Tags Posts tagged with "rantsoen"

rantsoen

0 3551
Ruwvoer

Veel mensen voeren zijn/haar paard extra magnesium bij, want als het teveel binnenkrijgt, plast hij het toch wel weer uit. Maar is dit waar, en is het wel zinvol wat we doen of gooien we eigenlijk ons geld weg? Wij duiken er graag wat verder op in.

Functie

Magnesium heeft een kalmerend effect en is daarnaast nodig voor het ontspannen van spieren en voor de botvorming. Magnesium is betrokken bij vele processen in het lichaam en het paard moet het hierdoor dagelijks ontvangen via zijn rantsoen.

Magnesium is aanwezig in zowel ruwvoer als krachtvoer. Een paard moet dagelijks tussen de 0,015 en 0,025 gram per kilogram lichaamsgewicht binnen krijgen. Een paard van 600 kg heeft dus minimaal 9 gram magnesium per dag nodig. Wanneer je paard een overschot aan magnesium binnenkrijgt, plast hij deze weer uit.

Calcium

20% van de paarden heeft een tekort aan magnesium. Hierdoor lijkt het slim om magnesium bij te voeren, maar zo eenvoudig werkt het niet. Elk mineraal heeft een samenhanger of een tegenhanger. In het geval van magnesium is calcium de tegenhanger, wat betekent dat de benutting van calcium invloed heeft op de benutting van magnesium.

Wanneer een paard een overdosis calcium binnenkrijgt, verdringt dat het magnesium. Het wordt hierdoor niet opgenomen in het lichaam en het paard plast het direct weer uit. De relatie calcium : magnesium is 2:1.

In de meeste gevallen bevat krachtvoer relatief veel calcium: het is dus niet altijd nuttig om zomaar magnesium bij te voeren.

Opneembaarheid

Daarnaast is de opneembaarheid van magnesiumsupplementen vaak niet optimaal. Organische verbindingen (zoals citraat en aspartaat) in het supplement zijn bevorderend voor de opname. Daarentegen beïnvloeden anorganische verbindingen (oxide, sulfaat en fosfaat) de opname van magnesium negatief. Het veel gebruikte supplement magnesiumoxide is dus niet optimaal opneembaar voor een paard.

Magnesium tekort

Laat een onderzoek doen als je paard nerveus is, last heeft van strakke spieren of niet lekker in zijn vel zit. Wanneer je denkt dat je paard een tekort aan magnesium heeft, zorg dan dat je contact op neemt met je dierenarts. Daarnaast is het aan te raden om een voedingsdeskundige in te schakelen en om een ruwvoer- en rantsoenanalyse uit te laten voeren.

 

Bron: Paardenvoerplein

Foto: Remco Veurink

0 2494
voeding rantsoen paard
© DigiShots

Controleer elke 4-6 maanden het rantsoen voor een sportpaard. Een passend rantsoen voorkomt onvoldoende spieropbouw of prestatieproblemen, zoals spierbevangenheid of slecht herstel na prestatie bij sportpaarden.

Voeding en training gaan hand in hand om uiteindelijk tot een optimale prestatie te komen. Het paard komt er niet zonder het juiste rantsoen, maar ook niet zonder de juiste training. Aan alle voorwaarden moeten voldaan zijn om het paard in uithoudingsvermogen te verbeteren en meer kracht en spiermassa te laten krijgen.

Deze voorwaarden zijn onder andere training, maar ook stalmanagement, harnachement (zadel) en rijtechniek vallen hieronder. De voorwaarden wat voeding betreft is deels gelijk voor alle sportpaarden, maar deels ook verschillend, afhankelijk van de discipline. Net zoals je traint voor een bepaalde prestatie, moet je ook voeren voor een bepaalde prestatie.

Puzzel

Valt de ontwikkeling van het paard of de prestaties tegen, dan kan het een hele puzzel zijn om de oorzaak te achterhalen. Daarom is het goed om tijdens de trainingsfase alle voorwaarden telkens weer tegen het licht te houden en te controleren. Klopt het nog wat we doen?

Zo is het verstandig het rantsoen minimaal twee keer per jaar te laten doorrekenen. Door verandering van training en verandering van (ruw)voer kan het zijn dat paard en rantsoen niet meer voldoende op elkaar zijn afgestemd. Bloedonderzoek geeft onvoldoende resultaten om de voedingsstatus te kunnen beoordelen. Wacht niet tot het paard spierproblemen krijgt of vermindering van de conditie. Herstel heeft tijd nodig en vaak had dat voorkomen kunnen worden.

Periodieke monitor

Wat heeft een sportpaard nodig aan voedingsstoffen en hoe weet je of je voldoende voert? Een rantsoenberekening kan in kaart brengen of het rantsoen voldoet aan de behoefte. Maar het is wel een moment opname. Tijdens de trainingsperiode kijk je naar je paard en voel je naar de soepelheid, beweging en kracht. Een instructeur kijkt en beoordeelt mee.

Een stapje verder is de hartslagmeter die gebruikt kan worden om de trainingseffectiviteit te optimaliseren. Uiteindelijk is het oordeel of de training effect heeft afhankelijk van de verwachtingen die je hebt en de resultaten die je boekt. Het is fijn om zekerheid te hebben omtrent de voorziening van voedingsstoffen om dit als factor uit te sluiten indien prestaties of verbeteringen tegenvallen. En omdat een licht tekort aan voedingsstoffen niet leiden tot specifiek herkenbare afwijkingen, maar pas op langere termijn zowel prestatie, weerstand als herstel beïnvloeden, kan je niet anders dan het rantsoen vooraf en tijdens de trainingsperiode te monitoren en bij te stellen. Proactief dus.

Kwaliteit van ruwvoer

Ruwvoer is meestal de zwakke schakel in het totale rantsoen. Vreemd eigenlijk, want het is wel het belangrijkste onderdeel van het rantsoen. Weinig stalhouders van sportpaarden laten het ruwvoer onderzoeken en stemmen daar het aanvullende rantsoen op af. Terwijl dat een hele mooie manier is om grip op de voeding te krijgen.

Elke partij ruwvoer kan sterk variëren in de hoeveelheid en verteerbaarheid van vezels, in het eiwitgehalte, de zuurtegraad (bij kuilvoer) en in het suikergehalte. Vezels leveren energie die het paard voor de prestatie gebruikt. Het aandeel en de verteerbaarheid van de vezels beïnvloeden de darmflora en de energieproductie door micro-organismen. Het kan zelfs de hoeveelheid glucose productie in de lever verbeteren.

Vezels uit ruwvoer

Glucose is een snel bruikbare energiebron. Die dus niet alleen via krachtvoer in het paard komt, maar ook via de vezels uit ruwvoer. Vandaar dat ruwvoer voor alle typen paardensport een factor is die serieus genomen moet worden om de prestatie én de gezondheid te verbeteren.

Nogmaals, als je weet wat je aan ruwvoer voert, kan het aanvullende voer daarop afgestemd worden. Zelfs om de efficiëntie van het ruwvoer nog te verbeteren. Een win-win situatie. Voor sportpaarden geldt dat een gemiddelde kwaliteit ruwvoer als optimaal beschouwd kan worden. Beter dan arme kwaliteit en ook beter dan een rijke kwaliteit. Met een arme kwaliteit moet het krachtvoer teveel aanvullen en krijgt een te groot aandeel in het rantsoen. En met een rijke kwaliteit kan het paard makkelijker teveel energie opnemen en te dik worden. Dat leidt vaak tot een vermindering van de hoeveelheid ruwvoer met als gevolg dat de vezelhoeveelheid te laag wordt voor een gezonde darmwerking en welzijn.

Energie- en eiwitbalans

Het klinkt als een open deur, maar het paard moet voldoende energie en eiwit opnemen voor wat hij nodig heeft. Sportpaarden zijn er in vele soorten en maten. Dressuur- en springpaarden, eventers, endurancepaarden, polopaarden, menpaarden, maar ook westernsportpaarden, renpaarden en dravers. En zo zijn er nog wel een paar te noemen. Per discipline kan het niveau variëren van licht tot zeer zwaar. Behalve dit heb je ook nog te maken met de getraindheid van het paard. Voor een jong, groen paard is het lichte werk al zwaar te noemen en voor een routinier in de topsport zijn sommige oefeningen ‘opwarmertjes’.

Een disbalans in de energie- en eiwitvoorziening is niet direct zichtbaar of merkbaar. Pas na verloop van tijd gaat de body condition score (‘voedingsbalans’) veranderen, heeft het paard minder looplust of is de bespiering verminderd. Het kritisch beoordelen van de body condition score moet vast onderdeel zijn in het monitoren van een paard in training. Elke 4 tot 6 weken beoordeel je het paard door te kijken en te voelen. Hoe is het met de vetbedekking onder de huid en met de bespiering?

Noteer wat je ziet en voelt en vergelijk het met de afgelopen periode. Weeg het paard, als de gelegenheid daarvoor is, want een verandering in gewicht kan ook een signaal zijn, die je misschien nog niet direct ziet. Door deze controles krijg je beter inzicht in de werkelijke energie- en eiwitbehoefte van het paard. Want naast het controleren van de BCS houdt je de voeropname bij. Wat en hoeveel eet het paard? De behoefte is op basis van gewicht en prestatieniveau te schatten, maar kent uiteraard een redelijk grote individuele variatie.

Energiebronnen

De verschillende paardensportdisciplines vragen een andere prestatie van het paard. De training is gericht op deze prestatie, en op de verbetering van de algehele fitheid. Een fit paard met een goede basis uithoudingsvermogen presteert beter en blijft gezond. Een verbetering van het uithoudingsvermogen betekent dat het paard meer kan doen op het verbranden (energie maken) van glucose en/of vetzuren met behulp van zuurstof (aeroob) zonder te hoeven over te schakelen op het verbranden van glucose zonder zuurstof (anaeroob).

Dat laatste is namelijk maar beperkt mogelijk en leidt tot de productie van melkzuur en ophoping van melkzuur in de spieren. Het verbranden van vetzuren is relatief traag, maar levert wel veel energie. Voor veel disciplines is dit een uitstekende brandstof. Moet het paard snel en krachtig werk doen, dan heeft het glucose als energiebron nodig. Maar omdat de voorraad glucose relatief beperkt is, is het beter dit pas aan te spreken als het echt nodig is.

Vetvoorraden

Vetzuren zijn volop beschikbaar uit de vetvoorraden en rechtstreeks uit de opname van vetzuren uit de dikke darm. Glucose is beschikbaar direct uit het bloed, uit de glycogeenvoorraad in de spieren en de lever en indirect door omzetting van bepaalde vetzuren uit de dikke darm.

De energiebronnen in het rantsoen zijn vezels, vetten en zetmeel en suikers. Met een passende kwaliteit ruwvoer kan een paard voor licht tot soms gemiddeld werk al voldoende energie binnenkrijgen. Is meer energie nodig dan kan een aanvulling met vetten of zetmeel en suikers nodig zijn. Krachtvoer is traditioneel gemaakt van granen en graanproducten, wat betekent dat de energiebron vooral bestaat uit zetmeel en suikers. Plantaardige olie kan daaraan worden toegevoegd. Het lezen van het voerlabel helpt je om te ontdekken welke energiebronnen het voer bevat.

Voerlabel

Op het voerlabel staat altijd het volgende: ruw vet, ruwe celstof, ruw eiwit en ruwe as en soms het aandeel overige koolhydraten, wat niet gelijk staat aan zetmeel en suikers.

Voor sportpaarden kan de soort energie in het voer van belang zijn voor de prestatie. Snelle sporten zoals racepaarden of dravers en polopaarden hebben baat bij een hoog aandeel zetmeel en suikers (± 400 g/kg) en langdurige minder snelle sporten, zoals endurance hebben baat bij een hoger vetgehalte (90-110 g/kg). Een flink aantal disciplines kunnen een combinatie gebruiken, deels Z&S en deels vet (250-350 g Z&S/kg, 60-80 g RV/kg). Werkt je paard nog niet op een hoog niveau (5-6 dagen per week zware training en regelmatig wedstrijden), dan kan een gemiddeld krachtvoer prima voldoen. Tussen de voerfabrikanten is er verschil in gehalten tussen basisbrok en sportbrok. Er zijn geen richtlijnen waar aan voldaan moet worden om een voer ‘sportpaardenvoer’ te noemen. En dus zie je in de praktijk voersoorten met een energie en eiwitgehalte die soms basisvoer heten en soms sportvoer. Let niet alleen op de naam van het voer, maar verdiep je even verder in het voerlabel.

Tabel 1: Gemiddelde gehalten in krachvoer voor paarden, verplicht op voerlabel

Weende analyse gemiddeld krachtvoer meest voorkomende variaties
Ruwe celstof, g/kg 95 55-150
Ruw eiwit, g/kg 110 95-140
Ruw vet, g/kg 36 24-55
Ruwe as, g/kg 75 60-100

 

Tabel 2: gemiddelde gehalten in krachtvoer voor paarden, niet verplicht op voerlabel

gemiddeld krachtvoer meest voorkomende variaties
EWpa, per kg 0,87 0,75-0,95
VREp, g/kg 90 75-105
Z&S, g/kg 340 250-420

Tegenvallende bespiering

Nog even naar het eiwit. Voor een goede spierontwikkeling is het onontbeerlijk dat paarden voldoende eiwit krijgen, maar ook voldoende essentiële aminozuren. Vooral dat laatste is niet altijd vanzelfsprekend. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwit. Ontbreekt er een bepaald type, dan gaat de bouw niet verder. Niet alle aminozuren komen gelijk verdeeld in alle voedermiddelen voor. Sommige meer dan andere. Juist de schaarse aminozuren noemt men de essentiële aminozuren.

Voor het paard zijn dat met name lysine, threonine en methionine. Deze specifieke aminozuren komen relatief beperkt voor in gras, hooi en granen. Geef je veel eiwit, bijvoorbeeld weidegang, dan is er geen sprake van een beperking in de voorziening van aminozuren. Maar is de totale eiwit niet erg hoog, maar bijvoorbeeld net voldoende, dan komt het er wel op aan wat de oorsprong is van het eiwit. Ruwvoer is tegenwoordig steeds vaker beperkt in eiwit. Het is net voldoende, maar voor het sportpaard ontbreekt het aan voldoende essentiële aminozuren.

Omdat brok vooral is gemaakt van granen die ook niet zeer rijk zijn aan deze soorten aminozuren, levert dat niet voldoende aanvulling. Tenzij de eiwitkwaliteit in het krachtvoer is verbeterd door gebruik te maken van een andere eiwitbron, zoals soja of losse aminozuren. Op het label vindt je dit terug in de ingrediënten lijst (tabel 3). Let op: sojaolie en sojaschillen zijn geen eiwithoudende ingrediënten.

Tabel 3: Ingrediëntenlijst van 2 sportpaardenvoersoorten

Sportvoer 1 Sportvoer 2
Tarwegries Gerst
Gepofte tarwe Tarwe
Luzerne Tarwegries
Haver Haver
Gepofte gerst Mais
Sojaschillen Luzerne
Sojaolie Lijnzaad
Tarwe Sojaschillen
Rietmelasse Havergries
Gepofte mais Sojaolie
Getoaste sojabonen Rietmelasse
Geextrudeerd lijnzaad
Plantaardige olie

Voedingstoffen

De behoefte aan mineralen en spoorelementen stijgt iets door training (zie tabel 4). Zoals je ziet de een meer dan de ander. Omdat een rantsoen van ruwvoer en krachtvoer veel voedingsstoffen bevat, is het niet per se noodzakelijk bij zwaarder werk met supplementen extra veel mineralen en spoorelementen toe te voegen. Zeker als het sportpaard 3 of 4 kilogram krachtvoer krijgt, zijn de meeste behoeften wel gedekt. Je kan je dan afvragen of meer voedingstoffen geven wel een voordeel biedt.

Veel paarden krijgen extra supplementen onder het mom ‘baadt het niet dan schaadt het niet’, toch is dat te betwijfelen. Afgezien van het feit dat een vergiftiging niet snel aan de orde is, moet het overschot aan voedingsstoffen wel ‘verwerkt’ worden in het lichaam; opgenomen, omgezet en uitgescheiden. Dit geldt ook voor magnesium. Vaak wordt overbodig extra magnesium aan het rantsoen toegevoegd.

Tabel 4: Behoefte aan enkele mineralen en vitaminen per 100 kilogram lichaamsgewicht per dag

Ca, g P, g Mg, g Na, g Cu, mg Fe, mg Zn, mg Se, mg Vit A, IE Vit E, IE
Rust 5,2 3,7 1,9 2,6 23 104 104 0,3 3000 100
Licht werk 5,4 3,8 2,1 6,0 23 104 104 0,3 4500 200
Matig werk 5,7 3,8 2,2 9,3 26 117 117 0,3 4500 200
Zwaar werk 6,3 3,9 2,5 18,3 29 130 130 0,3 4500 300
Zeer zwaar werk 6,8 3,9 2,8 25,0 29 130 130 0,3 4500 400

Gebrek aan zout

Ook al zweet het paard veel, de beperkte uitscheiding van magnesium wordt nog steeds gecompenseerd door de hoeveelheid in het rantsoen (grafiek 1). Het enige mineraal wat een paard dan echt tekort komt is natrium of eigenlijk natriumchloride, zout dus. Een gebrek aan zout kan verminderde prestaties en spierbevangenheid tot gevolg hebben. Een liksteen doet wel wat, maar bij veel zweetverlies en een zwaar trainings- of wedstrijdprogramma is zelf aanvullen beter.

Tenslotte is vitamine E een essentiële voedingsstof waar een sportpaard in de hogere klassen meer van nodig heeft en die een rantsoen van hooi en krachtvoer niet automatisch voldoende bevat. Het krachtvoer voor paarden die internationale wedstrijden op hoog niveau lopen en ongeveer 4 kilogram krachtvoer krijgen, moet dan zeker minimaal 400-500 IE vitamine E per kilogram bevatten. Let op dat op het label vaak vitamine E in milligrammen wordt weergegeven en dit niet altijd gelijk is aan de actieve vorm die wordt weergegeven in de internationale eenheid, IE.

Grafiek 1: Het rantsoen voldoet aan de energie- en eiwitbehoefte en aan de behoefte van calcium, fosfor en magnesium. Maar niet aan de natriumbehoefte.

grafiek rantsoen paard voeding

Paarden met spierproblemen

Veel sportpaarden kampen weleens met spierstijfheid. Vaak een gevolg van een (te) zware training of wedstrijd of onvoldoende cooling down. Met rustig herstelwerk verbetert dit vanzelf. Heeft het paard onvoldoende bespiering of heeft het paard te vaak dit soort spierstijfheidsklachten, dan is een goede rantsoenbeoordeling op zijn plaats, naast een objectieve trainingsbeoordeling (train je niet verkeerd of te hard of past het zadel niet?).

Sommige paarden zijn van zichzelf vrij heet en temperamentvol wat leidt tot te veel spierspanning met spierstijfheid tot gevolg. De rantsoen beoordeling maakt inzichtelijk of het paard alle noodzakelijke voedingsstoffen krijgt. Eiwit is nogal eens van een te matige kwaliteit of een te laag gehalte wat een goede spieropbouw belemmert. Maar ook het tekort aan zout en vitamine E kan de oorzaak zijn. Voor de te hete paarden geeft een rantsoen met een relatief laag zetmeel en suikergehalte en verhoogd aandeel vetten veelal een vermindering van de stress en daarmee ook vermindering van de spierspanning en spierstijfheid.

Balans

Het aandeel makkelijk verteerbare koolhydraten is dan nog steeds voldoende om een goede prestatie neer te zetten. De samenstelling van dit rantsoen komt wel nauw. Het is niet juist om krachtvoer te verminderen en plantaardige olie toe te voegen. Dan haal je het rantsoen uit balans, wat betreft eiwit en mineralen en vitaminen. Bonpard Muscle kan uitkomst bieden. Het bevat een correcte verhouding tussen Z&S en vetten plus voldoende voedingsstoffen (behalve zout).

Voor paarden met ‘echte’ spierbevangenheid is een goede analyse nodig om de oorzaak te achterhalen. En vooral om fouten in het rantsoen te corrigeren. Bij spierbevangenheid breekt het paard zijn eigen spieren af om als energiebron te gebruiken. Het kan komen door fouten en tekorten in het rantsoen, maar ook door genetische ‘fouten’. Dan blijft het paard, ondanks een optimaal rantsoen, terugkerende spierbevangenheid krijgen. Dit uit zich in plotseling ernstig zweten en niet verder willen met de training en soms ook in bruinverkleuring van de urine.

Paarden mogen dan absoluut niet verder lopen, want elke stap betekent spierafbraak. Behandeling van de dierenarts is noodzakelijk en het herstel kan weken tot maanden duren. Een aanpassing in het rantsoen is vaak de enige optie om het paard in training te kunnen houden. Veelal komt dat neer op een zeer sterke reductie van de makkelijk verteerbare koolhydraten en een flinke toename van het aandeel vet (en vezels) in het rantsoen. Dit vraagt om een apart dieetvoer dat voldoet aan deze specifieke eisen (er is ook meer vitamine E nodig bijvoorbeeld).

Aanvullend dieetvoer

Bonpard Muscle is een aanvullend dieetvoer voor paarden met spierbevangenheid. Voor een paard van 500 kg dat een gemiddelde training krijgt, bestaat het totale rantsoen dan uit 7 kg ruwvoer, 2,5 kg Bonpard Muscle en 130 ml plantaardige olie. Het rantsoen levert 14-17% energie uit Z&S en 20-22 % uit vetten. Dit voldoet aan de richtlijnen voor de meeste paarden met spierbevangenheid (10-15% energie uit Z&S en 15-20% energie uit vetten).

Sommige paarden zijn heel erg gevoelig voor zetmeel en suiker en hebben een rantsoen nodig van voornamelijk suiker arm ruwvoer (analyse) plus Bonpard Forage eventueel aangevuld met plantaardige olie. Als het een sportpaard betreft moet een speciale samenstelling geformuleerd worden om aan alle voereisen te voldoen (zoals eiwitkwaliteit).

Hiervoor kan je terecht bij dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding en auteur van dit artikel.

Foto’s: DigiShots

beweging
Voldoende beweging is van belang

Sommige oudere paarden vermageren snel, iets dat niet opvalt als je het paard elke dag ziet. Zeker bij oudere paarden is het belangrijk om vermagering op tijd te signaleren, zodat het tij snel gekeerd kan worden.

Je paard elke week wegen is amper een optie, al bestaan er wel speciale meetlinten om het gewicht mee in te schatten. Dit vergt echter wat rekenwerk en je dient ook op de juiste plek te meten. Het gewicht is echter ook in de schatten door je paard te controleren via de Body Condition Score (BCS). De BCS is een kaart waarop een aantal plekken van het paardenlichaam staan aangegeven. Door te kijken en te voelen kun je bepalen hoeveel vet en spieren er zitten op deze aangegeven plekken. Je geeft deze locatie een cijfer en via een totale beoordeling komt er een resultaat uit dat iets zegt over de conditie van je paard.

Body Condition Score

De BCS is gewoon gratis op internet te vinden en door bijvoorbeeld te voelen hoe dik de nek is, of er voldoende bespiering op de schoft zit en te kijken of de achterhand niet te puntig is kun je beoordelen of je paard op gewicht is. De ribben mag je wel voelen, maar je moet ze net niet kunnen zien. De dikte van zijn buik telt niet mee. Dat zegt namelijk niet zoveel. Als een paard net heel veel hooi of gras heeft gegeten kan hij een hele dikke buik hebben. Maar als er weinig voedingsstoffen in zitten, heeft hij er niets aan en is die buik ook zo weg.

Als je het lastig vindt om vast te stellen hoeveel vet en spieren je paard heeft, vraag dan iemand met meer ervaring om je te helpen. Of raadpleeg je dierenarts. Om veranderingen tijdig te signaleren is het ook een goed idee om bijvoorbeeld elke maand een foto van je paard te maken. Doe dit steeds op dezelfde plek en ook vanuit dezelfde hoek. Leg de foto’s vervolgens naast elkaar om verschillen te kunnen constateren.

Ratsoen

Merk je dat je paard dunner wordt, wacht dan niet af. Het is niet verstandig om zomaar wat voer bij te geven. Zeker bij het oudere paard is het verstandig om het eerst met je dierenarts te bespreken. Het kan zijn dat je paard iets onder de leden heeft. Of misschien gaat zijn gebit achteruit. Dat moet wel eerst worden gecontroleerd.

Veranderingen aan het rantsoen kun je het beste ook eerst overleggen met een deskundige. Ruwvoer hoort altijd het hoofdbestanddeel zijn van het totale menu. Ineens extra krachtvoer bij geven kan tot tal van problemen leiden, zoals koliek en hoefbevangenheid, omdat de spijsvertering van een paard daar niet op is ingesteld. Grote hoeveelheden krachtvoer ineens geven is nooit verstandig, want een paard heeft maar een kleine maag. Mocht er iets aangepast worden, voer dat dan geleidelijk in, zodat je paard eraan kan wennen. Trek er ongeveer een week of twee voor uit om om te schakelen.

Bron: Paardenkamp

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 18)

0 443

Hobbypaarden en paarden met een stofwisselingsziekte hebben niet alleen veel ruwe vezels in hun rantsoen nodig, maar ook een rantsoen met gereduceerde zetmeel- en suikergehaltes. Het vinden van het juiste voer is vaak een hele uitdaging.

Natuurlijke voeding

Als onze paarden zelf hun dag zouden kunnen indelen, zouden ze 10 tot 16 uur besteden aan voedselinname. De instinctieve behoefte om te eten is bij hen namelijk genetisch ingebouwd. Ondanks de domesticatie is hun spijsvertering er nog steeds op ingericht energie uit vezelig plantenmateriaal te halen. Het probleem: hun hongergevoel wordt niet zoals bij ons mensen aangestuurd via het vol zijn van de maag, maar via de bevrediging van de kauwbehoefte. Eten is daarom voor een paard een belangrijke bezigheid, die bijdraagt aan het welbevinden.

Lichte verteerbaarheid

Hoe lang het paard eet, wordt bepaald door de structuur van het voer. Hoe hoger het vezelgehalte, hoe langer de viervoeter bezig is. Voorbeelden van vezelrijk voer zijn hooi, stro en luzerne. Dit natuurlijke ruwvoer, waarvan de grove vezels intensief moeten worden vermalen door de tanden, biedt diverse voordelen: juiste afslijting van de tanden, langzamere opname van de voeding, meer kauwactiviteit en sterkere speekselvorming. Dit laatste is van essentieel belang voor de spijsvertering, omdat daardoor het voedsel zacht wordt en kan worden doorgeslikt. Hiermee geeft het voer langer een verzadigd gevoel, wordt het beter omgezet en wordt de algehele werking van maag en darmen verbeterd. Het is dus niet verwonderlijk dat ruwe vezels vanwege hun onmisbaarheid wel de ‘motor van de spijsvertering’ worden genoemd. Wanneer het voer echter weinig ruwe vezels bevat (zoals maïs of gerst), wordt het door het paard zeer snel vermalen, waarbij er weinig speeksel wordt gevormd. Het wordt een samengedrukte brij en kan daardoor leiden tot maag-darmproblemen en kolieken.

Goede voerconversie

Een dieet dat rijk is aan ruwe vezels wordt met name aanbevolen voor sobere paardenrassen. Dit zijn vooral pony’s, kleine paarden en robuuste rassen (waaronder Shetlanders, IJslanders, Haflingers en Noorse Fjordenpaarden). Deze aanbeveling geldt ook voor viervoeters die lijden aan stofwisselingsziekten zoals EMS (Equine Metabolic Syndrom), Cushing-syndroom of PSSM (Polysacharide Storage Myopathy), of aan insulineresistentie of laminitis (hoefbevangenheid). Daarnaast hebben deze rassen voer nodig dat weinig zetmeel en suikers bevat, zodat hormonale schommelingen worden gereguleerd. Als paardeneigenaar kunt u dit uitsluitend bereiken met aangepast voer. Ideaal is een type voer dat tussen ruwvoer en krachtvoer in ligt en de voordelen van deze beide combineert en waarmee de stofwisseling voor langere tijd wordt ontlast, bijvoorbeeld Cavalor FiberForce. Dit bestaat uit grofvezelig luzernehooi en langgeperste korrels.

‘Waarom heeft mijn paard luzerne in het krachtvoer nodig als het al hooi krijgt?’, vragen sommigen zich nu misschien af. Het antwoord hierop is heel eenvoudig: omdat de kwaliteiten van hooi tegenwoordig sterk uiteenloopt. Bovendien is in de afgelopen jaren het gehalte aan voedingsstoffen in ruwvoer zeer sterk teruggelopen. Dus op lange termijn bestaat er een risico van tekorten aan voedingsstoffen. Met Cavalor FiberForce is toediening van voldoende voedingsstoffen wel gewaarborgd en blijft de hoge kwaliteit steeds op hetzelfde niveau, waardoor dit voer ook geschikt is voor paarden met een stofallergie of een chronische aandoening van de luchtwegen.

Veilige energiebron

Een ander belangrijk bestanddeel van Cavalor FiberForce is olie, dat dient als hoogwaardige energiebron. Dat is goed voor oudere paarden, die vanwege leeftijdsgebonden kauw- en tandproblemen meestal slechts beperkte hoeveelheden ruwvoer kunnen opnemen. Het daardoor optredende gebrek aan ruwe vezelstoffen wordt door deze vloeibare bron van energie gecompenseerd. Cavalor FiberForce kan worden gevoerd als aanvullend voer of, onder bepaalde voorwaarden, als enig voer.

Persbericht Cavalor FiberForce

Foto: Remco Veurink

0 1364
Wim van Mulukom

Sobere rassen en paarden/pony’s die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid, insulineresistentie, overgewicht, spierbevangenheid of koliek zijn gebaat bij een rantsoen dat weinig suikers en zetmeel bevat. Suiker en zetmeel zijn belangrijke energieleveranciers, maar als deze stoffen slechts minimaal in het rantsoen mogen voorkomen, hoe ziet zo’n rantsoen er dan uit?

Ruwvoer

Ruwvoer is voor bovengenoemde paarden en pony’s de belangrijkste energieleverancier. Het is niet suikervrij, maar wel vrij van zetmeel. Ruwvoer bevat veel ruwe celstof, wat in de blinde en dikke darm wordt gefermenteerd. De vluchtige vetzuren die daarbij worden geproduceerd, leveren energie aan het paard. Toch is het voor een gevoelig paard ook met ruwvoer opletten geblazen: het suikergehalte in hooi varieert sterk en kan hoog oplopen. Een analyse geeft uitsluitsel; bij een hoog suikergehalte kan het nodig zijn om het hooi te weken.

Weinig/geen granen

Granen zijn een bron van zetmeel en worden verwerkt in praktisch alle brokken en muesli’s. Ook de meeste slobbers bevatten veel granen. Zetmeel zorgt voor grote schommelingen in de bloedsuiker, waar sommige paarden en pony’s erg gevoelig voor zijn. Bij deze dieren is het wenselijk om graanarm of graanvrij -en daarmee zetmeelarm- te voeren.

Wel of geen melasse?

Melasse is een restproduct uit de suikerindustrie en wordt gebruikt als bindmiddel in brok en sommige muesli’s, meestal met beperkte hoeveelheid. Melasse bevat ongeveer 50% suiker. Voor een suikergevoelig paard kan het helpen om een voer zonder melasse te kiezen, maar in sommige gevallen is het zelfs beter om überhaupt geen krachtvoer te voeren.

Eventueel olie

Wanneer een paard regelmatig moet presteren, maar bijvoorbeeld vaak spierbevangen raakt, is olie een zeer goede alternatieve energiebron ter vervanging van (een deel van) het zetmeel in het rantsoen. Het bevat drie keer meer energie dan suiker en zetmeel en bij de verbranding komen geen afvalstoffen vrij die zich in de spieren kunnen ophopen en problemen veroorzaken.

Een suikervrij rantsoen bestaat niet. Niet alleen krachtvoer, maar ook ruwvoer zoals hooi, voordroog, luzerne, etc. bevatten suiker, soms zelfs in aanzienlijke hoeveelheden. Houd dit in de gaten bij het samenstellen van het rantsoen.

Lees meer over een laag suiker & zetmeeldieet.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 1469

Qua voedingsbehoefte kun je niet alle sportpaarden over één kam scheren. Ieder paard is anders en bovendien vraagt iedere sportdiscipline iets anders van een paard en heeft het zijn eigen kenmerken met betrekking tot afstand, snelheid, duur, kracht en explosiviteit. Een paard moet geschikt zijn voor de betreffende discipline, maar ook het rantsoen moet hierop aansluiten. In dit eerste artikel van de serie voeding voor prestatie volgen drie tips voor rantsoenen voor dressuurpaarden.

1. Uithoudingsvermogen

Dressuurtraining en -wedstrijden duren relatief lang en een paard moet er tot de laatste seconde aan blijven. Dit soort prestaties vragen om langzaam vrijkomende energie, die weinig afvalstoffen in de spieren geeft. Een uitgelezen rantsoen voor een dressuurpaard is daarom structuurrijk, vetrijk (>7% vet) en koolhydraatarm (<20% zetmeel). Vet als energiebron komt langzaam vrij en geeft minder melkzuur in de spieren dan koolhydraten.

2. Beheersbaarheid

Dressuurpaard zijn vaak temperamentvol en gemakkelijk nerveus. Ook om deze reden is een vetrijk en koolhydraatarm rantsoen geschikt. Een rantsoen met veel granen bevat veel zetmeel en kan een paard heet maken, waardoor er aan het begin van de training/wedstrijd veel energie wordt ‘verspild’ en er aan het einde te weinig overblijft. Op een vetrijk/koolhydraatarm rantsoen laadt een paard zich minder op en blijft hij beter beheersbaar. Veel ruwvoer (>85% van het rantsoen) helpt een paard ook meer relaxed te zijn

3. Gezond, glanzend uiterlijk

Iedereen wil dat zijn paard een glanzende vacht heeft, maar voor een dressuurpaard op wedstrijd is dit toch wel extra belangrijk. Wanneer je al een vetrijk rantsoen voert, is dit niet altijd nodig, maar een extra scheutje plantaardige olie helpt hierbij. Olie bevat veel onverzadigde vetzuren, waardoor de samenstelling van het talg (huidvet) ook meer onverzadigde vetzuren gaat bevatten en daardoor vloeibaarder wordt. Het verdeelt hierdoor beter over de vacht en veroorzaakt meer glans.

Lees meer over een vetrijk rantsoen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 8937

Het is een veelgehoorde kreet in paardenland: ‘Mijn paard heeft eiwitbulten!’ In de meeste gevallen betekent het dat een paard door een onbekende oorzaak bultjes op zijn lichaam heeft gekregen, op een bepaalde plek of over zijn hele lijf. Een eiwitarm rantsoen, hooi in plaats van kuil, niet meer op de wei zijn adviezen die in zo’n geval worden gegeven en prompt verdwijnen de bultjes na een paar dagen of weken. De term ‘eiwitbulten’ is niet helemaal op zijn plaats: van een overmaat aan eiwit krijgt een paard géén bultjes. Wat gebeurt er wel bij teveel eiwit?

Tot op bepaalde hoogte niet zoveel…

Een paard kan tot drie keer zijn dagbehoefte aan eiwit zonder problemen verdragen. Dat is behoorlijk wat. Met een ‘normaal’ rantsoen is het eiwitaanbod weliswaar vaak wat aan de ruime kant, maar de 300% wordt maar zeer zelden gehaald. In de meeste gevallen (ook bij sobere rassen!) is het juist beter om wat ruimer in de eiwitvoorziening te gaan zitten, omdat hierdoor de kans op een tekort aan aminozuren (bijvoorbeeld aan lysine of methionine) veel kleiner is.

Extra belasting lever en nieren

Afhankelijk van het voedermiddel en de eiwitkwaliteit wordt het grootste gedeelte van het eiwit verteerd en in het bloed opgenomen. In lichaamscellen worden ongebruikte aminozuren (onderdelen van het eiwit) verbrand voor energie, waarbij ammoniak vrijkomt. De lever zorgt vervolgens voor de omzetting van dit (giftige!) ammoniak in ureum, wat daarna door de nieren wordt uitgescheiden. Hoe meer eiwit een paard binnenkrijgt, hoe harder de lever en nieren dus moeten werken. De vraagt is alleen of dit gedurende een paardenleven ook echt ‘schade’ oplevert aan die organen.

Luchtwegproblemen

Doordat een paard meer ureum moet afvoeren, drinkt en plast hij ook veel. Vooral wanneer een paard op stal staat, wordt dit ureum weer omgezet in ammoniak, wat in hogere concentraties een ware aanslag is op de luchtwegen van een paard (en zijn eigenaar tijdens het mesten…). Een goede ventilatie in de stal is daarom altijd heel belangrijk.

Tegenwoordig is het aantal paarden dat echt teveel eiwit binnenkrijgt beperkt, bovendien geeft die overmaat aan eiwit maar minimale problemen. Voor ieder paard is het belangrijk om te kiezen voor voer met een hoge eiwitkwaliteit met voldoende essentiële aminozuren.

Lees meer over de behoefte aan eiwit.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 1782

De een doet het vaker dan de ander: het rantsoen veranderen. Hierbij kan zowel de hoeveelheid als de soort voer worden aangepast, en zowel ruwvoer als krachtvoer. Zo’n voerwissel kan een grote impact hebben op het spijsverteringsstelsel, zeker wanneer het een verandering in ruwvoer betreft. Vooral de darmflora moet wennen aan een nieuwe voersamenstelling. Maar ook de spijsverteringsorganen hebben even tijd nodig om hun enzymproductie aan te passen en de spijsvertering weer optimaal te laten verlopen.

Langzaam!

Het hoort bij de basis van goed voeren en kan niet vaak genoeg worden herhaald: voer een rantsoenverandering altijd langzaam door. Een plotselinge verandering geeft een groot risico op spijsverteringsstoornissen, van diarree tot koliek tot zware hoefbevangenheid. Trek altijd minimaal twee weken uit voor een voerwissel, waarin je het oude rantsoen geleidelijk afbouwt en het nieuwe introduceert.

Krachtvoer/ruwvoer

Sommige mensen wisselen regelmatig van krachtvoer en trekken hier de nodige tijd voor uit. Ruwvoer is echter de hoofdmoot in de meeste rantsoenen (dat zou moeten, in ieder geval) en heeft vaak een grotere impact bij veranderingen dan krachtvoer. Wisselen van hooi naar kuil of andersom of van de ene batch naar de andere kan heel snel tot bijvoorbeeld diarree of koliekachtige verschijnselen leiden. Het afwisselend voeren van verschillende types ruwvoer kan sommige paarden zelfs chronisch ziek doen lijken, terwijl de oorzaak simpelweg bij het voermanagement ligt.

Wissel niet te vaak

Aangezien ruwvoer per batch/levering enorm kan verschillen qua samenstelling, wordt je paard hoe dan ook regelmatig aan voerwissels blootgesteld. Praktisch is het vaak onmogelijk om voor een ruwvoerwissel twee weken uit te trekken. Met het oog op deze regelmatige mogelijke verstoring van de spijsvertering is het aan te raden om het krachtvoer zoveel mogelijk hetzelfde dan wel vergelijkbaar te houden. Het spijsverteringssysteem wordt hierdoor minder zwaar belast.

Ook de overgang van stal (in winter/herfst) naar wei (in voorjaar/zomer) is een voerwissel die langzaam geïntroduceerd moet worden. Op stal eten paarden over het algemeen wat armer en vooral veel droog voer, terwijl op de wei het voer (gras!) ineens heel vocht- en voedingsrijk is. Bij veel paarden leidt deze overgang, wanneer deze te snel wordt uitgevoerd, tot spijsverteringsproblemen.

Lees meer over de overgang van droogvoer naar weidegras.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 882
Foto: Remco Veurink

Paardeneigenaren worden gelukkig steeds kritischer bij het beoordelen van het rantsoen van hun paard. Aandacht voor de mineralenvoorziening hoort daar ook bij. Mineralen vervullen tal van functies in het lichaam en wanneer er iets schort aan de mineralenvoorziening, zijn gezondheidsproblemen onvermijdelijk. Met de cijfers van de dagbehoefte aan mineralen van het CVB, een mineralenanalyse van het ruwvoer en uitgebreide voederwaarde van het krachtvoer kan een redelijke inschatting worden gemaakt van wat de stand is. Onderstaande aandachtspunten zijn bij de beoordeling van belang.

1. Tekorten moeten worden voorkomen

De absolute mineralengehaltes van het totale rantsoen zijn van belang, omdat een paard qua mineralenvoorziening van de dagelijkse voeding afhankelijk is. De behoeftecijfers van het CVB zijn een onderbouwde richtlijn voor hoeveel van welk mineraal een paard per dag nodig heeft, afhankelijk van eventuele arbeid, dracht, dekdienst, groei, etc. Het is onverstandig om je paard een rantsoen te geven dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan mineralen en sporenelementen niet biedt.

2. Scheve verhoudingen leiden tot problemen

Niet alleen de mineralengehaltes ten opzichte van de dagbehoefte zijn belangrijk, ook de verhoudingen tussen de mineralen onderling. Dit houdt in dat je niet simpelweg heel veel mineralen kunt geven, om maar zeker te zijn dat je paard voldoende binnenkrijgt. Mineralen ‘vechten’ onderling om in het bloed opgenomen te worden. Een groot overschot aan het ene mineraal kan ervoor zorgen dat een ander mineraal nog maar nauwelijks wordt opgenomen, waardoor een tekort aan dat mineraal ontstaat. Een belangrijk voorbeeld van zo’n verhouding is de calcium-fosfor-verhouding, die idealiter 2-1,5:1 is.

3. Niet alle bronnen van mineralen zijn waardevol

Zowel voor ruwvoer als voor krachtvoer geldt dat de mineralen die in het voer worden gemeten met behulp van een analyse, niet voor 100% opgenomen worden door het paard. Het is echter heel lastig in te schatten hoeveel er wel voor het paard beschikbaar komt; daar is relatief weinig over bekend. In het geval van een mineralensupplement kun je met het oog op de beschikbaarheid beter kiezen voor een iets duurder product; deze bevatten vaak de beter opneembare (en duurdere) verbindingen van mineralen, waardoor je met minder meer bereikt.

Twijfel je over de mineralenvoorziening in je rantsoen of vermoed je dat je paard een probleem heeft door een tekort of overschot, neem dan contact op met een voerspecialist en/of dierenarts. Hulp met een rantsoenberekening en bloedonderzoek kunnen een idee geven of er wel of niet een probleem bestaat.

Lees meer over mineralen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 1852
algemeen

Training stimuleert de spierontwikkeling en verbetert het uithoudingsvermogen. Voor een goede spieropbouw zijn gerichte oefeningen nodig om de juiste spieren aan te spreken. De klacht dat het paard te weinig spieren heeft ontwikkeld is vaak terug te voeren op te weinig training of de verkeerde oefeningen.

Een endurancepaard heeft een andere bespiering dan een dressuurpaard omdat een andere trainingswijze is gevolgd. Bij het verkrijgen van meer spierontwikkeling speelt het rantsoen een aanvullende rol. Maar een supplement zonder een goede training zal het paard niet bespierder maken, al laten de fabrikanten je dit wel graag geloven. Het rantsoen moet het paard voldoende energie geven om de prestatie uit te voeren en daarnaast alle voedingsstoffen bevatten die nodig zijn om verliezen te compenseren (denk aan zweet), ontwikkeling van spierweefsel mogelijk te maken (denk aan aminozuren) en beschadigingen aan spiercellen te beperken (denk aan antioxidanten).

Energie voor de spieren

Spieren maken gebruik van verschillende energiebronnen. Er is een kleine voorraad zeer makkelijk en snel beschikbare energie (ATP), slechts voldoende voor hooguit enkele minuten. Dan is er de keuze uit glycogeen of vetzuren. Glycogeen is de opslagvorm van glucose die in de spieren klaarligt voor gebruik. Er is ook een kleine voorraad vet aanwezig. Daarnaast kan via het bloed zowel glucose als vetzuren worden aangevoerd. De keuze van energiebron ligt aan de fitheid van het paard, de bloedvoorziening naar de spieren en de soort inspanning die wordt gevraagd. Een paard met een groot uithoudingsvermogen verbrandt eerder vetzuren tijdens inspanning dan een paard dat nog conditie moet krijgen. Maar voor een plotselinge krachtsinspanning verbrandt ook het goed getrainde paard glucose omdat dat sneller energie levert dan vetzuren. Het paard moet dus een rantsoen krijgen dat in ieder geval voldoende energie levert voor de prestatie. De energiebronnen kunnen variëren. Zetmeel en suikers voor de glycogeenvoorraad en vetten voor de opslag van vetreserves. Uit vezels maakt het paard vluchtige vetzuren die voornamelijk in vetzuren en dus vetten worden omgezet. Hooi moet altijd het merendeel van de energie leveren om de darmgezondheid te garanderen.

Eiwitten

Naast energie voor het werkelijke werk is er eiwit nodig om spieren te laten herstellen en in grootte te laten toenemen. Vooral bij jonge paarden in training is het van belang de eiwitvoorziening in het rantsoen te controleren. Deze paarden zijn nog niet uitgegroeid en hebben naast eiwit voor de spieropbouw eiwit nodig voor de groei. Eiwitten zijn complexe moleculen die bestaan uit een combinatie van aminozuren. De samenstelling van aminozuren verschilt per soort eiwit. In het lichaam gaan er altijd cellen kapot die weer vervangen moeten worden. Daar zijn aminozuren voor nodig. Deze aminozuren moeten dus worden aangevoerd met het rantsoen. Eiwitten die een goede overeenkomst hebben met de aminozuursamenstelling van het eiwit in de lichaamscellen hebben een hoge biologische waarde. Soja is daar een goed voorbeeld van. Voor paarden in training is het dus van belang om niet alleen naar de hoeveelheid maar ook naar de kwaliteit van het eiwit te kijken. In het algemeen is het zo dat bij een eiwitoverschot in het rantsoen er geen tekort is aan bepaalde essentiële aminozuren. Komt de hoeveelheid eiwit in het rantsoen net overeen met de behoefte van het paard, dan is het belangrijk dat het eiwit in het rantsoen de juiste aminozuren levert. Een rantsoen met hooi uit natuurgebieden kan een laag eiwitniveau hebben en aanleiding zijn de eiwitkwaliteit met een ander voedermiddel te verbeteren.

Belangrijke voedingsstoffen

Door inspanning verliest het paard voedingsstoffen die je met het rantsoen weer moet aanvullen. Zo gaat er met zweten veel zout verloren plus een beetje magnesium en kalium. Daarnaast richt inspanning altijd wat schade aan die weer moet worden hersteld. Hierdoor wordt het paard uiteindelijk sterker. Voor een goed herstel én voor de bescherming tegen schadelijke stoffen die tijdens inspanning ontstaan, zijn essentiële voedingsstoffen nodig, zoals mineralen, spoorelementen en vitaminen (hieronder vallen ook antioxidanten). Omdat je voor het werk vaak extra krachtvoer geeft, zal de aanvoer van al deze voedingsstoffen wel voldoende zijn. Maar ook hier geldt dat hooi met weinig voedingsstoffen extra aanvulling nodig heeft.

Praktijkvoorbeeld

Een eigenaar is van mening dat zijn paard onvoldoende spierontwikkeling heeft terwijl de ruin zes keer per week wordt getraind. Met extra krachtvoer en extra supplementen is nog weinig resultaat bereikt. Of het paard minder presteert als gevolg van deze beperkte bespiering is niet duidelijk. Het kan ook een verkeerde verwachting zijn van de eigenaar. Die heeft een bepaald plaatje in zijn hoofd waar het paard qua uiterlijk aan moet voldoen. Maar is dit realistisch en correct? Aan de bespiering van een topdressuurpaard zijn heel wat jaren werk voorafgegaan. Probeer dit niet als ideaalbeeld voor je eigen paard te hebben. In dit geval vielen de bespiering en lichamelijke conditie van het paard werkelijk tegen.

Het rantsoen

Dit paard krijgt 3 soorten krachtvoer, slobber, hooi en vijf supplementen. Hooi wordt onbeperkt aangeboden. Het krachtvoer en de supplementen krijgt hij in twee porties, ’s ochtends 4 kg en ’s avonds 3 kg. Een paar keer per week geeft de eigenaar na het rijden een portie slobber.

Voor een schatting van de hoeveelheid hooi die het paard werkelijk opeet neem je het gewicht als uitgangspunt. Dit paard weegt ongeveer 625 kg (1.70 m). Dat maakt een voer opname mogelijk van circa 12-15 kg droge stof oftewel 14-17 kg vers voer (gemiddelde droge stofgehalten 85%). Naast de 7 kg krachtvoer kan hij nog 7-10 kg hooi opeten. Waarschijnlijk is dat niet de werkelijke hoeveelheid. Want in dat geval bevat het rantsoen zo veel energie dat hij veel te dik zou worden. Aangezien het juist opvalt dat de bespiering tegenvalt en het paard zeker niet te dik is, eet het paard waarschijnlijk eerder rond de 5-6 kg hooi per dag. En zelfs dan is de totale energieopname, met inbegrip van het krachtvoer, al iets meer dan het paard nodig heeft voor dagelijks matig zwaar werk. Verder levert dit rantsoen meer dan voldoende eiwit en overige voedingsstoffen.

Een rantsoenberekening blijft altijd een globale schatting van de werkelijkheid. De berekening is reëel als het voer goed wordt verteerd en de voedingsstoffen echt ín het paard terechtkomen. In het vaststellen van de behoefte van het paard wordt rekening gehouden met een bepaalde verteerbaarheid van voedermiddelen. Die verteerbaarheid kan veranderen als het paard niet goed kauwt, als de hoeveelheid voer per keer te groot is, als er een ontsteking is in de dunne darm, et cetera, et cetera. Kortom, dat dit rantsoen meer dan genoeg energie en voedingsstoffen bevat plus de tegenvallende conditie van het paard betekent dat er waarschijnlijk toch minder voedingsstoffen worden opgenomen dan berekend. Naast eventuele problemen met kauwen en aandoeningen in de dunne darm kunnen hier twee zaken verantwoordelijk voor zijn: de hoeveelheid krachtvoer per portie en de hoeveelheid ruwvoer ten opzichte van krachtvoer.

Grote porties krachtvoer

Voor een goede vertering van krachtvoer is de aanbevolen hoeveelheid maximaal 2 kg per portie. In dit geval krijgt het paard 3-4 kg per keer. De dunne darm heeft tijd nodig om de voedingsstoffen af te breken en te absorberen. Als in dezelfde tijd meer voer de darm passeert, wordt er minder van verteerd. Onverteerd voer stroomt door naar de blinde en dikke darm. Daar breken de bacteriën het voer af. Maar deze wijze van ‘energie opwekken’ levert uit krachtvoer wat minder energie. En de dikke darm kan geen aminozuren absorberen. Dus de voorziening van voldoende eiwitten is volledig afhankelijk van de verteerbaarheid in de dunne darm. Ditzelfde geldt voor een aantal mineralen. Feitelijk is het zonde van al het krachtvoer dat dit paard krijgt, omdat een deel van de voederwaarde verloren gaat en in de mest terechtkomt.

 

Weinig hooi en veel krachtvoer

Als het paard 6 kg hooi opeet, is dit circa 5 kg droge stof. De hoeveelheid hooi in het rantsoen levert slechts een derde van de totale energie. Dit paard heeft minimaal 6,25 kg droge stof oftewel 7,5-8 kg hooi nodig. Ruwvoer heeft vele functies en is een onmisbaar deel in het rantsoen voor een goede vertering, passage en gezonde darmflora. Ruwvoer stimuleert de speekselproductie. Speeksel maakt een goede menging van voer met maag- en darmsappen mogelijk. Weinig ruwvoer en minder speeksel leidt tot weinig darmbewegingen en een minder goede menging van voer met de darmsappen. Dit alles heeft minder opname van voedingsstoffen in de dunne darm tot gevolg.

Veel supplementen

Ten slotte krijgt het paard met de aanvulling van supplementen te veel mineralen, spoorelementen en vitaminen. Met deze hoeveelheid krachtvoer is extra aanvulling helemaal niet nodig. De dosering van een aantal mineralen en vitaminen is 3-4 keer de behoefte van het paard. Gelukkig zal niet alles worden geabsorbeerd en verdwijnt een deel van het overschot in de mest. Een deel zal wel in het lichaam opgeslagen worden, zoals vitamine A en D. En een deel wordt via de urine uitgescheiden, zoals calcium. Al deze extra stappen in de stofwisseling kosten het paard extra energie. De toxische grenswaarden van de meeste voedingsstoffen liggen erg hoog, dus wat dat betreft is er weinig gevaar. Een uitzondering is selenium. Het totale rantsoen mag niet meer selenium bevatten dan 1 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Dit rantsoen bevat nu 3,5 mg selenium en komt wat dat betreft nog niet in de gevarenzone. Al met al hebben deze supplementen in dit rantsoen geen toegevoegde waarde en is het weggegooid geld.

Advies

Het rantsoen is voor verbetering vatbaar. Het is moeilijk hier de oorzaak in aan te wijzen voor de matige spierontwikkeling, hoewel het aannemelijk is dat de minder goede vertering van krachtvoer in de dunne darm leidt tot te weinig opname van essentiële aminozuren. De totale hoeveelheid energie, eiwit en voedingsstoffen is in principe meer dan voldoende, maar de balans tussen de voedermiddelen is verkeerd, wat een negatief effect heeft op de vertering en absorptie van voedingsstoffen. Door het rantsoen eerst weer in balans te krijgen en de vertering te optimaliseren kunnen de problemen misschien al verdwijnen. Om de hooiopname te verhogen moet eerst de hoeveelheid krachtvoer naar beneden. Bij een hoeveelheid hooi van 8 kg is 4 kg krachtvoer voor dit paard waarschijnlijk voldoende. Blijkt dit onvoldoende resultaat te geven dan kan het rantsoen verder worden geoptimaliseerd door bijvoorbeeld het hooi te analyseren, de mineralen en spoorelementen op maat bij te stellen en bepaalde aminozuren toe te voegen.

Tekst: Anneke Hallebeek  / Foto’s Remco Veurink

Volg ons!

102,982FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer