Tags Posts tagged with "paardenarts"

paardenarts

0 1383

Waar heeft een paard met kissing spines eigenlijk last van? Om daar antwoord op te geven, is enige kennis van de anatomie van de paardenrug gewenst. Een paardenrug bestaat uit 18 borstwervels en 6 lendewervels. Op elk wervellichaam zit een lang, verticaal doornvormig uitsteeksel. Dit zijn de spinaaluitsteeksels, bestaande uit bot. Normaal gesproken staan deze uitsteeksels een paar millimeter uit elkaar. Bij kissing spines komen deze uitsteeksels tegen elkaar, waardoor beschadiging en irritantie van het bot ontstaat. In reactie hierop kan nieuw bot gevormd worden of kan soms botverval optreden. Dit kan erg pijnlijk zijn voor het paard. Kissing spines komen het meeste voor op de plaats waar de ruiter zit, tussen de tiende en achttiende borstwervel.

Hoe ontstaan kissing spines eigenlijk?

Hierbij speelt erfelijke aanleg een rol. Zo zijn volbloeden gevoeliger dan andere rassen voor het ontwikkelen van kissing spines, omdat hun spinaaluitsteeksel dichter bij elkaar staan. Ook factoren uit de omgeving kunnen een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan de leeftijd bij het inrijden, het zadel, de ruiter en de manier van trainen.

Symptomen

Hoe zijn kissing spines te herkennen? Verminderd presteren is de meest voorkomende klacht, maar klachten kunnen ook sterk variëren. Denk bijvoorbeeld aan pijn bij borstelen of aanraken van de rug, protest bij het opzadelen, het scheef dragen van de staart, bokken, steigeren en/of staken tijdens het rijden. Ook kunnen kissing spines, zonder dat er klachten zijn, bij toeval gevonden worden op een röntgenfoto.

Diagnose & behandeling

De paardenarts zal het paard op verschillende manieren onderzoeken en zal beginnen met een uitgebreid onderzoek van het bewegingsapparaat. Eventuele kreupelheid kan worden vastgesteld en de beweeglijkheid van de rug kan worden beoordeeld. Ook wordt er gelet op bijvoorbeeld drukplekken van een slecht passend zadel en de ligging van het zadel. Spieren en uitsteeksels van de wervelkolom worden met de hand onderzocht om eventueel pijnlijke en stijve gebieden op te sporen. Met röntgenologie kunnen de benige structuren van de rug in beeld worden gebracht. Op de röntgenfoto hierboven staan ernstige kissing spines weergegeven. De wittere gebieden geven botnieuwvorming aan en de donkere ‘holtes’ botverval. Wekere delen van de rug (spieren, banden e.d.) kunnen met echografie beoordeeld worden. Een succesvolle behandeling hangt af van het totaalplaatje en eventuele andere problemen die aanwezig kunnen zijn. Behandeling kan bijvoorbeeld bestaan uit inspuiten met ontstekingsremmers, mesotherapie, e.d. Ook kan de behandeling worden aangevuld met fysiotherapie, osteopathie of chiropractie.

Wil je meer weten over de behandeling van kissing spines en wat de vooruitzichten zijn voor een paard met kissing spines? Lees dan hier het volledige artikel over Kissing spines bij paarden op Paardenarts.nl.

Meer over de auteur:
Iris van Gulik (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “In mei 2008 ben ik in Utrecht afgestudeerd als Erkend Paardendierenarts. Tijdens mijn studie heb ik veel stage gelopen in verschillende paardenklinieken in Nederland, Amerika en Nieuw-Zeeland. Ook heb ik twee jaar deel uitgemaakt van de Veulenbrigade, opvang van zieke en te vroeg geboren veulens. Na mijn studie ben ik meteen als paardendierenarts aan de slag gegaan bij Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal en daar werk ik nog steeds met veel plezier. In 2009 ben ik naar Kentucky (Rood&Riddle, grootste paardenkliniek van de wereld) en Florida geweest om stage te lopen. In 2010 naar een paardenkliniek in Texas. Ik vind het erg leuk om op deze manier mijn kennis te verbreden en te zien wat er allemaal mogelijk is met betrekking tot behandeling van paarden. Mijn persoonlijke interesse binnen het werk gaat uit naar de interne geneeskunde (waarbij zieke pasgeboren veulens een speciaal plekje verdienen), kreupelheidonderzoek (vooral echografie), embryotransplantatie, wond behandeling en oogproblemen.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

Foto: Paardenarts.nl

0 1315

Weet jij waar de knieën van je paard zich bevinden? Welke spieren vormen de hamstrings? Hoe kun je zien of jouw paard een blessure heeft? Op deze en andere vragen geeft Judith van Aarle-van Hal antwoord. Judith is werkzaam bij NHB Deurne als docent/dierfysiotherapeut en heeft daarnaast een praktijk aan huis.

In deze interactieve workshop wordt kennis gemaakt met de anatomie van het paard, door de verschillende botten en spieren op een echt paard te krijten. Daarnaast wordt uitgelegd hoe de meest voorkomende sportblessures bij paarden te herkennen en te voorkomen. Tenslotte wordt duidelijk gemaakt hoe een goede warming-up en cooling-down zijn opgebouwd.

Theorie

De workshop begint met een kort stukje theorie. Aan de hand van duidelijke afbeeldingen laat Judith zien hoe het skelet van een paard eruit ziet en waar dezelfde botten en gewrichten zich bij de mens bevinden (zie afbeelding 1). Hoewel een paard op vier benen loopt en een mens rechtop, is ons skeletstelsel niet eens zo verschillend. Soms zijn wat botten met elkaar vergroeid, maar in aanleg zijn ze dan nog terug te vinden. Zo is de zwilwrat een overblijfsel van onze duim en het spoortje een overblijfsel van de pink. Ook de functie van de gewrichten kunnen wat verschillend zijn. Ons schoudergewricht, bijvoorbeeld, is een kogelgewricht en bestaat uit een kop (opperarmbeen) en een kom (schouderblad). Hierdoor zijn wij in staat om met onze arm een grote draaibeweging te maken. Bij het paard ligt het schouderblad meer plat langs het bovenlichaam en wordt door banden en spieren op zijn plaats gehouden. Hierdoor kan een paard zijn benen functioneel gezien alleen naar achter en voor bewegen. Een lenig paard kan wel zijgangen maken, maar een paard kan niet net als een mens zijn been vanuit zijn schoudergewricht naar de zijkant bewegen. Bij springpaarden is de schoudergordel een veel voorkomende plek van blessures. Doordat het gewricht eigenlijk naast zijn lichaam zit en het bovenbeen niet door een ander bot wordt tegengehouden, moet het paard zijn schoudergordel bij elkaar houden met zijn spieren en banden, ook tijdens de landing na een hindernis. Het is dan ook heel belangrijk om een goede opbouw te maken voor springpaarden zodat zij hun spieren juist kunnen ontwikkelen. Verder spreekt het voor zich dat een paard niet elke dag over hindernissen moet worden gestuurd en dat het na een zware springtraining of parcours de kans moet krijgen om zijn spieren en banden tot rust te laten komen.

Anatomie

De wervelkolom van een paard bestaat uit zeven nekwervels, achttien borstwervels en vijf lendenwervels. Vergeleken bij de mens heeft een paard zes extra borstwervels. De lendenwervels zijn de zwakste schakel in de rug omdat die niet de ondersteuning hebben van de ribben, achterhand of voorhand. Vandaar dat het belangrijk is dat het gewicht van de ruiter niet voorbij de borstwervels komt te liggen. Van Aarle geeft het belang aan van het begrijpen van de bouw van je paard om zodoende een correcte training te kunnen samenstellen en om blessures te voorkomen. Als fysiotherapeute wordt zij veel ingeschakeld bij rugklachten en bekkenscheefstanden van het paard. Soms is een trauma (val) de oorzaak, maar meestal een verkeerde manier van trainen. Als je scheef op je paard zit, of één sterkere hand hebt, belast je het paard ongelijk waardoor klachten ontstaan. Op den duur merk je als ruiter dat het paard makkelijker de ene kant op buigt dan de andere kant of makkelijker in een bepaalde galop aanspringt. Dan is het hoog tijd voor een evaluatie.

Buikspieren trainen

In de training hebben we als doel om de rug (bovenlijn) sterk te maken zodat het paard de ruiter makkelijk kan dragen. Maar een jong paard heeft nog geen sterke rug en zal zijn rug hol willen maken onder het ruitergewicht. Het paard moet dus leren zijn ruiter te dragen en zijn bovenlijn bol te maken. Daarbij moet hij ook sterke buikspieren krijgen. We weten allemaal dat we als mens sit-ups kunnen doen om onze buikspieren te trainen. Daarbij brengen we ons hoofd naar de richting van onze benen (of andersom). Bij paarden train je de buikspieren eigenlijk net zo. Hij moet zijn hoofd naar beneden brengen en (heel belangrijk!) zijn achterbenen meer in de richting van zijn hoofd brengen. Hij moet dus actief ‘ondertreden’. Daardoor traint hij niet alleen zijn buikspieren, maar wordt ook zijn rug sterker. Verder ontlast hij zijn wervelkolom door het opbollen van de rug en dit voorkomt blessures. Onmiddellijk ontstaat onder de cursusleden een discussie over het diep instellen van paarden. Judith geeft aan dat het niet voor elk paard is weggelegd om zo diep te worden ingesteld. Ze geeft aan dat topruiters die het toepassen meestal paarden hebben die het lichamelijk aan kunnen en goed weten waar ze mee bezig zijn. In tegenstelling tot het gros van de ruiters die niet over de knowhow en juiste paarden beschikt. De grote fout die dan gemaakt wordt, is dat het paard alleen vóór rond gereden wordt maar achter niet voldoende ondertreedt. In dit laatste geval kantelt het paard zijn bekken niet. Daarmee sla je de plank dus totaal mis omdat het doel zou moeten zijn om het bekken te laten kantelen, zodat de rug wat opgedrukt kan worden!

Na de theoretische uiteenzetting ‘Tips om blessures te voorkomen’, die op sommige punten interessante discussie opwekt tussen de cursisten onderling en de docente, begeeft de groep zich weer naar de rijhal. Met behulp van een paard, demonstreert de fysiotherapeute een aantal oefeningen die je kunt doen om uit te vinden of je paard aan de ene zijde leniger is dan aan de andere. Zij adviseert om op regelmatige basis je paard na te kijken op deze manier zodat je kunt zien of hij zich symmetrisch ontwikkelt, of dat er ergens problemen zijn. Ook eenmaal per week aan de longe is een nuttige manier van trainen. Je geeft niet alleen beweging maar kunt van de grond ook beoordelen of je paard correct loopt en of hij bijvoorbeeld alle twee zijn achterbenen evenveel onderbrengt. Met deze informatie kan je het trainingsdoel weer bijstellen. Elk paard heeft een natuurlijke scheefheid en het is aan ons, ruiters, om de symmetrie te optimaliseren.

Tips om blessures te voorkomen

Trainingleer: Een doel stellen op lange en korte termijn. Het doel elke keer dat je gaat rijden bij stellen als het paard niet goed voelt. Dat maakt het verschil tussen paardrijden (‘ik stap op en ik zie wel’) en trainen (‘ik wil het linkerachterbeen sterker maken en doe dat door steeds een stukje schouder voor te oefenen zodat hij zijn achterbeen beter onder moet zetten’). Een training moet altijd passen bij de leeftijd en het niveau van een paard, gedoseerd opgevoerd worden en ook aandacht geven aan de mentale fitheid van je paard. Laat je niet verleiden door een getalenteerd jong paard. Botten, pezen en spieren hebben de tijd nodig om sterk te worden (zie afbeelding 2). Investeer in een brede basis, daarop kan je verder bouwen. Zorg altijd voor een goede warming-up en cooling-down.

Hoefbeslag: Zorg dat het paard op tijd naar een kundige hoefsmid gaat. Laat niet té veel corrigeren bij eventuele scheefstand.

Management: Hoe stal ik mijn paard, mag hij in de wei en wil ik dan dat hij met soortgenoten staat? Welk eten geef ik en hoe vaak? Gebruik ik beenbeschermers en spuit ik hem af na het rijden? Op welke bodem train ik en bij welke trainer? Dit zijn slechts enkele vragen die je jezelf zou moeten stellen in het kader van het welbevinden en blessurepreventie van je paard.

Zadel:  Past het zadel goed op mijn paard, wie heeft genoeg kunde om dat (voor mij) te beoordelen? Zit ik zelf ook lekker in dit zadel en geeft het mij de kans om zo optimaal mogelijk mijn hulpen te geven? Het zadel kan een grote veroorzaker zijn van rugblessures bij paard en ruiter.

Houding en zit: Iedereen heeft een bepaalde bouw en natuurlijke houding dus het is niet zinvol om in een geforceerde houding op je paard te zitten. Als je brede schouders hebt, is het niet zo erg als je ellebogen wat uit steken, bijvoorbeeld. Want als je ze tegen je lijf zou drukken, geeft dat spanning die je weer doorgeeft aan je paard. Het belangrijkste is dat de ruiter zijn paard niet hindert, dat hij een gewicht heeft dat bij het paard past en zijn beweging goed kan volgen.

Tekst: Natasha Bruinsma/Foto: Remco Veurink

0 372

Atypische myopathie is een bijna altijd fatale spieraandoening die vooral in het vroege najaar voorkomt. De oorzaak van deze ziekte ligt bij de esdoorn (Acer pseudoplatanus) die in of rond weilanden staat en waarvan de zaden voornamelijk in oktober en november vallen. Paarden eten deze zaden en worden daardoor ziek.

1. Voorkomen is beter

Aangezien slechts 10% van de paarden atypische myopathie overleeft, is het zaak om de ziekte te voorkomen. Plant geen esdoorns langs of in de wei en zorg dat er geen esdoorn tussen de bestaande beplanting staat.

2. Weide afzetten

Is een bestaande esdoorn niet gemakkelijk te verwijderen, maar wil je wel je paard veilig in de wei hebben? Bekijk het ‘bereik’ van de boom en zet het stuk grond waar de zaden zullen gaan vallen ruim af, zodat de paarden er niet bij kunnen. Houd rekening met een beetje wind, wat in de herfst natuurlijk regelmatig voorkomt.

3. Hooi bijvoeren

Om te voorkomen dat paarden de esdoornzaden gaan eten, omdat het gras niet veel voeding meer bevat, kun je op de wei hooi bijvoeren. Maak een ‘hooiplaats’ zo ver mogelijk bij de boom vandaan, tegen de meest voorkomende windrichting in, en gebruik een feeder met een dakje. Zo blijft het hooi droog en voorkom je grotendeels het wegwaaien van het hooi tijdens onstuimig herfstweer.

De symptomen van atypische myopathie treden plotseling op en uiten zich in spierzwakte en spierstijfheid. Het paard wil niet bewegen en blijft verkrampt staan of gaat plat liggen. Deze symptomen zijn vergelijkbaar met maandagziekte, ofwel tying up. Ook snel ademen, rood mondslijmvlies en overmatig zweten zijn bijkomstige symptomen. Bel meteen de dierenarts als je deze symptomen bij je paard op de wei herkent!

Lees meer over de esdoorn en atypische myopathie.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 2487

Gezonde hoeven zijn voor paarden erg belangrijk, want zo luidt een oud gezegde: ‘No foot, no horse’. En dat is niet voor niets. Kreupelheden zijn een belangrijke oorzaak voor het niet kunnen gebruiken van je paard. De oorzaak van kreupelheden zit daarbij vaak in de hoeven. Een moeilijk te herkennen afwijking van de paardenhoef is White Line Disease (WLD). Hierbij breken micro-organismen de verbinding tussen het levende deel van de hoef en het hoorn af, waardoor er een holte in de wand ontstaat. In het ernstigste geval kan zelfs het hoefbeen zakken.

Wat is WLD precies?

WLD of wittelijnziekte is een ziekte van de hoefschoen die steeds vaker voorkomt bij paarden, ezels en hun kruisingen. De ziekte komt over de gehele wereld voor bij paardachtigen van alle rassen en leeftijden, bij dieren met en zonder hoefbeslag. Het toongedeelte is in veel gevallen aangetast. Het proces van het afbreken de verbinding tussen het levende deel van de hoefschoen en het hoorn door micro-organismen begint altijd aan de zoolzijde van de hoef. Daarna breiden de micro-organismen zich verder uit naar boven, richting de kroonrand. Het hoorn is afgebroken in de aangetaste gebieden en er ontstaat een holte gevuld met lichtbruin, korrelig en droog materiaal. Paarden kunnen kreupel worden als er veel losse wand ontstaat. De losse hoornwand kan niet zelf opnieuw hechten met het levende deel van de hoef; deze zal geheel opnieuw vanuit de kroonrand moeten worden opgebouwd. Hierdoor duurt genezing altijd lang.

Wil je de aandoening beter begrijpen, dan is het zinvol om inzicht te hebben in de anatomie van de hoefschoen, de hoornwand en zijn verbinding met de hoeflederhuid.

Verschijnselen

De hoefvorm kan veranderen als grotere delen van de lederhuid los liggen. Het hoefbeen kan zelfs zakken, waardoor de hoeven van het paard altijd gevoelig blijven en het paard in de meeste gevallen ook kreupel is.

Hoefzweren komen vaker voor bij dieren met WLD, doordat vuil kan ophopen in de ontstane openingen en holtes bij de witte lijn.

Bij een schone hoef zonder ijzer zijn aan de zoolzijde van een dier met WLD altijd veranderingen aan de hoornwand te zien, net buiten de witte lijn. Het aangetaste hoorn is zacht, bruin en korrelig. Bij langdurige aanwezigheid van de aandoening zonder behandeling zullen er holtes ontstaan tussen hoornwand en witte lijn, soms wel tot aan de kroonrand.

Oorzaken

Er is nog weinig bekend over de precieze oorzaak van WLD. Meerdere factoren spelen een rol en vaak zijn beschadigen van de hoornwand de trigger. Micro-organismen als bacteriën, gisten en schimmels kunnen zich daardoor  in de beschadigde hoornwand nestelen en het hoorn vernietigen. Paarden die chronisch hoefbevangen zijn of ernstig hoefbevangen zijn geweest, hebben meer kans om WLD te krijgen. Ook kunnen omgeving en verzorging kunnen een rol spelen.

Diagnose en behandeling

De dierenarts kan de diagnose stellen door de schone hoefzool zonder hoefijzer te onderzoeken. In verder gevorderde gevallen kan de holle wand met een metalen sonde worden ontdekt. Ook kan de hoornwand onderzocht worden door met een hamer op de buitenzijde van de wand te kloppen om toonverschil te horen.  Op röntgenfoto’s kan WLD zichtbaar worden gemaakt als er een holle of losse wand is gevormd. Ook kan daarop bekeken worden hoever het hoefbeen al is gezakt. Is het paard eenmaal kreupel, dan zal de behandeling langdurig en intensief zijn.

Wil je meer weten over de behandeling en prognose van White Line Disease? Lees dan hier het volledige artikel White Line Disease bij paarden en ezels op Paardenarts.nl.

Meer over de auteur:
Floor Bernard (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): ‘Sinds ik in 1989 mijn dierenartsdiploma in Utrecht heb behaald, ben ik werkzaam geweest als paardendierenarts in diverse praktijken in Nederland. Na het opzetten van de eerste professionele Kraamkliniek voor paarden heb ik bij de buitenpraktijk van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht gewerkt. Een mooie kans om mijn kennis te vergroten en ervaringen uit de praktijk te delen met specialisten. Sinds medio 2013 werk ik met mijn collega Jessica Bakker in Paardenpraktijk Utrecht. Mijn interesse is breed en gericht op het gehele dier en zijn omgeving. Preventie, voortplanting en tandheelkunde maken mij extra enthousiast.’

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

Foto: Jessica Pijlman

0 492
Flevomanege

Bij ons in het dorp zetelt al jarenlang een plattelands-veeartspraktijk. In vijftien jaar tijd heb ik nog nooit een antwoordapparaat getroffen. Niet bij nacht, niet bij ontij, niet tijdens feestdagen. Misschien moeten de huisartsen eens een maandje meelopen met de dierencollega’s? Wie beesten heeft weet: als ze wat mankeren is dat meestal op het moment dat je je vork in een feestdiner wilt prikken.
Eén van onze paarden heeft op een incourant tijdstip koliekverschijnselen. Na mijn telefonische verontschuldiging over het moment bromt de veearts zoals gewoonlijk ‘ik kom eraan’.

Onze hulpverlener is nogal klein van stuk. Dat weerhoudt hem niet om altijd in fors uitgevallen auto’s rond te toeren. Dag of nacht; hij heeft altijd haast. Zodra de dierenarts gebeld is, is het zaak de jas vast aan te doen en de laarzen op standje neus-naar-voren-sprint- klaar te zetten. Doorgaans is hij nauwelijks uitgestapt of hij vliegt als een bedrijvig mannetje over het erf. Hij geeft tekst en uitleg terwijl je dan achter hem aan moet rennen in een poging nog een paar woorden op te vangen. O wee wanneer je niet tijdig buiten bent als zijn bolide het erf op scheurt. Juist op deze ongelukkige dag was ik te laat.

Nafoeterend

Struikelend over mijn half aan de voeten bungelend schoeisel arriveer ik hijgend bij de stallen. Verbaasd kijk ik om me heen. Waar is hij nou gebleven? Ik tuur in de auto. Hij is weliswaar de grootste niet, onze helper in nood, maar hij komt toch nog wel boven het stuur uit? De auto blijkt leeg. Ineens klinkt er een hele boze kreet uit de box van ons zieke paard. Gevolgd door een hoop geschreeuw. Ik spoed mij naar de stal en tref daar de gitzwarte merrie met haar oren plat op het hoofd. Ze trekt vervaarlijke rimpels boven haar neusgaten terwijl haar tanden op standje aanvallen staan. Ze maakt snoekduiken naar de hoek van haar verblijf.

Ik gluur in de box, haar boze uitvallen ontwijkend. Daar, helemaal in de uiterste hoek van de stal staat onze dierenarts. Hoog in de voerbak, zichzelf tegen de wand aandrukkend. ‘Haal dat monster weg!’ schreeuwt hij mij toe. Zenuwachtig frummel ik het halster om het boze paardenhoofd. Het paard merkt niet eens wat ik aan het doen ben, zo gefocust is ze op haar slachtoffer.
Zodra het gevaar is geweken klautert onze dierenarts de voerbak uit. Nafoeterend verdwijnt hij rommelend in zijn kofferbak om nieuwe spullen te pakken. Zijn eerst meegenomen medicijnen liggen vermorzeld onder in het stro. Het paard knapt zienderogen op na zijn behandeling.

Zes maanden later is het tijd voor de inenting. Voorzichtig leg ik uit welke dieren het betreft. ‘Alle paarden dus?’ polst de veearts. ‘Eeeh, ja….’ zeg ik bedeesd. Hij draait zich om en loopt zijn praktijkruimte in. Hij roept iemand door een deur. Er verschijnt een jonge, tengere vrouw. ‘Hier,’ zegt de veearts terwijl hij haar een doos naalden en vaccins in de handen drukt. ‘ Een heel mooi beginnerklusje op je eerste werkdag bij ons.’

Was getekend, Doordraver

Deze editie van Doordraver verscheen eerder in de Hoefslag. Doordraver deelt iedere maand in de Hoefslag haar persoonlijke ervaringen met alledaagse gebeurtenissen. De nieuwste doordraver ‘Gooische Vrouw’ vind je in editie 2 (februari)

Foto: Remco Veurink

0 112
losgelaten paarden

Verwaarlozing van dieren, dierenmishandeling, het zijn problemen die tegenwoordig aan de orde van de dag zijn. De overheid probeert dit hard aan te pakken. Zij leidt hiervoor politieagenten op tot ‘Taakaccenthouders handhaving dierenwelzijn’, in de volksmond ook wel ‘de dierenpolitie’ genoemd. Wat houdt de dierenpolitie eigenlijk in? Welke bevoegdheden hebben deze agenten? Welke meldingen komen het meest voor en hoe kun je een melding doen van dierenleed?

Aangescherpte wetgeving

Een belangrijk wapenfeit in de bescherming van dieren is de aanscherping van de wetgeving in juli vorig jaar. Zo is onder andere het schoppen, dumpen, verwaarlozen en doden van een dier strafbaar geworden. Ook mogen personen onder de 16 jaar geen eigen dier houden. Ten aanzien van paardenwelzijn op het gebied van gezondheid, voeding, huisvesting en transport is voor de gehele paardensector de Gids voor Goede Praktijken Welzijn Paard algemeen geldende standaard opgenomen. Een en ander geeft de dierenpolitie meer mogelijkheden om hun werk te doen.

Wat houdt de dierenpolitie precies in?

De dierenpolitie treedt op tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen. Ook verlenen zij hulp en proberen zij zoveel mogelijk dierenleed te voorkomen. Het zijn volledig opgeleide en bevoegde ‘normale’ politieagenten die daarnaast een speciale opleiding hebben gevolgd. Zij leren hier onder andere dierenleed herkennen (les van een dierenarts), hoe ze dieren in beslag kunnen nemen en welke koppelingen er zijn met overige misdrijven. Het is goed om te weten dat de dierenpolitie er juist is om dierenwelzijn te verbeteren en niet zozeer om te straffen. De politie kan eventueel betrokken personen helpen door een beroep te doen op een netwerk aan hulpverleners. Verwaarlozing of dierenmishandeling is bij veel mensen namelijk niet het enige probleem. Dit komt vaak voor in combinatie met slechte zelfzorg en/of huiselijk geweld.

Welke meldingen komen het meest voor en hoe kun je een melding van dierenleed doen?

Meldingen over mishandeling en verwaarlozing van dieren staan met stip op één en gaan over gezelschapsdieren, waartoe ook paarden behoren. Heb je een vermoeden van dierenleed? Of dit het gevolg is van een ongeluk, van mishandeling en/of verwaarlozing, meldt dit bij het landelijke meldpunt voor dieren in nood: ‘144 Red een Dier’. 144 is de landelijke meldkamer voor dierenmeldingen. Het telefoonnummer is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar. Afhankelijk van de melding bepaalt de politie welke instantie ingeschakeld moet worden. Een melding via 144 is niet anoniem. Wil je een anonieme melding doen, dan kan dat bij Stichting ‘Meld misdaad anoniem’.

Meer weten over het werkterrein van de dierenpolitie, hoe zij dierenleed aanpakken en met wie ze zoals samenwerken? Lees hier het volledige artikel over Dierenpolitie op Paardenarts.nl.

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

Foto: Paardenarts.nl

0 711

Maagzweren komen ook bij paarden voor en vaker dan je zou denken. Ongeveer de helft (!) van alle paarden heeft maagzweren en bij renpaarden ligt dit zelfs rond de 90%. Gapen, verminderde eetlust, gewichtsverlies, tandenknarsen, lichte koliekverschijnselen, verminderde prestaties, gapen en/of een slechte vacht kunnen verschijnselen zijn die duiden op de aanwezigheid van maagzweren bij het paard. Het is belangrijk om te weten hoe de paardenmaag werkt om te kunnen begrijpen wat maagzweren zijn en hoe ze ontstaan.

De paardenmaag is anders

Paarden hebben in vergelijking met andere dieren maar een kleine maaginhoud. Bij koeien heeft de maag bijvoorbeeld een bepaalde opslagcapaciteit. De maag van een paard dient echter als een soort doorgeefluik naar de darmen. Dit doorgeefleuk is constant in gebruik; het paard eet de hele dag door constant kleine beetjes. Het paard produceert 24 uur per dag maagzuur, ongeacht tijdstip, eetfrequentie en hoeveelheid voedsel (in tegenstelling tot mensen die pas maagzuur produceren als ze eten). Het maagzuur helpt het voedsel te verteren  en zorgt ervoor dat bacteriën e.d. niet kunnen overleven, waardoor infecties voorkomen kunnen worden. De maagwand wordt tegen het krachtige maagzuur beschermd door een gezonde slijmlaag. Eet het paard niet, dan komt er teveel maagzuur in het de maag, waardoor irritatie aan de maagwand kan ontstaan. Het slijmvlies van de paardenmaag is verdeeld in 2 delen. Het klierrijke onderste deel produceert o.a. het maagzuur en wordt beschermd door een slijmlaag. Het klierarme bovenste deel heeft slechts een dun laagje gladde cellen. In dit bovenste deel komen dan ook de meeste maagzweren voor. Speeksel en voedsel neutraliseren het maagzuur. Als het paard kauwt, met name op ruwvoer als hooi, lucerne, stro en kuil, wordt de aanmaak van speeksel gestimuleerd. Een paard in de natuur kan zo wel 40-60 liter speeksel per dag produceren. Het maagzuur heeft daardoor zelden kans om schadelijk te zijn.

Wat zijn maagzweren precies?

Als de maagzuurhuishouding uit evenwicht raakt, kan het maagslijmvlies beschadigd raken. Er ontstaat een beschadiging van/een wond in de maagwand. Dit wordt een maagzweer genoemd. Door het aanwezige maagzuur geneest zo’n wond slecht en kan groter en dieper worden. Een maagzweer kan erg pijnlijk zijn voor het paard en ook de oorzaak zijn van chronisch bloedverlies.

Het risico op maagzweren bij paarden wordt vergroot door:

  • Voedselopname
    Een maagzweer kan al in elke uren tot een paar dagen ontstaan als de voedselopname onregelmatig is (bijv. slechts enkele grote porties per dag, weinig ruwvoer, vasten).
  • Voeding
    Als het paard weinig ruwvoer kan eten, produceert het ook minder speeksel
  • Training
    Paarden die getraind worden (bijv. renpaarden) eten vaak tijdens de training enkele uren niet. Voeding en speeksel kunnen het maagzuur dan niet neutraliseren. Tijdens het presteren is er vaak ook een toegenomen druk in de maag, waardoor het maagzuur omhoog geduwd wordt en het klierarme deel van de maag kan beschadigen.
  • Stress
    Dit veroorzaakt een verlaging van de bloedtoevoer naar de maag. De maagwand wordt hierdoor minder gevoed en gevoeliger voor maagzuur.
  • Medicijnen
    Als bepaalde medicijnen langdurig of in te hoge doseringen worden gegeven kunnen maagzweren ontstaan.

Symptomen

Deze zijn vaak zeer uiteenlopend en kunnen daardoor ook op andere problemen duiden!

  • Vermindering eetlust
  • Vermagering
  • Doffe vacht
  • Vermindering prestaties
  • Gapen
  • Lichte koliekverschijnselen
  • Tandenknarsen
  • Diarree

Diagnose en behandeling

Alleen met behulp van een maagscopie is het mogelijk om te bepalen of het paard maagzweren heeft. De dierenarts brengt hierbij een slang met camera (endoscoop) via de neus in de maag. Hij of zij kan zo de slokdarm, binnenkant maag en het eerste deel van de dunne darm inspecteren. Als de symptomen al duidelijk aanwezig zijn, bevinden maagzweren zich vaak al in een verder gevorderd stadium en zijn daardoor moeilijker te behandelen. Neem bij twijfel over de symptomen dan ook altijd contact op met je dierenarts.

Wil je meer weten over de behandeling  van maagzweren en hoe je ze kunt voorkomen?
Lees dan hier het volledige artikel over Maagzweren bij paarden op Paardenarts.nl.

Meer over de auteur:
Iris van Gulik (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “In mei 2008 ben ik in Utrecht afgestudeerd als Erkend Paardendierenarts. Tijdens mijn studie heb ik veel stage gelopen in verschillende paardenklinieken in Nederland, Amerika en Nieuw-Zeeland. Ook heb ik twee jaar deel uitgemaakt van de Veulenbrigade, opvang van zieke en te vroeg geboren veulens. Na mijn studie ben ik meteen als paardendierenarts aan de slag gegaan bij Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal en daar werk ik nog steeds met veel plezier. In 2009 ben ik naar Kentucky (Rood&Riddle, grootste paardenkliniek van de wereld) en Florida geweest om stage te lopen. In 2010 naar een paardenkliniek in Texas. Ik vind het erg leuk om op deze manier mijn kennis te verbreden en te zien wat er allemaal mogelijk is met betrekking tot behandeling van paarden. Mijn persoonlijke interesse binnen het werk gaat uit naar de interne geneeskunde (waarbij zieke pasgeboren veulens een speciaal plekje verdienen), kreupelheidonderzoek (vooral echografie), embryotransplantatie, wond behandeling en oogproblemen.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

0 605

Een gezond en goed gebouwd veulen is de wens van iedere fokker. Dit is helaas niet altijd het geval en moeten eigenaar en dierenarts veel inspanning leveren in het vroege leven van het veulentje. Neonatologie staat voor kennis van ziekten en behandeling van de pasgeborene. Vroeggeboren of zieke veulentjes zijn niet te vergelijken met een ziek volwassen paard. Zij vragen om een specifieke behandeling en intensieve zorg van een (team van) dierenartsen.

Welke afwijkingen/aandoeningen vallen o.a. onder neonatologie?

Prematuur
Een normale dracht verschilt per merrie en duurt tussen de 320 en 360 dagen. Een prematuur veulen is en veulen dat eerder dan 320 dagen dracht geboren wordt. Het te vroeg geboren veulen is lichamelijk nog niet volledig ontwikkeld. Je herkent een prematuur veulen aan zijn opvallend slappe oren (floppy ears), korte zijdeachtige vacht, kortere manen en staart en de tong en slijmvliezen zijn vaak felrood. Ook is de zuigreflex vaak verzwakt of zelfs afwezig. Het veulen heeft een laag geboortegewicht, een weinig ontwikkelde spiermassa en slappe gewrichten.  Ook de longen en het maagdarmkanaal zijn onvoldoende ontwikkeld. Het te vroeggeboren veulen koelt gemakkelijk af omdat het moeite heeft met het regelen van zijn eigen lichaamstemperatuur.

Dysmatuur
Als het veulen na voldoende draagtijd toch onderontwikkeld geboren wordt, noemt men dit een dysmatuur veulen. Meestal is ziekte van de moeder tijdens de dracht de oorzaak. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ontsteking van de placenta (nageboorte).

Asphyxie syndroom
Een veulen met dit syndroom wordt ook wel een dummy genoemd. Het asphyxie syndroom wordt veroorzaakt door zuurstoftekort tijdens en/of vlak na de geboorte door bijvoorbeeld geboorteproblemen. Het veulen vertoont meestal eerst normaal gedrag en kan vervolgens binnen 48-72 uur een terugval krijgen. Symptomen van dit syndroom zijn o.a.: algehele zwakte, slaperigheid, slechte coördinatie, afwezigheid van zuigreflex, desinteresse in de moeder, veel liggen, epileptische aanvallen.

Sepsis
Een van de belangrijkste oorzaken van sterfte in de eerste levensweken is sepsis, een bloedvergiftiging veroorzaakt door bacteriën. Symptomen zijn o.a.: diarree, algemeen ziek en zwak, veel liggen, eventuele ontstekingen in de gewrichten waardoor het veulen moeilijk staat en loopt. Het pasgeboren veulen is extra gevoelig voor allerlei infecties. Het is daarom belangrijk dat het veulen binnen een paar uur drinkt en de eerste melk van de moeder (biest) binnenkrijgt. Hier zitten antistoffen in tegen bacteriën en virussen.

Isoerythrolyse Neonatalis (ook wel bekend als ‘rhesus’of ‘bloedziekte’)
Het veulen krijgt bij deze aandoening door opname van biest antistoffen binnen die gericht zijn tegen zijn eigen rode bloedlichamen. Rode bloedcellen zijn belangrijk voor het transporteren van zuurstof door het lichaam. De rode bloedlichamen worden door deze antistoffen echter afgebroken, waardoor er steeds minder zuurstof bij alle cellen in het lichaam komt. Alle lichaamsfuncties gaan hierdoor achteruit en het veulen zal steeds meer verzwakken. De slijmvliezen van de ogen en mond verkleuren van zachtroze naar geel (het veulen krijgt geelzucht). Het veulen is suf en sloom door bloedarmoede, drinkt slecht, heeft een snelle ademhaling en pols, heeft rode/bruine urine en verslechtert snel. Oorzaak van deze bloedziekte is dat de bloedgroep van de merrie en het veulen verschillen en de merrie antistoffen tegen deze bloedgroep aanmaakt.

Standsafwijkingen
Een pasgeboren veulentje staat vaak nog wat wankel op zijn beentjes. Dit verandert vaak snel binnen een paar dagen door de beweging die het veulen krijgt. Toch kunnen er ook grote afwijkingen zijn aan de stand van de benen. Gelukkig zijn de gangbare en meest voorkomende afwijkingen als bokvoet goed te corrigeren.

Een pasgeboren veulen is erg kwetsbaar. Bel bij twijfel over de gezondheid van het veulen dan ook altijd direct de dierenarts!

Wil je meer weten over de behandeling van zieke en te vroeggeboren veulens en hoe je hiermee om moet gaan? Lees dan hier het volledige artikel over Neonatologie, ziekte en behandeling van pasgeboren veulens  op Paardenarts.nl.

Meer over de auteur:
Iris van Gulik (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “In mei 2008 ben ik in Utrecht afgestudeerd als Erkend Paardendierenarts. Tijdens mijn studie heb ik veel stage gelopen in verschillende paardenklinieken in Nederland, Amerika en Nieuw-Zeeland. Ook heb ik twee jaar deel uitgemaakt van de Veulenbrigade, opvang van zieke en te vroeg geboren veulens. Na mijn studie ben ik meteen als paardendierenarts aan de slag gegaan bij Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal en daar werk ik nog steeds met veel plezier. In 2009 ben ik naar Kentucky (Rood&Riddle, grootste paardenkliniek van de wereld) en Florida geweest om stage te lopen. In 2010 naar een paardenkliniek in Texas. Ik vind het erg leuk om op deze manier mijn kennis te verbreden en te zien wat er allemaal mogelijk is met betrekking tot behandeling van paarden. Mijn persoonlijke interesse binnen het werk gaat uit naar de interne geneeskunde (waarbij zieke pasgeboren veulens een speciaal plekje verdienen), kreupelheidonderzoek (vooral echografie), embryotransplantatie, wond behandeling en oogproblemen.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

Foto: Iris van Gulik

0 190

De bekende Bemmelse dierenarts en eigenaar van Stoeterij Buitenzorg Jan Nas is zaterdagmiddag onder massale belangstelling naar zijn laatste rustplaats begeleid, meldt de Gelderlander in het regionieuws.

Het lichaam van Nas werd in een lichte, open rouwkoets van de stoeterij aan de Ressensestraat naar de begraafplaats gebracht. Ruiters en amazones te paard begeleidden de stoet. Voor het ouderlijk huis aan de Ponylaan hield de rouwstoet korte tijd stil. Verkeer werd omgeleid.

De begrafenis van Jan Nas maakt deel uit van een dramatisch begin van 2015 voor de veterinaire beroepsgroep in de paardensector. Niet alleen het overlijden van de 55-jarige Nas kwam voor de buitenwereld volkomen uit de lucht vallen, ook aan het leven van zijn 38-jarige beroepsgenoot Rob Evers kwam onverwachts een einde. (foto: Remco Veurink)

0 2239

Als een paardenhouder spreekt over een paard met ‘hoefkatrol’, dan bedoelt hij of zij waarschijnlijk dat het paard last heeft van een blessure in het het hoefkatrolgebied van de ondervoet (hoefkatrolontsteking of podotrochleose). Wat is hoefkatrolontsteking precies en wat kun je eraan doen?

De hoefkatrol

De hoefkatrol is een mechanisme met katrolwerking in de ondervoet van het paard dat gevormd wordt door:

  • het hoefbeen
  • het kroonbeen
  • de diepe buigpees die over de achtervlakte van het straalbeen glijdt
  • het straalbeen
  • een slijmbeurs tussen de diepe buigpees en het straalbeen
  • ligamenten die het straalbeen verbinden met de beenderen van de ondervoet

Wat is hoefkatrolontsteking?

Het is een verzamelnaam voor aandoeningen in het hoefkatrolgebied. (Chronische) overbelasting van het hoefkatrolapparaat kan hoefkatrolontsteking veroorzaken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • verdraaien of verstappen van de ondervoet
  • verkeerde hoefstand
  • verkeerde hoefvorm
  • (intensief) trainen op een onregelmatige onvoldoende dempende bodem
  • erfelijkheid

Symptomen

Hoefkatrolontsteking treedt meestal op aan een of beide voorbenen. Het paard kan bij een hoefkatrolontsteking wisselende kreupelheid vertonen. Zo kan het paard na (intensieve) belasting bijvoorbeeld kreupel zijn en na een paar dagen weer normaal lopen. Landen na een sprong, wendingen maken en/of trainen op een harde ondergrond kan pijnlijk zijn voor het paard.

Diagnose & behandeling

Is je paard kreupel? Neem dan zo snel mogelijk contact op met je dierenarts. Je dierenarts kan een eventuele hoefkatrolontsteking vaststellen op basis van klinisch onderzoek (door o.a. het beoordelen van de gang van het paard en het doen van buigproeven), diagnostische anesthesie (verdoven van een bepaald deel van het paardenbeen) en beeldvorming (door middel van röntgen, echo, CT en/of MRI). De behandeling verschilt per paard, afhankelijk van de mate van hoefkatrolontsteking.

Meer weten over de opbouw van de hoef, de behandeling en wat je zelf kunt doen om een hoefkatrolontsteking te voorkomen? Lees hier het volledige artikel Hoefkatrolontsteking op Paardenarts.nl 

 

Meer over de auteur:
Mark van Manen (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “Sinds Januari 2010 ben ik dierenarts bij Paardenkliniek Wapenveld. In 2002 ben ik begonnen met de studie Diergeneeskunde aan de Universiteit van Utrecht; na een algemene opleiding tot allround dierenarts ben ik uiteindelijk afgestudeerd als erkend paardenarts. Tijdens mijn studie heb ik bijna twee jaar onderzoek gedaan naar de invloed van hoofd/halshouding op het ontstaan van blessures aan de halswervelkolom. Naast de algemene geneeskunde en fertiliteitbegeleiding van het paard hebben hoofd-, gebit, hals- en rugproblemen mijn speciale interesse.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer