Tags Posts tagged with "voer"

voer

0 2035

In de maanden na de geboorte laar de merrie het veulen steeds minder vaak drinken en leert het veulen vaste voeding te eten, zoals hooi, gras en krachtvoer. Na ongeveer een halfjaar wordt het veulen vaak gespeend, ofwel van de moeder af gehaald. In deze voor het veulen stressvolle periode kunnen verschillende spijsverteringsproblemen ontstaan.

  1. Pas op met krachtvoer

Krachtvoer bevat veel zetmeel. De enzymproductie van het jonge veulen is nog niet dusdanig ontwikkeld dat het grote hoeveelheden zetmeel kan verwerken. Door stress kan bovendien het spijsverteringsstelsel extra snel werken, waardoor de kans dat zetmeel in de dikke darm terecht komt, extra groot is. De verzuring van het darmstelsel die hierdoor ontstaat, kan leiden tot diarree en koliek, en tot veranderingen in darmflora die zelfs op latere leeftijd nog problemen kunnen geven.

  1. Goede kwaliteit ruwvoer

Jonge veulens groeien snel en hebben veel energie nodig. Om het risico van teveel zetmeel te beperken, kan deze energie het beste uit voornamelijk ruwvoer worden gehaald. Vers gras, goed hooi en/of goede kwaliteit kuilgras zijn goede energiebronnen voor veulens. Een ruwvoeranalyse is hierbij verstandig, omdat dat eventuele scheve verhoudingen en/of lage of hoge gehaltes aan mineralen en sporenelementen in het ruwvoer kunnen laten zien, waar met bijvoorbeeld een supplement op ingespeeld kan worden.

  1. Gras, gezelschap en beweging

Voor een veulen is gezelschap en vrije beweging een absolute must. Zeker na het spenen moet een veulen worden omringd door soortgenoten, al dan niet van zijn eigen leeftijd, om het ontbreken van zijn moeder op te vangen. Gras van een goed onderhouden weiland vormt daarbij een waardevolle energiebron, die een veulen kan helpen gezond door de moeilijke speenperiode heen te komen.

Onder invloed van stress lijden veel gespeende veulens aan maagzweren. Het is lastig dit volledig te voorkomen; de speenperiode blijft altijd stressvol, zelfs wanneer dit geleidelijk gebeurt. Qua voeding kan het helpen om een beperkte hoeveelheid luzerne bij de voeren (matig vanwege de scheve calcium/fosfor-verhouding). Luzerne heeft de eigenschap de zuurgraad in de maag iets te verlagen, wat de kans op het ontstaan van maagzweren verkleint.

Lees meer over voeding voor gespeende veulens.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 1517

Veel mensen belonen hun paard of pony regelmatig met wat lekkers. Een appel, een wortel, een snoepje, een paar sneeën uitgedroogd brood, maar soms ook een bak appels, een schep muesli, of een half brood. Het paard vindt het lekker, maar teveel extra’s kunnen leiden tot overgewicht, opdringerig gedrag en spijsverteringsproblemen.

1. Niet te veel/te vaak

Extra’s zijn vaak rijk aan voedingsstoffen. Ga er daarom spaarzaam mee om, want overgewicht ligt op de loer. Ook kan het gehele rantsoen uit evenwicht worden gebracht wanneer er veel/vaak extra’s worden gevoerd. Overschotten aan allerlei voedingsstoffen kunnen leiden tot vage klachten die vaak niet worden herleid tot de ‘extra’s’.

2. Pas op met fruit en brood

Zowel fruit als brood is suikerrijk, waardoor het schommelingen in de bloedsuiker veroorzaakt en bij sommige paarden/pony’s leidt tot problemen zoals bijvoorbeeld hoefbevangenheid. Teveel fruit of brood kan ook gemakkelijk (gas)koliek veroorzaken.

3. Zorg dat het rantsoen in balans is

Het basisrantsoen (ruwvoer en krachtvoer) moet zoveel mogelijk uitgebalanceerd zijn, met voldoende energie, eiwit en vitamines/mineralen. Eventuele ‘gaten’ kunnen worden opgevuld met een zorgvuldig gekozen supplement. Ook extra’s dienen bij het rantsoen geteld te worden; dit eet je paard tenslotte ook.

4. Ongewenst gedrag

Paarden die te pas en te onpas iets lekker krijgen, kunnen vervelend en opdringerig gedrag gaan vertonen, zoals schrapen op de poetsplaats, opdringerig gedrag op stal of in de wei. Soms kan dit tot gevaarlijke situaties leiden. Consequent omgaan met beloningen helpt problemen voorkomen.

Lees meer: 10 tips voor het voeren van paarden

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

Thibault Fournier

Qua voedingsbehoefte kun je niet alle sportpaarden over één kam scheren. Ten eerste is ieder paard anders, en bovendien vraagt iedere sportdiscipline iets anders van een paard en heeft die zijn eigen kenmerken met betrekking tot afstand, snelheid, duur, kracht en explosiviteit. Een paard moet geschikt zijn voor de betreffende discipline, maar ook het rantsoen moet hierop aansluiten. SGW/Eventing is een combinatie van dressuur, cross en springen, waardoor een combinatie van verschillende energiebronnen nodig is.

1. Langzame energie

Het dressuuronderdeel in een eventingwedstrijd is een laag intensieve prestatie die vraagt om langzame energie in de vorm van vetten. Een paard kan vet heel efficiënt verteren en gebruiken als energiebron, waarbij weinig afvalstoffen (melkzuur) ontstaan en minder snel vermoeid- en stijfheid optreedt.

2. Snelle energie

Een springparcours vraagt weer om snel beschikbare energie, die zonder zuurstof verbrand kan worden. Een eventer heeft daarom, net als een springpaard, een gecombineerd rantsoen met een gemiddelde hoeveelheid koolhydraten nodig, om piekprestaties mogelijk te maken.

3. Extra reserves

Eventing vraagt extra uithoudingsvermogen van een paard in de vorm van een wegtraject met hindernissen. Extra reserves in de vorm van vocht en energie zijn hierbij erg welkom. Door ervoor te zorgen dat de darmen met ruwvoer gevuld zijn, kan het paard hieruit ‘tappen’ wanneer nodig. Bovendien zorgt ruwvoer voor een langdurige productie van het vetzuur azijnzuur, dat direct als energiebron door het paard kan worden gebruikt.

Lees meer over voeding voor eventers.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

Qua voedingsbehoefte kun je niet alle sportpaarden over één kam scheren. Ten eerste is ieder paard anders, en bovendien vraagt iedere sportdiscipline iets anders van een paard en heeft het zijn eigen kenmerken met betrekking tot afstand, snelheid, duur, kracht en explosiviteit. Een paard moet geschikt zijn voor de betreffende discipline, maar ook het rantsoen moet hierop aansluiten. In het vorige artikel gingen we in op voeding voor dressuurpaarden; een springpaard heeft echter andere behoeftes.

Snelle energie

Springpaarden moeten in de wedstrijd piekprestaties leveren, waarbij in weinig tijd veel energie gevraagd wordt. Hiervoor zijn voldoende koolhydraten nodig. Granen zijn rijk aan zetmeel en worden daarom voor springpaarden veel gebruikt. Bij het gebruik van granenmix is het wel belangrijk om de scheve calcium/fosfor verhouding recht te trekken met een vitamine- en mineralenkorrel en eventueel calciumrijke voedermiddelen, zoals bietenpulp en luzerne.

Herstel

Na de wedstrijd heeft een springpaard aardig wat afvalstoffen in zijn spieren. Om deze goed af te kunnen voeren en bovendien ook tijdens de prestatie schade aan cellen te verminderen, zijn antioxidanten belangrijk. Vitamine E (in combinatie met selenium) en C zorgen hiervoor. Vitamine C wordt door de lever zelf aangemaakt, maar die aanmaak kan tijdens het wedstrijdseizoen achterlopen op de behoefte van het paard. Extra toevoeging kan daarom welkom zijn.

Ook langzame energie!

De training van een springpaard is vaak veel minder intensief dan een wedstrijd, waardoor er op ‘doordeweekse dagen’ minder behoefte is aan koolhydraten. Voor het paard is het echter niet goed om het rantsoen steeds aan te passen. Beter is het om een combinatie te maken tussen koolhydraten (<25%) en een iets hoger vetgehalte (>6%) in het rantsoen en dit dagelijks te voeren.

Lees meer over energiebronnen voor paarden.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Stefano Grasso/Longines GCT

0 880

Steeds meer paarden en pony’s zijn te dik en lijden in meer of mindere mate aan stofwisselingsproblemen, ofwel EMS (equine metabolic syndrome). Voorbeelden hiervan zijn insulineresistentie en hoefbevangenheid. De ziekte van Cushing (PPID, pituitary pars intermedia dysfunction) is geen gevolg van overgewicht, maar een tumor in de hersenen en zorgt voor vergelijkbare stofwisselingsproblemen als bij EMS. Paarden en pony’s met deze afwijkingen hebben een aangepast rantsoen nodig om grotendeels symptoomvrij te blijven.

Weinig zetmeel en suiker

Paarden met EMS/Cushing zijn zeer gevoelig voor schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Daarom moet de hoeveelheid snel opneembare koolhydraten in de voeding zo laag mogelijk zijn. Dit betekent een zetmeelvrij en suikerarm (suikervrij is onmogelijk!) rantsoen. Beperk de hoeveelheid krachtvoer en gebruik liever een graanvrij/graanarm product dan een regulier krachtvoer, of een volledig vitamine- en mineralensupplement.

Veel ruwvoer

Ruwvoer is rijk aan vezels; langzaam verteerbare koolhydraten die in de darm van het paard worden afgebroken door darmbacteriën. Grofstengelig hooi is voor dit type paarden het beste, maar ook bij grofstengelig hooi kan het suikergehalte per batch (bemesting, oogstmoment, etc) sterk variëren. Kies een zo constant mogelijke kwaliteit en laat het hooi analyseren (bij de Blgg) om zeker te zijn dat het suikergehalte niet te hoog is.

Opletten met weidegang

Vers weidegras is rijk aan vocht, maar kan ook heel veel suiker bevatten, vooral bij zonnige dagen en koude nachten (in voorjaar/najaar). Laat een paard met EMS of Cushing bij voorkeur alleen overdag een beperkt aantal uren grazen, om de hoeveelheid suiker zoveel mogelijk te beperken.

Voor sommige paarden met EMS of Cushing biedt een ruwvoerrantsoen onvoldoende energie. In deze gevallen kan bijvoorbeeld bietenpulp (met een extra laag suikergehalte!) met plantaardige olie worden bijgevoerd.

Lees meer over voeding bij Cushing, insulinerestentie en hoefbevangenheid.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 882
Foto: Remco Veurink

Paardeneigenaren worden gelukkig steeds kritischer bij het beoordelen van het rantsoen van hun paard. Aandacht voor de mineralenvoorziening hoort daar ook bij. Mineralen vervullen tal van functies in het lichaam en wanneer er iets schort aan de mineralenvoorziening, zijn gezondheidsproblemen onvermijdelijk. Met de cijfers van de dagbehoefte aan mineralen van het CVB, een mineralenanalyse van het ruwvoer en uitgebreide voederwaarde van het krachtvoer kan een redelijke inschatting worden gemaakt van wat de stand is. Onderstaande aandachtspunten zijn bij de beoordeling van belang.

1. Tekorten moeten worden voorkomen

De absolute mineralengehaltes van het totale rantsoen zijn van belang, omdat een paard qua mineralenvoorziening van de dagelijkse voeding afhankelijk is. De behoeftecijfers van het CVB zijn een onderbouwde richtlijn voor hoeveel van welk mineraal een paard per dag nodig heeft, afhankelijk van eventuele arbeid, dracht, dekdienst, groei, etc. Het is onverstandig om je paard een rantsoen te geven dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan mineralen en sporenelementen niet biedt.

2. Scheve verhoudingen leiden tot problemen

Niet alleen de mineralengehaltes ten opzichte van de dagbehoefte zijn belangrijk, ook de verhoudingen tussen de mineralen onderling. Dit houdt in dat je niet simpelweg heel veel mineralen kunt geven, om maar zeker te zijn dat je paard voldoende binnenkrijgt. Mineralen ‘vechten’ onderling om in het bloed opgenomen te worden. Een groot overschot aan het ene mineraal kan ervoor zorgen dat een ander mineraal nog maar nauwelijks wordt opgenomen, waardoor een tekort aan dat mineraal ontstaat. Een belangrijk voorbeeld van zo’n verhouding is de calcium-fosfor-verhouding, die idealiter 2-1,5:1 is.

3. Niet alle bronnen van mineralen zijn waardevol

Zowel voor ruwvoer als voor krachtvoer geldt dat de mineralen die in het voer worden gemeten met behulp van een analyse, niet voor 100% opgenomen worden door het paard. Het is echter heel lastig in te schatten hoeveel er wel voor het paard beschikbaar komt; daar is relatief weinig over bekend. In het geval van een mineralensupplement kun je met het oog op de beschikbaarheid beter kiezen voor een iets duurder product; deze bevatten vaak de beter opneembare (en duurdere) verbindingen van mineralen, waardoor je met minder meer bereikt.

Twijfel je over de mineralenvoorziening in je rantsoen of vermoed je dat je paard een probleem heeft door een tekort of overschot, neem dan contact op met een voerspecialist en/of dierenarts. Hulp met een rantsoenberekening en bloedonderzoek kunnen een idee geven of er wel of niet een probleem bestaat.

Lees meer over mineralen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 285

Voor veel paardeneigenaren is het spenen van een veulen eenvoudigweg het veulen scheiden van de merrie. Toch komt er meer bij kijken dan deze eenvoudige voorstelling van zaken. In onderstaand artikel worden enkele zaken betreffende het spenen van een veulen besproken.

Over het algemeen gaan we er vanuit dat een veulen vanaf de vier maanden gespeend kan worden. Voorwaarde is wel dat het veulen goed krachtvoer en ruwvoer kan eten. Is dit nog niet het geval dan kan je beter nog even wachten en ervoor zorgen dat het veulen dit onder de knie krijgt. Daarom is het goed om het veulentje al vanaf de eerste week veulenbrokjes aan te bieden! Verder moet je goed naar de algemene conditie van het veulen en de merrie kijken. Als de merrie moeite heeft om in een goede conditie te blijven, ook met voldoende aanbod van merriebrok, is het verstandig om het veulen niet veel langer bij de merrie te laten. Het veulen moet uiteraard in een goede conditie zijn als het gespeend wordt.

Wijze van spenen

Tijdens het spenen van een veulen kun je er het beste voor zorgen dat het veulen op stal blijft en de merrie buiten gehoorsafstand (!) in de weide. Als het veulen al eens van de merrie gescheiden is (bijvoorbeeld als de merrie getraind wordt) zal dit niet direct voor grote problemen zorgen. Als een veulen nog nooit apart van de merrie is geweest kan het veulen in paniek raken en hevig gaan roepen en lopen. Vaak is het dan ook het beste om het veulen ver van de merrie te houden zodat er geen contact is tussen de merrie en het veulen. Zowel merrie als veulen zal zich dan vrij snel aanpassen aan de nieuwe situatie. Indien mogelijk is het voor het veulen prettig om met enkele andere veulens samengebracht te worden. De veulens hebben dan wat afleiding aan elkaar en kunnen elkaar ‘opvoeden’. Omdat veulens vaak zeer actief zijn na het spenen, moet je proberen te voorkomen dat veulens zichzelf na het spenen verwonden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan scherpe randen in de stal, aan tralies van de box waartussen ze met hun hoefjes vast kunnen komen te zitten of aan ruiten die niet afgeschermd zijn.

De merrie

Tot aan het spenen heeft de merrie melk geproduceerd. De melkproductie zal na het spenen niet van het ene op het andere moment stoppen en de merrie moet dan ook goed in de gaten gehouden worden. Daarom is een goed plan om enige weken voor de geplande speendatum de hoeveelheid krachtvoer voor de merrie te minimaliseren. Als het te lang duurt voordat de melkproduktie substantieel terugloopt is er een verhoogde kans op uierontsteking door de restmelk in het uier, wat zeer pijnlijk is voor de merrie. De merrie kan hierbij flauw worden, minder goed gaan eten, koorts krijgen en soms zelfs kreupel gaan lopen. De uier wordt eenzijdig hard en kan zeer pijnlijk zijn. Als we de melk controleren kunnen daar vlokken in zitten. Soms is het nodig een uierontsteking met antibiotica en ontstekingsremmers te behandelen. Vooral uitmelken is belangrijk, om de etterige melk te verwijderen en zo de toxineresorptie (de opname van giftige stoffen) vanuit dit ontstekingsvocht tegen te gaan. Om de melkproductie wat sneller terug te laten lopen kun je de merrie beperken in de voergift en eventueel ook in de hoeveelheid drinkwater. Denk daarbij aan minder krachtvoer en/of minder goede kwaliteit gras. Met het beperken van de hoeveelheid drinkwater moeten we wel terughoudend zijn. Paarden die te weinig drinken worden gevoeliger voor bijvoorbeeld een verstoppingskoliek. Bovendien moet een beperking van de hoeveelheid drinkwater vanuit welzijnsoogpunt niet vanzelfsprekend zijn. Om een uierontsteking te voorkomen is het verder raadzaam om de merrie voldoende beweging te geven (na het spenen buiten in de weide!).

Het veulen

Het veulen zal na het spenen erg moeten wennen aan de nieuwe situatie. Bij het ene veulen gaat dit sneller dan bij het andere. Zorg ervoor dat het veulen voldoende voer op kan nemen en geef eventueel wat extra vitaminen en mineralen om een te lage opname te compenseren. Zeker als veulens in een koppel geplaatst worden moet men goed opletten dat de veulens die onderaan in de rangorde staan niet te weinig voer opnemen. Blijven zulke veulens erg achter bij de rest, dan kun je ze beter apart houden tot ze wat ouder zijn. Veulens met een navelbreukje moeten na het spenen eigenlijk preventief geopereerd worden. Spontaan dichtgroeien gebeurt vanaf de leeftijd van drie à vier maanden niet meer. Op de plaats van de breuk is de buikwand niet gesloten en kan er een stukje darm in de breuk terecht komen. Op het moment dat het veulen alleen vast voer gaat eten is de kans hierop groter. In sommige gevallen kan dit stukje darm vast komen te zitten in de breuk. Het veulen zal dan in meer of mindere mate koliek ontwikkelen (onrustig gedrag, rollen, naar de buik trappen, zweten). Is dit het geval, wacht dan niet af en consulteer een dierenarts. Die kan proberen om het stukje darm terug te duwen in de buikholte. Als dit niet lukt, zal een spoedoperatie noodzakelijk zijn.

Ontwormen, enten en chippen

Het ontwormen van een veulen vraagt ook de nodige aandacht. Allereerst kan niet elk middel gebruikt worden, omdat er vanwege de leeftijd van het veulen een nadelige bijwerking van de werkzame stof kan optreden. Anderzijds hebben wormen een toenemende mate van resistentie tegen bepaalde werkzame stoffen. Het advies is om op basis van mestonderzoek en in overleg met een dierenarts tot een goed ontwormschema te komen. Dit is zeker van belang als de veulens in een koppel geplaatst zijn. Doel is om resistentie te voorkomen en opbouw van een natuurlijke immuniteit te stimuleren. De grens tussen beide is echter zeer smal en kan alleen op basis van een goede controle in stand gehouden worden. Overleg met de dierenarts is dan ook van belang. Vanaf een leeftijd van 5 maanden is de passieve weerstand voor influenza, tetanus en rhinopneumonie bij een veulen meestal erg teruggelopen en onvoldoende. Daarom is het zaak om in het najaar de eerste entingen te laten geven en uw kostbare veulen te beschermen tegen deze infectieziekten. Tenslotte moet men er rekening mee houden dat het (voor alle rassen) wettelijk verplicht is dat een veulen op het moment van spenen gechipt is. Zorg ervoor dat je dit geregeld hebt via het stamboek of via uw dierenarts.

 

Tekst: Ad van Beek

0 866

Sommige dieren doen bijna alles voor lekkers. Zo kent iedereen wel een paard dat schooit en zelfs niet schroomt om zijn tanden in de mens te zetten. Men denkt vaak dat belonen met voer dit soort problemen heeft veroorzaakt.

De praktijk heeft inmiddels laten zien dat werken met voer bij alle diersoorten wel degelijk trefzekere resultaten geeft.

De trainer moet zich bewust zijn van de leerprincipes: de manier waarop een dier leert. Zo mag het voer nooit gegeven worden als het dier erom vraagt want dan wordt zijn ‘vraaggedrag’ beloond met mogelijk bovengenoemde problemen als gevolg.

Het belonen met voer valt onder de primaire bekrachtigers (primaire beloning). We noemen het ‘primair’ omdat geen enkel dier hoeft te leren dat voer lekker is. Gedrag – gewenst maar ook ongewenst gedrag! – dat bekrachtigd (beloond) wordt met favoriet voer zal in de toekomst vaker worden uitgevoerd. Dat een grazer zoals een paard, minder graag werkt voor voer dan een roofdier zoals de hond, is een misverstand. Ondanks dat paarden in de natuur nauwelijks iets hoeven te doen voor hun voer omdat ze er letterlijk op lopen, zijn ze toch bijna allemaal bereid te werken voor extraatjes zoals appel, wortel, brokjes enz. Voor wie dit betwijfelt: geef je paard eens wat lekkers na goed gedrag; vertoont hij dat gewenste gedrag vaker dan heeft dus dat lekkers als bekrachtiger gewerkt. Maar stel nu dat een paard al schooiert en bijt, kunnen we dan voer als bekrachtiger gebruiken om het probleemgedrag op te lossen? Het volgende praktijkverhaal laat zien dat het kan.

Agressie

Onlangs kreeg ik een venijnig happende Shetlander in de praktijk. Zodra er mensen in zijn buurt kwamen, probeerde hij weg te lopen, maar als ze voer bij zich hadden, liet hij zich benaderen om vervolgens gericht naar de hand met het lekkers erin te bijten. Onbewust en ongewild leren veel mensen een paard om agressie in te zetten: ze geven het voer snel af als het dier opdringerig en/of agressief is. Op deze manier werd ook deze Shetlander dagelijks beloond voor het inzetten van agressie. Het dier had een vervelende voorgeschiedenis; hij had al veel eigenaren gehad en was niet overal zachtzinnig behandeld. Uit zijn ervaringen had de pony de conclusie getrokken dat weglopen en het gebruiken van agressie hem voordelen had gegeven. Door dit gedrag was de pony gevaarlijk en kon zijn huidige eigenares, een tienjarig meisje, niet meer van hem genieten. Adviezen om niet meer met voer te werken hadden tot extinctie-gedrag geleid (zie voetnoot) waardoor de pony nog harder ging bijten om alsnog te krijgen wat hij wilde. Het resoluut afstraffen van het bijten door een tik of een ruk aan het bit maakte de pony alleen maar angstig. Omdat het meisje haar pony toch graag wilde houden, was gedragstherapie de laatste optie.

Anamnese en observatie maakte duidelijk dat de pony stress en angstgedrag vertoonde als mensen iets van hem wilden en agressie gebruikte als hij wist dat de mensen voer bij zich droegen. Ook had hij nooit geleerd om rustig mee te lopen, netjes stil te staan, voetjes te geven enz. Omdat de pony angstig was voor mensen, kwam aaien als positieve bekrachtiger niet in aanmerking. Dus werd voor dat doel toch voer gebruikt. Het was noodzakelijk om de pony te leren dat hij alleen voer kreeg bij gewenst gedrag en dat agressie inzetten niet langer effectief was.

Trainingsplan

We maakten een trainingsplan waarbij we de clicker inzetten als aankondiging van zijn favoriete voer. De eerste oefening deden we op stal: ik ging het dier belonen voor het afwenden van zijn hoofd. De pony stond in de box en ik er buiten. De oefening was makkelijk te trainen want het dier wilde niets liever dan wegkijken van degene die voor zijn staldeur stond. Toen het dier begreep dat wegkijken hem ook nog eens voer opleverde, koppelde ik er een woord aan. De belangrijkste stap was gezet: ik kon de pony op commando laten wegkijken en dus voorkomen dat ik gebeten werd.

De volgende stap was het rustig lopen met de pony, zonder dreiggedrag en bijten. Om problemen te voorkomen bevestigde ik zowel links als rechts een touw aan het halster. Het dier liep tussen mij en een helper, mocht het dier een van ons willen bijten dan kon de ander dat voorkomen door het touw aan zijn kant strak te trekken. We wilden gewenst gedrag belonen maar omdat de pony in het verleden succes had gehad met achterwaarts lopen, maakten we ook gebruik van negatieve bekrachtiging: we zetten druk op het halster als de pony een stap naar achteren deed. De enige manier voor het dier om van die druk af te komen was stilstaan. Een stap voorwaarts werd onmiddellijk positief bekrachtigd met click-voer. Om het voor het dier leuk te houden kreeg de pony tussendoor regelmatig het commando ‘wegkijken’ dat hij inmiddels goed beheerste en dat hem bij iedere goede uitvoering eveneens een click-voer opleverde. Al gauw snapte het dier dat achteruit lopen onaangenaam was en vooruit lopen voer opleverde. Iedere poging tot bijten en de door extinctie fanatieker pogingen daartoe leverden hem niets op omdat we dit gedrag in de kiem smoorden met behulp van de twee touwen.

De eerste sessie voor deze training duurde vijf lange minuten waarbij we slechts twee keer konden clicken voor netjes meelopen. Na vijf minuten pauze waarin de pony vaststond, kon ik in de tweede, even lange sessie, al tien keer clicken voor meelopen. Ook het op commando ‘afwenden van het hoofd’ ging nog steeds goed. De pony had zo goed begrepen dat dit iets opleverde dat hij af en toe spontaan zijn hoofd wegdraaide om te kijken of dat ook resulteerde in click-voer. Maar hoe leuk dit ‘meewerken’ ook is, zodra bepaald gedrag (zoals in dit geval het ‘afwenden’) onder commando staat, mag je dat eigen initiatief niet meer belonen. Dan zouden de rollen immers omgedraaid zijn en traint het paard de mens: als ik uit mezelf iets doe voordat mijn eigenaar het vraagt, wens ik een beloning. In de derde sessie wist de pony precies wat ik wilde, hij liep rustig mee waarbij ik geregeld halt hield en bij verder lopen de pony kon clicken voor met me meegaan.

Na een eerste succesje trainden we stapsgewijs verder in een andere context. Nu mocht het meisje samen met mij de pony leiden. Nog steeds liep hij tussen de twee touwen maar we hoefden ze geen enkele keer strak te trekken. Hij was niet meer bezig met het vermijden van onaangename gevolgen maar concentreerde zich op uitzoeken wat wij wel van hem wilden. Hij had inmiddels geleerd dat hij door het laten zien van dat gewenste gedrag kon voorspellen dat er een beloning kwam in de vorm van click-voer. Inmiddels dreigt en bijt niet meer en kan het meisje haar pony alleen uit het land halen en verzorgen.

Tekst: Debbie Rijnders / Foto: Remco Veurink

0 8669

Een aantal jaren geleden kwam het vaak voor: koeienkuil dat als ruwvoer voor paarden werd gebruikt. Vandaag de dag is het gelukkig niet vaak meer aan de orde, maar dat maakt het niet minder schadelijk. Door verschillende specifieke eigenschappen van deze soort kuil is het risico op koliek, diarree en hoefbevangenheid erg groot wanneer het aan paarden wordt gegeven. Zelfs al is een paard na een tijd gewend geraakt aan dit type kuilgras, is het op de lange termijn niet gezond. Hieronder drie reden waarom koeienkuil geen paardenvoer is.

1. te zuur

Koeienkuil wordt gemaakt van gras van zwaar bemeste grond, omdat hoogproductieve koeien veel energie nodig hebben. Het gras is erg rijk aan suiker en wordt al na één dag drogen ingekuild. Door het hoge suikergehalte wordt tijdens het fermentatieproces in de kuil heel veel zuur geproduceerd, waardoor de pH vaak lager is dan 5. Deze hoge zuurgraad zorgt voor een verstoring in het spijsverteringsstelsel van een paard, met koliek, diarree en/of hoefbevangenheid als direct gevolg. 

Paarden hebben structuurrijk ruwvoer nodig om de darmen gezond te houden

2. te weinig structuur

Voor koeienkuil wordt het gras in een eerder groeistadium gemaaid. Het gras bevat op het moment van oogst relatief veel blad en weinig stengel, waardoor de kuil een laag structuurgehalte heeft en weinig ruwe celstof bevat. Voor koeien is dit lagere structuurgehalte prima, paarden hebben echter structuurrijk ruwvoer nodig om de darmen gezond te houden. Te weinig structuur leidt tot verzuring van het darmstelsel en geeft onvoldoende verzadiging, wat het paard een vervelend gevoel in zijn buik geeft.

3. te rijk

Koeienkuil wordt eigenlijk altijd gemaakt van (grotendeels) Engels raaigras, een hoogproductieve grassoort die hard groeit en in de groeiperiode veel eiwit- en suikerrijk blad aanmaakt. Dit leidt tot een kuil met een zeer hoge voedingswaarde en een hoog eiwitgehalte. Bij paarden geeft koeienkuil dan ook gemakkelijk overgewicht. Ook het hoge eiwitgehalte is niet goed; de nieren moeten extra hard werken om al het ureum af te voeren wat bij een eiwitoverschot in grote hoeveelheden in het bloed terechtkomt.

Paarden kunnen tot op zekere hoogte ‘wennen’ aan koeienkuil, maar gezond is het nooit, voor geen enkel paard. Vooral een plotselinge overgang van normale paardenkuil naar koeienkuil kan voor een paard heel slecht uitpakken; het verschil in samenstelling en de voedingswaarde zijn zo enorm dat het gehele spijsverteringsstelsel in de war raakt, met alle (ook langdurige!) gevolgen van dien.

Lees meer over ruwvoer voor paarden.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

(Foto: Remco Veurink)

0 283

Granen worden steeds vaker als oorzaak gezien voor allerlei gezondheidsproblemen, van overgewicht tot allergieën. Steeds meer mensen kiezen dan ook voor een graanvrij rantsoen, waarbij het lastig kan zijn de juiste voedermiddelen te vinden. De huidige voersector is immers volledig ingericht op het gebruik van granen. Wat zijn de opties?

1. Ruwvoer

Ruwvoer (hooi, voordroog, vers gras, luzerne, stro) kan in een groot deel van de energiebehoefte van ieder paard voorzien. Het vormt de basis van ieder rantsoen, maar vooral van een graanvrij rantsoen. Aangezien de vitamine- en mineralengehaltes in ruwvoer behoorlijk kunnen variëren, is het verstandig om iedere nieuwe batch ruwvoer te laten analyseren. Een combinatie tussen hooi en/of kuil met luzerne en/of stro vormt een mooie basis van een graanvrij rantsoen.

2. Bietenpulp

Bietenpulp is prima paardenvoer en een goede mogelijkheid om binnen een graanvrij rantsoen te variëren. Het bevat veel makkelijk verteerbare vezels, waar een paard veel energie uit kan halen. Bovendien zijn de meeste paarden er dol op en kan het dienen als ‘drager’ voor een vitamine- en mineralensupplement, waar je bij een graanvrij rantsoen vaak niet aan ontkomt.

3. Vitamines, mineralen en energie

Een ruwvoerrantsoen kan voor een sportpaard wat laag in vitamines en mineralen zitten. In sommige gevallen is een vitamine- en mineralensupplement daarom wenselijk. Ook het energiegehalte in een graanvrij rantsoen kan voor sommige paarden aan de lage kant zijn. De oplossing bij uitstek is het toevoegen van plantaardige olie, over het ruwvoer of door de bietenpulp.

Steeds meer voerleveranciers hebben naast normale krachtvoeders ook een graanvrij krachtvoer in het assortiment. Dit is eveneens een gemakkelijke keuze als je graanvrij wilt voeren. Het bevat namelijk wel alle benodigde vitamines en mineralen, waardoor een supplement meestal niet meer nodig is. Voor sportpaarden zal de energie soms nog wel aangevuld moeten worden.

Lees meer over graanvrij voeren.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

(Foto: Remco Veurink)

 

Volg ons!

102,867FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer