Gedragsprikkels

Gedragsprikkels

0 803

Onder gedrag verstaan we alle uiterlijk waarneembare spier- en klieractiviteiten. En er is een tijd geweest dat mensen dachten dat gedrag van dieren alleen werd veroorzaakt door reflexen. Het dier werd gezien als een machine. Tegenwoordig maken we onderscheid tussen reflexen en complexere gedragshandelingen, die door verschillende prikkels worden opgewekt en onder invloed staan van motivatie. Een reflex is een gedragshandeling die door het zenuwstelsel wordt uitgevoerd als reactie op een specifieke prikkel. Paarden hebben diverse reflexen, bijvoorbeeld de terugtrekreflex bij acute pijn, de reflex van het hoofd omhoog gooien als de mens het halstertouw naar beneden trekt of de schrikreflex bij onverwachte, plotselinge geluiden. Bij reflexen kan het paard dus geen afweging maken of hij het gedrag wel of niet zal vertonen.

Prikkel

Binnen de diverse stromingen in de ethologie en psychologie is iedereen het eens over dat er een prikkel (stimulus) moet zijn die gedrag uitlokt en veroorzaakt. Het is een gebeurtenis of verandering in de omgeving van het dier die via zijn zintuigen wordt waargenomen.

Dat kan dus zijn:

* via de ogen

* via het reukorgaan

* via het gehoororgaan

* via de smaak

* via de huid (kou, warmte, een aanraking)

Het kan ook een innerlijke prikkel zijn: lichaamstemperatuur, een volle blaas, spanning in de darmen enzovoorts. Waar de meeste mensen de fout mee ingaan, is het niet onderkennen dat een paard de wereld op een andere manier waarneemt en beleeft dan de mens. Wij hebben geen idee hoe het is om bijna 360 graden rond te kunnen zien. Laat staan dat we begrijpen hoe het voelt om altijd op je hoede te zijn voor een roofdier. De manier waarop een paard zijn wereld ziet, bepaalt in grote mate zijn reactie op prikkels.

Zoeken

Gedrag wordt dus altijd uitgelokt door een prikkel. Het is heel interessant om met deze kennis in het achterhoofd te kijken naar het gedrag van je paard! Op welk moment doet je paard wat hij doet? Wat ging er in de laatste seconde aan vooraf? Probeer zo nauwkeurig mogelijk te zijn in het observeren, want als je gedrag wilt veranderen, kan het vaststellen en eventueel wegnemen van de prikkel een eerste stap zijn.

Stel, je vermoedt dat het zien van de zweep je paard doet wijken. Om dat te testen, creëer je eenzelfde situatie, maar dan zonder een zweep. Loopt het paard niet weg, dan is de zweep de prikkel die het wijken veroorzaakt. Het kan ook specifieker zijn. Het paard kan bij je blijven als je de zweep in je rijlaars steekt en pas wijken als je de zweep in je hand houdt. Wellicht maakt het ook nog verschil in welke hand je de zweep houdt en of een bepaalde houding van de zweep invloed heeft. Bedenk dat het voor vluchtdieren zoals het paard belangrijk is om de kleinste verandering in de omgeving op te merken. In de vrije natuur kan het niet tijdig signaleren van een naderend roofdier het verschil maken tussen leven en dood. Door systematisch te werken en op te schrijven wat je ziet, kom je veel te weten over het gedrag van je paard. De meeste mensen zijn niet zo nauwkeurig in hun observaties. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘het paard loopt van me weg als ik de stal binnenstap.’ Maar als ik dan vraag of de persoon achterstevoren de stal wil binnenstappen, dan vertoont het paard vaak een andere reactie. Namelijk stilstaan in plaats van weglopen. Door diverse houdingen uit te proberen zoals met uitgestoken hand naderen, wel of niet kijken naar het paard en een ander bewegingstempo gebruiken is er heel nauwkeurig te bepalen welke prikkel het gedrag veroorzaakt. Door de prikkel die het probleemgedrag veroorzaakt, achterwege te laten of te veranderen, kan een opening ontstaan voor een gedragsverandering.

Motivatie

Als we gedrag schematisch willen weergeven, kunnen we ons het paard voorstellen als een Black Box. Aan de ene kant gaat een prikkel binnen die via het sensorisch systeem – dat is de respons van zenuwcellen – wordt omgezet naar het motorisch systeem, het gedrag. Binnenin de Black Box speelt zich iets af dat voor ons niet zichtbaar is. We noemen dat ‘motivationele’ factoren. Deze factoren hebben een grote invloed op het uiteindelijke gedrag. ‘Motivatie’ kunnen we vertalen als ‘datgene dat de drang of wens levert om bepaald gedrag uit te voeren’. Voorbeelden hiervan zijn: erfelijke aanleg, lichamelijke oorzaak en traumatische ervaring.

We weten dus dat er een prikkel en een motivatie nodig is om gedrag in gang te zetten. De eenvoudigst voorstelbare motivatie is die welke door ziekte, pijn of ongemak wordt veroorzaakt. Daarom vraag ik de eigenaar van een paard met gedragsproblemen om het dier eerst door de dierenarts te laten onderzoeken. Niet alleen omdat dit diervriendelijker is, maar ook omdat gedragstherapie weinig zin heeft als het lichamelijke probleem dat de motivatie vormt voor het gedrag, niet eerst wordt weggenomen. Soms is die oorzaak moeilijk te vinden. Een voorbeeld is dat het paard door een slecht passend zadel last heeft van een schouderblad. Hij kan pijn hebben en zover gaan dat hij wijkt voor een uitgestoken hand richting het schouderblad (de prikkel is de hand).

Het blijft belangrijk dat we ons realiseren dat paarden niets zomaar doen. De vaak gebezigde uitspraak dat het dier zich aanstelt, zegt meer over het gebrek aan kennis en empathie van de spreker, dan over het gedrag van het paard.

Trauma

De motivatie voor bepaald gedrag kan ook in een ver verleden liggen: een traumatische gebeurtenis (felle pijn of paniek). Voorbeeld: een paard rent in paniek weg bij het zien van een vrachtauto. Het zou kunnen dat het dier ooit enorm geschrokken is van een vrachtauto  omdat het remsysteem siste, net toen auto en paard elkaar passeerden. Afhankelijk van welke prikkel de meeste indruk heeft gemaakt kunnen zowel het sissende geluid als het zien van een vrachtauto in de toekomst reden zijn tot vluchten. Om het nog gecompliceerder te maken halen we de leerprincipes erbij. Dan zien we dat het paard door het Pavlov effect, de klassieke conditionering, de associatie gelegd heeft tussen vrachtauto en paniek. Als we merken dat het paard eerst alleen bang is voor vrachtauto’s en uiteindelijk bang is voor alle verkeer, heeft er generalisatie plaatsgevonden en dat is één van de kenmerken van de twee vormen van associatieleren: de klassieke en de operante conditionering.

Om te begrijpen hoe gedrag van een paard ontstaat en eventueel uitgroeit tot een probleem, is kennis van prikkel, motivatie en leerprincipes nodig. Hoe vaker je je paard observeert, hoe beter je hem leert kennen. Dat is toch iets wat iedere paardenliefhebber graag wil: zijn favoriete dier beter begrijpen en daardoor een nog intensere band opbouwen en/of betere sportprestaties neer zetten.

Tekst: Debbie Rijnders/Foto: Remco Veurink

Vergelijkbare artikelen

Reacties