Advocaten Visser: ‘Stal moest zeker nog zeven jaar bestaan’

Advocaten Visser: ‘Stal moest zeker nog zeven jaar bestaan’

ger visser
Ger Visser (foto: Remco Veurink)

De Almelose rechtbank heeft de hele woensdag uitgetrokken voor de verdediging van de familie Visser. De gehele familie wordt er namelijk van verdacht faillissementsfraude te hebben gepleegd in de aanloop naar de teloorgang van miljoenenbedrijf Eurocommerce. Volgens de advocaten van de Vissers is hier niets van waar en blijkt uit alles dat Ger Visser sr tot de dag van het faillissement zijn ondergang niet zag aankomen.

Zeeman

Pontificaal komt Visser sr met een Zeemantas het gerechtsgebouw binnen. Maandag had de Officier van Justitie de familie Visser nog verweten faillissementsfraude te hebben gepleegd,  om een leven in een rijtjeshuis in kleding van de Zeeman te voorkomen.

“Een belachelijk uitspraak”, vindt Visser sr, die wederom alleen geflankeerd wordt door zijn dochter. “Iedereen koopt bij de Zeeman en vroeger woonden we inderdaad in een rijtjeshuis.”

Zijn drie advocaten bepleiten vervolgens in estafette dat Visser senior het faillissement van zijn bedrijf niet zag aankomen en zelfs toen er surseance van betaling was aangevraagd ervan uit ging dat er nog een oplossing met de banken zou komen.

Optimistisch mens

“Visser is een optimistisch mens en heeft altijd gedacht dat de banken hem niet zouden laten vallen”, bepleit een van zijn advocaten. Uit het pleidooi wordt duidelijk dat Visser in de zomer van 2012 een faillissement alleen had kunnen voorkomen door zijn eigen functie in het bedrijf op te geven. De banken hadden namelijk hun vertrouwen in Visser opgezegd nadat uit was gekomen dat hij handtekeningen onder huurcontracten had vervalst.

“Maar daar wisten de banken van”, had Visser al eerder in het strafproces verklaard. Volgens zijn verdediging is Visser er altijd vanuit gegaan dat de banken hem te hulp zouden schieten in zijn financiële problemen die waren ontstaan als gevolg van de vastgoedcrisis.

Maar dat gebeurde niet. En omdat Visser –naar eigen zeggen– op verzoek van de banken diezelfde banken geholpen had door met privé-geld aandelen te kopen was na het faillissement van Eurocommerce Holding ook zijn persoonlijk faillissement onontkoombaar.

Familie wist van niets

Maar dat de familie Visser in de aanloop naar dit faillissement geld en goederen middels faillissementsfraude hebben proberen weg te sluizen is pertinent onjuist, aldus de verdediging.

Visser sr zag het faillissement immers niet aankomen en zijn familie had geen idee van de financiën. Bovendien had Ger Visser jr de stal al op 1 december 2011 overgenomen. Ruim een half jaar voor de uiteindelijke teloorgang van Eurocommerce Holding.

Overname marktconform

En die overname is gewoon voor een marktconforme prijs gedaan, zo pleit Vissers verdediging. De stal kostte jaarlijks namelijk 3 à 4 miljoen euro en had bij de holding al een opgebouwde schuld van 38 miljoen.

Door de verkoop aan Visser jr was Eurocommerce Holding die kostenpost in ieder geval kwijt. De waarde van het vastgoed en de paarden schatten Visser sr en jr  op 7 miljoen euro. “En die 7 miljoen had Junior natuurlijk niet op een plank liggen”, aldus een van Vissers advocaten. Dus leende Eurocommerce Holding junior 7 miljoen euro die hij  met 1 miljoen per jaar zou aflossen.

“Hieruit blijkt dat de familie Visser ervan uitging dat de stal minimaal nog zeven jaar zou bestaan.”

Ger Visser sponsorde vervolgens weer 1 miljoen per jaar aan Junior. Het OM noemde dit eerder in het proces ‘teveel toeval’. Maar ook hier hadden Vissers advocaten een verklaring voor. “De kosten van de sponsoring waren zo teruggebracht van 4 miljoen naar 1 miljoen per jaar, terwijl Eurocommerce Holding nog steeds van dezelfde faciliteiten gebruik kon maken.”

Taxaties niet te laag

De verdediging haalde vervolgens aan dat Visser sr. de stal niet aan Junior onder prijs verpatst had, iets wat de Fiod hem wel verwijt. “Visser was bekend met vastgoed en paarden. En dat blijkt ook uit de opbrengst van het onroerend goed in de executieveiling. Daarin zit een verschil van slechts 200.000,-.”

Anders is dat met de paarden. Vader en zoon Visser hebben die op 1 december 2011 gewaardeerd op 4,5 miljoen euro. Twee taxateurs hebben deze in 2012 met terugwerkende kracht naar 1 december 2011 op 4,4 miljoen gewaardeerd.

Dat de paarden in de executieveiling het veelvoudige hebben opgebracht kan verklaard worden doordat paarden in waarde fluctueren, luidde de verklaring van Vissers verdediging. “Met name London had in de tussentijd twee zilveren medailles op de Olympische Spelen gewonnen. In de veiling was zijn opbrengst op 1 miljoen geschat, maar dat werden er uiteindelijk acht.”

Vrijdag zal de Officier van Justitie nogmaals zijn visie op de zaak geven. Een uitspraak wordt rond 16 december verwacht.

Albertine Nannings voor Hoefslag, overname zonder schriftelijke toestemming van de auteur niet toegestaan

Reacties