Blog Liz Barclay: ‘En zo kwam ik terecht in Cornwall’

Blog Liz Barclay: ‘En zo kwam ik terecht in Cornwall’

Dressuur rijden
Dressuur rijden

Maak kennis met dressuur en alles erom heen in de UK dankzij de ‘blog van Liz Barclay’

Wedstrijd met dressuurbanen

Het moet het voorjaar van 1999 geweest zijn. Jeetje, wat is dat al weer lang geleden. Samen met mijn man Buz reed ik in mijn lelijke knalgele vrachtwagen (een minimaal verbouwde kantinewagen van de Engelse spoorwegen), Marie achterin rustig trekkend aan haar hooinet, de lange oprijlaan op naar Arlington Court, een prachtig oud landhuis in de buurt van het stadje Barnstaple in Devon. En opeens kreeg ik het te kwaad; door een waas van tranen keek ik naar de prachtig bloeiende Camelia’s die aan beide kanten, samen met de nog in knop zijnde Rhodondendrons, de eindeloos lange oprijlaan versierden. Dit was mijn dag, de dag waar ik zo lang zo hard voor gewerkt had. Een wedstrijd met de dressuurbanen vlak voor het prachtige statige oude landhuis, zoals dat vaak in Engeland op de grotere wedstrijden het geval is.

Heuvels

Buz keek me een beetje van opzij aan en begreep er natuurlijk weer niets van. Een zeezeiler die paarden wel leuk vond, hoor, maar niet echt ooit kon bevatten hoe diep dat zat, die paardenliefde en devotie, dag in dag uit.  En dan voor een wedstrijd om vier uur of zo je bed uit om in te vlechten! Ik was al lang blij dat hij mee wilde, die keer. Het was zo’n vier uur rijden en voor een plattelandse meid uit Nederland altijd weer een vermoeiende uitdaging met al die heuvels en smalle kronkelwegen.

Bennie van Sommeren

Het was prachtig weer en, na tussen alle supermooie paarse, blauwe en sjiekgrijze vrachtwagens (met snelheidsstrepen) geparkeerd te hebben, liep ik onmiddellijk een Nederlander, Bennie van Sommeren, tegen het lijf. We zaten samen in de zelfde twee M-klassen, ik op Marie en hij op een prachtig bewegende KWPN-er voor een eigenaar. Bennie was nog niet zo lang geleden in Devon komen wonen. Het toeval wilde dat hij ook op manege ‘De Liemers’ in Beek bij Montferland zijn stage had gedaan, net zo als ik. Alleen… hij had alle Deurne papieren in zijn zak en ik helaas niet. Een bromfietsongeluk had daar een lelijk stokje voor gestoken en mijn instructeur carrière kon ik gevoeglijk op mijn buik schrijven… dacht ik toen.

Het gekke was dat mijn drang om in Cornwall te wonen voor een deel gebaseerd was om niet meer geconfronteerd te worden met de Nederlandse paardenwereld’

Bloed, zweet en tranen

Tien jaar heeft het geduurd voor mijn verbrijzelde bovenbeen weer sterk genoeg was om toch het rijden weer op te pakken. Een hoop bloed, zweet en tranen, maar het bloed kroop en na in 1986 naar Cornwall te zijn verhuisd, ging ik nu dan op mijn eigen gefokte paard, een Irish Draught gekruist met volbloed en daarmee een typisch Engels fokprodukt, mijn M proeven rijden, praktisch in de voortuin van zo’n mooi Engels landhuis.

 

Laag pitje

Het gekke was dat mijn drang om in Cornwall te wonen voor een deel gebaseerd was om niet meer geconfronteerd te worden met de Nederlandse paardenwereld, de wereld waarvan ik geen deel kon zijn zoals ik had gewild, als instructeur en professioneel ruiter. Cornwall was bij uitstek het deel van Engeland waar de wedstrijdsport op een zeer lag pitje stond omdat het een uithoek was met een slecht wegennet en daarbij ook weinig mooie uitrijmogelijkheden. Wel werd er veel op vossen gejaagd.

Tussen twee longeerlijnen

Daar kwam ik al snel achter toen bleek dat mijn nieuwe, best wel sjieke, buurvrouw de secretaresse van een van de jachtverenigingen was en haar wat oudere man, de graaf van Fowey, een jachtruiter van de ouwe stempel. Zij woonden zo’n drie mijl verderop aan hetzelfde smalle weggetje als mijn cottage. Tja, en zo kwam het balletje aan het rollen. Hun groom verhuisde en ze konden zo gauw geen nieuwe vinden. Ik ben tijdelijk ingesprongen en voor ik het wist zat ik op een groen paard ergens op een buitenweggetje, want zo deden ze dat hier. Niks geen longeren, niks geen buitenbak, gewoon tussen twee longeerlijnen de weg op en dan vanaf de heg er een paar keer erover heen leunen. Als dat goed ging been erover en dan zorgden de heggetjes er wel voor dat je niet teveel hoefde te sturen.

Anders te werk

Ik moet zeggen, het was wel anders maar het werkte. Het was het moment dat ik me open heb gesteld, ik moest wel, voor de ideeën van paardenmensen die heel anders te werk gingen dan ik van  huis uit gewend was. Het paste bij hen en hun soort paarden. Paarden die een totaal andere mentaliteit hadden dan de warmbloed. Paarden met een sterke eigen opinie die in het jachtveld hun mannetje stonden en door goed voor zichzelf te zorgen ook voor hun ruiter te zorgen.

Master

Toen ik mijn Ierse fokmerrie had gekocht vroeg John (de graaf) aan me wat ik wilde fokken. En ik vertelde hem dat ik maar af moest wachten wat er ging gebeuren tijdens het aanrij process. Wilde het springen dan werd het een springpaard, wilde het dressuren, enzovoort. John vroeg mij wat ik van een dressuurpaard verwachtte. Dit was een man die bijna tachtig was en sinds zijn derde in het jachtveld verkeerd had, master van diverse respectabele Engelse hunts was geweest, maar nog nooit een rijbaan van binnen had gezien.

Gevoelig


Ik besloot het hem op zijn eigen terrein uit te leggen. ‘John’, zei ik, ‘Als jij op je paard achter de hounds aan rent op de Bodmin Moor (wijds natuurgebied), en het ligt er vol granieten rotsblokken, dan wil jij dat jouw paard zo gevoelig voor de kuit is dat het onmiddellijk om jouw been heen die rotsblokken ontwijkt in een zodanige balans dat het veilig en prettig voelt.’  ‘Oh’, zei John, ‘Zo’n paard wil ik helemaal niet. Moet ie zelf uitzoeken, ik wil gewoon alleen maar achter de hounds aan en een vos vangen.’ En zo begon er voor mij een heel nieuw hoofdstuk in mijn leven. Met het Engelse paard, moedig maar ook dat lastige eigen willetje, waar ik als Nederlandse warmbloed vrouw toch wel heel erg aan moest wennen en heel veel moest leren.

Roeli Bril en Jan Oortveld

Bijna dertig jaar later kijk ik niet alleen terug maar zit ook nog middenin een prachtige carrière als dressuur trainer met super klanten, velen eventing ruiters, in Cornwall, nu zoveel beter verbonden met de competitie wereld vanwege betere wegen. Daarbij ben ik m’n Gelderse thuis nooit vergeten en kom een keer in het jaar nog over de vloer bij mijn twee instructeurs van vroeger, Roeli Bril en Jan Oortveld.

De M-wedstrijd


Oh ja, en die M-wedstrijd op dat mooie landgoed? Heb ik gewonnen en meteen geselecteerd voor de regionale kampioenschappen (Bennie was tweede). Het begin van prachtige wedstrijdjaren met mijn dappere Engelse paard, Marie.


Boek Liz Barclay
Boek Liz Barclay

Liz Barclay blogt voor Hoefslag. Ze is naast dressuurtrainer in het Engelse Cornwall ook auteur van het boek ‘The farmer, the coal merchant, the baker’. In dit boek blikt ze terug naar haar jeugdjaren in Gelderland waar ze veel leerde van fokkers Henk Nijhof en Johan Venderbosch en trainers Roeli Bril en Jan Oortveld. Een echte ‘must read’ voor iedere paardenliefhebber, ook als je niet uit Gelderland komt. Meer informatie over dit boek

Reacties