Gevaarlijk gedrag

Gevaarlijk gedrag

0 5609
Foto: Remco Veurink
In de dressuur zoeken we sensibele paaden, met een werkwillig en bewerkbaar karakter, zodat dit soort taferelen niet zo snel voorkomen.

In mijn gedragspraktijk krijg ik steeds vaker te maken met paarden die met een ruiter op hun rug levensgevaarlijk gedrag vertonen. De dieren doen alles om verlost te worden van hun pijn en/of angst: ze steigeren, bokken of gaan er in paniek vandoor. Zo kreeg ik begin dit jaar een prachtig, zwart paard aangeboden. Isarco, één van de paarden uit Marrum.

Het dier werd gereden door een ervaren amazone die een jaar lang met veel geduld en kennis geprobeerd had de paniekaanvallen weg te trainen. Ze had het paard gekocht van iemand die er vanwege het extreme vluchtgedrag van het dier niet mee overweg kon. De amazone wist weinig van de geschiedenis van het paard, maar kon wel vertellen dat het dier als veulen het drama van Marrum had meegemaakt. Na de redding uit het water was het paard verkocht en met grove hand beleerd. De combinatie van deze twee traumatische gebeurtenissen had ervoor gezorgd dat het paard zodra hij angstig werd, op hol sloeg. Dit gedrag vertoonde hij niet alleen buiten, maar ook in de wedstrijdring. De amazone kon het paard dus niet op wedstrijd uitbrengen en gezien zijn gevaarlijke kuren ook niet verkopen. Omdat Isarco een erg lief karakter heeft, wilde ze hem de gang naar de slager besparen en mocht Tinley het paard ophalen en proberen hem van zijn onvoorspelbare gedrag af te helpen.

Opnieuw beginnen

Eerst werd Isarco nagekeken door een dierenarts/chiropractor en behandeld zodat zijn vastzittende gewrichten soepeler werden. Daarna maakte ik een uitgebreide analyse van het probleemgedrag. Omdat het paard vooral tijdens het rijden wilde vluchten, bracht ik het paard naar Wim Vonck. Tinley werkt met hem samen, omdat hij een ervaren trainer en ruiter is en daarnaast bereid is tot overleg en zelfreflectie. Wim wilde Isarco wel een kans geven en is helemaal opnieuw begonnen met zadelmak maken. Hij startte met twee maanden grondwerk, waarbij het accent lag op het dier leren dat hij invloed kan uitoefenen. Een paard dat weet dat hij niet gedwongen wordt dingen te doen die angst of pijn opwekken, krijgt vertrouwen in de mens, dus bij het minste signaal van angst werd de training onmiddellijk aangepast. Bij iedere vorm van gewenst gedrag werd Isarco bekrachtigd. Pas toen er 100% vertrouwen was in het grondwerk werd de volgende trainingsfase gestart; het werken onder de ruiter. Eerst een paar seconden een voet in de beugel, veel praten en dan de voet er weer uit. Dan gewicht in de beugel en belonen. Vervolgens over het zadel hangen, belonen en weer afstappen, gevolgd door in het zadel zitten, natuurlijk weer belonen en afstijgen. Bij iedere volgende stap in de training bepaalde Isarco de vorderingen in de training. Zo bleef het vertrouwen, opgebouwd tijdens het grondwerk, in stand. Nadat het stilstaan met een ruiter op de rug geen probleem meer was, kwam het lopen: eerst een paar stappen en dan belonen. In de training is het slechts één keer fout gegaan. Een aanleiding voor ons om zijn trainingsschema aan te passen: we gingen een stapje terug en werden nog attenter op onrustsignalen van het paard.

Algemene oorzaak

Paarden zoals Isarco hebben geleerd dat ze alleen aan een voor hen onaangename situatie kunnen ‘ontkomen’ door extreem gedrag te vertonen. In het verleden zijn kleine signalen van ongemak structureel genegeerd. Misschien omdat de ruiter te onervaren was om die signalen juist te lezen en te interpreteren, of zoals maar al te vaak gebeurt, door gebrek aan respect. Niet gehinderd door enige kennis kan een paard zomaar worden beschuldigd van ‘niet mee willen werken’ en wordt er dwang ingezet als oplossing. Het niet adequaat ingaan op de signalen die een paard afgeeft zal vooral bij jonge, sensibele dieren schade aanrichten. Als zo’n dier ontdekt dat op hol slaan, steigeren en bokken er toe leiden dat iets onaangenaams stopt of vermindert, zal hij dat gedrag in de toekomst vaker gaan vertonen. Iedere voor hem geslaagde poging geeft het paard een gevoel van opluchting en werkt dus als negatieve bekrachtiger. Als een ruiter dit gedrag op een verkeerde manier probeert te stoppen, dus zonder het dier een betere oplossing voor zijn pijn of angst aan te bieden, ontstaat er extinctie (uitdoving). Dat wil zeggen dat het gedrag in eerste instantie erger wordt aangezien het paard steeds meer zijn best zal doen om door vluchten, steigeren enzovoort alsnog te ontsnappen aan wat hem opgedrongen wordt. Paarden die extreme gedragingen vertonen zijn levensgevaarlijk; zulke paard/ruiter-combinaties moeten door een deskundige begeleid worden.

De eerste stappen

Zoals in het voorbeeld aangegeven, is onderzoek doen een vereiste om pijn en ander fysiek ongemak uit te sluiten. Het zal niet de eerste keer zijn dat een slecht passend zadel, een vastzittende rugwervel of een onjuiste beenstand (mede) oorzaak is voor het extreme gedrag. Laat paard en zadel dus ook nakijken door een chiropractor of osteopaat, een gecertificeerd zadelpasser en natuurlijk door je hoefsmid. Ook gaan we het gedrag tot in detail analyseren. Het lijkt soms of paarden vanuit het niets exploderen, maar bij nadere beschouwing zijn er altijd subtiele voortekenen geweest: het even aanspannen van bepaalde spieren, een verandering in hoofdhouding, het vaker zwiepen met de staart en/of het verhogen van de hartslag. Probeer te ontdekken wat er gebeurt net voordat je paard spanning opbouwt en vertoont. Als je kunt zien en voelen wanneer je paard zich ontspant maar ook juist spant, herken je waarschijnlijk ook het beginstadium van paniek. Vervolgens kun je gaan zoeken naar wat. Dan ga je ook je eigen gedrag analyseren: wat doe jij wel of niet wat (mede) aanleiding is voor die spanning? Ook menselijk gedrag wordt namelijk voor een groot deel bepaald door leerprincipes waarmee de ruiter bepaald gedrag heeft aangeleerd. Ruiters die geleerd hebben dat het druk geven op de teugels ervoor zorgt dat paarden langzamer gaan of stilstaan zullen – als deze handeling geen succes heeft – het harder gaan proberen. Als bij zowel paard als ruiter een gedragsverandering gewenst is, zitten mens en dier vaak samen gevangen in een vicieuze cirkel. Om die te doorbreken en verandering in de situatie aan te brengen, is hulp van een gedragstherapeut nodig.

Onverenigbaar gedrag aanleren

Een angstig paard wil maar één ding: van dat angstige gevoel afkomen. Als we het dier willen leren dat zijn zelfbedachte, goed werkende oplossing van vluchten of steigeren niet gewenst is moeten we een alternatief aanbieden. We gaan op zoek naar gedrag dat onverenigbaar is met het probleemgedrag en dan gaan we dit nieuwe gedrag bekrachtigen. Een paard dat steigert bij iets onaangenaams kunnen we bijvoorbeeld leren dat rustig stappen de betere oplossing is voor zijn onaangename gevoel. Het aanleren hiervan doe je in een ontspannen context, bijvoorbeeld tijdens grondwerk. Je kunt namelijk alleen een bevredigend resultaat verwachten, als het paard de rust heeft om zich te concentreren. De training heeft tot doel het paard te leren om na het krijgen van één specifiek commando, zonder problemen, gelijk over te gaan tot rustig stappen. Als het paard de oefening beheerst, gaan we die toepassen in situaties waarin het dier iets onrustig is. Werkt dat goed, dan zoeken we een nog onrustigere situatie op. Het paard moet ervaren dat rustig stappen eenzelfde gevoel kan geven als steigeren. Zoals bij elke training werken we in fasen. Eerst belonen we een paar rustige stapjes en geleidelijk maken we de loopafstand langer. Het belonen van goed gedrag kunnen we doen met een positieve bekrachtiger; voer, een aai, enz., of met een negatieve bekrachtiger: het weghalen van iets onaangenaams zoals fysieke druk. Zo leert het paard dat hij kan voorspellen wat er gebeurt en dat is een eerste vereiste voor geestelijk welzijn.

Geconditioneerd kalmeringssignaal

‘Via klassieke conditionering invloed uitoefenen op de emoties van een paard.’ Het klinkt ingewikkeld, maar is met een consequente training goed aan te leren. Ieder paard heeft momenten waarop hij ontspannen is. Bijna altijd is dat in een veilige omgeving, bijvoorbeeld in de stal of het weiland. Door observatie kun je er achter komen wanneer je paard omschakelt van spanning naar ontspanning. Misschien gaat hij diep zuchten, gaapt of rekt hij uitgebreid. Eventueel kun je gebruik maken van een hartslagmeter om af te lezen wanneer je paard zich ontspant. Als je weet welk gedrag zijn ontspanning aankondigt, dan kun je er een woord of geluid aan koppelen. Als die klassieke conditionering (dier heeft geleerd zich te kunnen en mogen ontspannen op ‘commando’) heeft plaatsgevonden dan kun je het signaal gaan inzetten om onrust te voorkomen. Ook hier geldt dat je stapsgewijs traint.

Met Isarco zijn we ondertussen een half jaar verder. Hij is van een angstig, en daardoor gevaarlijk paard veranderd in een dier dat geleerd heeft om, als hij zich onrustig voelt, te vertrouwen op de ruiter. Toch zal het altijd een paard blijven dat een gevorderde en vooral gevoelige ruiter nodig heeft. |

Tekst: Debbie Rijnders/Foto: Remco Veurink

Vergelijkbare artikelen

Reacties