Tags Posts tagged with "spieren"

spieren

0 353
paardrijden

Veel mensen die zelf niet rijden zien niet in hoe intensief paardrijden is. Het is uitstekend voor je gezondheid. De sport heeft veel gezondheidsvoordelen. Wie een paard heeft of paardrijdt, komt bovendien veel buiten. Ook dat heeft veel gezondheidsvoordelen.

Balans en coördinatie

Het is zeer belangrijk om een goede zithouding te vinden. Je laat je namelijk niet simpelweg dragen, maar moet jezelf echt goed rechtop houden. Het is dus onmogelijk om goed op het paard te zitten als jij niet in balans bent. Paardrijden kan jouw balans aanzienlijk verbeteren en dit is dan ook precies de reden dat de paardensport vaak beoefend wordt in het kader van een psychomotorische handicap of revalidatie. Daarnaast doe je een flink beroep op je coördinatie. Hoe meer vorderingen je maakt hoe belangrijker dit wordt. Je moet je lichaam goed controleren en zeer nauwkeurige bewegingen maken. Het paard is namelijk zeer gevoelig voor iedere beweging die jij maakt. Daarnaast is het nodig om je lichaam uiterst nauwkeurig te bewegen voor een correcte uitvoering van de oefeningen, zoals het rijden van middengangen.

Training van al je spieren

Tijdens het paardrijden train je bijna alle spieren in je hele lichaam, van schouders en armen tot bovenbenen, buikspieren, bilspieren en je rug. Zelf na jaren van ervaring kan het zijn dat je opeens spierpijn hebt op plekken waarvan je niet wist dat ze bestonden. Paardrijden is een uitstekende sport om sterker te worden. Tegelijkertijd worden je spieren gestretcht, wat ervoor zorgt dat deze niet teveel toenemen in volume. Dit is perfect voor iedereen die graag een strak en getraind lichaam wil. Met een jumpingtraining kun je tot wel 600 calorieën per uur verbranden. Paardrijden in de juiste houding is zeer goed voor je rug. Door aan te leren hoe je goed ontspannen en rechtop moet zitten op het paard ontwikkel je een evenwichtige houding. Dit draagt enorm bij aan een gezonde en goede rug, doordat het de lendenspieren verstevigt.

Stress van je af rijden

Naast vele fysieke voordelen heeft paardrijden ook een goede invloed op je gemoedstoestand. Veel mensen beginnen met paardrijden om tot rust te komen en zich te ontspannen. De sport vraagt veel concentratie en is hierdoor een ideale activiteit om even tot jezelf te komen. Of je nu gaat trainen in de bak of lekker een rondje door het bos maakt, op het paard ontsnap je voor een moment aan de buitenwereld en ben je alleen met je eigen gedachten en je paard. Voor wie graag paard wil rijden, maar denkt dat de sport erg duur is en geld lenen noodzakelijk is: paardrijden is voor iedereen. Als je zelf geen paard hebt kan je bijvoorbeeld naar een manege gaan om paard te rijden of je kan een verzorgpaard zoeken.

Beeld: archief

singel aansingelen
Harnachement © DigiShots

Vaak zie je dat ruiters hun paard zo strak mogelijk aansingelen. Want: het zadel zou eens kunnen verschuiven! Maar een te strakke singel kan wel degelijk schade aanrichten.

Natuurlijk moet een zadel niet te los zitten. Maar bij een te strakke singel kunnen de spieren van je paard beschadigd raken: de borstspieren, trapezius, serratus ventralis-spieren en latissimus dorsi (de rode gebieden op de foto hieronder). Deze spiergroep (ook bekend als onderdeel van de thoracale slinger) is cruciaal voor beweging.

Algehele druk

Naast zacht weefsel kan een te strakke singel ook kneuzingen van de ribben veroorzaken, de intercostale spieren tussen de ribben aantasten, en de algehele druk van het zadel op de rugspieren verhogen.

Controleer de spanning onder de buik en niet aan de zijkant. Je zult versteld staan hoeveel verschil één gaatje kan maken… Het devies luidt dus: geef je paard wat (adem)ruimte!

Bron: Facebook Cadence Therapy

Foto: archief Digishots

PSA… Over the past couple weeks of horseshows, I’ve spent a lot of time ringside. It is CRAZY how tight people are…

Geplaatst door Cadence Therapy op Woensdag 5 september 2018

0 2698

Je traint je paard bewust en bouwt hem netjes op. Dat zie je terug in zijn spieropbouw. Soms wil dat laatste echter niet helemaal lukken. Je paard blijft kaal en is niet mooi gespierd. Dan is de vraag wat is er aan de hand? Hoefslag duikt in deze materie over spiermassa. Voeding kan een verschil maken.

Eiwit

Eiwit is de belangrijkste bouwstof voor de spieren en is noodzakelijk voor spierherstel. Eiwit bestaat uit aan elkaar gekoppelde aminozuren, waarvan er enkele door het lichaam zelf kunnen worden aangemaakt.  Enkele van die aminozuren zijn echter essentieel, wat betekent dat een paard deze uit de voeding moet halen. Is de voeding eiwitarm en voorziet het niet in essentiële aminozuren, dan is spieropbouw lastig en kan zelfs spierafbraak optreden.

Voldoende ruw eiwit in het rantsoen

Voor onderhoud heeft een paard overigens niet veel eiwit nodig; goede kwaliteit ruwvoer en een beetje krachtvoer zijn vaak voldoende. Tijdens training worden spiervezels afgebroken, welke na de training weer opnieuw, en sterker, worden opgebouwd.  Tegenwoordig zijn zowel kracht- als ruwvoeders vaak eiwitarm. Kies daarom liever voor een specifiek sportproduct met extra eiwit.

Essentiële aminozuren

Zoals gezegd moet de voeding voorzien in de essentiële aminozuren. Voor een paard zijn dat lysine, methionine, leucine, isoleucine, fenylalanine, threonine, tryptofaan, histidine en valine. Van krachtvoer is meestal minimaal het lysine- en methioninegehalte bekend. Speciale eiwit- of aminozuursupplementen bevatten echter een volledig uitgekiend aminozurenprofiel en kunnen helpen bij de spieropbouw.

Hoge biologische waarde


De waarde van het eiwit in de voeding, is afhankelijk van de verteerbaarheid en het aminozurenprofiel. Hoe meer essentiële aminozuren het eiwit bevat, hoe hoger de biologische waarde. Luzerne bevat ongeveer 18-20% ruw eiwit, waarvan  50-60% wordt verteerd. Voedermiddelen rijk aan eiwit met een hoge biologische waarde zijn o.a. soja en lijnzaad.

Reputatie

Eiwit heeft tientallen jaren geleden volledig onterecht een slechte reputatie gekregen: het zou de oorzaak zijn van o.a. hoefbevangenheid. Hierdoor zijn veel ruw- en krachtvoeders tegenwoordig eiwitarm. Eiwit is echter een essentieel onderdeel van de voeding en verdient de nodige aandacht: tekorten kunnen de prestaties en gezondheid behoorlijk in de weg staan.

Bron: Hoefslag

Foto: Stock

0 4791
Foto: Made By Jessy

We zien graag een paard met veel actie in de benen, tenzij er in plaats van een ‘actief achterbeen’, sprake is van hanetred. In de nieuwe Hoefslag legt paardenarts en chiropractor Anna Lagendaal – zij werkt bij Paardenkliniek Midden-Nederland en schrijft voor Paardenarts.nl – uit wat het is verschil is tussen hanetred en kramperigheid, hoe je het herkent, welke oorzaak eraan ten grondslag ligt en wat je eraan kunt doen.

‘Hanetred is voornamelijk te zien in stap. Tijdens de arbeid trekt het paard een van de achterbenen duidelijker op dan de ander. Soms bij elke pas, soms maar een enkele keer. Dit is afhankelijk van de mate van de aandoening. Het kan ook bij beide achterbenen voorkomen, waardoor het net lijkt alsof het paard een zeer ’actief’ achterbeen heeft. Kramperigheid kenmerkt zich vaak juist niet tijdens de arbeid, maar bij het uitkrabben van de hoeven of het achterwaarts zetten van het paard. Het dier heeft vaak ook moeite met het vinden van de balans. In feite is er geen balans tussen de strekkers (spieren die het been strekken) en de buigers (spieren die het been buigen). Door een afwijkende zenuwgeleiding ontstaat een gebrek aan afstemming tussen buigers en strekkers wat resulteert in een overdadig gebruik van het achterbeen. Deze beweging is totaal ongecontroleerd, het paard kan er dus zelf niets aan doen.’

Het hele artikel over vervelende zenuwtrekjes, staat in het septembernummer van Hoefslag.

Tekst: Anna Lagendaal – Paardenarts.nl

Foto: Jessica Pijlman/Made by Jessy

 

0 1039
ruiterhouding

Voel jij elke ruggenwervel, spiertje en zenuw in je rug? Dat ligt niet aan het feit dat je paardrijdt. Bij paardrijden zit je rechtop; de rugspieren worden aan het werk gezet en dat is juist goed voor met name lage rugpijn. De bewegingen van het paard bevorderen ook het correct bewegen van rug, heupen en bekken. De oorzaak van rugpijn is wat je de rest van de dag uitvoert, en een verkeerde houding.

Als je last hebt van je rug, is er een aantal mogelijke oplossingen, zowel vanaf de rug van je paard als ernaast.

Neem een ​​pauze

De meeste recreatieruiters hebben een (kantoor)baan, wat inhoudt dat ze acht uur per dag min of meer aan hun bureaustoel gekluisterd zitten. Beweging is de sleutel, omdat de pijn wordt veroorzaakt door stijfheid. Blijf zachtjes en voorzichtig bewegen bij rugpijn. Zorg ervoor dat je ‘mini’ en ‘micro’ pauzes neemt. Een mini-break is opstaan ​​en elke twintig minuten om je stoel heen lopen. Een micro pauzes wordt elke drie minuten genomen; blijf zitten op je stoel, ga goed rechtop zitten en beweeg je schouders op en neer.

Warming-up, cooling-down

We steken veel tijd, geld en moeite in de gezondheid van onze paarden, maar we vergeten onszelf. De ruiter maakt nog altijd vijftig procent uit van de samenwerking, dus het is belangrijk om ervoor te zorgen dat je opgewarmd bent voordat je op je paard stapt. Ga lopend of fietsend naar stal als het kan, of doe iets anders bij aankomst om de spieren op te warmen. Uitmesten, vegen, wandelen met je paard.

En dan is er natuurlijk ook de cooling down. Je stapt je paard ook uit, dus ga niet meteen in de kantine zitten, kruip niet meteen na het rijden achter het stuur van je auto.

Een goede oefening op het paard is aan het eind van de les, training of buitenrit je voeten uit de beugels doen om je benen te ontspannen. Het is ook een goed idee om de laatste vijf minuten van je paard te stappen en ernaast te gaan lopen.

Perfecte symmetrie

We zijn allemaal asymmetrisch, iedereen heeft een voorkeurskant. Als je ene kant veel sterker is dan je andere, is dat ook niet goed. Het is belangrijk om je rug gelijkmatig te (leren) belasten. Dat is moeilijker dan je denkt. Begin dus met kleine dingetjes in huis, zoals het gebruiken van je niet-dominante hand, bijvoorbeeld als je iets oppakt. Op den duur kun je alle huishoudelijke klusjes met beide handen. Ook op stal kun je proberen beide kanten te belasten. Ben je rechts? Ga dan poep scheppen met links. Neem de borstel in je linkerhand als je je paard poetst. Wissel de hand waarmee je de bezem hanteert af.

Rekken en strekken

In de ochtend is rugpijn meestal het ergst. Als je slaapt, beweeg je je immers nauwelijks. Daarom: begin ’s morgens met oefeningen doen, terwijl je in bed ligt om de spieren in de onderrug rustig los te maken.

Oefening 1
Ga op je rug liggen, buig een knie en breng die tot aan je borst. Houd je knie gedurende 20 seconden vast. Herhaal deze oefeningen een paar keer per kant.

Oefening 2
Je ligt nog steeds op je rug. Buig je knieën; zet je voeten plat neer. Beweeg je knieën langzaam één kant op, zover mogelijk. En dan de andere kant op. Draai je rug hierbij voorzichtig, houd je schouders plat op het bed. Herhaal deze oefening  vier tot vijf keer aan elke kant.

Tijdens het rijden gebruiken we onze lumbale wervelkolom, heup en bekken/zitbeenknobbels het meest. Er zijn een aantal oefeningen die je helpen die op te rekken voor en na het rijden.

Heup- en kuitspieren
Kniel  en houd het gebogen been in een hoek van 90 graden. Je oor, schouder, heup en knie vormen één verticale lijn. Strek je gebogen been nu een aantal keren (niet doorbuigen, gewoon stil houden) en wissel van been.

Bil- en heupspieren
Ga naast een object staan dat ongeveer een knie hoog is, bijvoorbeeld een strobaal.  Leg je voet met de buitenkant op de strobaal. Buig je knieën naar voren,  vanuit de heupen. Je voelt dit aan de buitenkant van je bil. Houd gedurende 20 seconden vast, niet buigen. Herhaal dit en wissel van been.

Nog eentje voor bil- en heupspieren (wat lastiger)
Ga tegenover een vast voorwerp staan dat tot halverwege je dij komt (twee hooipakjes). Leg je onderbeen haaks op de hooipakjes. Buig je onderbeen bij de knie richting vloer. Buig je bovenlichaam naar voren over je gebogen been. Dit voel je in je bil en dij. Houd 20 seconden vast; niet doorbuigen.  Wissel van been.

Natuurlijk overleg je met je arts of fysiotherapeut over deze en andere oefeningen. Als je pijn krijgt, stop dan met een oefening.

Kijk op  voor de foto’s van de oefeningen.

Horseandcountry.tv/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 6538
foto: Remco Veurink

Spierpijn bij je paard. We kennen het allemaal en doen er tijdens en na de training van alles aan om het te voorkomen. Kees Kalis van de Geneeskundige Dienst heeft een ‘nieuw’ puzzelstukje gevonden dat past in het spierpijnvraagstuk. Dat puzzelstukje heet: Magnesium.

Kees Kalis van de Geneeskundige Dienst (GD) heeft in zijn loopbaan veel onderzoek gedaan bij runderen en paarden. Diverse keren kwam in dit onderzoek het belang van Magnesium naar voren. Op een gegeven moment besloot Kalis onderzoek te doen naar de Magnesiumwaarden in het bloed van paarden. ‘Voor ik me ben gaan verdiepen in deze materie heb ik bekeken wat voor onderzoek er al gedaan was. Dat viel tegen, daarom ben ik zelf op onderzoek uit gegaan. Ik heb enkele honderden bloedmonsters van de Gezondheidsdienst voor Dieren bekeken waarin Magnesium bepaald was. Dat waren bloedmonsters van paarden met zeer uiteenlopende verschijnselen. De paarden hadden gemeen dat ze ‘iets’ mankeerden, anders was er voor de eigenaren geen aanleiding om het monster op te sturen. Het resultaat was opzienbarend. Maar liefst 55 procent van de zieke paarden had een Magnesiumwaarde onder de normaalwaarde! Vervolgens namen we bloedmonsters van gezonde paarden om te kijken hoe het met hun Magnesiumwaarde. Van deze groep zat maar 22-23 procent onder de normaalwaarde. Een groot verschil dus, waarbij twee zaken geconcludeerd konden worden. Ten eerste hebben zieke paarden vaker een tekort aan Magnesium. Ten tweede blijkt ruim twintig procent van de gezonde paarden ook een tekort aan Magnesium te vertonen. Ik vond dat redelijk alarmerend’.

Zieke paarden hebben dus vaker een tekort aan Magnesium dan gezonde paarden. Kalis: ‘In dit onderzoek is niet gekeken naar welke ziekte de paarden van de betreffende bloedmonsters hadden. Van de werking van Magnesium is echter wel het een en ander bekend. Magnesium heeft ondermeer effect op de energiehuishouding en –benutting. Verder speelt het samen met Calcium een belangrijke rol bij de werking van spieren. Simpel gezegd zorgt Calcium voor het aanspannen van de spieren en Magnesium voor de ontspanning. Het komt wel eens voor dat een paard na hevige inspanning een tekort aan Magnesium vertoont. Zo’n paard staat te trillen op zijn benen en krijgt de spieren niet meer ontspannen. Een extreem voorbeeld dat vooral na een stressituatie optreedt. Dat een paard een tekort aan Magnesium zo laat zien, komt lang niet altijd voor. Andere symptomen zijn vaak wat minder extreem, maar als ruiter merk je wel aan je paard dat hij niet lekker in zijn vel zit.’

Slechte botkwaliteit

In eerste instantie zal Magnesiumtekort klinisch leiden tot problemen met spieren. Een langdurig tekort leidt tot andere problemen. ‘In feite heeft een paard iedere dag Magnesium nodig. Vroeger speelde tekorten aan Magnesium helemaal niet. Paarden kregen toen zomaar acht kilo krachtvoer, waardoor ze altijd genoeg mineralen binnenkregen. Door die overdosis aan krachtvoer ontstonden wel weer andere problemen, maar daar hebben we het nu niet over. In de loop der jaren kwam het inzicht dat krachtvoer als aanvulling op het ruwvoer gezien moet worden. Daarmee is voor de meeste sportpaarden het krachtvoer rantsoen naar beneden bijgesteld. Wanneer een paard niet genoeg Magnesium binnenkrijgt, moet hij een beroep doen op zijn reserves.’ Kalis legt uit waar het paard de Magnesiumreserve opslaat: ‘De natuur heeft ervoor gezorgd dat een paard in noodgevallen gebruik kan maken van de Magnesium die is ingebouwd in het botweefsel. Magnesium, Calcium en Fosfor vormen immers de bouwstenen van het skelet. Omdat oud bot regelmatig wordt vervangen door nieuw bot, komen de mineralen kalk, Fosfor en Magnesium tijdelijk vrij in het bloed, waardoor Magnesium beschikbaar komt voor het paardenlichaam. In tegenstelling tot wat mensen denken, is het skelet van het paard dynamisch. Het is normaal dat een paard dagelijks een klein stukje skelet afbreekt en weer nieuw vormt, waardoor tijdelijk de reserves vrij komen. Als er uit de reserves geput wordt, bevat het nieuwe bot minder mineralen dan voorheen. Dit proces heet demineralisatie. Op het moment dat een paard ernstige langdurige Magnesiumtekorten heeft, zal het skelet niet meer van dezelfde goede kwaliteit zijn.’ De gevolgen van Magnesiumtekorten gaan dan verder dan spierproblemen. ‘Bij een langdurig tekort ontstaan makkelijker blessures. Want een mindere kwaliteit bot kan nooit die (sport)belasting aan die een goede kwaliteit bot wel aan kan. Dat kan zich op verschillende manieren uiten. Een voorbeeld is problemen met de aanhechting van de pezen, doordat het botweefsel daar elastischer geworden is. Daardoor rekt het zeer gevoelige botvlies iets uit.’

Competitie

Het is toch niet zo ingewikkeld om wat extra Magnesium door het paardenvoeder te doen? ‘Nee, maar ik denk dat niemand op het idee kwam dat bepaalde problemen te herleiden waren naar een tekort aan Magnesium. Voor mij is dat net zoiets als de overmaat aan Calcium in paardenvoeder. Waarom doen de voederleveranciers dat? Volgens mij komt dat nog door vroeger. Toen leefden de paarden op granen. Daar zat heel veel Fosfor in. Om de verhouding Fosfor/Calcium goed te krijgen, moest er gecompenseerd worden met extra Calcium. Ik heb in mijn studie nog geleerd dat paarden beenproblemen zouden krijgen door fosfaatoverschotten. Dat fabeltje blijft maar doorgaan, ook nu de voeding van paarden veranderd is en uit bloedonderzoek onder een grote groep Nederlandse paarden blijkt, dat paarden eerder aan de bovengrens van de Calciumwaarde zitten, dan dat ze een tekort vertonen. De verhouding van Calcium, Magnesium en Fosfor in het bot is altijd hetzelfde, namelijk dertig gram Calcium, veertien gram Fosfor, een gram Magnesium. Als een paard een gram Magnesium uit zijn reserves aanspreekt, heeft dat meer effect op het demineralisatieproces dan wanneer er gram Calcium uit de reserves wordt gehaald. Als er te zwaar aanspraak gemaakt moet worden op de reserves in het bot, dan vermindert de kwaliteit hiervan, met alle gevolgen van dien. Ook de verhouding tussen de hoeveelheid Calcium en Magnesium is van belang. Beiden zijn tweewaardige mineralen. De benutting van het ene tweewaardige mineraal beïnvloedt de benutting van het andere. Daar bestaat een soort competitie tussen. Calcium en Magnesium hebben gemeenschappelijke ‘bindingsplaatsen’. Een overdosis aan Calcium verdringt Magnesium van deze bindingsplaatsen, waardoor de Magnesium zonder opgenomen te worden, er weer via de urine uitkomt. Een overmaat aan Calcium in de voeding veroorzaakt daardoor een tekort aan Magnesium. Dan ben je dus weer terug bij af. Dat is direct de reden dat ik meestal niet enthousiast kan worden van veel supplementen waar Magnesium in zit. Vaak is dit gecombineerd met Calcium (krijt als drager). Dan is zo’n supplement weggegooid geld.’

Praktische aanpak

Om ervoor te zorgen dat een paard voldoende Magnesium binnen krijgt, is goed voermanagement belangrijk. Lang niet al het ruwvoer beschikt automatisch over de juiste hoeveelheid magnesium. Aanvulling in de vorm van krachtvoer is nodig. Maar hoeveel Magnesium heeft een paard dan precies nodig? ‘Robert Puls, een Canadese mineralengoeroe heeft hier veel onderzoek naar gedaan en publiceerde dit in een boek. Dat boek gebruik ik al jaren. Deze man had als norm voor het voer dat er zelfs 3,9 gram Magnesium per kilogram droge stof in hoorde te zitten om onder alle omstandigheden Magnesiumgebrek te voorkomen’, stelt Kalis. Hij vervolgt: ‘Het is aan de paardenhouder om het etiket van de voederzakken goed te bekijken. Dat hebben wij ook gedaan. Wij analyseerden welke soorten krachtvoer er allemaal waren. We kwamen uit op 140 soorten! In eerste instantie dacht ik ‘hoe kun je als paardenhouder ooit het goede voer kiezen, als er zoveel verschillende soorten zijn?’. Daarna bracht ik met name de Calcium-, Fosfor- en Magnesiumwaarden in kaart. Er bleek een grote spreiding tussen de samenstelling van deze drie mineralen te zijn. Wat betreft Magnesium varieerde de hoeveelheid tussen één en vijf gram per kilogram droge stof. Ten opzichte van de norm van Pulse (3,9 gram Magnesium per kilogram droge stof) bevatte meer dan de helft van de brokken te weinig Magnesium, al dan niet in combinatie met een veel te grote dosis Calcium.’

Hoe kun je er als paardeneigenaar nu voor zorgen, dat je paard geen Magnesiumtekort krijgt? ‘Ik ben zelf simpel ingesteld. Magnesium kost weinig, dus geef ze gewoon extra Magnesium. Je koopt voor een paar euro’s een zak Magnesiumoxyde en daar doe je lang mee. Als je te veel voert, heeft dat geen negatieve effecten. Wat een paard te veel aan Magnesium binnen krijgt, gaat er via de urine weer uit. Deze oplossing is niet voor iedere paardenhouder ideaal. Aan veel paardenhouders is het aan te raden ervoor te zorgen dat de juiste hoeveelheid en de juiste verhouding Magnesium in het dagelijkse voederrantsoen is opgenomen. Met alleen ruwvoer kom je er niet. Je moet dus zorgen voor uitgebalanceerd krachtvoer dat de tekorten aanvult. Kijk dus goed op naar de samenstelling van het voer op het etiket. Daar kan je de waardes en de verhoudingen vinden. Let er bij het aankopen van het krachtvoer op dat de verhouding Calcium / Magnesium klopt. Deze moet zijn 2-3:1. De meeste (sport)voeders kennen echter een verhouding van 5:1, en bevatten dus duidelijk te veel Calcium ten opzichte van de hoeveelheid Magnesium. Nogmaals, meer Magnesium moet, maar helpt alleen als het ten opzichte van Calcium in de juiste verhouding gegeven wordt. Tenslotte: twijfel je of je paard voldoende Magnesium binnen krijgt, laat dan een bloedmonster nemen en controleer op die manier of de Magnesiumwaarde op peil is’, besluit Kalis. |

Tekst: Karin de Haan

0 1819
algemeen

Training stimuleert de spierontwikkeling en verbetert het uithoudingsvermogen. Voor een goede spieropbouw zijn gerichte oefeningen nodig om de juiste spieren aan te spreken. De klacht dat het paard te weinig spieren heeft ontwikkeld is vaak terug te voeren op te weinig training of de verkeerde oefeningen.

Een endurancepaard heeft een andere bespiering dan een dressuurpaard omdat een andere trainingswijze is gevolgd. Bij het verkrijgen van meer spierontwikkeling speelt het rantsoen een aanvullende rol. Maar een supplement zonder een goede training zal het paard niet bespierder maken, al laten de fabrikanten je dit wel graag geloven. Het rantsoen moet het paard voldoende energie geven om de prestatie uit te voeren en daarnaast alle voedingsstoffen bevatten die nodig zijn om verliezen te compenseren (denk aan zweet), ontwikkeling van spierweefsel mogelijk te maken (denk aan aminozuren) en beschadigingen aan spiercellen te beperken (denk aan antioxidanten).

Energie voor de spieren

Spieren maken gebruik van verschillende energiebronnen. Er is een kleine voorraad zeer makkelijk en snel beschikbare energie (ATP), slechts voldoende voor hooguit enkele minuten. Dan is er de keuze uit glycogeen of vetzuren. Glycogeen is de opslagvorm van glucose die in de spieren klaarligt voor gebruik. Er is ook een kleine voorraad vet aanwezig. Daarnaast kan via het bloed zowel glucose als vetzuren worden aangevoerd. De keuze van energiebron ligt aan de fitheid van het paard, de bloedvoorziening naar de spieren en de soort inspanning die wordt gevraagd. Een paard met een groot uithoudingsvermogen verbrandt eerder vetzuren tijdens inspanning dan een paard dat nog conditie moet krijgen. Maar voor een plotselinge krachtsinspanning verbrandt ook het goed getrainde paard glucose omdat dat sneller energie levert dan vetzuren. Het paard moet dus een rantsoen krijgen dat in ieder geval voldoende energie levert voor de prestatie. De energiebronnen kunnen variëren. Zetmeel en suikers voor de glycogeenvoorraad en vetten voor de opslag van vetreserves. Uit vezels maakt het paard vluchtige vetzuren die voornamelijk in vetzuren en dus vetten worden omgezet. Hooi moet altijd het merendeel van de energie leveren om de darmgezondheid te garanderen.

Eiwitten

Naast energie voor het werkelijke werk is er eiwit nodig om spieren te laten herstellen en in grootte te laten toenemen. Vooral bij jonge paarden in training is het van belang de eiwitvoorziening in het rantsoen te controleren. Deze paarden zijn nog niet uitgegroeid en hebben naast eiwit voor de spieropbouw eiwit nodig voor de groei. Eiwitten zijn complexe moleculen die bestaan uit een combinatie van aminozuren. De samenstelling van aminozuren verschilt per soort eiwit. In het lichaam gaan er altijd cellen kapot die weer vervangen moeten worden. Daar zijn aminozuren voor nodig. Deze aminozuren moeten dus worden aangevoerd met het rantsoen. Eiwitten die een goede overeenkomst hebben met de aminozuursamenstelling van het eiwit in de lichaamscellen hebben een hoge biologische waarde. Soja is daar een goed voorbeeld van. Voor paarden in training is het dus van belang om niet alleen naar de hoeveelheid maar ook naar de kwaliteit van het eiwit te kijken. In het algemeen is het zo dat bij een eiwitoverschot in het rantsoen er geen tekort is aan bepaalde essentiële aminozuren. Komt de hoeveelheid eiwit in het rantsoen net overeen met de behoefte van het paard, dan is het belangrijk dat het eiwit in het rantsoen de juiste aminozuren levert. Een rantsoen met hooi uit natuurgebieden kan een laag eiwitniveau hebben en aanleiding zijn de eiwitkwaliteit met een ander voedermiddel te verbeteren.

Belangrijke voedingsstoffen

Door inspanning verliest het paard voedingsstoffen die je met het rantsoen weer moet aanvullen. Zo gaat er met zweten veel zout verloren plus een beetje magnesium en kalium. Daarnaast richt inspanning altijd wat schade aan die weer moet worden hersteld. Hierdoor wordt het paard uiteindelijk sterker. Voor een goed herstel én voor de bescherming tegen schadelijke stoffen die tijdens inspanning ontstaan, zijn essentiële voedingsstoffen nodig, zoals mineralen, spoorelementen en vitaminen (hieronder vallen ook antioxidanten). Omdat je voor het werk vaak extra krachtvoer geeft, zal de aanvoer van al deze voedingsstoffen wel voldoende zijn. Maar ook hier geldt dat hooi met weinig voedingsstoffen extra aanvulling nodig heeft.

Praktijkvoorbeeld

Een eigenaar is van mening dat zijn paard onvoldoende spierontwikkeling heeft terwijl de ruin zes keer per week wordt getraind. Met extra krachtvoer en extra supplementen is nog weinig resultaat bereikt. Of het paard minder presteert als gevolg van deze beperkte bespiering is niet duidelijk. Het kan ook een verkeerde verwachting zijn van de eigenaar. Die heeft een bepaald plaatje in zijn hoofd waar het paard qua uiterlijk aan moet voldoen. Maar is dit realistisch en correct? Aan de bespiering van een topdressuurpaard zijn heel wat jaren werk voorafgegaan. Probeer dit niet als ideaalbeeld voor je eigen paard te hebben. In dit geval vielen de bespiering en lichamelijke conditie van het paard werkelijk tegen.

Het rantsoen

Dit paard krijgt 3 soorten krachtvoer, slobber, hooi en vijf supplementen. Hooi wordt onbeperkt aangeboden. Het krachtvoer en de supplementen krijgt hij in twee porties, ’s ochtends 4 kg en ’s avonds 3 kg. Een paar keer per week geeft de eigenaar na het rijden een portie slobber.

Voor een schatting van de hoeveelheid hooi die het paard werkelijk opeet neem je het gewicht als uitgangspunt. Dit paard weegt ongeveer 625 kg (1.70 m). Dat maakt een voer opname mogelijk van circa 12-15 kg droge stof oftewel 14-17 kg vers voer (gemiddelde droge stofgehalten 85%). Naast de 7 kg krachtvoer kan hij nog 7-10 kg hooi opeten. Waarschijnlijk is dat niet de werkelijke hoeveelheid. Want in dat geval bevat het rantsoen zo veel energie dat hij veel te dik zou worden. Aangezien het juist opvalt dat de bespiering tegenvalt en het paard zeker niet te dik is, eet het paard waarschijnlijk eerder rond de 5-6 kg hooi per dag. En zelfs dan is de totale energieopname, met inbegrip van het krachtvoer, al iets meer dan het paard nodig heeft voor dagelijks matig zwaar werk. Verder levert dit rantsoen meer dan voldoende eiwit en overige voedingsstoffen.

Een rantsoenberekening blijft altijd een globale schatting van de werkelijkheid. De berekening is reëel als het voer goed wordt verteerd en de voedingsstoffen echt ín het paard terechtkomen. In het vaststellen van de behoefte van het paard wordt rekening gehouden met een bepaalde verteerbaarheid van voedermiddelen. Die verteerbaarheid kan veranderen als het paard niet goed kauwt, als de hoeveelheid voer per keer te groot is, als er een ontsteking is in de dunne darm, et cetera, et cetera. Kortom, dat dit rantsoen meer dan genoeg energie en voedingsstoffen bevat plus de tegenvallende conditie van het paard betekent dat er waarschijnlijk toch minder voedingsstoffen worden opgenomen dan berekend. Naast eventuele problemen met kauwen en aandoeningen in de dunne darm kunnen hier twee zaken verantwoordelijk voor zijn: de hoeveelheid krachtvoer per portie en de hoeveelheid ruwvoer ten opzichte van krachtvoer.

Grote porties krachtvoer

Voor een goede vertering van krachtvoer is de aanbevolen hoeveelheid maximaal 2 kg per portie. In dit geval krijgt het paard 3-4 kg per keer. De dunne darm heeft tijd nodig om de voedingsstoffen af te breken en te absorberen. Als in dezelfde tijd meer voer de darm passeert, wordt er minder van verteerd. Onverteerd voer stroomt door naar de blinde en dikke darm. Daar breken de bacteriën het voer af. Maar deze wijze van ‘energie opwekken’ levert uit krachtvoer wat minder energie. En de dikke darm kan geen aminozuren absorberen. Dus de voorziening van voldoende eiwitten is volledig afhankelijk van de verteerbaarheid in de dunne darm. Ditzelfde geldt voor een aantal mineralen. Feitelijk is het zonde van al het krachtvoer dat dit paard krijgt, omdat een deel van de voederwaarde verloren gaat en in de mest terechtkomt.

 

Weinig hooi en veel krachtvoer

Als het paard 6 kg hooi opeet, is dit circa 5 kg droge stof. De hoeveelheid hooi in het rantsoen levert slechts een derde van de totale energie. Dit paard heeft minimaal 6,25 kg droge stof oftewel 7,5-8 kg hooi nodig. Ruwvoer heeft vele functies en is een onmisbaar deel in het rantsoen voor een goede vertering, passage en gezonde darmflora. Ruwvoer stimuleert de speekselproductie. Speeksel maakt een goede menging van voer met maag- en darmsappen mogelijk. Weinig ruwvoer en minder speeksel leidt tot weinig darmbewegingen en een minder goede menging van voer met de darmsappen. Dit alles heeft minder opname van voedingsstoffen in de dunne darm tot gevolg.

Veel supplementen

Ten slotte krijgt het paard met de aanvulling van supplementen te veel mineralen, spoorelementen en vitaminen. Met deze hoeveelheid krachtvoer is extra aanvulling helemaal niet nodig. De dosering van een aantal mineralen en vitaminen is 3-4 keer de behoefte van het paard. Gelukkig zal niet alles worden geabsorbeerd en verdwijnt een deel van het overschot in de mest. Een deel zal wel in het lichaam opgeslagen worden, zoals vitamine A en D. En een deel wordt via de urine uitgescheiden, zoals calcium. Al deze extra stappen in de stofwisseling kosten het paard extra energie. De toxische grenswaarden van de meeste voedingsstoffen liggen erg hoog, dus wat dat betreft is er weinig gevaar. Een uitzondering is selenium. Het totale rantsoen mag niet meer selenium bevatten dan 1 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Dit rantsoen bevat nu 3,5 mg selenium en komt wat dat betreft nog niet in de gevarenzone. Al met al hebben deze supplementen in dit rantsoen geen toegevoegde waarde en is het weggegooid geld.

Advies

Het rantsoen is voor verbetering vatbaar. Het is moeilijk hier de oorzaak in aan te wijzen voor de matige spierontwikkeling, hoewel het aannemelijk is dat de minder goede vertering van krachtvoer in de dunne darm leidt tot te weinig opname van essentiële aminozuren. De totale hoeveelheid energie, eiwit en voedingsstoffen is in principe meer dan voldoende, maar de balans tussen de voedermiddelen is verkeerd, wat een negatief effect heeft op de vertering en absorptie van voedingsstoffen. Door het rantsoen eerst weer in balans te krijgen en de vertering te optimaliseren kunnen de problemen misschien al verdwijnen. Om de hooiopname te verhogen moet eerst de hoeveelheid krachtvoer naar beneden. Bij een hoeveelheid hooi van 8 kg is 4 kg krachtvoer voor dit paard waarschijnlijk voldoende. Blijkt dit onvoldoende resultaat te geven dan kan het rantsoen verder worden geoptimaliseerd door bijvoorbeeld het hooi te analyseren, de mineralen en spoorelementen op maat bij te stellen en bepaalde aminozuren toe te voegen.

Tekst: Anneke Hallebeek  / Foto’s Remco Veurink

0 284

Een Ierse studie wijst uit dat de tijd van trainen effect heeft op het bioritme van paarden. Deze dieren zijn, net als mensen, overdag wakker. Dit betekent dat de biologische processen de spieren ’s nachts helpen herstellen omdat het paard dan minder beweegt en meer rust. Diverse spiergenen zijn eveneens betrokken in de 24-uurscyclus dat zich coördineert met de uren zonlicht en duister. Deze cyclus draagt bij aan de mentale conditie, het metabolisme en het gedrag van een individu.

Tijdens de studie werden zes volbloedmerries gedurende een jaar in een weiland gezet. Zij kregen geen gestructureerd trainingsprogramma opgelegd. Tijdens het begin van de studie werden er iedere vier uur diverse biopten van de spieren afgenomen. Na acht weken kregen de paarden iedere dag, aan het eind van de morgen, 20 minuten beweging.

Genen, gerelateerd aan het spiermetabolisme, werden vergeleken. Tijdens de periode met training bleek dat de genen 24 uur constant bleven en ’s nachts niet in ruststand gingen. Na acht weken oefeningen kwam hier verandering in: de genen herstelden zich tijdens de nachtperiode. Dit betekent volgens de onderzoekers dat het bioritme zichzelf had aangepast aan het trainingsschema van het paard on zo optimaal te kunnen presteren op de tijden dat dit van het dier werd gevraagd.

Hoefslag/Equinews

0 141

Slecht passende zadels veroorzaken niet alleen leed bij paarden, ook bij ruiters levert het de nodige problemen op. Onderzoek van oud-eventingruiter Jochen Sleese wijst uit dat zadels vooral gericht zijn op de bouw van een man. Vrouwen hebben vanzelfsprekend een andere anatomie, waardoor ook zij last kunnen krijgen van chronische pijn in de heupen en kniëen. Ook levert de ‘mannenzit’ vaak balansproblemen op. Door middel van gipsafdrukken toonde Sleese aan dat mannen slechts twee drukpunten hebben, terwijl vrouwen er drie hebben die ook nog eens verder uit elkaar liggen, waardoor de vrouw over het algemeen meer moeite heeft met balans en evenwicht in een mannenzadel. Sleese is dan ook van mening dat zadelfabrikanten zich ook moeten richten op specifieke vrouwenzadels.

Bij de paarden blijken de schouders veelal asymmetrisch te zijn. In totaal werkten 150.000 paarden van over de hele wereld mee aan het onderzoek. De eigenaren werden gevraagd de schouders op diverse punten op te meten. Uit de resultaten bleek dat meer dan 70% van deze dieren sterkere spierontwikkeling heeft aan de linkerkant. Bij 10% van de paarden waren de schouders evenredig gespierd. Bij niet op maat gemaakte zadels zal dit dus vaak leiden tot knelpunten.

Schleese schreef aan de hand van zijn onderzoek een boek, genaamd ‘Suffering in Silence’, waarin hij dieper in gaat op de materie.

Hoefslag/Horsetalk

Foto: Remco Veurink

0 2056
foto: Remco Veurink

Een mooi gespierd paard is een wens van velen, maar dit gebeurt niet vanzelf. De mate van spieropbouw en onderhoud is afhankelijk van genetica, training, maar ook voeding speelt een rol. Voeding is namelijk de bron van de bouwstenen die noodzakelijk zijn voor spieropbouw, namelijk eiwit en aminozuren.

Voldoende eiwit

Een jong paard in training of een ouder paard dat na lange tijd weer in training is, heeft meer eiwit nodig dan een paard op rust of een ‘doorgewinterd’ paard in training. Hoewel veel mensen denken teveel eiwit te voeren (waar een paard overigens beter mee kan omgaan dan gedacht), is dit in veel gevallen niet zo. Bekijk wat de eiwitbehoefte is van je paard en stem het rantsoen daar op af.

Essentiële aminozuren

Eiwit is opgebouwd uit zogenaamde aminozuren. Hiervan bestaan er 22 verschillende, waarvan er 8 voor paarden essentieel zijn, wat wil zeggen dat ze niet door het lichaam zelf aangemaakt kunnen worden. Deze aminozuren dienen dus door middel van de voeding te worden verstrekt. De belangrijkste essentiële aminozuren zijn lysine en methionine; deze zijn ook meteen het meest beperkend op de spiergroei. Wanneer er een gebrek is aan één of meerdere essentiële aminozuren zal dit in de (uitblijvende) spieropbouw zichtbaar zijn.  De biologische waarde is een maat voor het gehalte aan essentiële aminozuren.

Eiwitkwaliteit

Een voldoende aanbod van eiwit en essentiële aminozuren is nog steeds geen voorwaarde voor een goede spieropbouw. De eiwitkwaliteit speelt een minstens zo’n belangrijke rol. Je kunt namelijk zoveel eiwit en aminozuren in je paard stoppen als je wil, maar als het eiwit of de aminozuren om wat voor reden dan ook slecht of niet verteerbaar of opneembaar zijn, heeft je paard er niets aan. Een goede eiwitbron met veel essentiële aminozuren is bijvoorbeeld sojaeiwit. Lijnzaad is een eiwitbron, maar bevat daarentegen weinig essentiële aminozuren en heeft daarom als eiwitbron minder waarde voor het paard.

Er zijn verschillende supplementen op de markt ter verbetering van spieropbouw. Deze supplementen kunnen goed helpen, omdat de samenstelling is uitgekiend met een goed aminozurenpatroon, veel essentiële aminozuren en een hoge biologische waarde.

Lees hier meer over eiwitbehoefte.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Volg ons!

102,862FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer