Koliek bij veulens

Koliek bij veulens

0 4042

Koliek betekent pijn in de buik. Er zijn dan ook legio mogelijke oorzaken. Sommige van deze oorzaken komen relatief meer voor bij het pasgeboren veulen. Maar welke? En hoe kun je zien of een veulen koliek heeft? Hoe kun je het voorkomen?

 

Verstopping van het laatste deel van de dikke darm met darmpek (meconiumobstipatie), een blaasruptuur, aangeboren afwijkingen waarbij een deel van het maag-darmkanaal ontbreekt of waarbij de juiste bezenuwing ontbreekt (witgeboren veulens). Allemaal zaken die de oorzaak kunnen zijn van koliek bij het veulen. Andere mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld maag-darmzweren, darmontsteking of liggingsveranderingen (waarbij liggingsveranderingen van de dikke darm juist weer relatief minder vaak voorkomen dan bij volwassen paarden, omdat de dikke darm bij het melkdrinkend veulen nog in grootte en functie moet toenemen). Voorgaande problemen liggen in de buik. Maar ook algemene aandoeningen bij het pasgeboren veulen kunnen een negatieve invloed hebben op het functioneren van het maag-darmkanaal. Denk bijvoorbeeld aan een prematuur veulen, waarvan de darmpjes nog niet ‘rijp’ genoeg zijn om melk te kunnen verwerken. Ook door bijvoorbeeld bloedvergiftiging (sepsis, ook wel ‘het geel water’ genoemd) of ernstig zuurstofgebrek voor of tijdens de geboorte kan het maag-darmkanaal niet goed functioneren.

Hoe kun je zien of een veulen koliek heeft?

Koliek bij het veulen uit zich veelal door minder drinken en/of het drinken vroegtijdig te onderbreken, trippelen met de achterbenen, soms met een bolle rug een pershouding aannemen of bij hevige pijn (voortdurend) rollen of op de rug blijven liggen. Vaak is de buik in omvang toegenomen. De kolieksymptomen zijn wel min of meer afhankelijk van de oorzaak en de hoeveelheid pijn die hiermee gepaard gaat. Bijvoorbeeld een veulen met een darmpekverstopping (meestal nog geen 24 uur oud) kan tussen de periodes met buikpijn door goed attent zijn en nog bij de merrie drinken. Het staat vaak met de staart af en een bolle rug op het nog vastzittend darmpek te persen. Een oplettend eigenaar weet dat alleen ‘hopjesvla’ betekent dat alle darmpek er af is. Een ander voorbeeld, met ook een ander symptomenbeeld, is het veulen met een blaasruptuur. Hierbij worden symptomen als matige koliek en een toegenomen buikomvang meestal gezien met twee à drie dagen oud. Het lijkt iets meer bij hengstveulentjes voor te komen. De eigenaar heeft wellicht opgemerkt dat hij het veulen nog niet heeft zien plassen, of dat hij de urine heeft zien druppelen in plaats van een mooie volle straal. Het is echter niet zo dat veulens die normaal lijken te urineren, geen blaasruptuur hebben! Doordat de urine in de buik blijft staan worden hier afvalstoffen en zouten uit geresorbeerd die het veulen snel ziek maken. De concentraties van deze stoffen moeten eerst gecorrigeerd, voordat de blaas gerepareerd kan worden. Soms zijn de concentraties van deze zouten in het bloed zo afwijkend dat er hersensverschijnselen optreden. Als je een zo’n veulen voor het eerst ziet, zou je denken dat het probleem in de hersenen zit in plaats van in de buik. Een valkuil dus!

Maagzweren

Als een veulen ziek is, om welke reden dan ook, kan het van de pijn en stress gemakkelijk een maagzweer ontwikkelen. Afhankelijk van de ernst van de zweren kan dit variëren tot depressiviteit, minder frequent drinken, knarsetanden, schuim op de lippen tot heel hevige koliek met toegenomen buikomvang of zelfs buikvliesontsteking ten gevolge van een maagperforatie. Daarom is het een goede zaak om in geval van ziekte, pijn of stress maagzuurremmers te geven.

De diagnose

Zeker bij het pasgeboren veulen is informatie van de eigenaar erg belangrijk. De dierenarts wil weten hoe lang het veulen al koliek heeft, of alle darmpek al afgekomen is, of dat het veulen normaal kan plassen, of het nog drinkt bij de merrie, etcetera. Door klinisch onderzoek gaat de dierenarts na of het veulen nog in goede toestand is. Zo maakt hij een inschatting van de ernst van het probleem in de buik. Bij een veulen van nog géén dag oud, die in goede toestand verkeert, waarvan de eigenaar nog geen hopjesvla heeft gezien en dat terwijl het vaak staat te persen, is een darmpek (meconium) verstopping de meest waarschijnlijke oorzaak. Als de dierenarts met zijn vinger voor het bekken dan ook nog een harde prop voelt zitten, is de diagnose zo goed als rond. Vaak echter is het zo dat met één momentopname en de middelen die de dierenarts tot zijn beschikking heeft, het niet mogelijk is om tot een sluitende diagnose te komen. Als de koliek minder dan een paar uur bestaat en het veulen, afgezien van de pijn in de buik, in goede toestand is, kan de arts overwegen een darmverslapper en/of milde pijnstiller te geven. Hiermee moet het veulen dan vrijwel direct de oude zijn en mag de koliek niet terugkomen. Anders is nadere diagnostiek en behandeling nodig in een gespecialiseerde kliniek. Zijn er bij het eerste bezoek aanwijzingen dat de algemene toestand van het veulen aangedaan is (afwijkingen in temperatuur, hartslag, ademhaling, slijmvliezen), dan is de kans groot dat het probleem in de buik het hele veulen ziek maakt. Meestal is de koliekoorzaak dan ernstiger en kun je beter meteen met het veulen naar een paardenkliniek gaan.

Opereren

In geval van darmontsteking (diarree) of maag-darmzweren kan een operatie vaak weinig veranderen. Hierbij proberen we liever met medicijnen te behandelen. Een operatie is alleen aangewezen als er een reële kans bestaat dat de chirurg het probleem kan herstellen. Bijvoorbeeld bij liggingsveranderingen van de darm, zoals een invaginatie (instulping), een beknelde liesbreuk, een draaiing van het dunne darmpakket en een blaasruptuur. Verschillende onderzoeken kunnen helpen deze diagnose te stellen:

–           Door middel van het sonderen van de maag gaan we na of de maag niet overvuld is. Dit kan het gevolg zijn van een afsnoering van de darm of bij oudere veulens door een obstructie met spoelwormen of bij een maagprobleem zelf.

–           Door middel van bloedonderzoek controleren we de algemene toestand, eventueel kunnen we die corrigeren middels infusen. In het bloed kunnen aanwijzingen liggen voor ontsteking of urine in de buik.

–           Door middel van echografie van de buik bekijken we of er zich veel vrij vocht in de buik bevindt, of er darmdelen overvuld zijn en zo ja welke. Ook de blaas wordt bekeken.

–           Het buikvocht (verkregen door buikpunctie) kan aanwijzingen geven voor een afsnoering van een darmdeel of voor urine in de buik.

 

Een röntgenfoto van de buik van het veulen wordt zelden gebruikt. Met behulp van een echo kan namelijk een veel duidelijker en bewegend beeld van de darmen gemaakt worden.

Het opereren van veulens

In geval van een liggingsverandering van de darmen of blaasruptuur is chirurgie de enige optie. Dit gaat uiteraard gepaard met risico’s. Er is altijd een risico van de narcose, zeker als de algemene toestand al slecht is. Ook is er een kans dat er verklevingen ontstaan, deze kans lijkt iets groter te zijn bij jonge veulens dan bij volwassen paarden. In de dagen na de operatie is het altijd spannend of de darmen, die soms sterk opgerekt zijn geweest, weer op gang komen. En dan is er nog de buikwond die geïnfecteerd kan raken. Natuurlijk nemen de kansen van welke operatie dan ook toe, als we er zo vroeg mogelijk bij zijn. In bepaalde gevallen, zoals een beknelde lies- of navelbreuk of een slag in de darm, kan de tijd dat het darmdeel gedraaid of knel heeft gezeten een belangrijke rol spelen. Dit bepaalt namelijk of het betreffend darmdeel verwijderd moet worden en of de darm geopend dan wel opnieuw aan elkaar gezet moet worden. Dit heeft een belangrijke invloed op de duur en mogelijke complicaties van de operatie.

Het veulen kan na de operatie pas naar huis als het zelf kan drinken, goede mest heeft en er geen aanwijzingen voor buikvlies of buikwondontsteking zijn. Oftewel: alleen als het maag-darmkanaal functioneert naar behoren. Vanwege de buikwond moet het nog wel zes tot acht weken boxrust houden.

Voorkόmen

Veel van de mogelijke koliekoorzaken zijn niet direct te voorkomen. Voor iedere pasgeborene geldt dat het zich moet aanpassen aan het leven buiten de baarmoeder. Het is voor een ‘normaal’ geboren veulen al een hele opgave zelf zijn temperatuur, voeding en gasuitwisseling te regelen en dat terwijl het maar weinig reserve heeft. Bovendien moet het nu zichzelf beschermen tegen infectie, grotendeels door middel van de antistoffen opgenomen uit de biest. Als het veulen iets mankeert, wordt dit labiele evenwicht gemakkelijk verstoord en kan het veulen snel achteruitgaan. Voor de eigenaar is het dus belangrijk het pasgeboren veulen de eerste dagen intensief te volgen om, als er iets mis lijkt te zijn, zo snel mogelijk een dierenarts te waarschuwen. |

 

Tekst: Eric Leusink / Foto’s: DAP Wolvega

Reacties