Tags Posts tagged with "Voeding"

Voeding

0 433
Ruwvoer

‘Een hoge leeftijd komt zelden alleen’, aldus Caroline Argo, die als hoofd van het instituut van diergeneeskundige zorg verbonden is aan de universiteit van Surrey. Ook bij paarden komt ouderdom met gebreken. Denk hierbij onder andere aan het verlies van spiermassa, de achteruitgang van de orgaanfuncties en bovendien het verslechteren van het gebit.

Argo publiceerde recent een artikel waarin ze het belang van goed voedingsmanagement voor het oudere paard onderstreept. Volgens haar kunnen eigenaren het proces van veroudering bij hun paarden soepeler laten verlopen door goed op de voeding van het dier te letten. Echter, het grote aanbod van de verschillende soorten seniorenvoeding maakt het lastig om te beslissen wat nou precies goed voor het ouder wordende paard is. Kathleen Crandell, voedingsdeskundige, stelt dat de wetenschappelijk onderbouwde informatie aangaande het voedingsbeleid voor oudere paarden de enorme groei van de groep ouder wordende paarden niet heeft kunnen bijhouden. Dit heeft volgens haar tot gevolg dat eigenaren van een ouder paard op andere manieren moeten ontdekken hoe hun paard het best gevoed kan worden. Eigenaren proberen zelf verschillende soorten voeding en moeten maar afwachten of het voor hun paard werkt.

Argo geeft eigenaren de volgende handvatten aangaande het voeden van een ouder paard:

– Als het paard ouder wordt, zal het minder gaan eten. Dit kan twee oorzaken hebben: het paard kan of wil minder eten of het paard heeft minder calorieën nodig omdat het minder actief is geworden en eet daarom minder.
– Afwijkingen aan het gebit, minder sociale interactie of simpelweg lichamelijk ongemak kunnen als gevolg hebben dat het paard gewicht verliest.
– Veranderingen in de darmflora kunnen vrijwel overal door ontstaan. Elke oorzaak kan als gevolg hebben dat het paard onvoldoende voedingsstoffen opneemt en daarom afvalt.
– De ziekte van Cushing geeft symptomen die eenvoudig kunnen worden aangezien voor ouderdomsverschijnselen. Het stellen van een diagnose en het correct behandelen van de ziekte draagt bij aan de levenskwaliteit van het paard.
– Obesitas is minstens zo belangrijk als gewichtsverlies bij het oudere paard, voor een optimale gezondheid moet dit worden voorkomen.

Het volledige artikel van Argo is hier (pubmed) te lezen.

Bron: Kentucky Equine Research / Hoefslag

Foto: Remco Veurink

 

0 296
Anky van Grunsven

Geen broodje kroket, maar bruin brood en vers fruit zou het aanbod moeten zijn in de sportkantines. Ruiters eten nogal eens ongezond, te wijten aan een druk werk- en wedstrijdschema. Dat moet anders kunnen. Om daar de aandacht op te vestigen, is ‘De Bewuste Sportkantine’ in het leven geroepen. Winnaar van de wedstrijd ‘Meest bewuste paardensportkantine’ werd Manege Lelystad. Tijdens het Hippisch Ondernemerscongres werd de prijs uitgereikt, met onder andere een clinic van Anky van Grunsven, die haar medewerking verleende aan dit project. Manege Hallinckveld (Loosdrecht) werd tweede, Manege Groessen won de derde prijs.

Smoothies en gezonde wraps

Manege Lelystad stak er met kop en schouders bovenuit. Er kan gekozen worden tussen vullen of voeden. Het patatje

is nog steeds verkrijgbaar, maar er worden veel gezonde en lekkere alternatieven geboden. Zo is er tegenwoordig vers fruit, fruitijsjes, smoothies en gezonde wraps verkrijgbaar, kunnen de tosti’s ook met bruin brood gemaakt worden en is het mogelijk om naast snacks als kaas, worst en

bitterballen te kiezen voor tomaatjes, komkommer en wortel.

Fit en bewustmanege lelystad meest bewuste paardensportkantine

Eigenaren Suzanne, Vincent en Karst van der Laan organiseerden de afgelopen periode daarnaast allerlei activiteiten

die te maken hebben met fit en bewust leven. Zo was er een cursus Fit & Veilig, waarbij de ruiters leren hoe ze hun (ruiter)conditie kunnen verbeteren en op een leuke en veilige manier stap voor stap te leren vallen van hoogte. Ook was er een gezellige kookworkshop.

Bewuste Kantine

De Bewuste Kantine is een weddenschap tussen Anky van Grunsven en Wilfred Genee om na de voetbalkantines ook de paardensporters bewuster om te laten gaan met eten.  De Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS) en haar partner op het gebied van horeca, Sligro Food Group, droegen de competitie het afgelopen jaar een warm hart toe. Ruim 30 FNRS-bedrijven sloten het afgelopen jaar aan en gingen actief aan de slag om voedzame en lekkere alternatieven te bieden voor de minder gezonde producten in het assortiment. Ook in 2017 gaan de partijen door met dit initiatief, met het doel minstens 50 -en uiteindelijk alle- FNRS-kantines bewuster bezig te laten zijn met voeding.

Ook Hoefslag besteedt aandacht aan gezonde voeding als onderdeel van de paardensport. In het volgende nummer deel 2 van drie amazones met gewicht- en conditieproblemen. Ook voeding speelt daarin een belangrijke rol.

Persbericht FNRS

Foto: Remco Veurink

0 1104
Krachtvoer
Krachtvoer

Als je paard volop in training staat is een rustdag zo nu en dan een prima afwisseling. Natuurlijk zorg je ervoor dat je paard op zo’n rustdag ook in beweging blijft. Wandelen, longeren, los in de paddock of op de wei al dan niet in combinatie met beweging in een stapmolen zijn allemaal prima manieren daarvoor.

Maar hoe voer jij je sportpaard eigenlijk, als hij een rustdag heeft?

Hoe voer jij je sportpaard op een rustdag?

Bekijk stemmen

Laden ... Laden ...

0 1468

Welk voer heeft een bejaard paard nodig voor een goede oude dag en waarin verschilt dat voer van ‘ge-woon’ voer? Op deze en andere vragen geeft voedingsdeskundige Anneke Hallebeek antwoord in ‘Dossier Oud Paard’ in ons oktobernummer.

 

Anneke Hallebeek: ‘De behoefte aan belangrijke voedingsstoffen verandert naarmate een paard ouder wordt. Dit hoeft niet altijd een verhoging te betekenen, maar het geeft wel aan dat het belangrijk is om in ieder geval voldóende te geven. Sommige voedings­stoffen verbeteren de weerstand, zoals koper, zink, selenium, vitamine A en vitamine C. Een goed rantsoen bevat deze elementen in voldoende hoeveelheid. Krijgt het paard echter weinig aanvullend (senior) voer, dan kan het gehalte best te laag zijn. Een half schepje per dag is vaak niet genoeg. Vitamine C is normaal gesproken niet essentieel voor paarden. Bij oudere paarden kan het door een verminderde leverfunctie – waar vitamine C gemaakt wordt – wel nodig zijn dit toe te voegen. Bij veroudering kunnen de orgaanfuncties afnemen. Heeft het paard minder goede nieren, dan daalt de behoefte aan calcium en fosfor. Het is dan beter om niet te veel van deze elementen te geven aangezien overschotten met de urine worden uitgescheiden. Tenslotte zijn de vitaminen B en K essentieel. Paarden die veel ruwvoer eten produceren deze vitaminen in de darmflora. Kan een paard minder ruwvoer eten door slechte tanden en kiezen, dan is ook deze productie lager en is het beter ze toe te voegen aan het rantsoen.’

Meer weten over geschikte voeding voor oude paarden?

Het hele artikel lees je in ‘Dossier: Oud Paard’ in de nieuwste Hoefslag.

 

Tekst: Janine Verschure

Foto: Remco Veurink/Hoefslag

Qua voedingsbehoefte kun je niet alle sportpaarden over één kam scheren. Ten eerste is ieder paard anders, en bovendien vraagt iedere sportdiscipline iets anders van een paard en heeft het zijn eigen kenmerken met betrekking tot afstand, snelheid, duur, kracht en explosiviteit. Een paard moet geschikt zijn voor de betreffende discipline, maar ook het rantsoen moet hierop aansluiten. In het vorige artikel gingen we in op voeding voor dressuurpaarden; een springpaard heeft echter andere behoeftes.

Snelle energie

Springpaarden moeten in de wedstrijd piekprestaties leveren, waarbij in weinig tijd veel energie gevraagd wordt. Hiervoor zijn voldoende koolhydraten nodig. Granen zijn rijk aan zetmeel en worden daarom voor springpaarden veel gebruikt. Bij het gebruik van granenmix is het wel belangrijk om de scheve calcium/fosfor verhouding recht te trekken met een vitamine- en mineralenkorrel en eventueel calciumrijke voedermiddelen, zoals bietenpulp en luzerne.

Herstel

Na de wedstrijd heeft een springpaard aardig wat afvalstoffen in zijn spieren. Om deze goed af te kunnen voeren en bovendien ook tijdens de prestatie schade aan cellen te verminderen, zijn antioxidanten belangrijk. Vitamine E (in combinatie met selenium) en C zorgen hiervoor. Vitamine C wordt door de lever zelf aangemaakt, maar die aanmaak kan tijdens het wedstrijdseizoen achterlopen op de behoefte van het paard. Extra toevoeging kan daarom welkom zijn.

Ook langzame energie!

De training van een springpaard is vaak veel minder intensief dan een wedstrijd, waardoor er op ‘doordeweekse dagen’ minder behoefte is aan koolhydraten. Voor het paard is het echter niet goed om het rantsoen steeds aan te passen. Beter is het om een combinatie te maken tussen koolhydraten (<25%) en een iets hoger vetgehalte (>6%) in het rantsoen en dit dagelijks te voeren.

Lees meer over energiebronnen voor paarden.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Stefano Grasso/Longines GCT

0 1460

Qua voedingsbehoefte kun je niet alle sportpaarden over één kam scheren. Ieder paard is anders en bovendien vraagt iedere sportdiscipline iets anders van een paard en heeft het zijn eigen kenmerken met betrekking tot afstand, snelheid, duur, kracht en explosiviteit. Een paard moet geschikt zijn voor de betreffende discipline, maar ook het rantsoen moet hierop aansluiten. In dit eerste artikel van de serie voeding voor prestatie volgen drie tips voor rantsoenen voor dressuurpaarden.

1. Uithoudingsvermogen

Dressuurtraining en -wedstrijden duren relatief lang en een paard moet er tot de laatste seconde aan blijven. Dit soort prestaties vragen om langzaam vrijkomende energie, die weinig afvalstoffen in de spieren geeft. Een uitgelezen rantsoen voor een dressuurpaard is daarom structuurrijk, vetrijk (>7% vet) en koolhydraatarm (<20% zetmeel). Vet als energiebron komt langzaam vrij en geeft minder melkzuur in de spieren dan koolhydraten.

2. Beheersbaarheid

Dressuurpaard zijn vaak temperamentvol en gemakkelijk nerveus. Ook om deze reden is een vetrijk en koolhydraatarm rantsoen geschikt. Een rantsoen met veel granen bevat veel zetmeel en kan een paard heet maken, waardoor er aan het begin van de training/wedstrijd veel energie wordt ‘verspild’ en er aan het einde te weinig overblijft. Op een vetrijk/koolhydraatarm rantsoen laadt een paard zich minder op en blijft hij beter beheersbaar. Veel ruwvoer (>85% van het rantsoen) helpt een paard ook meer relaxed te zijn

3. Gezond, glanzend uiterlijk

Iedereen wil dat zijn paard een glanzende vacht heeft, maar voor een dressuurpaard op wedstrijd is dit toch wel extra belangrijk. Wanneer je al een vetrijk rantsoen voert, is dit niet altijd nodig, maar een extra scheutje plantaardige olie helpt hierbij. Olie bevat veel onverzadigde vetzuren, waardoor de samenstelling van het talg (huidvet) ook meer onverzadigde vetzuren gaat bevatten en daardoor vloeibaarder wordt. Het verdeelt hierdoor beter over de vacht en veroorzaakt meer glans.

Lees meer over een vetrijk rantsoen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 8526

Het is een veelgehoorde kreet in paardenland: ‘Mijn paard heeft eiwitbulten!’ In de meeste gevallen betekent het dat een paard door een onbekende oorzaak bultjes op zijn lichaam heeft gekregen, op een bepaalde plek of over zijn hele lijf. Een eiwitarm rantsoen, hooi in plaats van kuil, niet meer op de wei zijn adviezen die in zo’n geval worden gegeven en prompt verdwijnen de bultjes na een paar dagen of weken. De term ‘eiwitbulten’ is niet helemaal op zijn plaats: van een overmaat aan eiwit krijgt een paard géén bultjes. Wat gebeurt er wel bij teveel eiwit?

Tot op bepaalde hoogte niet zoveel…

Een paard kan tot drie keer zijn dagbehoefte aan eiwit zonder problemen verdragen. Dat is behoorlijk wat. Met een ‘normaal’ rantsoen is het eiwitaanbod weliswaar vaak wat aan de ruime kant, maar de 300% wordt maar zeer zelden gehaald. In de meeste gevallen (ook bij sobere rassen!) is het juist beter om wat ruimer in de eiwitvoorziening te gaan zitten, omdat hierdoor de kans op een tekort aan aminozuren (bijvoorbeeld aan lysine of methionine) veel kleiner is.

Extra belasting lever en nieren

Afhankelijk van het voedermiddel en de eiwitkwaliteit wordt het grootste gedeelte van het eiwit verteerd en in het bloed opgenomen. In lichaamscellen worden ongebruikte aminozuren (onderdelen van het eiwit) verbrand voor energie, waarbij ammoniak vrijkomt. De lever zorgt vervolgens voor de omzetting van dit (giftige!) ammoniak in ureum, wat daarna door de nieren wordt uitgescheiden. Hoe meer eiwit een paard binnenkrijgt, hoe harder de lever en nieren dus moeten werken. De vraagt is alleen of dit gedurende een paardenleven ook echt ‘schade’ oplevert aan die organen.

Luchtwegproblemen

Doordat een paard meer ureum moet afvoeren, drinkt en plast hij ook veel. Vooral wanneer een paard op stal staat, wordt dit ureum weer omgezet in ammoniak, wat in hogere concentraties een ware aanslag is op de luchtwegen van een paard (en zijn eigenaar tijdens het mesten…). Een goede ventilatie in de stal is daarom altijd heel belangrijk.

Tegenwoordig is het aantal paarden dat echt teveel eiwit binnenkrijgt beperkt, bovendien geeft die overmaat aan eiwit maar minimale problemen. Voor ieder paard is het belangrijk om te kiezen voor voer met een hoge eiwitkwaliteit met voldoende essentiële aminozuren.

Lees meer over de behoefte aan eiwit.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 882
Foto: Remco Veurink

Paardeneigenaren worden gelukkig steeds kritischer bij het beoordelen van het rantsoen van hun paard. Aandacht voor de mineralenvoorziening hoort daar ook bij. Mineralen vervullen tal van functies in het lichaam en wanneer er iets schort aan de mineralenvoorziening, zijn gezondheidsproblemen onvermijdelijk. Met de cijfers van de dagbehoefte aan mineralen van het CVB, een mineralenanalyse van het ruwvoer en uitgebreide voederwaarde van het krachtvoer kan een redelijke inschatting worden gemaakt van wat de stand is. Onderstaande aandachtspunten zijn bij de beoordeling van belang.

1. Tekorten moeten worden voorkomen

De absolute mineralengehaltes van het totale rantsoen zijn van belang, omdat een paard qua mineralenvoorziening van de dagelijkse voeding afhankelijk is. De behoeftecijfers van het CVB zijn een onderbouwde richtlijn voor hoeveel van welk mineraal een paard per dag nodig heeft, afhankelijk van eventuele arbeid, dracht, dekdienst, groei, etc. Het is onverstandig om je paard een rantsoen te geven dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan mineralen en sporenelementen niet biedt.

2. Scheve verhoudingen leiden tot problemen

Niet alleen de mineralengehaltes ten opzichte van de dagbehoefte zijn belangrijk, ook de verhoudingen tussen de mineralen onderling. Dit houdt in dat je niet simpelweg heel veel mineralen kunt geven, om maar zeker te zijn dat je paard voldoende binnenkrijgt. Mineralen ‘vechten’ onderling om in het bloed opgenomen te worden. Een groot overschot aan het ene mineraal kan ervoor zorgen dat een ander mineraal nog maar nauwelijks wordt opgenomen, waardoor een tekort aan dat mineraal ontstaat. Een belangrijk voorbeeld van zo’n verhouding is de calcium-fosfor-verhouding, die idealiter 2-1,5:1 is.

3. Niet alle bronnen van mineralen zijn waardevol

Zowel voor ruwvoer als voor krachtvoer geldt dat de mineralen die in het voer worden gemeten met behulp van een analyse, niet voor 100% opgenomen worden door het paard. Het is echter heel lastig in te schatten hoeveel er wel voor het paard beschikbaar komt; daar is relatief weinig over bekend. In het geval van een mineralensupplement kun je met het oog op de beschikbaarheid beter kiezen voor een iets duurder product; deze bevatten vaak de beter opneembare (en duurdere) verbindingen van mineralen, waardoor je met minder meer bereikt.

Twijfel je over de mineralenvoorziening in je rantsoen of vermoed je dat je paard een probleem heeft door een tekort of overschot, neem dan contact op met een voerspecialist en/of dierenarts. Hulp met een rantsoenberekening en bloedonderzoek kunnen een idee geven of er wel of niet een probleem bestaat.

Lees meer over mineralen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

renpaarden
foto: Tophorseracing

British Racehorsing Authority en Liverpool John Moores University gaan een groot onderzoek uitvoeren naar het welzijn van jockeys en hun voedingspatroon. Raceinstanties willen de uitkomsten gebruiken om jockeys voor te lichten over gezondheid, diëten en gezondheid op de lange termijn en hen helpen bij de bewustwording van een gezonde levensstijl. De uitkomsten zullen ook gebruikt worden om jockeys gezonde maaltijden voor te schotelen op de renbanen. Het onderzoek zal drie jaar in beslag nemen. De twee jockeyscholen Northen Racing College en British Racing School zorgen voor ‘studiemateriaal’.

Dr. Jerry Hill, medisch adviseur van de BHA: ‘We hebben als sport al veel maatregelen getroffen om het welzijn van jockeys te verbeteren, maar door de uitkomsten van dit onderzoek zullen we jockeys nog beter begrijpen: wat zijn hun behoeften en hoe kunnen we hen steunen om betere professionele sporters te worden?’

De directeur van de Professional Jockeys Association, Paul Struthers, zei: ‘Alles wat het welzijn van jockeys verbetert is een goede zaak en daarom ondersteunen wij dit nieuwe promotie-onderzoek.’

Horsetalk/Hoefslag

Foto: Tophorseracing

0 289

Paarden kunnen vanaf hun eerste tot hun laatste levensdag geconfronteerd worden met diarree. De ernst, de oorzaak en de behandeling kunnen sterk verschillen. Helaas is snel handelen soms niet afdoende. Ook bij diarree geldt: voorkomen is het beste.

Pasgeboren veulens

Sommige mensen verwarren de eerste mest bij pasgeboren veulens met diarree. Nadat het zwarte darmpek is afgekomen, hoort de eerste mest er uit te zien als vanillevla. Veulens zijn namelijk melkdrinkers en eten nog geen of nauwelijks ruwvezels, die moeten verteren in de dikke darm. Toch kan er bij een pasgeboren veulen sprake zijn van diarree. Het betreft hier een zeer ernstig ziektebeeld met soms waterdunne mest. Veulentjes met ernstige diarree hebben meestal een algehele bacteriële ontsteking (sepsis) en zijn erg slap, met vaak hoge koorts, weinig tot geen zuigreflex, een te snelle ademhaling. De oorzaak van deze aandoening is vaak gelegen in onvoldoende opname van biest met onontbeerlijke antistoffen in de eerste (halve) dag van hun leven. Soms echter kan al sprake zijn van een infectie van het veulen, reeds voor de geboorte, door een ontstoken moederkoek. Deze sepsis moet zonder afwachten intensief behandeld worden met infusen, antibiotica, plasma toedienen, et cetera. Zulke behandelingen kunnen eigenlijk alleen naar behoren worden uitgevoerd in een kliniek met een speciale intensive care voor pasgeboren veulens. Zelfs met intensieve zorg heeft dit soort patiëntjes maar matige kansen. Reden om maar weer eens te hameren op het voorkomen van problemen: overtuig uzelf ervan dat een veulen binnen een paar uur na de geboorte volop biest opneemt en roep deskundige hulp in indien u hieraan twijfelt. Dierenartsen kunnen na een (halve) dag met een relatief eenvoudige bloedtest controleren of de opname aan afweerstoffen uit de biest voldoende is geweest en plasma toedienen om een eventueel tekort aan te vullen. Een dergelijke test, gecombineerd met een algehele controle van het pasgeboren veulen en de merrie, is misschien zeker zo belangrijk als de nog vaak toegepaste ‘veulenspuit’.

 

Veulenhengstigheid

Iedere ervaren fokker weet dat rond de veulenhengstigheid het veulentje nogal eens diarree krijgt. Ook hier betreft het vaak waterdunne mest, maar, anders dan bij het pasgeboren sepsisveulen van hierboven, zijn deze veulentjes superfit en dartelen zij in de wei. Op stal drinken deze veulens vaak ook mee uit de waterbak. Sommige eigenaren sluiten het water daarom af. Dit is een volkomen verkeerde maatregel. Dieren met diarree verliezen veel vocht (en lichaamszouten) en moeten dus veel water (en eventueel zouten) opnemen om niet uit te drogen.

Over de oorzaak zijn de geleerden het nog steeds niet eens. Vroeger dacht men dat het ging om een (veulen)worminfectie met strongyloides Westeri. De eitjes van deze veulenworm kan men soms inderdaad al op deze leeftijd aantonen, maar er kan nog geen sprake zijn van een ernstige infectie met diarree.

Ook werd gedacht aan een veranderde hormonale situatie bij de merrie. Echter, ook moederloze veulens krijgen vaak rond de leeftijd van 10-14 dagen ‘veulenhengstigheidsdiarree’.

Tegenwoordig denkt men meestal aan een voorbijgaande (rota)virusinfectie, maar misschien is de oorzaak nog simpeler. Bij de moeder begint de melkproductie echt serieus te worden. Als het veulentje erg veel melk kan opnemen, kan al die melk soms niet goed verteerd worden, met als gevolg voedingsdiarree.

Behandeling dient daarom te bestaan uit het in ieder geval aanbieden van voldoende water (met eventueel een zoutblok in de buurt) en het aanpassen van het voer van de moeder; minder brokken en hooi in plaats van (kuil)gras. Meestal geeft een dierenarts ook een stoppend middel, zoals finidiar® of diarsanyl®, maar antibiotica zijn eigenlijk niet nodig.

Vier tot zes maanden

Veulens van 4 tot 6 maanden oud krijgen vooral diarree door worminfecties. Hoewel op (te) intensief ontwormde bedrijven resistentie (ongevoeligheid) bij spoelwormen is aangetoond voor ivermectine, betreft het hier eigenlijk geen spoelworminfecties. Spoelwormen geven zelden diarree, wel vermagering, er slecht uitzien, vergrote gevoeligheid voor luchtweginfecties en koliek door afsluiting van de dunne darm met een kluwen ‘spaghettiwormen’. Diarree is vaak een gevolg van een besmetting met kleine strongyliden (cyathostominae). Het advies voor het ontwormen van veulens is daarom de eerste keer op 2-3 weken, eventueel met een ander middel dan ivermectine in verband met genoemde resistentie en daarna elke 6 weken met ivermectine tot de speenleeftijd.

Jaarlingen en tweejarigen

Het grootste probleem bij jonge, opgroeiende paarden met diarree zijn worminfecties. Er is weinig weerstand tegen wormen omdat er nog weinig contact is geweest met de parasieten. Belangrijker is misschien nog wel dat jaarlingen en tweejarigen meestal de gehele zomerperiode op de wei lopen en daar dus bij uitstek besmet worden. Als de periodieke ontworming niet goed wordt doorgevoerd (en bij lastig te vangen jonge dieren in een grote koppel is dat vaak het geval), zal er dus echt sprake zijn van klinische problemen. Deze problemen zijn het niet goed doen, vermagering en diarree. Ontwormen met een goed middel als ivermectine wanneer de paarden weer op stal komen voor de winter, is helaas niet altijd toereikend. Dit komt omdat een aantal wormstadia de dans ontspringt. In de ontwikkelingscyclus van kleine strongyliden is namelijk sprake van een inhibitiefase. De derde generatie larven kan inkapselen in het slijmvlies van de darm en daar met een laag stofwisselingsniveau (winterslaap) wachten op betere tijden. Ivermectine, als wormmiddel ingrijpend op de stofwisseling van de worm, heeft hierdoor onvoldoende effect. Bovendien komt het middel niet door het kapsel heen van de slapende larf. Bij dit soort dieren kan zich het beeld van wintercyathostominose manifesteren. Wintercyathostominose treedt in het winterhalfjaar op bij jonge paarden die onvoldoende ontwormd zijn in de weideperiode. De symptomen zijn plotseling optredende (waterdunne) diarree met zeer opvallend vermageren in een tijdsbestek van dagen. De achtergrond van deze speciale vorm van worminfectie is dat de slaaplarfjes met zijn allen massaal wakker worden, uit het darmslijmvlies kruipen en een zeer poreuze darmwand veroorzaken. Deze poreuze wand laat zelfs bloedplasma door (met hierin waardevolle voedings- en bouwstoffen), waardoor extreem snelle vermagering met diarree optreedt. Behandeling is intensief en vaak gaat een dergelijke patiënt toch nog dood. Moraal van het verhaal is dus goed periodiek ontwormen. Van het middel moxidectin (equest®) is bekend dat het wel redelijk goed werkt tegen slaaplarfjes. Wees zorgvuldig met de juiste dosering en gebruik het nooit bij veulens jonger dan 4 maanden.

Volwassen paarden

Naast de worminfecties zijn de belangrijkste oorzaken van diarree bij volwassen paarden voedingsveranderingen, zand en salmonella-infecties.

Bij voedingsveranderingen moet men denken aan het overschakelen van hooi naar kuilgras of weidegang. De dunne mest wordt veroorzaakt door onvolledige vertering in de dikke darm door de ter plekke aanwezige bacteriën. De bacteriële samenstelling voor vertering van droog hooi is namelijk anders dan die voor vertering van vers gras. Geleidelijk overschakelen is hier dus het advies. Overigens is dit soort gevallen bijna nooit ernstig. Het herstelt meestal met dieetmaatregelen en eventueel slijmvliesbeschermende middelen, zoals het oude vertrouwde lijnzaadslijm in slobber.

Salmonella-infecties treden eigenlijk altijd pas op als gevolg van een andere aandoening. Ernstige worminfecties zoals wintercyathostominose verstoren de bacteriële flora dusdanig, dat de ziekmakende salmonellabacteriën de kans krijgen om ongebreideld te groeien met aantasting van het darmslijmvlies en diarree als gevolg. Bij salmonellose horen, behalve de ernstige diarree, hoge koorts en niet eten. Hier is naast infusen een antibacteriële kuur op zijn plaats. Uw dierenarts kiest meestal voor een modern antibioticum als start en past eventueel op basis van de kweek uit de mest zijn behandeling aan.

Als laatste oorzaak van diarree kan zand worden aangemerkt, vooral bij paarden en pony’s in het zuiden en het oosten van Nederland. Zeker ’s winters eten paarden die buiten komen vaak meer zand dan gras. Dit zand hoopt zich op de bodem van de dikke darm op en irriteert hier het slijmvlies. Pas bij grote hoeveelheden treden er klinische symptomen op, vaak diarree, maar soms ook verstoppingen en/of koliek.

De diagnose kan men stellen met een jampotje waarin een paar mestballen worden losgeroerd in water. Ziet de bodem er dan binnen een paar minuten uit als de bodem van een aquarium, weet men genoeg. Psylliumzaadjes (Zandweg, SandClear en dergelijke), paraffineolie en lijnzaadslijm helpen bij het uitdrijven van zand, maar het zand opnemen voorkomen is vanzelfsprekend het effectiefst.

Tot slot

Diarree bij paarden kan allerlei oorzaken hebben. Soms is ontwormen of overschakelen naar goed hooi en het tijdelijk weglaten van krachtvoer effectief, maar bij waterdunne mest doet u er goed aan om direct een dierenarts te raadplegen.

 

Tekst: Hans van Gils

Volg ons!

102,667FansLike
0VolgersVolg
7,067VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer