Tags Posts tagged with "WUR"

WUR

0 56

Afgelopen week is in Kraggenburg (Noordoostpolder) een paard overleden aan de gevolgen van atypische myopathie. De eigenaresse van het paard Ruby schreef een brief aan de krant “De Noordoostpolder” over het overlijden van haar dier.

‘Vorige week heb ik een intens verdrietige gebeurtenis meegemaakt. Mijn paard Ruby heeft in de wei, door het eten van de zaden van de esdoorn, de ernstige en bijna altijd fatale ziekte A-Typisch Myopathie gekregen.

‘Dit is een vreselijke spierziekte en voor de meeste paarden bijna altijd binnen drie dagen dodelijk. Na anderhalve dag uitvoerig onderzoek en liefdevolle verzorging door Dierenkliniek Emmeloord heb ik, na verslechtering en geen enkele kans op herstel, besloten om Ruby in te laten slapen om deze lijdensweg te stoppen.

‘Afscheid te moeten nemen van Ruby, mijn maatje valt mij ontzettend zwaar, maar het kon niet anders. Deze ziekte en met name de oorzaak is bij mij en vele paardenvrienden niet bekend. Het is te voorkomen door de paarden uit de wei te halen en op te stallen.’

De oorzaak van deze dodelijke ziekte is een stof die voorkomt in de zaden van de esdoorn. Naast de esdoorn is er nog een aantal andere bomen/struiken/planten die voor problemen kunnen zorgen. RIKILT Wageningen UR en de Universiteitskliniek in Utrecht doen momenteel onderzoek naar het verband tussen atypische myopathie en de esdoorn.

Lees meer over atypische myopathie in het oktobernummer van Hoefslag (editie 10).

Hoefslag/De Noordoostpolder

0 162

Uit onderzoek van RIKILT Wageningen UR en de Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht blijkt dat er een sterk verband is tussen atypische myopathie en blootstelling aan esdoornbladeren en -zaden. Atypische myopathie is een ernstige ziekte die de dood tot gevolg kan hebben. Met name in de herfst kunnen takjes met blad/zaden in de wei terecht komen en door paarden worden gegeten. Een giftige stof (hypoglycine-A) is hiervoor verantwoordelijk. Vooral de zaden bevatten de gifstof. RIKILT heeft een test ontwikkeld waarmee hypoglycine-A kan worden aangetoond in de zaden en blad.

Zaden insturen

Niet alle esdoornzaden blijken giftig. Op dit moment wordt verder onderzoek gedaan om beter te begrijpen wat hierop van invloed is. Wilt u weten of uw esdoorns de gifstof bevatten en daarmee tevens bijdragen aan het onderzoek dan kunt zaden laten onderzoeken bij RIKILT. Er is minimaal 50 gram zaad (helikoptertjes) nodig en de naam van de esdoornsoort (indien niet bekend een foto van boom, blad en zaad). Voordat u iets opstuurt graag contract opnemen met Hans Mol (0317-480318, hans.mol@wur.nl).

Voor meer informatie kijk ook op de site van de Faculteit Diergeneeskunde.

Wageningen UR/Hoefslag

0 116

Een paard onbeperkt laten grazen in de wei zorgt voor overgewicht. Dit concluderen onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research in het rapport ‘De optimale inrichting van de paardenwei’. Met name recreatiepaarden krijgen doorgaans minder beweging en dit zou leiden tot overwicht, dat er met twee uur beweging per dag niet af te rijden is. Het overgewicht kan zorgen voor gezondheidsproblemen als insulinresistentie en hoefbevangenheid. Daarom is volgens de onderzoekers beperkte weidegang zeer aan te raden.

Via voedernormen kan men uitrekenen hoeveel gras een paard daadwerkelijk nodig heeft. Volgens het researchteam is het verstandig om een paard na een aantal uur grazen ongeveer vier uur uit de wei te houden of energiearm ruwvoer aan te bieden. Dit zorgt tevens voor rust voor de grasmat. Men kan er ook voor kiezen het paard in een weiland met weinig en kort gras te laten grazen, waarbij men wel weer rekening moet houden dat korter gras vaak een hoog suikergehalte heeft.

Klik hier voor het onderzoeksrapport.

0 57

Paardenwelzijn objectief meten is mogelijk, maar niet eenvoudig. Met objectieve meetmethoden kunnen de feiten van de emoties worden gescheiden. Dit is één van de resultaten van het driejarig onderzoek naar de ontwikkeling van een welzijnsmonitor voor de paardenhouderij. In opdracht van ministerie van EL&I, de sector paardenhouderij en de Dierenbescherming heeft Wageningen UR Livestock Research een dergelijke monitor ontwikkeld.

De Welzijnsmonitor Paardenhouderij is gebaseerd op de internationaal erkende methodiek van Welfare Quality® waarbij niet primair naar de omgeving van het dier, maar vooral naar het dier zelf gekeken wordt. Hierbij worden alle aspecten van welzijn meegenomen: voeding, huisvesting, gezondheid en gedrag. Om het welzijn op deze manier integraal te kunnen beoordelen, zullen auditors een training met succes moeten afronden. De welzijnsmonitor biedt organisaties in de sector de mogelijkheid een auditsysteem op te zetten, om paardenhouders te helpen het welzijn van hun paarden, waar nodig, te verbeteren.
Ontwikkeling welzijnsmonitor

In Nederland worden tussen de 300.000 en 500.000 paarden gehouden en ingezet op vele manieren; van politie tot zorgboerderij en van landbouw tot (top)sport en recreatie. Bijna 900.000 mensen zijn actief met de paardensport bezig, ruim 450.000 mensen rijden wel eens paard. Het aantal paardenhouderijen (mensen met paarden) is groter en meer divers dan de houderij van productiedieren.
Niet alle paarden worden gehouden en gebruikt volgens de welzijnsdefinitie voor dieren in Europa. Welzijnsproblemen hangen grotendeels samen met (individuele) huisvesting, voederregime en gebruik.
Naar aanleiding van klachten over het dierenwelzijn hebben experts in 2007 en in 2011 het ongerief bij dieren (waaronder paarden) geïnventariseerd. Met deze kennis is de wetgeving (Nota Dierenwelzijn) aangepast door de toenmalige minister van LNV, Gerda Verburg. De minister gaf de paardensector de opdracht om zelf aan de slag te gaan met dierenwelzijn. De Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS), de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) en de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) namen het initiatief om een welzijnsmonitor voor paarden te ontwikkelen.
Kenmerken omzetten in protocollen

Om te komen tot een praktisch toepasbare monitor hebben onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research, de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en de Gezondheidsdienst voor Dieren 150 bedrijven bezocht en zo’n 3000 paarden bekeken. De onderzoekers hebben alle parameters die van invloed zijn op het welzijn in kaart gebracht. Voor het eerst is daarbij niet alleen naar de accommodatie gekeken, maar vooral ook naar het paard zelf in de vorm van gedragingen en uiterlijke gezondheidskenmerken.
Om deze kenmerken te meten hebben de onderzoekers protocollen ontwikkeld voor gezondheid, gedrag en huisvesting. Deze protocollen zijn vervolgens op de 150 bedrijven uitgevoerd. Vijfdejaars studenten diergeneeskunde zijn, samen met zeven andere studenten van hogescholen en Wageningen UR, speciaal hiervoor getraind tot auditors. Op basis van deze ervaringen is een standaard ontwikkeld (de Welzijnsmonitor Paardenhouderij), die op een betrouwbare en wetenschappelijk onderbouwde wijze het welbevinden van paarden kan meten en die op grote schaal inzetbaar is.
Paardenwelzijn afhankelijk van kennisverspreiding en bewustwording

Projectleider van het onderzoek, dr. Kathalijne Visser van Wageningen UR Livestock Research, stelt dat het waarborgen van paardenwelzijn voor een belangrijk deel afhankelijk is van kennisverspreiding en bewustwording. Terugkijkend op het onderzoek concludeert Visser dat paardenhouders het doorgaans goed met hun dieren voorhebben. “Ze gaan met de beste bedoelingen te werk, maar het ontbreekt soms aan kennis en mogelijkheden. En dat kan in sommige gevallen toch tot een aantasting van het welzijn leiden. In de uitvoering van ons onderzoek is veel aan bewustwording gedaan. Ondernemers worden zich door de audit bewust van het welzijn van hun dieren. Met de welzijnsmonitor kunnen ze de situatie op hun bedrijf verder verbeteren. Dat zie ik als een winstpunt.”

 

Hoefslag/Wageningen

0 42


Binnenkort worden de komende maanden op 150 bedrijven elk twintig paarden op welzijn onderzocht. Het initiatief komt uit de paardensector zelf, omdat men nu eens precies wil weten hoe paardenwelzijn in verschillende omstandigheden kan worden gemeten. Per paard duurt het onderzoek (in samenwerking met de WUR in Wageningen , klinisch, huisvesting, klimaat en gedrag) een kleine twintig minuten. Daarnaast wordt door de speciaal daarvoor opgeleide onderzoekers per paard informatie ingewonnen bij de stalhouder/eigenaar, alsmede algemene informatie over het betreffende bedrijf. De 150 bedrijven waar de gedragstesten en klinische keuringen worden gehouden, vormen een afspiegeling van manegebedrijven , pensionstallen, opfokbedrijven en africhtingstallen. Het is de bedoeling dat het project eind 2010 is afgerond. De initiatiefnemers zijn FNHO, LTO en KNHS. Het ministerie van Landbouw is medefinancier.

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,338FansLike
0VolgersVolg
6,984VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer