Samen met Johan Hamminga legde Dinja van Liere uit wat zij met 'van achteruit' rijden bedoelde. De hengst Red Viper (Romanov x Sir Sinclair) wist dit geweldig te demonstreren.
Samen met Johan Hamminga legde Dinja van Liere uit wat zij met 'van achteruit' rijden bedoelde. De hengst Red Viper (Romanov x Sir Sinclair) wist dit geweldig te demonstreren. Foto: Wilma Frentz

Van ‘achteruit’ met Johan Hamminga: “Houd het simpel, dan slaag je met vlag en wimpel”

Instructie

In Ermelo, op de plek waar hij het -volgens eigen zeggen- allemaal heeft mogen leren, deelde Johan Hamminga tijdens de KNHS College tour vanavond zijn visie en kennis over het ‘van achteren naar voren trainen’. 

In Hoefslag magazine gaan we binnenkort uitgebreider op deze avond in. Nu alvast een aantal opvallende uitspraken en inzichten van Johan Hamminga:

  • Hoe hoog iemand ook rijdt, wat voor niveau iemand ook rijdt. Trainen gaat steeds om de basis. Daarom is er gekozen om dit thema ‘van achteruit’ te kiezen. Dat begint met een jong paard en dat gaat als een rode draad door de africhting tot op het hoogste niveau. 
  • Als je met je jonge paard voor het eerst zo’n rijhal binnenrijdt, begin dan makkelijk. Houd het simpel, dan slaag je met vlag en wimpel. Dat betekent je paard recht aan twee teugels houden, wissel af met lichtrijden en doorzitten en wissel af met het afwenden.”
  • Dwing nooit af in een houding. Laat je paard op eigen benen lopen. Laat je paard vertrouwen krijgen, zodat hij de drang naar voren durft te maken en de aanleuning en jouw zachte hand als het ware zelf aanneemt.
  • Als je afwendt stuur je de schouders van je paard. Het is verleidelijk om aan de binnenteugel de bocht in te rijden, maar dan loopt je paard snel over de buitenschouder weg. 
  • Een paard is van zichzelf niet sterk in de mond, hij wordt zo sterk als jij je als ruiter opstelt.
  • De controle komt uit het evenwicht en de balans van het paard, de controle komt niet uit het feit dat je hem een kunstje hebt geleerd.
  • Vergeet niet tussendoor te stappen. Bouw in een trainingsessie op en af. Alle paarden hebben stappauzes nodig gedurende een trainingsessie, maar Friese paarden hebben die stap pauzes nog vaker nodig.
  • Er zit altijd een volgorde in wat je doet. Je kan niet zomaar iets ‘uit het schap’ trekken en dan kijken wat het doet.
  • Een dressuurpaard heeft een goede en sterke rug en lendenpartij nodig, om de kracht vanuit het achterbeen om te zetten in afdruk en verzameling.
  • Je moet achter niet meer vragen dan dat je aan de voorkant kan bedienen.
  • In de rensport is er geen paard dat met de ‘kin op de borst’ uit de race komt. Deze paarden hebben allemaal drang naar voren. Dus als je paard kort in de hals wordt, ga je werken aan die drang naar voren door naar voren te galopperen, bij voorkeur in verlichte zit.
  • Het achterbeen kan je aanzetten, als de verbinding en de aanleuning voor elkaar is.
  • Druk en spanning liggen dicht bij elkaar. Als druk niet meer te regelen is, is het spanning.
  • Vanuit de achterhand ontstaan lengtebuiging, niet vanuit de voorkant. Daarom spelen we in galop met het naar binnen plaatsen van de achterhand in de volte. Begin klein, het hoeft niet meer dan een hoefbreedte naar binnen te zijn.

Karin de Haan voor Hoefslag, overname zonder bronvermelding en toestemming via hoefslag@mphorses.nl niet toegestaan