Influenza
5 maart 2015, 00:00
Algemeen
Uitbraak in Australië
Van equine influenza oftewel de paardengriep hebben de meeste paardeneigenaren wel eens gehoord. Het gros van de paardenbezitters laat dan ook trouw zijn dier vaccineren tegen deze ziekte. Maar hoe gevaarlijk is influenza bij het paard nu eigenlijk? En hoe groot is de kans dat je paard het oploopt? Wanneer kun je het beste vaccineren, hoe vaak en met welk vaccin?
Marco de Bruijn sprak op het dierenartsencongres €˜De Voorjaarsdagen' in Amoesterdam met de Australische paardenspecialist Imogen Johns. Zij kan veel vertellen over de uitbraak van equine influenza in Australië en was tijdens de Olympische Spelen in Hongkong lid van het veterinaire team. Imogen Johns is tegenwoordig werkzaam als docent Paardengeneeskunde aan het Royal Veterinary College in Londen.
Paardengriep is een zeer besmettelijke ziekte van de luchtwegen en wordt veroorzaakt door het equine influenza-virus. Er zijn verschillende subtypen van het virus bekend. Deze worden vernoemd naar het gebied waar ze zijn ontdekt. De symptomen van de ziekte zijn koorts, hoesten, versneld ademen, neusuitvloeiing en gewichtsverlies. Meestal verloopt de ziekte mild. Maar paardengriep kan ook levensbedreigende symptomen, zoals een ernstige longontsteking veroorzaken. In sommige gevallen kan dit een levenslang nadelig effect op het uithoudingsvermogen hebben. Ezels worden vaak ernstig ziek van paardengriep. De symptomen van het equine herpesvirus kunnen lijken op die van de paardengriep. Onderscheidend voor de paardengriep is dat dit virus zich veel sneller verspreidt dan het herpesvirus. Virale ziekten bij het paard, zoals influenza, hebben een grote impact op paarden wereldwijd. Omdat het heel gewoon is om met paarden over de hele wereld te reizen, is het risico van virusverspreiding enorm toegenomen.
Marco de Bruijn wilde van Imogen Johns meer weten over de uitbraak van paardengriep in Australië. Johns: €˜Voor 2007 kwam paardengriep niet voor in Australië. Er werd ook niet gevaccineerd. In 2007 werden er enkele paarden geïmporteerd uit Japan en in quarantaine geplaatst. Deze paarden ontwikkelden al gauw symptomen van paardengriep. Nog geen vijf dagen later begonnen paarden die veertig kilometer verderop stonden ook verschijnselen te vertonen. Al gauw bleek dat deze paarden besmet waren met het influenza-virus. Direct werd het transport van paarden binnen het land aan banden gelegd, maar steeds meer paarden werden ziek. Binnen vier weken werden ongeveer 1.000 nieuwe ziektegevallen per week gediagnosticeerd. Door het goed opvolgen van de protocollen is de verspreiding van het virus tot stilstand gebracht. Uiteindelijk zijn naar schatting meer dan 100.000 paarden geïnfecteerd geraakt. De totale schade van de uitbraak was niet te overzien. Toen de eerste ziektegevallen zich openbaarden, was de start van het dekseizoen. Paarden mochten alleen reizen binnen bepaalde zones en konden daarom alleen lokaal gedekt worden. Dit had het jaar erop natuurlijk effect op de kwaliteit van de veulens. Daarnaast mochten er in één staat ongeveer 211 paardenraces niet doorgaan.' Achteraf blijkt dat de uitbraak in Australië de paardensport meer dan 1 miljard dollar heeft gekost (bron: Associated Press, June 2009).
Volbloeden versus warmbloeden
In de Angelsaksische landen vind je meer volbloeden, terwijl er in Nederland meer warmbloeden zijn. In Wolvega komen ongeveer één derde Friese paarden, een derde dravers en bijna een derde warmbloeden. Volbloeden, pony's en anderen maken de rest uit. De Bruijn vraagt zich af of dat van invloed kan zijn op de ernst van de ziekte en de verspreiding ervan. Johns: €˜Feit is dat alle paardensoorten reizen en aan wedstrijden meedoen. De trainingsomoestandigheden zijn echter wel verschillend: de volbloeden beginnen op een jongere leeftijd aan hun training en ook het trainingsregime is veelal intensiever. Influenza kan echter paarden van alle leeftijden treffen en het feit dat een paard op een wat latere leeftijd met de training begint, houdt niet in dat het dier dan beter bestand is tegen de paardengriep. Het is heel belangrijk paarden tegen influenza te vaccineren. Dat zal van invloed zijn op de gezondheid van je eigen paard, maar ook op dat van de buurman en uiteindelijk op de gezondheid van de paarden wereldwijd. Het is soms moeilijk eigenaren van het nut van vaccinatie te overtuigen: vooral bij paarden die nooit reizen en niet van hun eigen land of boerderij afkomen. Bij niet vaccineren bestaat echter het risico op uitbraken zoals die in Australië, daar werden ook paarden ziek die nooit vervoerd werden. Maar ook mensen kunnen het virus overbrengen.'
Vaccineren€¦
Johns zou veulens jonger dan zes maanden nog niet vaccineren. €˜Als het moederdier is gevaccineerd zijn deze dieren ook beschermd. Zo'n beschermd dier vaccineren heeft ook geen enkele zin: door de antistoffen in zijn bloed zal de vaccinatie niet aanslaan. Vanaf zes maanden leeftijd kun je het jonge paard gaan vaccineren. Afhankelijk van het gebruiksdoel van het dier zul je je al dan niet moeten houden aan de regels die bijvoorbeeld de UK Jockeyclub of de FEI stelt. (In Nederland gelden ook verplichte regels, bijvoorbeeld voor wedstrijden van de KNHS*) De basisvaccinatie bestaat uit een eerste vaccinatie op een leeftijd van zes maanden, de tweede vaccinatie zo'n vier tot zes weken later en een derde vaccinatie ongeveer vijf maanden later. Hierna moet afhankelijk van het gebruikte vaccin tweejaarlijks dan wel jaarlijks worden gehervaccineerd (de zogenaamde €˜booster'- vaccinatie). Een basisvaccinatie is essentieel voor een degelijke en snelle immuniteitsopbouw. Ook in de toekomoest zal een paard daar, na elke herhalingsvaccinatie, profijt van hebben.
...of niet vaccineren
De Bruijn vertelt: €˜Paardengriep vergelijkt men vaak met een verkoudheid bij mensen. Totdat duidelijk wordt wat het virus aanricht en een doodziek paard niet meer op wil staan en een week lang hoge koorts heeft.' Volgens Johns kun je ziekteverschijnselen niet altijd voorkomen, ook niet door te vaccineren. €˜Maar bij een gevaccineerd paard zou de koorts wellicht maar twee dagen geduurd hebben, was het dier veel eerder weer op de been en na afloop in conditie. Het conditieverlies van een ernstig ziek, niet-gevaccineerd dier kan langdurig problemen geven. Nadat een dier een infectie heeft meegemaakt ontwikkelt het weliswaar weerstand tegen de ziekte, maar alleen voor een bepaalde tijd. Daarna is het paard opnieuw vatbaar en loopt het evenveel risico opnieuw paardengriep te krijgen, met alle gevolgen van dien.'
€˜Vaccinatie zou volgens sommigen ook een tijdelijk conditieverlies betekenen,' zegt De Bruijn. Johns beaamt dit: €˜Het is moeilijk dit soort fabeltjes de wereld uit te krijgen. Als iemand ervan overtuigd is dat vaccineren een weliswaar tijdelijk, maar toch negatief effect op het uithoudingsvermogen van zijn paard heeft, dan is dat moeilijk te weerleggen. Toch worden er miljoenen paarden over de hele wereld gevaccineerd en de meeste ervan zijn prima in orde. Het is vergelijkbaar met vaccinaties bij kinderen: er is altijd een klein percentage ouders dat zijn kind niet wil laten inenten omdat er ooit een kindje nare bijwerkingen heeft vertoond. Door vaccinatie wordt een dood (=geïnactiveerd) paardeninfluenzavirus, of een gedeelte hiervan, toegediend aan het paard, maar dit kan op zichzelf geen ziekte veroorzaken.'
Toch ziek
€˜Maar dan belt een eigenaar mij op en vertelt het volgende verhaal,' zegt de Bruijn. €˜De paarden in mijn omgeving zijn gevaccineerd, maar krijgen toch koorts, hoesten of hebben neusuitvloeiing. Sommige van deze paarden worden geswabd en blijken toch influenza te hebben. Hoe is dat mogelijk?' Johns legt uit: €˜Er zijn verschillende redenen aan te voeren waarom een vaccinatie niet zou kunnen werken: allereerst kan een vaccin nooit voor 100% ziekteverschijnselen voorkomen. Het vaccin zal wel de ernst en de lengte van de influenza beperken en beschermt daarmee de populatie als geheel. Dit is het moeilijkst aan eigenaren uit te leggen: door je paard te laten vaccineren help je mee aan de bescherming van andere paarden. Wanneer een dier ondanks vaccinatie toch ziek wordt, dan zou het zou het een verouderd vaccin toegediend kunnen hebben gekregen. Op dit moment is er op de Nederlandse markt slechts één vaccin dat de nieuwste (up-to-date) influenzastammen bevat. (Merial, ProteqFlu-Te, red.) Een vaccin dat niet de juiste influenzastammen bevat, zal niet of onvoldoende werkzaam zijn.' De Bruijn knikt: €˜Influenzavirustypering lijkt iets van de laatste jaren. Voorheen was er niets of nauwelijks bekend over verschillende typen. Weten we nu meer dan pakweg tien jaar geleden, of zijn die verschillende typen recent ontstaan?' Volgens Johns is het toegenomen vervoer van paarden over de gehele wereld de belangrijkste reden dat we meer verschillende typen influenza tegenkomen. €˜Hierdoor kunnen de verschillende typen influenza zich makkelijker verspreiden. De tweede reden van onze bekendheid met de verschillende typen griep is ontstaan omdat we er actief naar zijn gaan zoeken. Eerder bestond er geen mogelijkheid om virussen te isoleren en te typeren. Die mogelijkheid is er nu wel. Ik vergelijk het equine influenzavirus regelmatig met het griepvirus bij mensen: dit vaccin verandert ook ieder jaar van samenstelling. Simpelweg omdat het heersende humane influenzavirus ook ieder jaar anders is. Het equine influenzavirus is ook continu aan verandering onderhevig. Dit gaat echter niet zo snel als bij mensen. Bij paarden is een update van de vaccinstammen ongeveer iedere vijf jaar nodig. Niet alle vaccinfabrikanten doen dit. Het laatste vaccintype-advies werd in 2004 uitgebracht door deWHO/OIE**. Ondanks dat dit advies inmiddels vijf jaar geleden werd gegeven is er tot op heden maar één vaccin dat voldoet aan deze standaard.
Andere maatregelen
€˜Welke andere maatregelen, naast vaccinatie, kun je nemen om je paard te beschermen tegen de paardengriep?' wil De Bruijn ten slotte weten. €˜Plaats nieuwe paarden altijd meteen een tijd lang apart van de andere paarden,' adviseert Johns. €˜Ideaal is twee, drie weken. Probeer het nieuwe paard zover mogelijk van de anderen te houden, houd op zijn minst een lege box tussen de dieren. Verzorgers van het nieuwe paard dienen van de andere paarden weg te blijven. Als dat onmogelijk is dienen zij, nadat ze met de nieuweling in contact zijn gekomen, hun handen goed te wassen, hun laarzen te ontsmetten en zich te verkleden. De nieuweling moet elke dag gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koorts. Indien het dier koorts krijgt dient door de dierenarts een swab te worden genomen, zodat paardengriep kan worden aangetoond of uitgesloten. Een nieuw paard inbrengen levert in de praktijk niet vaak problemen op, maar áls er problemen ontstaan, zijn ze behoorlijk. Het voordeel van de paardengriep is dat er geen symptoomloze dragers zijn: als een paard besmet is met het virus, wordt het ziek. Daarnaast is de quarantaineperiode natuurlijk ook ter voorkoming van andere besmettelijke paardenziekten. Ook is het belangrijk niet zozeer ter voorkoming van de paardengriep, maar vooral in verband met het herpesvirus, drachtige merries weg te houden van de jonge paarden onder de drie jaar. Het allerbeste is het om de paarden in leeftijdsgroepen te huisvesten.'
Tekst: Diana van Houten / Foto: Remco Veurink