Dr Caroline Munsters deelde haar visie tijdens de KNHS College Tour
Dr Caroline Munsters deelde haar visie tijdens de KNHS College Tour Foto: Karin de Haan | MP Horses

Opvallende inzichten van Carolien Munsters: “Meten is weten, gevoel kan bedriegen”

Instructie

“Je krijgt wat je traint.” Een uitspraak die we gisterenavond in het uitverkocht KNHS-centrum in Ermelo meerdere keren hoorden uit de mond van Dr. Carolien Munsters, die voor de KNHS een Collegetour een avond verzorgde over trainen en spieropbouw. 

Hoe je dan krijgt wat je traint legde ze uit aan de hand van uiteenlopende paarden van verschillende leeftijden, actief in verschillende disciplines. Hieronder tien opvallende inzichten:

De hartslagmeter

  • Meten is weten. Gebruik een hartslagmeter om te meten of een training licht intensief, matig intensief of zwaar intensief is. Door te meten heb je een objectieve waarneming. Je zult soms verrast zijn hoe die waarneming kan afwijken van je gevoel. 
  • Als je een hartslagmeter aan wilt schaffen, zorg dat deze ‘gevalideerd’ is. Dat betekent dat de waarneming betrouwbaar is. Caroline werkt in deze sessie met hartslagmeters van het merk Polar. Let ook op dat je hartslagmeter geschikt is voor riding en (niet voor dravers). 
  • Werken met een hartslagmeter kan je ook thuis. Houd bij het bevestigen van de hartslagmeter altijd in de gaten dat het hart bij een paard links zit, dus de hartslagmeter doe je ook aan de linkerkant. De hartslagmeter doe je aan de singel van je zadel vast. Aan de linkerkant en naar achteren gericht, omdat het anders niet comfortabel bij de elleboog zit bij het paard.

Normaalmeting

  • Als je voor het eerst met een hartslagmeter werkt, doe dan altijd eerst de normaalmeting. Twee minuten stappen op beide handen, twee minuten draven op beide handen en twee minuten galopperen op beide handen. Spiegel de meting van jouw paard aan de gemiddelde waardes die hieronder staan. Dan heb je een beeld of het werk dat je van hem vraagt licht intensief, matig intensief of zelfs zwaar intensief is. Tijdens de clinic kwam bijvoorbeeld een jong paard in de ring dat in stap en draf mooi rond de gemiddelde waardes die hieronder staan kwam, maar in galop op een hartslag van 135 uitkwam. De galop-arbeid was voor dit paard matig intensief. Hier kom je dankzij de hartslagmeter achter.
  • Voor getrainde paarden, hiermee wordt bedoeld warmbloedpaarden (bijv. KWPN, of BWP) vanaf 6/7 jaar, die drie of vier keer per week getraind worden, zijn dit de hartslagwaardes die je als ‘gemiddeld’ kan zien. Je kan de hartslagwaardes van je eigen paard hiernaast leggen om te kijken of je training licht intensief (dat zijn deze waardes), matig intensief (dan liggen de waardes duidelijk  hoger) of zwaar intensief zijn (dan liggen de waardes nog hoger) zijn:
    70 -80 hartslagen per minuut - stap
    90 - 110 hartslagen per minuut - draf, arbeidstempo
    100 - 120, hartslagen per minuut arbeidsgalop
  • Een paard kan in rusttoestand tussen 28 en 40 slagen per minuut hebben. Dat ligt dus een stuk lager dan bij mensen. De maximale hartslag kan wel 220 per minuut worden. Bij een mens is de maximale hartslag (afhankelijk van leeftijd) juist weer veel lager. Een paard heeft dus een grotere range tussen de rusthartslag en de maximale hartslag dan de mens.

Marathonloper of bodybuilder?

  • Als je hebt over het opbouwen van conditie dan zijn er twee uitersten. Je kan trainen op uithoudingsvermogen, denk aan een marathonloper. Dat zijn vaak pezige mensen, die lange afstanden heel lang vol kunnen houden. De focus ligt dan op duurtrainingen. Daartegenover staat het trainen als bodybuilder. Die zien er juist heel gespierd uit met ‘dikke spierpballen’. De bodybuilder traint  op kracht en werkt met meerdere kortere en intensievere sessies. Bij de training van je paard moet je bewust zijn van waar je mee bezig bent. Wil je krachttraining of duurtraining doen? 
  • Krachttraining zijn korte sessies die je meerdere keren herhaalt. Kort betekent alles onder de 1 - 2 minuten. Dat wetende moet je bij de training van je dressuurpaard erop letten dat je niet te snel naar duurtraining gaat, omdat je te lang doorgaat in plaats van de korte sessies afwisselt met een herstelmoment.

Belang hersteltraining

  • Om de mate van verzuring te meten moet je ook lactaat meten. Dat meet je uit het bloed. Door de jarenlange ervaring en vele metingen die Caroline heeft gedaan weet ze dat de referentiewaardes qua hartslag overeenkomen met de referentiewaarden lactaat. We kunnen dus met de hartslagmeter de vertaling maken naar verzuren. We weten als hij richting 130 of 140 is bij het galopperen, dat je paard al een klein beetje aan het verzuren is. Is dat erg? Nee je moet wat verzuren om te verbeteren. Het is wel belangrijk dat je paard na een training waar je de grenzen hebt opgezocht (en er dus sprake is van verzuring) de tijd neemt om een hersteltraining in te lassen. Tijdens de hersteltraining wordt je paard sterker. Daarom is die hersteltraining ook zo belangrijk. Een hersteltraining is een training die je paard als licht intensief ervaart. Door met de hartslagmeter te werken, kan je heel bewust invulling geven aan je hersteltraining.
  • Om een paardenlichaam spiertechnisch op te bouwen, is de volgorde van trainingen: prikkelen (dus matig tot zwaar intensieve training), dan hersteltraining (dus licht intensieve training) en dan weer prikkelen. Daarmee is een keer of drie per week echt trainen voor de meeste paarden voldoende.
  • Tijdens de training geef je na het geven van een prikkel een herstelperiode. Vaak is dat een stukje stappen of eventueel draven (als draven voor je paard als ‘licht intensieve training’ wordt ervaren, dat weet je vanuit de normaalmeting met de hartslagmeter).

Maatwerk

  • Training is maatwerk, je zult per paard moeten bekijken hoe intensief de verschillende gangen en oefeningen zijn. In zijn algemeenheid: We zien heel vaak dat schakelen in galop een hele functionele oefening is om conditie op te bouwen. Maar ook hier geldt, het gaat niet alleen om de hartslag maar het moet ook functioneel blijven. Als een paard echt nog in twee stukken galoppeert en je gaat dan schakelen dan bevestig je een niet functionele galop. Dan kan je beter eerst zoeken naar een oefening die je paard sterker maakt en zijn coördinatie helpt ontwikkelen en je daar op richten. Denk hierbij aan bijvoorbeeld grondwerk, werk met balkjes en heuveltraining.
  • Je wilt altijd voorkomen dat je paard overtraind raakt. Een kenmerk van overtraining is dat je na een paar weken, bij dezelfde inspanning een hogere hartslag krijgt. Je voorkomt dit door je paard genoeg hersteltijd te geven en minder intensief te trainen zodat ze niet iedere keer ‘in het rood gaan’.
  • Als je iets maar één keer doet, dan doet dat op spierniveau niet zo heel veel. Het paardenlichaam heeft minimaal drie keer herhaling nodig voordat het lichaam het ziet als een trainingsprikkel.
  • Grote paarden hebben vaak minder kracht en hebben vaak meer tijd nodig. Zulke paarden zijn gebaat bij korte intervallen. 30 seconden matig intensieve training en daarna weer hersteltijd geven. Dit een aantal keren herhalen en daarna de training afronden.
  • Op vakantie? Voor je paard geen probleem. Als wij mensen een paar dagen niet sporten, neemt de conditie hard af. Bij paarden duurt dat veel langer, op voorwaarde dat ze wel blijven bewegen als jij op vakantie bent. Een vakantie van twee weken is dan geen probleem en er zal weinig conditieverlies optreden.


Caroline Munsters- Foto: Remco Veurink | Hoefslag

Longeren

  • Longeren is vaak geen hersteltraining, vooral niet als je heel veel galoppeert tijdens het longeren. Ook hier geldt weer dat je door het meten je ook weet in hoeverre je een hersteltraining met lichte intensiteit hebt of een toch richting de matige intensiteit aan het werken bent en je paard dus niet de hersteltraining krijgt die het nodig heeft om sterker te worden.
  • Is eerst longeren voordat je opstapt verstandig? Vanuit veiligheidsoverwegingen soms wel, maar dat stukje arbeid telt wel mee en gaat wel van jouw trainingstijd af. Dat moet je je goed realiseren.

Warmte

  • Zweten is niet een teken dat een paard hard werkt wel dat hij het warm heeft. Er zijn vaak genoeg paarden die zweten zonder dat ze hard werken. Paarden hebben het overigens sneller warm dan mensen. Wij vinden het met 20 graden lekker weer, voor een paard wordt die temperatuur als ‘warm’ ervaren. De comfort tempereatuur van een paard zit tussen de -5 en 10 graden.
  • Peesbeschermers met ventilatiegaatjes heeft dat zin? Je moet je afvragen waarom je peesbeschermers gebruikt. Ze geven namelijk geen ondersteuning, maar ze beschermen wel tegen bijvoorbeeld aantikken. Het is belangrijk dat de pezen onder de beschermers niet te warm worden. Als ze te warm worden kunnen ze zelfs celschade oplopen. Daarom wordt het gebruik van bandages afgeraden. 

En verder ...

  • Je ziet vaak bij Friesche paarden, maar ook bij bijvoorbeeld Haflingers en PRE-paarden, dat ze heel werkwillig zijn en aan de buitenkant niet laten zien hoe ze zich eigenlijk voelen. Ze zijn ‘hard voor zichzelf’ en blijven altijd doorlopen. Juist bij dit soort paarden is het heel belangrijk objectief te meten hoe zwaar de training is en op basis daarvan je training aan te passen.
  • Welke invloed heeft overgewicht? Als een paard of ruiter echt obese is, dan gaat de arbeid meer moeite kosten en dat zal meer energie kosten. Dan kan een lichte arbeid voor een paard met obese juist best zwaar zijn. Ook hier geldt meten is weten.
  • Als je een ruitergewicht op de rug van het paard zet, dan heb je vaak twee tot 2,5 keer het gewicht als belasting op de rug. Op welke leeftijd je ook begint met zadelmak maken, een paard heeft altijd een jaar of twee nodig om te wennen aan het ruitergewicht.
  • Menpaarden zijn vaak ook paarden die van nature lekker doorwerken en niet altijd aan de buitenkant laten zien hoe intensief de arbeid is. Daarom is ook in deze tak van sport hartslagmeting als objectieve waarneming heel belangrijk. Tijdens de clinic is er een eenspan-combinatie in de baan met een Welsh-pony. Als een kind op deze pony zou rijden in hetzelfde tempo, dan zou de hartslag vele malen lager zijn. Het trekken van een wagen is dus voor een paard zwaarder dan het dragen van ruitergewicht.

Karin de Haan (karin@mphorses.nl) voor Hoefslag, overname zonder toestemming en bronvermelding niet toegestaan

Bezoek de volgende KNHS College Tour, deze keer met Bastiaan de Recht over werken aan de hand (meer info en tickets)

Afbeelding