Breuk in het hoefbeen

Breuk in het hoefbeen

0 7727

Media november vorig jaar bood een succesvolle trainster van harddravers haar paard aan voor een kreupelheidsonderzoek. De trainster vertelde me dat het paard in het begin van de week erg kreupel was geweest. Ze dacht dat het paard zich waarschijnlijk verstapt of verzwikt had en was enkele dagen later weer voorzichtig begonnen met rijden. Maar het paard bleef licht onregelmatig met het rechterachterbeen.

Tijdens het onderzoek was er niets afwijkend aan het paard of het betreffende been te zien of te voelen. Bij het monsteren bleek de zwarte hengst inderdaad licht kreupel rechtsachter. Buigproeven aan dat been gaven geen reactie en met diagnostische verdovingen kwamen we erachter dat de pijn uit de ondervoet vandaan kwam. Denkend aan de naweeën van de eventuele verstuiking adviseerde ik het paard een aantal dagen pijnstillers te geven in combinatie met een week rust, waarna de verschijnselen zouden moeten verdwijnen. Tien dagen later echter belde dezelfde trainer dat het paard nog niets beter liep. Twee weken later volgde onderzoek op de kliniek. De hengst was nog licht kreupel aan het rechter achterbeen op harde ondergrond. Nog steeds was er aan dat been niets afwijkends te voelen of te zien. Bij onderzoek op de harde volte was het paard plotseling ernstig kreupel aan het rechter achterbeen. Verdoving van de ondervoet gaf weer een duidelijke verbetering. We besloten een aantal röntgenfoto’s van het betreffende been te maken. Hieruit bleek al snel de oorzaak van de kreupelheid: een breuk in het hoefbeen, het laatste vingerkootje van het paard.

Een breuk en amper kreupel?

Het hoefbeen zit goed ingepakt in de hoefwand en dat is de reden dat bij een fractuur van het hoefbeen het paard niet gelijk ernstig kreupel hoeft te zijn zoals dat het geval is in verreweg de meeste gevallen van gebroken botten in een paardenbeen. De kreupelheid komt meestal pas duidelijk aan het licht tijdens de ongelijke belasting van de hoef op de harde volte.

Oorzaak en symptomen

Fracturen van het hoefbeen komen regelmatig voor, het meest bij harddravers en volbloeden. De meest voorkomende oorzaak is trauma. Het paard kan zich verstappen, maar het kan ook gebeuren dat een paard wat hoog steigert en daarna ongelukkig neerkomt of dat hij ergens hard tegen aan slaat. Een speciale variant van de hoefbeenbreuk komt voor bij jonge veulens. We onderscheiden globaal drie typen hoefbeenfracturen: Non-articulaire fracturen, waarbij het hoefbeen weliswaar dwars gebroken is, maar waar het breukvlak niet contact maakt met het hoefgewricht. Er zit dan als het ware een scheur in de vleugel van het hoefbeen. Ten tweede kennen we de intra-articulaire fracturen waarbij het breukvlak dus wel contact maakt met het hoefgewricht. Ten derde komen vooral bij veulens nog wel eens marginale fracturen voor. Hierbij is het hoefbeen niet dwars doorgescheurd maar loopt de breuk ongeveer evenwijdig met de wand van het hoefbeen.

De symptomen van een hoefbeenfractuur kunnen heel erg variëren. De aanvang van de kreupelheid is bijna altijd plotseling, vaak na een koers of nadat het paard een vreemde sprong heeft gemaakt. De ernst van de kreupelheid is erg wisselend. Soms hebben de paarden een duidelijk voelbare pulsatie van de bloedvaten in de kootholte (warm, kloppend), soms zijn de paarden gevoelig in de ‘binnenzijde’ van de hoef. Je moet denken aan een hoefbeenfractuur bij een plots optredende kreupelheid, waarbij de plaatselijke verdovingen wijzen op een probleem in de ondervoet. De definitieve diagnose wordt altijd gesteld door middel van röntgenfoto’s. In sommige gevallen is de breuklijn van de fractuur pas een week na het ontstaan op de foto te zien. Dit komt omdat de stugge hoefschoen de breukdelen hard op elkaar drukt en dan wordt de fractuur pas zichtbaar op het moment dat de reparatie begint en er botoplossing langs de fractuurlijn optreedt. Het is verstandig om röntgenfoto’s uit verschillende richtingen te laten maken om geen fractuurlijn te missen.

Wat te doen?

Therapeutisch gezien hebben we een aantal mogelijkheden, maat het is afhankelijk van de leeftijd van het paard en de locatie van de fractuur. Laten we beginnen met de veulentjes. Zoals eerder opgemerkt is de meest voorkomende hoefbeenfractuur bij het veulen de marginale fractuur waarbij de breuklijn bijna evenwijdig met de wand van het hoefbeen verloopt. Deze veulens zijn in de regel erg kreupel. Onze hoefsmid maakt voor deze veulens een kunststof hoefschoen met aluminium plaatje. Daarnaast plaatsen we een hard gips- of kunstharsverband rond de hoef. Deze hoefschoen met gips laten we zes weken zitten en het veulen krijgt absolute boxrust. Het verband en de hoefschoen moeten wel regelmatig, iedere veertien dagen, worden vervangen om de groei van de voet niet te belemmeren.

Wanneer er sprake is van een niet-articulaire fractuur van het hoefbeen, dus een breuk zonder verbinding met het hoefgewricht is de meest gebruikte therapie een gesloten ijzer met zijlippen. Door middel van zijlippen wordt het hoefmechanisme grotendeels uitgeschakeld, waardoor het hoefbeen de meeste rust krijgt en de breukdelen de gelegenheid krijgen weer aan elkaar te groeien. Bij het ene paard gaat dit veel sneller dan bij het andere paard. We maken vaak controlefoto’s van de breuk als het paard komt om het ijzer te verleggen. Zolang het ijzer in gebruik is, krijgt het paard boxrust. De hersteltijd varieert van drie tot zes maanden. Een nadeel van een gesloten ijzer met zijlippen is dat na verloop van tijd, vooral bij paarden met een langdurige herstelperiode, de hoef veel smaller wordt. Daarbij heeft hij vrij lang de tijd nodig om weer normaal te worden.

Intra- articulair

Bij een intra-articulaire fractuur is het heel belangrijk om een zo goed mogelijke fixatie van de breukdelen te bewerkstelligen. Als dit niet lukt, kan het gevolg zijn dat er veel callusvorming (littekenweefsel van bot) optreedt en wanneer dit binnen het hoefgewricht het geval is, kan daardoor artrose van het hoefgewricht ontstaan. Dit noemen we ook wel lage overhoef. Deze complicatie is bijzonder slecht voor het vooruitzicht van het paard als sportpaard. Een ander probleem bij een intra-articulaire hoefbeenfractuur is dat de breukvlakken veel moeilijker stabiel blijven vanwege tractie van de diepe buigpees op het gefractureerde deel van het hoefbeen. Om een zo goed mogelijke fixatie van het hoefbeen te verkrijgen hebben we twee mogelijkheden. Ten eerste combineren we een gesloten ijzer met zijlippen, met een hard hoefverband in de vorm van gips of kunsthars. Ten tweede hebben we de mogelijkheid om een schroef door de wand van de hoef overdwars door het hoefbeen aan te brengen. Dit is een bijzonder secuur werkje omdat de beide helften van het hoefbeen precies op elkaar gebracht moeten worden. Als dit niet lukt ontstaat er een onregelmatigheid in het hoefgewricht met bijna altijd artrose als resultaat. Alleen met voldoende deskundigheid en de juiste apparatuur kunnen we deze operatie uitvoeren.

Herstel

De kans op volledig herstel na een hoefbeenfractuur is grotendeels afhankelijk van de locatie van de fractuur. Een dergelijke fractuur bij een veulen heeft een goede prognose. Een extra-articulaire fractuur bij een paard heeft ook een goede prognose, al is de hersteltijd lang. In het geval van een intra-articulaire hoefbeenfractuur blijft er nog al eens een restkreupelheid over en dan voornamelijk vanwege de ontwikkeling van een lage overhoef.

We gaan terug naar onze zwarte draverhengst. De fractuur in het hoefbeen rechtsachter zat in de buitenste vleugel van het hoefbeen en had geen contact met het hoefgewricht. De kans op herstel was dus best redelijk. Er waren echter twee complicerende factoren. Ten eerste was het paard op het moment van het ongeluk door de eigenaar aan een goede vriend doorverkocht, ten tweede liet het dier zich als hengst op stal behoorlijk gelden. Dat zou weinig boxrust betekenen. De respectievelijke eigenaren kwamen gelukkig tot overeenstemming: De oude eigenaar ging het paard verplegen tot hij weer in training zou gaan en de nieuwe eigenaar ging de kosten van de behandeling betalen. Het probleem van de gierende hormonen werd met een kleine operatie op de kliniek opgelost en daarna kreeg hij van onze hoefsmid een gesloten ijzer met zijlippen aangemeten.

Op 18 maart 2009 hebben we bij een controle vastgesteld dat het paard niet meer kreupel was en op de röntgenfoto zodanig hersteld dat we de zwarte ruin weer naar de trainer hebben laten brengen. Na een indrukwekkende kwalificatiekoers op Wolvega heeft het paard inmiddels tot vreugde van de eigenaar en de trainer en zeker ook van ons al weer twee koersen gewonnen. |

Dierenarts: Waling Haytema (DAP Wolvega)

Reacties