Ellen en Marc Beckers: “Ondanks zijn verleden wordt Imola echt een grote”

Ellen en Marc Beckers: “Ondanks zijn verleden wordt Imola echt een grote”

De achtjarige Imola (v. Kannan) is niet het type sportpaard waar iedereen tegenwoordig warm voor loopt. De ruin heeft een slechte start gehad en is van jongs af aan veel uitgelachen door mensen die niks in hem zagen. Toch dachten zijn eigenaren Ellen en Marc Beckers geen moment aan opgeven en hebben ze het ‘lelijke eendje’ alle kansen gegeven om zich te ontwikkelen tot de internationale springsport.

Imola werd gefokt en geboren bij Ellen en Marc. “Het is het tweede paard wat we uit deze merrie gefokt hebben. Als veulen was Imola heel groot en heel braaf. Hij was zelfs zo braaf dat we ons afvroegen of hij in de ring wel genoeg bloed zou hebben”, steekt Ellen lachend van wal. Omdat ze op dat moment geen andere hengstveulens hadden, werd er besloten om Imola in de opfok op te laten groeien. “Als driejarige hebben we hem weer opgehaald, maar hij was echt op sterven na dood. Hij was super mager, het was zo verschrikkelijk dat we gelijk de dierenarts hebben laten komen”.

Overleven

Imola als veulen met dochter Senna en Marc.

Ellen en Marc wisten op dat moment niet of de bruine ruin het wel zou redden. “We hebben hem toen bij twee shetlanders in het land gezet, maar hij werd gelijk bij het eten weggejaagd door die pony’s. Toen wisten we eigenlijk gelijk dat hij in de opfok gewoon geen kans maakte tegenover de andere hengsten. Hij had gegeten om te overleven, wat natuurlijk lang niet genoeg is voor een paard in de groei. Ook zijn formaat zat niet mee, want hij was heel groot. Hij was er zo slecht aan toe dat als je hem in een weiland had zien staan, menig mensen de dierenbescherming hadden gebeld”.

Veearts Mark Deuss is vanaf het begin af aan ingeschakeld om de ruin er weer bovenop te helpen. “Hij heeft gelijk een goede wormenkuur en vitamines gegeven, om te zorgen dat hij er weer bovenop zou komen”, legt Marc uit. “Deusse vertelde dat het heel lang zou duren, maar zag nog wel goede hoop in dat het nog goed zou komen. Vanaf toen zijn we verdergegaan en heeft Imola eerst een hele tijd op het land gelopen met een pony, zodat hij aan kon sterken. Dat heeft een hele tijd geduurd, maar toen hij vier werd zijn we heel langzaam begonnen met het zadelmak maken wat hij heel goed oppakte. Toch betwijfelden de mensen die hem hadden beleerd, of hij wel genoeg bloed zou hebben”.

Vrijspringen

Eén van de momenten die zowel Ellen als Marc zich nog goed herinneren, was de eerste keer dat Imola los sprong. “Hij was nog niet helemaal aangesterkt, maar we waren heel erg benieuwd hoe onze merrie fokte, dus we besloten een keer met Imola te vrijspringen. Maar het leek echt helemaal nergens op”, geeft Ellen lachend toe. “We vroegen ons toen echt af wat we met hem aan moesten”.

Toen de ruin terugkwam van het beleren gingen Ellen en Marc er zelf mee aan de slag. Marc: “Ik heb gelijk vanaf de eerste dag gezegd dat Imola genoeg bloed had en het echt wel in zich had. Alleen hij was gewoon heel slap. En als je galoppeerde met hem, was je in drie galopssprongen aan de overkant, zo’n grote galop had hij. Het leek alsof hij helemaal niet kon sluiten in de galop en heel slungelig was. Totdat we een keer een sprongetje gingen maken onder de man. Dat was het moment dat hij veranderde in een totaal ander paard, op het moment dat we naar de sprong toe reden kwamen zijn kwaliteiten opeens naar boven. Hij was heel slim op het hout en ik kreeg altijd een goede afstand gereden met hem. Tijdens het springen wist hij hoe alles moest en gaf hij me een geweldig gevoel. Vanaf toen wisten we dat het een ontzettend slim en getalenteerd paard is”.

Antieke tractor

“Als je zijn hoofd ziet zou je echt niet verwachten dat hij zo goed is, het is echt geen type sportpaard dat je vaak ziet”, legt Ellen uit. Marc vult lachend aan: “Imola is een antieke tractor. Ik weet nog goed dat er een handelaar langskwam die niet wist wat hij zag toen ik Imola liet zien. ‘Ik ga je niet vertellen wat het is, maar ik ga je vertellen dat je nog wat van dit paard gaat horen’, heb ik toen tegen hem gezegd. Hij lachte me heel hard uit, maar ik ben gewoon rustig verder gegaan”.

Debuut

Toen Imola zes was werd hij voor het eerst uitgebracht op concours. “Hiervoor miste hij nog de kracht. Hij sprong vijf sprongen heel goed, maar daarna was de kracht gewoon op, al bleef hij wel altijd lopen. Als Imola de ene dag iets leerde, konden we daar een dag later weer mee verder. Hij had een goede wil en wilde altijd leren, dat beviel mij ontzettend goed. Ook in de communicatie was hij heel duidelijk. Helemaal in het begin kon hij precies aangeven wanneer de energie op was en hij niet meer wilde. Dan wist ik precies wanneer het klaar was. Het had geen zin om met hem te gaan vechten, ik ben hem zo gaan trainen dat hij zelf aan kon geven wanneer hij niet meer kon”.

Marc vervolgt: “Gelijk vanaf de eerste wedstrijd laat hij zicht ontzettend goed zien en wordt hij elke keer beter. Hij loopt nu internationaal op 1.30M-niveau, maar 1.35M gaat hem ook heel makkelijk af. Het is een paard voor het grote werk, daar ben ik van overtuigd. Imola heeft zo veel vermogen, voorzichtigheid en intelligentie, dat het tijdens het rijden nog veel beter voelt dan dat het er op het eerste gezicht uit ziet”.

Echte binnenvetters

Het stel heeft nooit gedacht aan opgeven. “Na het losspringen hebben we heel even getwijfeld”, geven ze lachend toe. “Maar we wilden hem niet afgeven omdat hij op die leeftijd niet los kon springen. Ik heb Siebe Kramer nog gesproken, die Imalo’s vader heeft gefokt. Hij vertelde dat Kannan-nakomelingen echte binnenvetters en heel laat rijp zijn. Zolang ik een hoogbenige had staan, hoefde ik me nergens zorgen over te maken”, blikt Marc lachend terug. “En ik had geluk, want die had ik. Op mijn vraag of ze los konden springen antwoordde Siebe: ‘Dat kunnen ze niet’. En toen wist ik dat ik nog meer geluk had”.

Mede daarom besloten ze om de ruin gewoon zo veel mogelijk kansen te geven. “Hij komt van heel ver en hij verdient het gewoon om zichzelf te laten zien. We hebben eerder ook paarden gehad waarvan mensen niks verwachtten, maar die het toch echt zijn geworden. Het is voor ons de passie en de sport om paarden waarvan mensen zeggen: ‘dit wordt nooit wat’, een kans te geven”.

Net wat extra

Ook de veearts Mark is vanaf het begin af aan al betrokken geweest bij dit paard en heeft zich vol ingezet om de ruin te redden. “Hij kent Imola vanaf het slechtste moment. Ik heb hem meerdere keren opgebeld toen ik dacht dat Imola het echt niet meer aankon, maar Mark hield de moed er altijd in. Mede door hem, en ons eigen gevoel, zijn we verder gegaan. Uiteindelijk was alles het waard. Ik heb veel paarden gereden, ook wel echt goede paarden, maar Imola geeft altijd net wat extra”, vertelt Marc.

Als afsluiting willen Ellen en Marc meegeven dat elk paard een kans verdient. “Veel paarden worden vergeten. Mensen zijn tegenwoordig veel meer commercieel bezig dan eerst. Er zijn steeds minder paardenmensen die hun paarden de kans geven en echt in ze geloven. Er wordt heel snel gezegd dat het paard niet goed genoeg is. Terwijl hij nog helemaal niet de kans heeft gekregen om zich echt te bewijzen. In de topsport lopen nu veel paarden mee die als jong paard niet zijn opgevallen. En paarden die als jonge paarden wel zijn opgevallen, horen we niks meer van. Heel veel paarden worden te snel veroordeeld omdat ze bijvoorbeeld geen goede afstamming hebben of niet goed gebouwd zijn. Ze worden beoordeeld vanaf de zijkant, en ik ben van mening dat je pas kan beoordelen als je met ze gewerkt hebt”.

Bron: Hoefslag (overname zonder bronvermelding en toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan)

Foto’s: Ingrid Sanders – Privébezit

Reacties