Gespeende veulens en gedrag

Gespeende veulens en gedrag

0 5283

Het gemiddelde rijpaardveulen heeft op de leeftijd van vijf maanden al een dusdanige hoogte bereikt dat veel mensen, onterecht, te veel verwachtingen van het dier hebben. Veulens die bijten worden bruusk afgestraft, waarbij men voorbij gaat aan de natuurlijke behoeften van veulens, hun gedragingen en hun lichaamstaal.

De natuurlijke speenleeftijd bij paarden in de vrije natuur ligt rond de tien maanden. Op een leeftijd van anderhalf tot drie jaar verlaat een jong paard zijn of haar (familie)groep. In de paardenhouderij worden de meeste veulens echter al eerder, als ze vier tot zes maanden oud zijn, gespeend. Uit onderzoek blijkt dat bijna alle veulens in de eerste periode na het spenen abnormaal gedrag vertonen. Langer bij de moeder blijven samen met geleidelijker afspenen verminderen op korte en langere termijn gedragsproblemen. Onderzoek laat ook zien dat veulens, om uit te groeien tot stabiele, sociaal vaardige paarden, de steun en opvoeding van volwassen soortgenoten nodig hebben. Een grote rol speelt daarbij de verhouding tussen veulens en volwassen paarden in de groep. Zijn er te weinig volwassen dieren, dus zijn de veulens in de meerderheid, dan luisteren ze minder goed. Er is ook aangetoond dat een slechte opvoeding van veulens de kans groter maakt dat de dieren op latere leeftijd onder elkaar afwijkend gedrag vertonen. Ze zijn minder sociaal vaardig met soortgenoten en is er geen reden waarom dit niet ook geld in het contact met de mens.

Bijten tijdens spel

Er is geen eenduidige formule hoe men moet omgaan met een bijtend veulen. De oplossing heeft alles te maken met de context, dat wil zeggen de omstandigheden, samen met het waarom van het ongewenste gedrag. Veulens kunnen bijten om meerdere redenen: als spel, om steun te zoeken, als exploratie (onderzoekend gedrag) of als agressie. Onderzoek laat zien dat hengst- en merrieveulens al op de leeftijd van één maand verschillend spelgedrag uitvoeren: hengstveulens spelen ‘agressievere’ spelletjes en bijten meer dan merrieveulens. Ze bijten elkaar vooral in de hals en benen; duwen; steigeren en proberen elkaar uit balans te brengen. Maar er zijn bovendien individuele verschillen veroorzaakt door afstamming, sociale omstandigheden en conditionering. Het advies om bijtende veulens gelijk af te straffen met een klap, ruk aan het halster of andere onaangename handeling is helaas nog altijd gemeengoed in de paardenwereld. Hiermee wordt voorbijgaan aan de natuurlijke behoeften van een dier en aan het gegeven dat orale gedragingen zelfbelonend zijn. Dat wil zeggen dat zodra het veulen het bijtgedrag al heeft uitgevoerd een correctie geen effect meer heeft. Straffen na een (zelf)beloning werkt immers nooit. Het straffen heeft echter wel degelijk schadelijke gevolgen: het veulen verliest zijn vertrouwen in mensen en gaat anticiperen, dat wil zeggen dat het gedrag gaat vertonen om de klap of andere straf te ontwijken. Omdat dezelfde handen die slaan ook de handen zijn die een halster en hoofdstel aanbrengen volgt heel vaak generalisatie; het veulen gaat angst ontwikkelen voor mensenhanden die iets rond of aan het hoofd willen doen. In extreme gevallen ontwikkelt een veulen zelfs angst voor mensen in het algemeen.

Steun en onderdanigheid

Een veulen dat bij zijn moeder loopt en plotseling schrikt of geconfronteerd wordt met een nieuwe situatie zoekt de nabijheid van moeder of soortgenoten. Afhankelijk van leeftijd en karakter zal het steun zoeken door te drinken en fysiek contact te maken. Het dier heeft op dat moment geen behoefte aan melk, maar aan het geruststellende gevoel van zuigen. Net afgespeende veulens kunnen in voor hen stressvolle situaties deze steun ook zoeken bij mensen. Bij dit steunzoekende ‘bijten’, of sabbelen op kledingstukken helpt corrigeren uiteraard ook niet.

Door alert te zijn kunnen we het gedrag voorkomen. Als we daarnaast het veulen tijdens het opgroeien de juiste omstandigheden en een rustige begeleiding bieden dan verdwijnt deze vorm van bijten vanzelf. Tot die tijd is het beter om een onzeker veulen een alternatief te bieden door hem een touwtje, vastgemaakt aan het halster aan te bieden of een speelgoedje of een pluk hooi voor zijn mond te houden. Ook bestaat ‘veulenhappen’ in de vorm van de karakteristieke bewegingen die een veulen met zijn mond maakt als hij in de nabijheid komt van een volwassen paard of soms ook mens. Er is de heel duidelijke vorm waarbij het veulen de lippen wat uit elkaar brengt en klapperende bewegingen maakt, maar het kan ook subtieler. Dan heeft het iets weg van een vis die op het droge naar lucht hapt. Te vaak hoor ik nog dat deze geritualiseerde gedragingen aangezien worden voor bijtintenties. Als het veulen wordt afgestraft is de basis voor nog meer misverstanden gelegd.

Netjes aan het halster lopen

Als we willen dat een veulen zich rustig door ons laat leiden dan zullen we hem dit gedrag moeten aanleren. Wanneer we een veulen aan het halster trekken als hij ons voorbijloopt of hem met wilde armbewegingen terug laten deinzen is de kans groot dat we een schrikreactie krijgen en vervolgens een veulen dat niet graag bij mensen in de buurt komt. Netjes leren lopen gaat het snelste als we zelf rustig zijn, waarbij de houding van ons lichaam en het niet vastzetten van onze adem een eerste vereiste zijn. Om duidelijk te maken wat we van het veulen verlangen is goed gedrag belonen de snelste weg. Gedrag dat iets oplevert, wordt in de toekomst herhaald. Omdat springen, bijten en tegen mensen aanduwen, natuurlijk en vooral ook zelfbelonende gedragingen zijn, is het zaak dit gedrag zoveel mogelijk te voorkomen in plaats van het later met veel moeite te moeten oplossen.

Het verbaast me steeds weer hoe snel paarden leren dat de druk van het halster verdwijnt als ze afstand houden en ze eventueel ook nog voor dat gewenste gedrag een lekker voertje krijgen. Om de periode van de aanleerfase te overbruggen kunnen we een veulen tijdens het lopen bezighouden met een pluk hooi. Ook het al tevoren bedenken van een praktische oplossing voorkomt ellende. Een veulen met een overdaad aan energie is beter in bedwang te houden door twee touwen aan het halster waarbij aan iedere kant een geleider aanwezig is. De weg naar het weiland zoveel mogelijk schrikvrij maken voorkomt plotselinge manoeuvres. Aanleren om netjes naast de eigenaar te lopen lukt het beste als het veulen tevoren zijn energie grotendeels kwijt is. Realiseer je dat wat voor ons één oefening lijkt, voor het veulen bestaat uit meerdere stappen. Een halster dragen en daar ook druk op voelen zijn twee verschillende situaties. Dan moet hij ook nog leren stilstaan en stoppen op commando, leren zijn tempo aan te passen, de ruimte van de mens respecteren, enz. Pas afgespeende veulens kunnen fysiek wel flink zijn, maar in dat grote lijf schuilt nog steeds een ‘kind’. Oefen daarom vaak kleine stukjes, haal druk weg als het paard goed gedrag vertoont of beloon hem met een voertje. Door alsmaar druk te zetten op een halster zonder die druk weg te nemen als het veulen goed gedrag vertoont, leert het dier dat het, wat het ook doet, toch geen enkele invloed en controle kan uitoefenen op wat komen gaat. En juist dat soort ervaringen, de gevolgen van zijn gedrag, zijn mede bepalend hoe het zich in relatie tot de mens ontwikkelt. |

Tekst: Debbie Rijnders/Foto: Remco Veurink

Reacties