Tags Posts tagged with "opinie"

opinie

marc houtzager calimero europees kampioenschap rotterdam

Eindelijk is er een gedegen onderzoek uitgevoerd over hoe de Nederlander aankijkt tegen de paardenwereld in het algemeen. Gedegen? Jazeker!

Ruim 2.600 Nederlanders werden ondervraagd, naar rato verdeeld over de provincies, mannen en vrouwen en in de onderscheiden leeftijdscategorieën. De vragen waren relevant en ter zake doende.
Dank aan Trendpanel Paard, die deze enquête initieerde.

Negatieve kant

De prangende vraag waarop een antwoord kon worden gegeven, is de volgende: is er een groot draagvlak voor het houden van paarden, het verantwoord berijden van en sporten met paarden in Nederland? Het antwoord is positief.

Maar als paardenminnend Nederland nu onder het motto ‘we doen een plas en alles blijft zoals het was’ doorgaat, zou dat antwoord op termijn wel eens in een volmondig ‘nee’ kunnen gaan omslaan. Waarom? Omdat het percentage ‘neutrale’ mensen, overweldigend groot is en juist heel gemakkelijk naar de negatieve kant kan overhellen.

Geen eigen paard

Op de vraag of men wel eens een paardensportevenement bezoekt, antwoordt drie procent ‘zeer regelmatig’, negen procent ‘regelmatig’, maar 57 procent ‘nooit’. Maar liefst 86 procent van de geënquêteerden zegt niet over een eigen paard te beschikken, terwijl vijf procent daarop bevestigend antwoordt. Van de ondervraagden zegt 44 procent ooit wel eens een paard te hebben bereden, maar 35 procent nog nooit.

We laten de (grote) tegenstanders nu even buiten beschouwing. Het percentage dat neutraal staat tegenover de sport dressuur is veertig, terwijl 56 procent (groot) voorstander is.

Tegenover springwedstrijden staat 48 procent neutraal; 44 procent is een groot voorstander. Bij eventing is het percentage voorstander 33 procent en is 53 procent neutraal. Bij de minder bekende disciplines (endurance, voltige, TREC, horseball) ligt het percentage voorstanders op minder dan dertig procent.

Zorgelijk!

Slecht verkopen

Wat ik persoonlijk ontluisterend aan het rapport vind, is dat hieruit zonneklaar blijkt dat de BV Nederland Paardenland zichzelf onwaarschijnlijk slecht verkoopt. Hoe ik dat weet? Uit de resultaten van de enquête.

“De KNHS én de stamboeken preken uitsluitend voor eigen parochie”

Vijftig procent of meer weet niet dat er 500.000 actieve ruiters zijn en 400.000 paarden, dat er 60.000 vrijwilligers zijn, dat onze sector goed is voor een omzet van 1.5 miljard (in werkelijkheid zelfs het dubbele) en dat circa 15.000 mensen een boterham verdienen in de hippische sector. Men weet niet dat in Nederland gefokte paarden bovengemiddeld veel medailles winnen en dat de hippische sport na voetbal in economisch opzicht de grootste is.

Intern gerichte communicatie

De oorzaak van deze onbekendheid is simpel. De KNHS en de stamboeken preken uitsluitend voor de parochie die ze kennen. Alle communicatie is intern gericht en de enorme grote buitenwereld wordt veronachtzaamd. Dat kon eigenlijk allang niet meer, maar we zijn als collectief verantwoordelijk voor de gehele sector. Van mij mag de Sectorraad Paarden de Koninklijke Vereniging het Nederlands Trekpaard direct royeren. En bij de politiek moet er vanuit de sector op aangedrongen worden het predicaat Koninklijk in te trekken, zolang deze club geen keiharde maatregelen neemt tegen het couperen van de staarten.

Lading publiciteit

De twee lieden beschilderd met kreten als ‘Stop Horse Slavery’ die de Rotterdamse piste binnenstormde terwijl Marc Houtzager met zijn parcours bezig was, riepen binnen de hippische wereld terecht boze reacties op. Mede omdat door deze actie het welzijn van paard en ruiter juist in gevaar werd gebracht. De actie werd echter bewonderd door de sympathisanten van de streakers, want door op het ‘moment suprême’ hun actie uit te voeren werd een lading publiciteit gegenereerd.

Initiatief

Ik hoop dan ook van harte dat het rapport van het Trendpanel Paard er toe zal leiden dat de hippische wereld gaat reageren zoals het vierspan van IJsbrand Chardon. Hij slaagt er immers in om met zijn span – met de neuzen één kant op gericht – alle hindernissen, hoe moeilijk ook, te overwinnen. Het initiatief om de gehele hippische wereld met één visie naar de toekomst te laten kijken ligt bij één van de hoofdrolspelende organisaties. Welke, is de vraag. De Sectorraad, FNRS, KNHS of KWPN?

Om de tafel

Laat ik deze column afsluiten met het uitspreken van de hoop dat de voorzitters van deze clubs met elkaar om tafel gaan zitten. Dat ze tijdens die sessie besluiten om fondsen beschikbaar te stellen. Om vervolgens een collectief propaganda-programma voor de gehele sector op te zetten én uit te voeren. En dat alle andere hippische organisaties zich aansluiten en financieel bijdragen.

Waarom? Omdat de toekomst van de hippische sport in Nederland afhangt van ‘nu gaan handelen’! U twijfelt nog? Lees het rapport van Trendpanel Paard nog eens goed door. Dan raakt ook u overtuigd!

Jacob Melissen is hippisch journalist, fotograaf en initiator van het Springpaardenfonds Nederland.

Deze column verscheen in Hoefslag 15/2019. Op verzoek van de auteur en vanwege de relevantie voor de toekomst van de paardensport, bieden we dit artikel ook aan ons online-lezerspubliek aan.

Hoefslag 15 bestel je via paardenmagazines.nl

Foto: Digishots

dressuur subtop
foto: Remco Veurink

Subtop rijden, een droom van veel dressuurruiters. Op naar de slipjas. De subtop wil immers zeggen dat je op weg bent naar de “top”.

“Daar rijden alleen maar goede ruiters met goede paarden voor strenge juryleden” was de gedachte van veel ruiters tot een paar jaar geleden.

Subtop vrijgegeven

De KNHS had een aantal jaar geleden de slogan “Dichterbij de paardensporter” bedacht.
Daarmee was het afgelopen met een beperkt aantal subtop wedstrijden. De subtop werd, in navolging van de basis, vrijgegeven. In de wet staat immers dat je een ondernemer niet mag beletten te ondernemen, waardoor ze juridisch gezien ook een probleem kregen. De subtop afdeling werd opgeheven, alle werkzaamheden werden verlegd naar de organisaties en de KNHS trok zijn handen er vanaf.

Vanaf dat moment moesten de organisaties dus zelf hun kalender gaan maken, vraagprogramma’s indienen in Mijn KNHS, de inschrijvingen beheren, juryleden uitnodigen, startlijsten maken en op de wedstrijddag alle cijfers invoeren, omdat de KNHS dat graag wil voor het GDA systeem, waarin juryleden gevolgd worden. Na de wedstrijd moeten alle uitslagen digitaal opgestuurd worden naar de KNHS en geplaatst worden op de KNHS site, als dat niet wordt gedaan is de afdeling handhaving er als de kippen bij om een reprimande te sturen, al dan niet vergezeld van een nota.

Wildgroei aan subtop wedstrijden

De eisen dat er een goede (zand)bodem aanwezig moet zijn, voldoende parkeerruimte, een goed en efficiënt secretariaat gingen overboord. Iedereen kon aanvragen en doet dat ook. Het effect is een wildgroei aan subtop wedstrijden, soms wel 15 per week en daarnaast ook nog internationale wedstrijden.

Doordat de groepen kleiner zijn geworden en iedereen t/m ZT uitschrijft is er een schrijnend tekort aan ZT juryleden ontstaan. Er staan er genoeg op de lijst, maar ja, een groot deel daarvan jureert geen subtop in Nederland of kan niet omdat ze weinig tijd hebben, geen zin hebben, zelf nog actief in de sport rijden of veel leerlingen hebben.

Dat was nooit een probleem, dan gingen die juryleden gewoon wat verder weg jureren, maar doordat er alleen nog maar wedstrijden met kleine groepen zijn, moet er naar de kosten worden gekeken en kunnen er dus alleen maar juryleden ingezet worden die dichtbij wonen. De KNHS is van mening dat er voldoende juryleden zijn, zonder naar de inzetbaarheid te kijken. Het is dan ook heel erg jammer dat de KNHS zich aan regels vasthoudt die 5 jaar geleden bedacht zijn! Dat was toen er nog 3 tot 5 subtopwedstrijden per week waren en er een subtop afdeling was die de kalender reguleerde.

Weinig vooruitstrevend

De KNHS pretendeert dat ze de sport vooruit willen helpen, maar ze blijven hangen in het verleden. Weinig vooruitstrevend is een betere omschrijving voor de KNHS.

Is het dan echt zo negatief? Nee, dat is het niet. De KNHS wilde met haar slogan dat de sport laagdrempelig zou worden. Dat is ook gebeurd. Veel ruiters zouden nooit subtop zijn gaan rijden als ze ver zouden moeten reizen. Nu het dichtbij is proberen ze het gewoon.

Er is geen competitie meer. Dat klopt! Willen de ruiters dat dan? Het antwoord is nee.

Eigen plan

De ruiters rijden voor zichzelf en gaan op wedstrijd om wat “dingen” uit te proberen in de ring waarmee ze in de training bezig zijn. Het maakt ze niet uit of ze alleen zijn of tegenover 10 andere ruiters staan. Ze volgen hun eigen plan in de scholing van hun paard. De ZZZ ruiters rijden voor de winstpunten, de LT/ZT ruiters voor de scores om eventueel een keer internationaal te kunnen starten.

Daarnaast is er een groep subtop ruiters die paarden voor de handel rijdt, die groep wil graag in de pers verschijnen en rijdt dus liever op kleinere wedstrijden waar ze een betere plaatsing rijden en in de verschillende media komen, dan op een wedstrijd met veel concurrentie waar ze in de middenmoot eindigen.

‘Zoveel mensen, zoveel wensen’

De KNHS wil niet meer juryleden opleiden want is van mening dat de organisaties maar moeten overleggen wie/wanneer organiseert en wie er ZT gaat uitschrijven! Ik weet oprecht niet hoe ze dat bedenken! Zij vergeten even dat ze zelf een subtop afdeling hebben gehad en dat na het opheffen daarvan, de medewerkers van wedstrijdzaken de kalender maakte. Daar waren ze weken mee bezig en wat was het moeilijk om het iedereen naar de zin te maken. ‘Zoveel mensen, zoveel wensen’ was en is hier van toepassing.

Overleg moeilijk

Er waren toen er een beperkt aantal vaste locaties/organisaties. Met het vrijgeven van de subtop is dat veranderd. Iedereen organiseert nu subtop. Organisaties kennen elkaar niet meer, dus wordt overleg ook wat moeilijk. Er is wel een duidelijk overzicht omdat iedereen in de, landelijke, kalender de subtop wedstrijden indient. We hebben dan ook gelukkig niet te maken met regio’s en een duidelijk beeld van alle aangevraagde wedstrijden. Dat is positief zou je denken, maar jammer genoeg overleggen alleen de vaste locaties nog en kijkt de rest nergens naar en voegt zijn/haar wedstrijd gewoon toe zonder rekening te houden met de verdeling over het land, afstanden tussen locaties en dergelijke.

Ook hier stuurt de KNHS een keurige brief met een vriendelijk verzoek je aan bepaalde voorwaarden te houden, helaas gebeurt dat niet en mogen de medewerkers geen wedstrijden eruit halen in het kader van “ondernemers mag je niet beletten te ondernemen!”.

Voorwaarden scheppen

De KNHS is de eerste om via de afdeling handhaving brieven te laten versturen als er ook maar iets niet volgens het reglement is gegaan, maar hoort een sportbond dan ook niet de voorwaarden te scheppen dat organisaties zich aan de regels kunnen houden?

Als er juryleden op het laatste moment afmelden is er sprake van overmacht en mocht de wedstrijd op 1 jury worden gedraaid. Het standpunt van de KNHS is echter gewijzigd hierin: Zodra je de rubriek niet door twee juryleden kan laten beoordelen moet de rubriek (of wedstrijd dus) worden geannuleerd!

Beetje lastig als je geen telefoonnummers meer hebt en ook niet krijgt van de KNHS in het kader van de Wet op Privacy. Beetje vervelend voor ruiters die te maken krijgen met geannuleerde rubrieken/wedstrijd omdat er geen juryleden te vinden zijn. Wie gaat die kosten dragen? De KNHS? Nee, die sturen nog een rekening voor het annuleren van de wedstrijd!

NK Dressuur

Kan de KNHS het dan zelf wel goed? Werken zij wel volgens de reglementen? Nee! Als voorbeeld kijk ik dan naar het NK dressuur. Organisaties hoeven het bij een meerdaagse niet te proberen om een wedstrijd uit te schrijven over meerdere proeven met een finale en geen prijzen uit te reiken bij iedere rubriek. Op het NK had alleen de ZT had de eerste dag wel een prijsuitreiking voor de eerste 3 (1:4 reglementair)!

Als het over meerdere proeven gaat, hoe is het dan mogelijk dat bij de kleine finale LT iedereen met een schone lei begon? In de groep die doorging naar de kür telde de eerste proef wel mee en werd die opgeteld voor de einduitslag!

Prijzen moeten worden uitgereikt op 1:4, waarom dan niet op het NK?

Als ik aangeef dat ik geldprijzen uitreik moet ik dat ook doen en kan ik niet gebruiksvoorwerpen uitreiken en de waarde daarvan in mindering brengen op het prijzengeld, tenzij ze kunnen kiezen.

Niet reglementair

Dit vraagprogramma is goedgekeurd door de KNHS (en niet voor het eerste jaar dat de zaken niet reglementair verlopen). De juryleden die 36 combinaties mogen jureren, kregen er 48 zonder enig overleg, dat hoeft een organisatie niet te proberen.

Verenigingen en organisaties zouden direct een brief van de afdeling handhaving krijgen met een reprimande en een verzoek om uitleg als ze dit zouden doen!

Minder geld

Wat zou een oplossing kunnen zijn? De KNHS zou kunnen besluiten om weer een subtop afdeling op te zetten in de vorm van een vereniging of een stichting onder de KNHS. Dan kunnen er wel regels gesteld worden, maar dan moet er alleen wel weer een medewerker hiervoor in dienst komen (extra loonkosten). Als er minder subtop wedstrijden georganiseerd gaan worden levert dat de KNHS ook veel minder geld op.

Een klein rekensommetje leert dat er tegenwoordig 8-10 wedstrijden per week meer dan vroeger georganiseerd worden. Dat levert de KNHS per wedstrijd € 27,- meer op. Als de wedstrijd geannuleerd wordt in verband met te weinig starts levert dat altijd nog € 14,- op. De KNHS kan dus wel zeggen dat ze willen dat het aantal subtop wedstrijden moet afnemen, maar dat willen ze niet want dat kost ze minimaal € 10.000,- aan extra inkomsten en ook zij hebben dat geld hard nodig!

Meer eisen stellen

Is er een oplossing voor de wildgroei aan subtop wedstrijden? Nee, de wet werkt tegen je als je mensen verbiedt te organiseren. Je kan wel meer eisen gaan stellen aan de subtop onder welke voorwaarden men mag organiseren, verplicht op zand, goede parkeergelegenheid, ervaren organisatie en ga zo maar door.

Daarnaast zou het mogelijk moeten zijn om aanvragen van nieuwe organisaties te limiteren en ze bijvoorbeeld de eerste keer één wedstrijd toe te kennen. Laat ze eerst maar bewijzen dat alle randvoorwaarden in orde zijn. Prijsuitreikingen die lang duren, geen tussentijdse uitslagen, verkeerde protocollen geprint, verkeerde tellingen, allemaal zaken die tegenwoordig de revue passeren. Help die nieuwe organisaties als sportbond, geef ze een draaiboek en controleer ze daadwerkelijk na afloop en geef ze de verbeterpunten aan! Als er veel zaken niet in orde waren krijgen ze wederom één wedstrijd. Pas als een organisatie volgens de KNHS voorwaarden werkt kunnen ze meer wedstrijden aanvragen.

Meer juryleden opleiden

Waarom worden er niet gewoon meer subtop juryleden opgeleid? Je hoeft geen LT/ZT te jureren, je kan ook andere klassen jureren. Wat is de reden?

Ze verschuilen zich achter een beslissing van het Forum (die geen beslissingsbevoegdheid heeft maar een adviesfunctie) van 5 jaar geleden! Ze hebben wel de voorwaarden die het Forum had voorgesteld enkele malen aangepast!  Daarbij wordt voor het gemak maar vergeten dat in de afgelopen 5 jaar er al 6 juryleden afgevallen zijn om verschillende redenen.

Wat is er mis met een groep nieuwe enthousiaste juryleden op te leiden? Helemaal niks. De eisen zijn zwaar genoeg, de nieuwe juryleden hebben allemaal zelf het niveau gereden en willen graag jureren. Zorg voor meer keuze, juist in de omgeving van de locaties, dan hebben de ruiters ook niet iedere wedstrijd dezelfde juryleden, dat is voor iedereen prettig.

Er is een grote groep juryleden niet inzetbaar om verschillende redenen; schoon de lijst op en zorg dat de juryleden die subtop willen jureren ook inzetbaar zijn.

Geen beslissingen nemen

Het grootste probleem is dan ook dat de KNHS een management heeft dat geen beslissingen neemt of durft te nemen. Dat schijnt namelijk erg moeilijk te zijn! Er liggen ontzettend veel klachten van organisaties waar niks mee wordt gedaan!

De medewerkers van de diverse afdelingen zijn geweldig, die doen ontzettend hun best om binnen hun mogelijkheden iedereen te helpen, maar ook zij kunnen geen ijzer met handen breken als ze gebonden zijn aan regels die gedateerd zijn.

De organisaties hebben het beste met de sport voor en steken er ontzettend veel tijd in om voor de ruiters wedstrijden te organiseren. Helaas staat die laatste groep steeds vaker “met de rug tegen de muur” en stopt uit frustratie met het organiseren. Hierdoor zijn er al diverse goede locaties/organisaties afgevallen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?!

De subtop wijzigt langzaam waardoor de subtopper een subtobber aan het worden is!
Zolang de KNHS geen beslissingen neemt zal er ook niks wijzigen en heeft klagen geen zin. Dan rest de nostalgie van het verleden…

Esther Scholte Albers-Fleury
Subtop organisatie, Subtop jury en Internationaal GP amazone

Niets uit dit artikel mag worden overgenomen zonder bronvermelding en toestemming van de auteur.

Foto: Remco Veurink

0 2970
anky van grunsven
Danielle Heijkoop - Badari Glock's Midsummer Dressage Night Outdoor Gelderland 2016 © DigiShots

Volgens Anky van Grunsven gaf de paardensport een waardig visitekaartje af met de Global Champions Leaguefinale (GCL) in Doha. De springruiters streden om een hoofdprijs van bijna tien miljoen dollar. ‘Zo’n hoofdprijs lokt wel de beste ruiters, die op het scherp van de snede elkaar bevechten,’ schrijft ze in haar column voor de Telegraaf.

Volgens de amazone staan alle neuzen in de springsport heel behoorlijk dezelfde kant op. ‘Zeker de ruiters onderling vormen een front.’ De dressuur zou er een voorbeeld aan moeten nemen, vindt ze.

‘Deze tak van paardensport toonde de afgelopen jaren juist een verstikkende stagnatie. En krimp, zoals afgelopen weekeinde in Maastricht, waar alleen nog maar een dressuurfestival georganiseerd werd en niet eens meer een serieuze wedstrijd.’

Jurysysteem op de schop

Anky roept al jaren dat bijvoorbeeld het jurysysteem in de sport op de schop moet. ‘Dat er al die jaren nooit iets is veranderd, frustreert me enorm.’

Het voorstel om het hoogste en laagste eindcijfer per jurylid te schrappen, stuit in de dressuurwereld op weerstand. ‘Vooral de landen die altijd medailles winnen, vinden het goed zoals het is. Egoïsme ten top.’

Je moet je als sport ten alle tijden vernieuwen, vindt Anky. ‘Een olympische sport als het kunstrijden is ons voorgegaan. Sporten die er internationaal klinkend opstaan. Juist in die categorie willen we ook met spoed komen, want onze olympische status moet ons heilig zijn.’

Bron: Telesport

Foto: DigiShots

0 351

Volgende maand beginnen de Wereldruiterspelen in Normandië. Dan komen ’s werelds beste paardensporters uit acht FEI-disciplines bijeen om alle WK-medailles te verdelen. De ideële insteek ervan is de gehele hippische familie eens per vier jaar in een feestelijk decor bijeen brengen, zodat ze van elkaars discipline kunnen genieten. Die insteek leek mij de eerste keer in Stockholm (1990) al betrekkelijk naïef. Dressuurruiters hebben niets met vierspanrijden, springruiters zitten echt niet op de tribune bij eventing, terwijl je bij endurance maar weinig eventingruiters zult tegenkomen. Ze hebben het paard met elkaar gemeen, maar daarmee heb je het bij de tegenwoordige generatie ruiters wel gehad. Of je rijdt dressuur zoals het gros doet, of je springt over hindernissen, of je gaat van start voor de endurance van 160 kilometer. Er zijn er maar weinig die iets combineren. Het aantal ruiters met een brede belangstelling is niet groot meer.

Paarden in brede zin hebben mij wel altijd geboeid. Van (A)rabisch volbloed tot (Z)eeuws trekpaard en alles daartussen. Dat maakt het leven voor een hoofdredacteur van paardenbladen een stuk gemakkelijker. Natuurlijk ben ik naar het CHIO in Rotterdam geweest, waar Oranje sterk tweede werd in de landenwedstrijd springen en waar de Nederlandse dressuur supersterk presteerde. Ik heb met veel plezier western gereden bij Fenna Elzinga in Flevoland, zoals te lezen in de nieuwste Hoefslag, en ik was te gast bij het nationaal carrouselkampioenschap in Haarlem (foto). Tegenwoordig doen daar meer dan 120 (manege-)teams vol overgave aan mee. Met ongekende inzet en opvallende professionaliteit worden zelf bedachte manoeuvres door teams van zestien paarden aan de jury gepresenteerd. En dat met ongekend plezier en de nodige emotie als de winnaars bekend worden. Plezier met paarden is toch de essentie van paardrijden?

Ton Corbeau, hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen op twitter: @Ton_Hoefslag

Foto: Organisatie NK carrouselrijden

Komend weekeinde is het Nederlands kampioenschap springen in Mierlo. Daar is het jarenlang gehouden. Steeds weer was het een geweldig evenement met een super fijne organisatie. Dit jaar is het dus voor het laatst in Mierlo. Andere organisatoren kunnen inschrijven om het NK in 2015 te mogen organiseren. Het NK springen leeft niet meer zo onder onze meest succesvolle springruiters. Dat komt omdat het prijzengeld veel lager ligt dan bijvoorbeeld in de Global Champions Tour of de Nations Cup. Geld is nu eenmaal een belangrijke factor. Grote sponsors van het NK zijn vaak ook eigenaar van de paarden die op het hoogste niveau lopen. Zij hebben het gevoel dat het geld dat hun paarden in de ring verdienen bijna altijd door henzelf is betaald. Hierdoor is voor de eigenaren vaak een stuk interessanter dat hun toppaarden deelnemen aan bijvoorbeeld een Global Champions Tour, maar dat mag niet  in het weekeinde van het NK. De jaarlijkse titelstrijd zo vroeg in het seizoen is voor de bondscoach een belangrijk meetmoment voor wie hij later deze zomer wil meenemen naar de grote kampioenschappen. Daar is ook wat voor te zeggen.

Er is natuurlijk wel een oplossing te vinden. Onze  hippische sportfederatie  heeft de sleutel daartoe in handen. De KNHS zou heel goede sier maken als zij vanaf 2015 het NK springen zelf zou organiseren op het nieuwe federatiecentrum in Ermelo. De parcoursen op het NK zijn minimaal van het niveau drie sterren en zouden dan ook als dusdanig gedoteerd moeten worden, met daarbij nog een bonus voor de eerste drie op het podium.

Op die manier zou de KNHS  haar erkenning laten blijken voor  alle investeringen en inspanningen die de eigenaren zich via hun ruiters getroosten om op internationale kampioenschappen topprestaties voor Nederland te leveren, waar uiteindelijke heel hippisch Nederland wel bij vaart.

Albert Voorn

De FEI Nations Cup-serie is nog maar net op gang, of Oranje heeft al drie zeges op zak, waarvan die in La Baule een extra gouden randje had. Probleem is wel dat deze drie wedstrijden de Nederlandse ruiters alleen applaus en prijzengeld opleverden. Ze tellen niet mee voor de punten, op weg naar een finaleplaats, eind september in Barcelona. De punten moeten worden verdiend op vier van tevoren aangewezen wedstrijden. Voor Nederland zijn dat Sankt Gallen, Rotterdam, Aken en Falsterbö. Het Zwitserse Sankt Gallen viel vorige week letterlijk in het water. Oorzaak: heel veel regen. Er was geen houden aan.

Nu hebben ze daar in de buurt van de Bodensee de nodige ervaring met wateroverlast. De EK’s springen van 1987 en 1995 gingen eveneens kopje onder. In 1987 blesseerde drievoudig Europees kampioen Deister (Paul Schockmöhle) zich er onherstelbaar in de blubber. Springruiters zwoeren vervolgens nooit meer in Sankt Gallen te zullen starten, maar toen de FEI het EK van 1995 opnieuw aan Sankt Gallen toewees, werd al gauw duidelijk dat die levenslange boycot een loze kreet was geweest. Ook tijdens het EK van 1995 sloeg het slechte weer keihard toe. Blikken militairen voorzien van prikstokken werden opengetrokken om het water af te voeren. Hete lucht onder plastic leverde evenmin het gewenste resultaat op. De openingswedstrijd direct op tijd werd afgelast. De Duitse ruiters, die het eerdere trauma van Deister’s blessure in de blubber van 1987 nog duidelijk op hun netvlies hadden staan, dreigden hun toch al doornatte handdoek in de ring te gooien. En dan is het 2013. De sluizen staan opnieuw wijd open boven Sankt Gallen. Natuurlijk gingen er weer stemmen op om de landenwedstrijd af te gelasten. Alleen de Duitse springruiters voegden de daad bij het woord toen de FEI zijn poot stijf hield. ‘The show must go on’, dus trotseerden de Duitsers uitsluiting van verdere deelname en degradatie uit de eredivisie van de springsport.

Na de eerste manche viel toch het doek voor de landenwedstrijd en werd een barrage ingelast om een winnaar aan te wijzen. De les van Sankt Gallen 2013 is dat ‘wellfare of the horse’ een rekbaar begrip is in een sport waarin uiteenlopende belangen om voorrang vechten. Het Nederlandse team dat op Olympische sterkte voor de punten naar Sankt Gallen was gekomen, hield zijn meest waardevolle paarden op stal en zadelde ‘tweede keus’. Welzijn van ‘tweede keus’ is blijkbaar minder weers- en terreingevoelig dan van ‘eerste keus’. Of hebben wij nooit een echt toppaard in de bagger verloren?

Auteur: Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

 

Een groot deel van de Nederlanders heeft geen morele bezwaren tegen het eten van paardenvlees. Dit blijkt uit een peiling van Maurice de Hond, in opdracht van NU.nl.

Recentelijk kwam naar buiten dat er in verschillende landen binnen de Europese Unie, waaronder Nederland, paardenvlees is verwerkt in rundvleesproducten.

Van de ondervraagden vindt 81 procent het geen moreel bezwaar om paardenvlees te eten. Een overgroot deel (90 procent) vindt het zelfs prima als het verkrijgbaar is in de supermarkt, mits het eerlijk wordt vermeld.

Een meerderheid heeft ook al eens paardenvlees gegeten, namelijk 61 procent. Daarbij moet vermeld worden dat men er wel van op de hoogte was dat het vlees van een paard kwam.

Wel zeggen de meesten (85 procent) het bezwaarlijk te vinden als er paardenvlees in een product verwerkt zit en dit niet op het etiket staat.

Ondanks dat er geen bezwaar is tegen paardenvlees en de verkoop ervan, valt het met de nieuwsgierigheid mee.

Van de mensen die geen paardenvlees hebben gegeten, is slechts 11 procent van plan het daadwerkelijk te gaan eten.

Tijdens de Hannoveraanse hengstenkeuring van vandaag was er opvallend veel kwaliteit te bewonderen. In totaal mochten er 103 spring- en dressuurhengsten aantreden voor de commissie, waarvan er 34 dressuurhengsten en 19 springhengsten groen licht kregen voor de dekdienst.

dressuur

Bij de dressuur duurde het zoeken naar een complete hengst even, maar over het algemeen waren het veelal goed bewegende paarden die in de baan verschenen. De beste hengst van de dag was zonder meer nr 35: Floriscount x Fürst Heinrich. Dit paard stond zeer goed in het model en liet naast sterke bewegingen ook nog eens een goede sprong zien.

Nr 51, een nakomeling van Quando-Quando x Donnerhall stond er eveneens zeer scherp aan en is een jeugdig paard met veel souplesse en buiging in de gewrichten. De titel ‘publiekslieveling’ was echter voor de nr 68: Vivaldi x Donnerhall. Dit paard werd door velen betiteld als het beste paard van de dag en viel op door zijn houding en expressie in beweging. Dit paard kreeg dan ook een staande ovatie.

springen

Bij de relatief kleine collectie springpaarden was er eveneens veel kwaliteit aanwezig. De meeste hengsten waren compleet en beschikten over model, beweging en een goede moederstam. Opvallend detail is dat er vooral veel invloed uit het Holsteiner Verband aanwezig leek om de springfokkerij van Hannover weer op de rails te helpen.

De beste paarden waren onder andere nr 73, een Canstakko x Singular Joter. Dit ongelooflijk mooie paard kon zoveel zeer goed bewegen als uitstekend springen. Dit mocht eveneens gezegd worden over nr 76: een Chacco-Blue x Calido. Nr 96 was eveneens opvallend. Deze Quidam’s Rubin x Voltaire is een volle broer van Bundeschampionat-winnaar Quaid.

Elf hengsten kregen een premie uitgereikt.

Klik hier voor de volledige uitslag en livebeelden.

 

Jeroen Dubbeldam had zich met Utascha van het Springpaardenfonds geen beter begin van het 35e wereldbekerseizoen in Oslo en Helsinki kunnen bedenken. Hun zege en de behaalde derde plek vormen een flinke opsteker. Aanvankelijk had het er naar uitgezien dat Jeroen, nog maar net in het bezit van de trots van het SFN, zich zou opmaken voor een Olympisch optreden in Londen, maar het liep anders.

Utascha is geen gemakkelijke tante. Haar vorige ruiter Eric van der Vleuten kan daarover meepraten. De verwachtingen van de beleggers in het Springpaardenfonds en die van de bondscoach waren desondanks hoog gespannen. Met Dubbeldam aan boord zou het wel goed komen in de Britse hoofdstad. Maar Jeroen en Utascha bleven thuis in Weerselo. In Rotterdam, uitgerekend voor eigen publiek, werd een streep door de rekening gehaald. Een herkansing in Aken wees hij van de hand. De ‘klik’ was er nog niet om nu al op het hoogste niveau te presteren. Het was te snel gegaan na de plotselinge ruiterwissel in het zicht van de Spelen. Jeroen raapte de scherven bij elkaar, ging zijn eigen weg en nam gas terug met Utascha, teleurgestelde beleggers in het Springpaardenfonds in twijfel achterlatend.

Beleggen in springpaarden is bepaald geen sinecure. Een paard is zo goed als zijn laatste wedstrijd. Het gaat al gauw over een miljoentje meer of minder. Maar de beleggers lachen weer. De klik tussen ruiter en paard is er nu wel. Utascha is terug in de schijnwerper. Het is te danken aan het vakmanschap van een ruiter die zich niet gek laat maken door zijn omgeving. We zouden er meer van dat kaliber moeten hebben.

Ton Corbeau

Twitterprofiel Ton Corbeau

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer