Tags Posts tagged with "start"

start

0 342
Hengstenkeuring (Foto: Jessica Pijlman)

Vandaag kregen de zeven reeds op het KWPN-centrum aanwezige tuigpaardhengsten gezelschap van hun collega’s uit de andere fokrichtingen. Het belooft een veelzijdig onderzoek te worden, met naast de tuigpaardhengsten, dressuur- en springhengsten ook vier Gelderse hengsten op de startlijst. De driejarige Gelderse kampioenshengst Henkie stond op de startlijst voor vanmorgen, de drie oudere Gelderse hengsten worden voor het onderzoek van 50 dagen verwacht.

Dressuurhengsten

Gestart werd met de driejarige dressuurhengsten, die zoals gewoonlijk door hun eigen ruiter werden voorgereden zodat de hengstenkeuringscommissie de trainbaarheid kon beoordelen. Alle vijftien aangewezen dressuurhengsten werden trainbaar bevonden en ook het veterinaire onderzoek leverde geen bezwaren op. Twee hengsten werden aangeboden op vrijwillige basis. Voordat zij onder het zadel werden gepresenteerd, bekeek de commissie de hengsten op het harde op exterieur en werd besloten of de hengsten wat betreft afstamming interessant genoeg waren. Ook deze beide hengsten mochten na de presentatie onder het zadel en de veterinaire keuring op stal, zodat het totaal bij de dressuurhengsten op zeventien kwam.

Vervolgens kwam de publiekslieveling uit ’s-Hertogenbosch, de Gelderse hengst Henkie (v.Alexandro P), in de baan. Ook hij begint aan zijn test van 70 dagen, waarin hij veelzijdig getest zal worden op dressuuraanleg, springaanleg en aanleg als menpaard.

Henkie

Ook de springhengsten werden net als altijd onder het zadel van hun vertrouwde ruiter aan de commissie voorgesteld. Bij de springhengsten zag de hengstenkeuringscommissie eveneens geen belemmeringen en alle 19 hengsten mochten naar de veterinaire keuring. Krijn van Muiswinkel en Astrid Bos, die dit onderzoek wederom de veterinaire begeleiding op zich nemen, gaven de hengsten na het onderzoek allemaal groen licht. Hier kwam de vrijwillig aangeboden hengst met cat.nr. 22/091 (Cornet Obolensky x Lazio), die net als de dressuurhengsten eerst op het harde op exterieur werd bekeken en waarvan de commissie de afstamming voorafgaand aan de presentatie al had beoordeeld, nog bij. Twintig springhengsten starten zodoende aan het voorjaarsonderzoek.

Twee springhengsten komen reglementair in aanmerking voor de nalevering op dinsdag 24 maart. Cat.nr. 15/219 (Sir Shutterfly x Chin Chin) werd vandaag alleen bij de veterinair gepresenteerd. Hij kampt met een huidinfectie. Cat.nr. 6/086 (Comme il Faut x Colbert) had een kleine verwonding, waardoor ook hij volgende week eventueel kan instromen.

Bron: KWPN

Foto: Jessica Pijlman

0 2005

Veel tijd, moeite en geld gaat naar de drachtigheidsbegeleiding van de merrie. Vooral naar de beginfase; de inspectie van de eierstokken, het bepalen van het inseminatiemoment en controle van de eerste weken van de dracht. Daarna is het afwachten. Pas aan het einde van de dracht, als de buik echt dik en rond is, krijgt de merrie weer extra aandacht. Maar vergeten we de groeifase van het veulen niet?

In alle maanden tussen het prille begin en de laatste, zware loodjes van de dracht heeft het veulen zich sterk ontwikkeld. De bouwstenen hiervoor krijgt hij van zijn moeder. Helaas is het rantsoen van de drachtige merrie vaak maar in beperkte mate aangepast aan de stijgende behoefte aan voedingsstoffen. Veel van die moeders zijn fokmerries, die ieder jaar een veulen krijgen. Tekorten in het rantsoen geeft niet alleen een leegloop van alle reserves van de merrie en daarmee een daling van de (fok)prestaties en haar levensverwachting, maar ook beperkingen voor de ontwikkeling van het veulen.

 

Gezonde merrie voor gezond veulen

De groei en ontwikkeling van het veulen in de baarmoeder gaat schijnbaar vanzelf. Wat je ook doet, veel of weinig moeite en zorg, dat veulen komt er wel. Meestal is dat ook wel zo. Het enige is dat je niet weet of het veulen is gegroeid op de reserves van de merrie, of dat het veulen optimaal is ontwikkeld. Misschien heeft het toch ergens steekjes laten vallen, die er later pas uitkomen. Men doet tegenwoordig veel onderzoek naar de invloed van de zwangerschapsperiode bij de mens op bepaalde ziekten en aandoeningen in het latere leven. Kinderen die bijvoorbeeld geboren worden bij moeders die veel te mager waren tijdens de zwangerschap, hebben grotere kans om in hun latere leven obesitas, diabetes type II en hart- en vaatziekten te ontwikkelen. Ergens zijn er bij het kind tijdens de zwangerschap bepaalde genen ‘uit en aan’ gezet die in dit geval leiden tot te veel eten. Zo stelt een vooraanstaand onderzoeker, Rossdale (2004), dat de sportprestaties van het veulen op volwassen leeftijd gerelateerd zijn aan groeiachterstanden tijdens de dracht. Door de drachtige merrie optimaal te voeren stimuleer je een goede ontwikkeling van het veulen. Het veulen maakt een goede start omdat de bevalling vlot verloopt, de biest veel voedingsstoffen bevat en de merrie veel melk geeft. Hierdoor krijgt het veulen alles voor een verantwoorde groei in de eerste maanden van zijn leven.

Voedingsstoffen voor de groei

In het begin van de dracht groeit het veulen erg langzaam en biedt het ‘gewone’ rantsoen van de merrie meestal voldoende voedingsstoffen. Maar de laatste groeifase van het veulen in de baarmoeder gaat erg snel en dan moet je er zeker van zijn dat alle elementen voor een goede ontwikkeling aanwezig zijn. Het veulen zet in de laatste drie, vier maanden tachtig procent van alle magnesium aan, negentig procent van calcium en fosfor en bijna vijftig procent van koper, zink en mangaan. Ook de opslag van koper in de lever van het veulen vindt dan plaats. Deze voorraad is nodig om de eerste levensmaanden te overbruggen. In de melk van de merrie is het kopergehalte vrij laag en dat is met voeding niet te verhogen. Onderzoek naar de effecten van hoge en lage gehalten aan koper in het rantsoen van merries op de botontwikkeling van veulens moet leiden tot dé optimale voedernorm. Zover is het nog niet. Maar het onderzoek dat tot nu toe is gepubliceerd heeft wel geleid tot een aanpassing van de norm voor koper van drachtige merries. In de nieuwste uitgave (2007) ‘Nutrient Requirement of Horses’ van de Amerikaanse organisatie National Research Council (NRC) ligt deze norm op 25 mg koper per 100 kg lichaamsgewicht (LG) in de achtste tot elfde maand van de dracht. Voorheen was dit 16 mg/100 kg LG. Nu is deze nieuwe norm voor koper niet dé oplossing van het osteochondrose (OCD) probleem, maar een tekort aan koper tijdens de dracht kan wel de ontwikkeling van OCD beïnvloeden of het herstel van beschadigd kraakbeen vertragen. Niet elk rantsoen dat bestaat uit merriebrok en hooi bevat voldoende koper. De variatie aan koper in gras, hooi en kuilvoer is groot. Minder bemesting en mest met minder koper heeft geleid tot ruwvoer waar minder koper in zit dan vijftien tot twintig jaar geleden. Het kopergehalte in hooi en kuil kan uiteenlopen van 3 tot 9 (14) mg per kilogram droge stof. Dit gehalte is niet te beoordelen zonder een analyse te laten maken. Veel merriebrokken bevatten meer koper dan sportbrok, maar ook hier weer een variatie van ca. 15 tot 40 mg per kg.

Stel dat een merrie van 600 kg negen maanden drachtig is en 2 kg brok krijgt naast 7,5 kg hooi. Dan kan de totale opname aan koper uiteenlopen van 48 tot 135 mg per dag. Terwijl deze merrie 150 mg koper nodig heeft! Dus alleen hooi met hoge kopergehalten (11-12 mg per kilogram droge stof) of krachtvoer met 50-70 mg koper geeft, bij deze rantsoensamenstelling, voldoende koper voor deze merrie. Meer kilo’s krachtvoer geven of aanvullen met supplementen zijn dure alternatieven.

Gezonde melkkwaliteit

Niet alleen voor de directe ontwikkeling van het veulen, maar ook voor de melkproductie van de merrie is het rantsoen tijdens de dracht belangrijk. De eerste melk, de biest, bevat naast veel energie ook andere noodzakelijke stoffen die het veulen nodig heeft om goed van start te gaan. Alleen in de eerste uren na de geboorte kunnen deze stoffen de darmwand passeren, na 24 uur sluit de darm zich als het ware. Eén groep van deze stoffen zijn de immunoglobulinen. Dit heeft het veulen nodig voor een goede weerstand. Uit onderzoek blijkt dat het verhogen van de hoeveelheid vitamine E en selenium in het rantsoen van de merrie tot twee keer de gangbare norm, resulteert in biest met meer immunoglobulinen. Veel rantsoenen halen echter niet eens de ‘gewone’ norm van vitamine E. Als de merrie in de laatste maanden van de dracht een rantsoen van hooi en krachtvoer krijgt is de kans groot dat dit te weinig vitamine E bevat. Dit komt omdat in de winter het vitamine E-gehalte in hooi steeds lager wordt. Dit geldt trouwens ook voor het caroteengehalte in hooi (voorloper van vitamine A). Het aanvullen kan eenvoudig met een vitamine E supplement. Kijk wel uit dat de merrie niet teveel selenium krijgt, dit zit vaak samen in een supplement en is in te grote hoeveelheden giftig.

In het voorjaar en in de zomer met een grasrijk rantsoen is het makkelijker om de merrie voldoende vitamine E en caroteen te geven. Dan weet je (bijna) zeker dat de merrie niet alleen veel immunoglobulinen in de biest heeft, maar ook voldoende vitamine E. Het veulen krijgt tijdens de dracht maar weinig vitamine E mee en is hiervoor van de biest afhankelijk. Een ernstig vitamine E tekort leidt tot een vetontsteking bij het veulen, met als gevolg sterke verzwakking en noodzaak tot intensieve behandeling. Zo’n ernstig tekort is gelukkig zeldzaam, maar merries die suboptimaal gevoerd worden zijn er legio.

 

Koliek tijdens de dracht

Een heel andere reden waarom het rantsoen van de drachtige merrie aandacht verdient, zijn de verteringsproblemen. Het komt nog wel eens voor dat de merrie aan het eind van de dracht koliek krijgt als gevolg van een darmverdraaiing of door een verstopping. De verteringsstoornis kan zelfs leiden tot hoefbevangenheid. Soms is een operatie nodig tijdens de dracht, wat natuurlijk grote risico’s met zich meebrengt. Dit is niet allemaal te voorkomen, maar extra aandacht voor het rantsoen helpt wel. Aan het einde van de dracht neemt het veulen veel plaats in en kan de merrie maar beperkt ruwvoer eten. Dit vergt aanpassing van de kwaliteit van het ruwvoer. Om verstoppingen te voorkomen is een fijne, zachtere kwaliteit beter dan een harde grofstengelige soort. Dit is ook beter na het veulenen, als de merrie veel energie nodig heeft. Fijn hooi is namelijk energierijker dan hard hooi. Door de voerovergang al voor het veulenen te introduceren, is er minder risico op verteringsproblemen. De keuze voor het krachtvoer is belangrijk en kan helpen koliek of diarree te voorkomen. Veel krachtvoer is gebaseerd op granen en graanproducten en bevat veel zetmeel en suikers. Eet de merrie weinig hooi omdat er kans is op een darmverstopping, dan krijgt ze vaak veel krachtvoer om toch in een goede conditie te blijven. Het voeren van veel krachtvoer heeft als risico dat het onverteerde zetmeel en suiker de darmflora verstoort en diarree of koliek veroorzaakt. Beter is het aandeel zetmeel en suikers van het krachtvoer te verminderen, door voer met meer vet en minder zetmeel en suikers te gebruiken. Er kunnen ook extra vezels aan het krachtvoer worden toegevoegd voor een goede en gezonde darmflora. Ditzelfde recept is ook gunstig als de merrie met veulen straks op stal moet blijven staan. De merrie heeft veel energie en eiwit nodig voor een gezonde melkproductie. Maar ook hier is een krachtvoerrijk rantsoen met veel zetmeel en suikers risicovol. Een bijkomend voordeel van een vetrijker rantsoen is dat het niet alleen veiliger is, maar ook positief werkt op de gehalten aan immunoglobulinen in de biest en het aandeel linolzuur in de melk. Dat laatste werkt weer preventief in het voorkomen van maagzweren bij het veulen. Al met al verdient de voeding van de drachtige merrie meer aandacht dan momenteel gebeurt. Door hier tijdig mee aan de slag te gaan verbeter je de conditie van de merrie, de melksamenstelling en de melkproductie én de gezondheid van het veulen. Kleine moeite, groot plezier!

Tekst: Anneke Hallebeek

0 50

De (succesvolle) rentree van Totilas in Kapellen krijgt een vervolg. Rath laat vandaag weten dat hij de veertienjarige KWPN hengst aan start zal brengen tijdens het Pfingstturnier van Wiesbaden, dat tijdens dit gelijknamige pinksterweekeinde zal worden verreden. Rath heeft als doel zich te kwalificeren voor deelname aan de wereldruiterspelen. Om hiervoor in aanmerking te komen moet hij daarom minstens 64% scoren op twee wedstrijden met O-juryleden (niet afkomstig uit eigen land). In Kapellen zat het Duitse jurylid Dr. Dietrich Plewa in de jury, waardoor deze score niet meetelde. Daarom verschijnt de combinatie nu aan start in Wiesbaden, waarna er vermoedelijk ook nog punten te verdienen zijn tijdens Perl-Borg en CHIO Aken.

Het duo zal zaterdag de Grand Prix rijden om zich te kwalificeren voor de Grand Prix Special op zondag. De wedstrijd is live te volgen via Clipmyhorse.

Hoefslag/St-georg

Foto: Remco Veurink

renbaan

Het discipline-comité van de Britse renbond zal verschillende betrokkenen ondervragen die tijdens de start van de Grand National problemen veroorzaakten. Zo’n 39 van de 40 jockeys zouden tijdens de aanvang van de befaamde wedstrijd het reglement hebben gebroken door een startbox te betreden voor hen dit officieël was gevraagd. Ook zou een assistent starter omver geduwd zijn.

Volgens Jamie Stier, director van de wedstrijd, is het altijd een grote klus om een wedstrijd met zo’n groot deelnemersveld soepel te laten verlopen: ‘Het managen van de start van de Grand National is altijd weer een enorme opgave. De incidenten die plaatsvinden geven ons een unieke uitdaging. Na het bekijken van beeldmateriaal hebben we besloten dat we niemand zullen vervolgen, maar we willen wel met de betrokkenen spreken om ons protocol voor de toekomst zo optimaal mogelijk bij te stellen om problemen uit te kunnen sluiten. Het discipline-comité zal echter ook de beelden bekijken. Het kan zijn dat zij alsnog willen vervolgen.’

Hoefslag/Horsetalk

0 63

Het competitieschema voor de wereldruiterspelen van 2014 in Normandië (Frankrijk) is bekend gemaakt. Na de openingsceremonie op zaterdag 23 augustus trapt reining maandag 24 augustus af met de teamcompetitie en de eerste kwalificatieronde voor de individuele strijd. Ook staat de Grand Prix dressuur voor de team- en individuele strijd op het programma, evenals de landenstrijd bij de para-dressuur. Op donderdag 28 augustus begint men aan de endurance team- en individuele strijd. Ook komen de eventingruiters aan bod met de dressuurproef. Op maandag 1 september komen de springruiters voor het eerst in de baan met een trainingsrondje. De volgende  dag (dinsdag 2 september) gaat de voltige van start en zal tevens de eerste landenwedstrijd en individuele springproef worden verreden. Op donderdag 4 september zijn de menners aan de beurt met het dressuuronderdeel.

De wereldruiterspelen worden van 23 augustus tot en met 7 september 2014 verreden.

Klik hier voor het programma.

Komend weekend gaat het wereldbekerseizoen voltige van start in München. Gevolgd door wedstrijden in Parijs, Salzburg en Leipzig. De finale vindt plaats in Bordeaux (7 tot 9 februari 2014). Hieraan mogen de zes beste dames en zes beste heren deelnemen. Dit jaar hebben veel Nederlandse voltigeurs zich weten te plaatsen voor de wereldbeker.

Koen Akkerman heeft afgelopen jaar al geproefd aan de wereldbekerwedstrijden en zet dit jaar in op het behalen van een finale plaats bij de heren. Koen zal aan alle vier de wedstrijden deelnemen. “Ik heb de beschikking over meerdere paarden en zo kan ik ze ervaring laten opdoen op dit niveau.” Kevin van Kershaver heeft van de organisatie in München een wildcard gekregen.

Esther Sneekes heeft vorig jaar met een wildcard aan twee wereldbekerwedstrijden mee mogen doen en heeft zich nu op basis van het wedstrijdseizoen geplaats. Zij neemt deel aan de wedstrijden in Parijs en Leipzig. Ze heeft veel zin in de wedstrijden. “Ik ben een nieuwe kür aan het trainen en ik hoop deze in Parijs te kunnen laten zien.”

Cindy Sneekes en Roxanne Ruigrok debuteren dit jaar. Voor hen is deelname een mooie ervaring en hun doelstelling is op dit podium hun beste oefeningen te laten zien.

Het wereldbekerseizoen gaat aan Carola Sneekes (finaliste in 2013) vanwege een blessure voorbij. Zij richt zich op herstel van haar blessure en hoopt zich te kunnen plaatsen voor de Wereldruiterspelen volgende zomer in Normandië. Hetzelfde geldt voor EK finaliste Claire de Ridder, zij raakte in de laatste ronde van het EK afgelopen zomer ernstig geblesseerd aan haar enkel. Haar revalidatieproces vordert gestaag en zij verwacht in januari de voltigetrainingen weer op te kunnen pakken.

KNHS

0 12
Angelie von Essen
Foto: Remco Veurink

Na de eerste manche van de landenwedstrijd tijdens het EK springen voor Children staat Nederland met acht strafpunten tiende ex aequo. “Dat valt niet mee en niet tegen”, vindt bondscoach Luc Steeghs.

Ralph Slaats bleef foutloos met Dakiro. De broers Lars en Niels Kersten liepen allebei vier strafpunten op met respectievelijk Winnie en Zieno. Met twaalf strafpunten kwam het streepresultaat voor het team op naam van Laurie Touw en Canturo’s Girl. Reservecombinatie Bibi van Gehlen en Bella Donna van de Berkenhoek strijden mee in het individuele klassement. Zij kregen een stop en een springfout.

In het individuele tussenklassement is Ralph Slaats de beste Nederlander. Woensdag bleef hij foutloos in de eerste individuele classificatie. Met daarbij zijn foutloze ronde in de landenwedstrijd is hij een van de negentien combinaties die nog geen fouten maakte.

Voor bondscoach Luc Steeghs staat dit EK in het kader van ervaring opdoen. “Eerder hebben we een paar individuele deelnemers op een Children EK gehad, maar Nederland doet hier voor de eerste keer met een team mee. Het is voor iedereen nieuw, we moeten duidelijk nog ervaring opdoen. Bovendien is de concurrentie groot en zijn de verschillen klein. Er doen negentien landen mee en 95 individuele deelnemers.” Vrijdag is de tweede manche van de landenwedstrijd. Gezien de kleine onderlinge verschillen ligt de wedstrijd nog helemaal open.

Uitslag eerste manche landenwedstrijd:
1. (ex aequo) Frankrijk, Ierland, Zwitserland, Hongarije, 0 strafpunten;
5. Groot Brittanië, 1;
10. (ex aequo) Nederland, België, Portugal, 8.

Hoefslag/KNHS

Het EK CIC2*, voorheen bekend als EK Landelijke Ruiters, ging vandaag in het Oostenrijkse Laintal van start met de afdelingsdressuur. De zestalproef is een karakteristiek onderdeel van de (landen)titelstrijd. In het met negen landen goed bezette klassement staat Nederland na de zestallenproef vijfde. Duitsland, België en Groot-Brittannië hebben een gaatje geslagen.

Toch was het oranje kamp niet ontevreden. Omdat laat werd besloten dat Nederland zou deelnemen aan het EK en de selectie pas na Renswoude bekend werd, kon slechts zes keer met elkaar geoefend worden. Nederland, met als kopruiter Nienke van Roekel met Coral Estate Bylbao, reed een nette proef. Maar een paar heethoofden galoppeerden enkele keren ongevraagd aan en dat kost punten. Coach Fried van Stiphout analyseert nuchter: “Ik ben tevreden. We hadden beter kunnen rijden, maar dat had voor de plaatsing niet uitgemaakt. Over de punten maak ik me niet zo druk. Voor de individuele dressuur geldt dat ook: iedereen moet zo goed mogelijk rijden en als de punten dan een beetje tegenvallen … Zolang ik de EK’s volg, heb ik bijgehouden hoe de medailles zijn verdeeld. Een team waarvan er vier foutloos crossen en springen staat op het podium. Daar moet het gebeuren!”

Laintal 2013 wordt zeker geen dressuurwedstrijd. Parcourschef Karl Paar heeft een pittige cross uitgetekend. Van Stiphout: “Het terrein lijkt vlak, maar tot hindernis 6 gaat het stiekem toch omhoog en dan volgt een behoorlijke klim naar hindernis 8. Deze omstandigheden zijn wij niet gewend. En daarbij is er genoeg te springen, met enkele moeilijke technische opgaven. De parcoursbouwer heeft goed gebruik gemaakt van het terrein.” De Belgische chef d’équipe Willy Van Den Meersche noemt het een waardige kampioenschapcross.

Als tweede onderdeel staat de individuele dressuur op het programma. De helft van de 65 deelnemers kwam donderdagmiddag aan start. Vera Grevelink is met Udiana de beste Nederlandse op de veertiende plaats.

Het oranje team bestaat naast Van Roekel en Grevelink uit Richard Kapteyn met Z.Ilja, Judith Janssen-Ansems met Head for Heights, Remco Bouwens met Wotan en Larissa Hartkamp met Angel. Marcelle de Kam met Velly Telly en Jordi Wilken met U Play Spirit nemen individueel deel aan de wedstrijd.

Hoefslag/KNHS

0 15

Zojuist werd de startvolgorde middels een loting bepaald voor de Furuysiyya FEI Nations Cup in het Zwitserse Sankt Gallen. Zwitserland bijt morgen het spits af, gevolgd door Duitsland, Nederland, Frankrijk, Engeland, België, Ierland en Italië.

Bondscoach Rob Ehrens stuurt zijn Olympisch kwartet van 2012, bestaande uit Marc Houtzager (Tamino), Maikel van der Vleuten (Verdi), Jur Vrieling (Bubalu) en Gerco Schröder (London) het veld in. De aftrap voor de wedstrijd in om 15:00 Nederlandse tijd.

0 14
Charlotte Dujardin en Valegro

Charlotte Dujardin komt volgende week met Uthopia (v. Metall) aan start tijdens het CDI3* van Saumur. De winnares van dubbel Olympisch goud zou al eerder de ring betreden met het toppaard van Carl Hester, maar moest in januari afzeggen wegens extreme sneeuwval in Addington en ook begin deze maand zat het er niet in. Toen was het risico op het oplopen van het rondwarende rhinovirus te hoog.

Dujardin laat via twitter weten veel zin te hebben in het debuut: ‘So excited to be competing at Saumur CDI3* next week with Uthopia!’ aldus de enthousiaste amazone.

Foto: Remco Veurink

Volg ons!

103,151FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer