Belonen met voer

Belonen met voer

0 893

Sommige dieren doen bijna alles voor lekkers. Zo kent iedereen wel een paard dat schooit en zelfs niet schroomt om zijn tanden in de mens te zetten. Men denkt vaak dat belonen met voer dit soort problemen heeft veroorzaakt.

De praktijk heeft inmiddels laten zien dat werken met voer bij alle diersoorten wel degelijk trefzekere resultaten geeft.

De trainer moet zich bewust zijn van de leerprincipes: de manier waarop een dier leert. Zo mag het voer nooit gegeven worden als het dier erom vraagt want dan wordt zijn ‘vraaggedrag’ beloond met mogelijk bovengenoemde problemen als gevolg.

Het belonen met voer valt onder de primaire bekrachtigers (primaire beloning). We noemen het ‘primair’ omdat geen enkel dier hoeft te leren dat voer lekker is. Gedrag – gewenst maar ook ongewenst gedrag! – dat bekrachtigd (beloond) wordt met favoriet voer zal in de toekomst vaker worden uitgevoerd. Dat een grazer zoals een paard, minder graag werkt voor voer dan een roofdier zoals de hond, is een misverstand. Ondanks dat paarden in de natuur nauwelijks iets hoeven te doen voor hun voer omdat ze er letterlijk op lopen, zijn ze toch bijna allemaal bereid te werken voor extraatjes zoals appel, wortel, brokjes enz. Voor wie dit betwijfelt: geef je paard eens wat lekkers na goed gedrag; vertoont hij dat gewenste gedrag vaker dan heeft dus dat lekkers als bekrachtiger gewerkt. Maar stel nu dat een paard al schooiert en bijt, kunnen we dan voer als bekrachtiger gebruiken om het probleemgedrag op te lossen? Het volgende praktijkverhaal laat zien dat het kan.

Agressie

Onlangs kreeg ik een venijnig happende Shetlander in de praktijk. Zodra er mensen in zijn buurt kwamen, probeerde hij weg te lopen, maar als ze voer bij zich hadden, liet hij zich benaderen om vervolgens gericht naar de hand met het lekkers erin te bijten. Onbewust en ongewild leren veel mensen een paard om agressie in te zetten: ze geven het voer snel af als het dier opdringerig en/of agressief is. Op deze manier werd ook deze Shetlander dagelijks beloond voor het inzetten van agressie. Het dier had een vervelende voorgeschiedenis; hij had al veel eigenaren gehad en was niet overal zachtzinnig behandeld. Uit zijn ervaringen had de pony de conclusie getrokken dat weglopen en het gebruiken van agressie hem voordelen had gegeven. Door dit gedrag was de pony gevaarlijk en kon zijn huidige eigenares, een tienjarig meisje, niet meer van hem genieten. Adviezen om niet meer met voer te werken hadden tot extinctie-gedrag geleid (zie voetnoot) waardoor de pony nog harder ging bijten om alsnog te krijgen wat hij wilde. Het resoluut afstraffen van het bijten door een tik of een ruk aan het bit maakte de pony alleen maar angstig. Omdat het meisje haar pony toch graag wilde houden, was gedragstherapie de laatste optie.

Anamnese en observatie maakte duidelijk dat de pony stress en angstgedrag vertoonde als mensen iets van hem wilden en agressie gebruikte als hij wist dat de mensen voer bij zich droegen. Ook had hij nooit geleerd om rustig mee te lopen, netjes stil te staan, voetjes te geven enz. Omdat de pony angstig was voor mensen, kwam aaien als positieve bekrachtiger niet in aanmerking. Dus werd voor dat doel toch voer gebruikt. Het was noodzakelijk om de pony te leren dat hij alleen voer kreeg bij gewenst gedrag en dat agressie inzetten niet langer effectief was.

Trainingsplan

We maakten een trainingsplan waarbij we de clicker inzetten als aankondiging van zijn favoriete voer. De eerste oefening deden we op stal: ik ging het dier belonen voor het afwenden van zijn hoofd. De pony stond in de box en ik er buiten. De oefening was makkelijk te trainen want het dier wilde niets liever dan wegkijken van degene die voor zijn staldeur stond. Toen het dier begreep dat wegkijken hem ook nog eens voer opleverde, koppelde ik er een woord aan. De belangrijkste stap was gezet: ik kon de pony op commando laten wegkijken en dus voorkomen dat ik gebeten werd.

De volgende stap was het rustig lopen met de pony, zonder dreiggedrag en bijten. Om problemen te voorkomen bevestigde ik zowel links als rechts een touw aan het halster. Het dier liep tussen mij en een helper, mocht het dier een van ons willen bijten dan kon de ander dat voorkomen door het touw aan zijn kant strak te trekken. We wilden gewenst gedrag belonen maar omdat de pony in het verleden succes had gehad met achterwaarts lopen, maakten we ook gebruik van negatieve bekrachtiging: we zetten druk op het halster als de pony een stap naar achteren deed. De enige manier voor het dier om van die druk af te komen was stilstaan. Een stap voorwaarts werd onmiddellijk positief bekrachtigd met click-voer. Om het voor het dier leuk te houden kreeg de pony tussendoor regelmatig het commando ‘wegkijken’ dat hij inmiddels goed beheerste en dat hem bij iedere goede uitvoering eveneens een click-voer opleverde. Al gauw snapte het dier dat achteruit lopen onaangenaam was en vooruit lopen voer opleverde. Iedere poging tot bijten en de door extinctie fanatieker pogingen daartoe leverden hem niets op omdat we dit gedrag in de kiem smoorden met behulp van de twee touwen.

De eerste sessie voor deze training duurde vijf lange minuten waarbij we slechts twee keer konden clicken voor netjes meelopen. Na vijf minuten pauze waarin de pony vaststond, kon ik in de tweede, even lange sessie, al tien keer clicken voor meelopen. Ook het op commando ‘afwenden van het hoofd’ ging nog steeds goed. De pony had zo goed begrepen dat dit iets opleverde dat hij af en toe spontaan zijn hoofd wegdraaide om te kijken of dat ook resulteerde in click-voer. Maar hoe leuk dit ‘meewerken’ ook is, zodra bepaald gedrag (zoals in dit geval het ‘afwenden’) onder commando staat, mag je dat eigen initiatief niet meer belonen. Dan zouden de rollen immers omgedraaid zijn en traint het paard de mens: als ik uit mezelf iets doe voordat mijn eigenaar het vraagt, wens ik een beloning. In de derde sessie wist de pony precies wat ik wilde, hij liep rustig mee waarbij ik geregeld halt hield en bij verder lopen de pony kon clicken voor met me meegaan.

Na een eerste succesje trainden we stapsgewijs verder in een andere context. Nu mocht het meisje samen met mij de pony leiden. Nog steeds liep hij tussen de twee touwen maar we hoefden ze geen enkele keer strak te trekken. Hij was niet meer bezig met het vermijden van onaangename gevolgen maar concentreerde zich op uitzoeken wat wij wel van hem wilden. Hij had inmiddels geleerd dat hij door het laten zien van dat gewenste gedrag kon voorspellen dat er een beloning kwam in de vorm van click-voer. Inmiddels dreigt en bijt niet meer en kan het meisje haar pony alleen uit het land halen en verzorgen.

Tekst: Debbie Rijnders / Foto: Remco Veurink

Reacties