen, maar hebben de meeste kennis over en ervaring met paarden. €˜Ik ken nog geen mensen die voortijdig zijn afgehaakt', vertelt universitair docent en specialist inwendige ziekten Robin van den Boom. €˜natuurlijk doet de één er wat langer over dan de ander. Maar intrinsiek studeren ze allemaal af.' Het traject na de studie is voor een deel van de studenten minder geplaveid dan voorheen. Het banenperspectief gaf voor aanvang van de economische crisis een normaal beeld weer. Maar ook in de diergeneeskunde is er momenteel krapte op de arbeidsmarkt. €˜De perspectieven zijn redelijk', blikt van den Boom vooruit. €˜Al kunnen we niet ontkennen dat het effect van de economische crisis binnen de diergeneeskunde voelbaar is. Het is een wisselend beeld wat we door de jaren heen altijd hebben gezien. Van de master paard-studenten schat ik dat ongeveer een kwart gelijk een baan aangeboden krijgt. Daarna volgt een groep die na een relatief korte periode een baan vindt. En dan blijft er een aantal over waarbij het meer tijd kost. Vaak zie je dat die studenten wat anders gaan doen, bijvoorbeeld in de gezelschapsdieren of bij de VWA (Voedsel- en Warenautoriteit, red.). Ze gebruiken die ervaring om uiteindelijk toch te proberen als paardenarts ergens aan de slag te gaan.' (auteur: Chris de Heer) Het hele artikel inclusief de ervaringen van pas afgestudeerde paardenartsen lees je in de nieuwste Hoefslag. Foto: Veurink/Sanoma