Een stal is een onnatuurlijke omgeving voor paarden. Paarden zijn van nature groepsdieren die hun dag vullen met bewegen, grazen en sociale contacten.
In tegenstelling tot wilde paarden hoeven stalpaarden niet te zoeken naar voedsel, staan zij een groot deel van de dag binnen, leveren ze een relatief korte krachtsinspanning en hebben vaak minder sociale contacten. Als gevolg van verveling en stress kunnen paarden stalondeugden of ook wel stalgebreken ontwikkelen.
Stalondeugden zijn dwangmatige gedragingen die een paard op stal of in de weide uitvoert. Door het uitvoeren van deze gedragingen komt het stofje endorfine vrij in de hersenen. Endorfine werkt rustgevend, verdovend en verslavend. Sommige stalondeugoeden zijn zogenaamde stereotypieën: schijnbaar doelloze herhaalde gedragingen die los staan van een oorzaak.
Gedrag is niet eenvoudig af te leren. In het geval van stalondeugden is het van belang om de natuurlijk e leefomstandigheden zoveel mogelijk na te streven. Dit kan bijvoorbeeld door een dagelijkse weidegang, de mogelijkheid om continu ruwvoer te eten, veel beweging, sociale contacten met andere paarden, afwisselende training en speeltjes om verveling tegen te gaan.