Export van paarden
5 maart 2015, 00:00
Algemeen
Moeilijkheden
Heel vaak is bij een keuring de vraag of het paard ook goed genoeg is voor eventuele verkoop naar het buitenland. Dit is niet voor niets. Het komt vaak voor dat mensen daarbij van een koude kermis thuiskomen. Hoe komt dat en welke veterinaire aspecten spelen een rol?
Soms lijkt het alsof paarden alleen nog maar worden aangekocht om later voor veel geld te worden verkocht naar het buitenland. Dergelijke dieren worden aangeboden ter keuring voor een vermogende buitenlandse koper en de verkoper rekent zich al rijk. Immers, een korte tijd geleden was het paard ook al gekeurd en toen helemaal in orde bevonden. Helaas loopt het vaak op een grote teleurstelling uit door beslissingen die overzee gemaakt worden of andere problemen.
De moeilijkheden die zich bij export kunnen voordoen zijn in drie groepen te verdelen.
1. veterinair, met name meningsverschillen over het wel of niet acceptabel zijn van de röntgenologische beelden. Over het klinisch onderzoek is meestal geen discussie. Wel wordt nogal eens een video gemaakt ter beoordeling van de dierenarts van de koper;
2. bloedwaardes en CEM;
3. financiën.
Veterinair
Het komt vaak voor dat dierenartsen in het buitenland tot een heel andere eindconclusie komen dan hun collega's in Nederland. In Nederland zitten de dierenartsen redelijk goed op één lijn. Dit kan helaas niet van veel buitenlandse collega's gezegd worden. Ter verduidelijking enkele voorbeelden.
a. De
straalbenen zijn meestal geen issue in een discussie. De ervaring leert dat men in het buitenland minder streng is dan in Nederland. Bijgevoegd een voorbeeld van een straalbeenfoto die in Nederland minimaal een verhoogd risico (klasse 3) zou krijgen, maar die in Engeland absoluut geen probleem was.
b. Bij de
kogels wordt het probleem ineens een stuk groter. In Nederland hoeft een kleine chip in een kogel geen probleem te zijn. Dat is alom geaccepteerd, want er ontstaat zelden of nooit kreupelheid door. Sommige artsen in het buitenland denken daar anders over. Ook hier een voorbeeld van een kogel met een minuscule chip bij een paard dat verder helemaal top in orde was. De koop ging niet door.
c. Over de
sesambenen wordt in diverse landen heel verschillend gedacht. Er zijn zelfs landen die vaak bij aankoopkeuringen deze foto's achterwege laten, omdat ze er geen waarde aan hechten. In Nederland worden ze gemaakt, maar het belang is niet meer zo zwaarwegend als voorheen. Sommige Amerikaanse dierenartsen kunnen zich echter erg opwinden over ieder vlekje of onregelmatigheidje dat ze zien.
d. Bij de
spronggewrichten gaat de discussie in het bijzonder over de zogenaamde haakvorming bij de onderste geledingen van het gewricht. Een klein haakje wordt in Nederland ingedeeld in klasse 1, een forse haak in klasse 2. Voor veel buitenlandse dierenartsen is het echter een onoverkomelijk probleem. Met als resultaat, geen verkoop.
OC en OCD in dit gewricht zijn meestal geen discussiepunt. Het is een algemeen geaccepteerde mening dat OCD niet en OC, mits binnen de perken, acceptabel is bij een sportpaard.
e. Het grootste struikelblok bij de
knieën zijn vaak paarden die geopereerd zijn voor OCD in de knie. Indien het letsel niet te groot is, zijn deze paarden in Nederland volledig acceptabel als sportpaard. Het buitenland en met name de VS denken daar soms anders over. Hier een voorbeeld van een paard met calcinosis circumscripta. Voor Nederland een positief advies, verkocht naar Engeland, Rusland en Indonesië, maar nergens geaccepteerd.
f. Foto's van
hals- en ruggenwervels worden in Nederland bij een normaal functionerend paard niet gemaakt, bij keuring voor export vaak wel. Ook hier komen soms negatieve adviezen van buitenlandse collega's.
Bloedwaardes en CEM
Bij export buiten Europa volgt na de keuring altijd een bloedonderzoek naar bepaalde infectieziekten. Infectieuze anemie (EIA) met de Coggins-test is het bekendste voorbeeld. Ieder land heeft zijn eigen onderzoeken. De VS bijvoorbeeld stelt heel andere eisen dan Japan en Zuid-Afrika. Het komt voor dat de waardes dusdanig zijn dat het resultaat €˜no deal' is. De test op
equine virus arteritis (EVA) bijvoorbeeld heeft al menige handel naar Japan tenietgedaan. Merries (en hengsten) moeten vaak ook nog een onderzoek naar
contagious equine endometritis (CEM) ondergaan, maar dat geeft tegenwoordig eigenlijk weinig problemen meer. Vooral Amerikaanse klanten willen naast dit verplichte onderzoek een verder bloedonderzoek. Dit houdt meestal in een algehele screening (biochemische waarden en bloedcelverdeling) en een onderzoek op verboden middelen (pijnstillers, ontstekingsremmers en kalmerende middelen).
Financiën
Dit lijkt voor de dierenarts slechts een bijkomoestigheid, maar dat is helaas niet waar. Als het paard zowel hier als daar acceptabel is en niks de export in de weg staat, is er meestal voor de verkoper niets meer aan de hand. Hoe anders ligt dat bij de dierenarts. Voorheen stuurden dierenartsen de rekeningen naar de buitenlandse klant, maar door schade (en schande) wijs geworden niet meer. De rekeningen die niet betaald zijn en nooit meer betaald worden, zijn onaanvaardbaar groot. De afspraak dat de verkoper aansprakelijk bleef voor de gemaakte keuringskosten bood geen oplossing voor de betalingsproblemen. Nu is het zo dat dierenartsen vaak of de beschikking hebben over de creditcardgegevens van de koper, zodat het bedrag onmiddellijk kan worden afgeschreven, of dat de verkoper de betaling van de keuring dient te voldoen. De problemen worden pas echt groot als koper en verkoper hebben afgesproken: goed: kosten voor koper, niet goed: kosten voor verkoper. Met name bij de keuringen voor de Verenigoede Staten, die vaak bestaan uit grote aantallen (tot wel 40 stuks) röntgenfoto's, meer bloedonderzoek et cetera, kunnen kosten hoog oplopen. Declaraties van 1000 à 1500 euro zijn meer regel dan uitzondering. Als de handel niet doorgaat, omdat een arts aan de andere kant van de oceaan het anders ziet, zijn dat zure bedragen.
Tekst: Henk van Enckevort / Foto's: Remco Veurink