Tags Posts tagged with "opbouw"

opbouw

0 1846
algemeen

Training stimuleert de spierontwikkeling en verbetert het uithoudingsvermogen. Voor een goede spieropbouw zijn gerichte oefeningen nodig om de juiste spieren aan te spreken. De klacht dat het paard te weinig spieren heeft ontwikkeld is vaak terug te voeren op te weinig training of de verkeerde oefeningen.

Een endurancepaard heeft een andere bespiering dan een dressuurpaard omdat een andere trainingswijze is gevolgd. Bij het verkrijgen van meer spierontwikkeling speelt het rantsoen een aanvullende rol. Maar een supplement zonder een goede training zal het paard niet bespierder maken, al laten de fabrikanten je dit wel graag geloven. Het rantsoen moet het paard voldoende energie geven om de prestatie uit te voeren en daarnaast alle voedingsstoffen bevatten die nodig zijn om verliezen te compenseren (denk aan zweet), ontwikkeling van spierweefsel mogelijk te maken (denk aan aminozuren) en beschadigingen aan spiercellen te beperken (denk aan antioxidanten).

Energie voor de spieren

Spieren maken gebruik van verschillende energiebronnen. Er is een kleine voorraad zeer makkelijk en snel beschikbare energie (ATP), slechts voldoende voor hooguit enkele minuten. Dan is er de keuze uit glycogeen of vetzuren. Glycogeen is de opslagvorm van glucose die in de spieren klaarligt voor gebruik. Er is ook een kleine voorraad vet aanwezig. Daarnaast kan via het bloed zowel glucose als vetzuren worden aangevoerd. De keuze van energiebron ligt aan de fitheid van het paard, de bloedvoorziening naar de spieren en de soort inspanning die wordt gevraagd. Een paard met een groot uithoudingsvermogen verbrandt eerder vetzuren tijdens inspanning dan een paard dat nog conditie moet krijgen. Maar voor een plotselinge krachtsinspanning verbrandt ook het goed getrainde paard glucose omdat dat sneller energie levert dan vetzuren. Het paard moet dus een rantsoen krijgen dat in ieder geval voldoende energie levert voor de prestatie. De energiebronnen kunnen variëren. Zetmeel en suikers voor de glycogeenvoorraad en vetten voor de opslag van vetreserves. Uit vezels maakt het paard vluchtige vetzuren die voornamelijk in vetzuren en dus vetten worden omgezet. Hooi moet altijd het merendeel van de energie leveren om de darmgezondheid te garanderen.

Eiwitten

Naast energie voor het werkelijke werk is er eiwit nodig om spieren te laten herstellen en in grootte te laten toenemen. Vooral bij jonge paarden in training is het van belang de eiwitvoorziening in het rantsoen te controleren. Deze paarden zijn nog niet uitgegroeid en hebben naast eiwit voor de spieropbouw eiwit nodig voor de groei. Eiwitten zijn complexe moleculen die bestaan uit een combinatie van aminozuren. De samenstelling van aminozuren verschilt per soort eiwit. In het lichaam gaan er altijd cellen kapot die weer vervangen moeten worden. Daar zijn aminozuren voor nodig. Deze aminozuren moeten dus worden aangevoerd met het rantsoen. Eiwitten die een goede overeenkomst hebben met de aminozuursamenstelling van het eiwit in de lichaamscellen hebben een hoge biologische waarde. Soja is daar een goed voorbeeld van. Voor paarden in training is het dus van belang om niet alleen naar de hoeveelheid maar ook naar de kwaliteit van het eiwit te kijken. In het algemeen is het zo dat bij een eiwitoverschot in het rantsoen er geen tekort is aan bepaalde essentiële aminozuren. Komt de hoeveelheid eiwit in het rantsoen net overeen met de behoefte van het paard, dan is het belangrijk dat het eiwit in het rantsoen de juiste aminozuren levert. Een rantsoen met hooi uit natuurgebieden kan een laag eiwitniveau hebben en aanleiding zijn de eiwitkwaliteit met een ander voedermiddel te verbeteren.

Belangrijke voedingsstoffen

Door inspanning verliest het paard voedingsstoffen die je met het rantsoen weer moet aanvullen. Zo gaat er met zweten veel zout verloren plus een beetje magnesium en kalium. Daarnaast richt inspanning altijd wat schade aan die weer moet worden hersteld. Hierdoor wordt het paard uiteindelijk sterker. Voor een goed herstel én voor de bescherming tegen schadelijke stoffen die tijdens inspanning ontstaan, zijn essentiële voedingsstoffen nodig, zoals mineralen, spoorelementen en vitaminen (hieronder vallen ook antioxidanten). Omdat je voor het werk vaak extra krachtvoer geeft, zal de aanvoer van al deze voedingsstoffen wel voldoende zijn. Maar ook hier geldt dat hooi met weinig voedingsstoffen extra aanvulling nodig heeft.

Praktijkvoorbeeld

Een eigenaar is van mening dat zijn paard onvoldoende spierontwikkeling heeft terwijl de ruin zes keer per week wordt getraind. Met extra krachtvoer en extra supplementen is nog weinig resultaat bereikt. Of het paard minder presteert als gevolg van deze beperkte bespiering is niet duidelijk. Het kan ook een verkeerde verwachting zijn van de eigenaar. Die heeft een bepaald plaatje in zijn hoofd waar het paard qua uiterlijk aan moet voldoen. Maar is dit realistisch en correct? Aan de bespiering van een topdressuurpaard zijn heel wat jaren werk voorafgegaan. Probeer dit niet als ideaalbeeld voor je eigen paard te hebben. In dit geval vielen de bespiering en lichamelijke conditie van het paard werkelijk tegen.

Het rantsoen

Dit paard krijgt 3 soorten krachtvoer, slobber, hooi en vijf supplementen. Hooi wordt onbeperkt aangeboden. Het krachtvoer en de supplementen krijgt hij in twee porties, ’s ochtends 4 kg en ’s avonds 3 kg. Een paar keer per week geeft de eigenaar na het rijden een portie slobber.

Voor een schatting van de hoeveelheid hooi die het paard werkelijk opeet neem je het gewicht als uitgangspunt. Dit paard weegt ongeveer 625 kg (1.70 m). Dat maakt een voer opname mogelijk van circa 12-15 kg droge stof oftewel 14-17 kg vers voer (gemiddelde droge stofgehalten 85%). Naast de 7 kg krachtvoer kan hij nog 7-10 kg hooi opeten. Waarschijnlijk is dat niet de werkelijke hoeveelheid. Want in dat geval bevat het rantsoen zo veel energie dat hij veel te dik zou worden. Aangezien het juist opvalt dat de bespiering tegenvalt en het paard zeker niet te dik is, eet het paard waarschijnlijk eerder rond de 5-6 kg hooi per dag. En zelfs dan is de totale energieopname, met inbegrip van het krachtvoer, al iets meer dan het paard nodig heeft voor dagelijks matig zwaar werk. Verder levert dit rantsoen meer dan voldoende eiwit en overige voedingsstoffen.

Een rantsoenberekening blijft altijd een globale schatting van de werkelijkheid. De berekening is reëel als het voer goed wordt verteerd en de voedingsstoffen echt ín het paard terechtkomen. In het vaststellen van de behoefte van het paard wordt rekening gehouden met een bepaalde verteerbaarheid van voedermiddelen. Die verteerbaarheid kan veranderen als het paard niet goed kauwt, als de hoeveelheid voer per keer te groot is, als er een ontsteking is in de dunne darm, et cetera, et cetera. Kortom, dat dit rantsoen meer dan genoeg energie en voedingsstoffen bevat plus de tegenvallende conditie van het paard betekent dat er waarschijnlijk toch minder voedingsstoffen worden opgenomen dan berekend. Naast eventuele problemen met kauwen en aandoeningen in de dunne darm kunnen hier twee zaken verantwoordelijk voor zijn: de hoeveelheid krachtvoer per portie en de hoeveelheid ruwvoer ten opzichte van krachtvoer.

Grote porties krachtvoer

Voor een goede vertering van krachtvoer is de aanbevolen hoeveelheid maximaal 2 kg per portie. In dit geval krijgt het paard 3-4 kg per keer. De dunne darm heeft tijd nodig om de voedingsstoffen af te breken en te absorberen. Als in dezelfde tijd meer voer de darm passeert, wordt er minder van verteerd. Onverteerd voer stroomt door naar de blinde en dikke darm. Daar breken de bacteriën het voer af. Maar deze wijze van ‘energie opwekken’ levert uit krachtvoer wat minder energie. En de dikke darm kan geen aminozuren absorberen. Dus de voorziening van voldoende eiwitten is volledig afhankelijk van de verteerbaarheid in de dunne darm. Ditzelfde geldt voor een aantal mineralen. Feitelijk is het zonde van al het krachtvoer dat dit paard krijgt, omdat een deel van de voederwaarde verloren gaat en in de mest terechtkomt.

 

Weinig hooi en veel krachtvoer

Als het paard 6 kg hooi opeet, is dit circa 5 kg droge stof. De hoeveelheid hooi in het rantsoen levert slechts een derde van de totale energie. Dit paard heeft minimaal 6,25 kg droge stof oftewel 7,5-8 kg hooi nodig. Ruwvoer heeft vele functies en is een onmisbaar deel in het rantsoen voor een goede vertering, passage en gezonde darmflora. Ruwvoer stimuleert de speekselproductie. Speeksel maakt een goede menging van voer met maag- en darmsappen mogelijk. Weinig ruwvoer en minder speeksel leidt tot weinig darmbewegingen en een minder goede menging van voer met de darmsappen. Dit alles heeft minder opname van voedingsstoffen in de dunne darm tot gevolg.

Veel supplementen

Ten slotte krijgt het paard met de aanvulling van supplementen te veel mineralen, spoorelementen en vitaminen. Met deze hoeveelheid krachtvoer is extra aanvulling helemaal niet nodig. De dosering van een aantal mineralen en vitaminen is 3-4 keer de behoefte van het paard. Gelukkig zal niet alles worden geabsorbeerd en verdwijnt een deel van het overschot in de mest. Een deel zal wel in het lichaam opgeslagen worden, zoals vitamine A en D. En een deel wordt via de urine uitgescheiden, zoals calcium. Al deze extra stappen in de stofwisseling kosten het paard extra energie. De toxische grenswaarden van de meeste voedingsstoffen liggen erg hoog, dus wat dat betreft is er weinig gevaar. Een uitzondering is selenium. Het totale rantsoen mag niet meer selenium bevatten dan 1 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Dit rantsoen bevat nu 3,5 mg selenium en komt wat dat betreft nog niet in de gevarenzone. Al met al hebben deze supplementen in dit rantsoen geen toegevoegde waarde en is het weggegooid geld.

Advies

Het rantsoen is voor verbetering vatbaar. Het is moeilijk hier de oorzaak in aan te wijzen voor de matige spierontwikkeling, hoewel het aannemelijk is dat de minder goede vertering van krachtvoer in de dunne darm leidt tot te weinig opname van essentiële aminozuren. De totale hoeveelheid energie, eiwit en voedingsstoffen is in principe meer dan voldoende, maar de balans tussen de voedermiddelen is verkeerd, wat een negatief effect heeft op de vertering en absorptie van voedingsstoffen. Door het rantsoen eerst weer in balans te krijgen en de vertering te optimaliseren kunnen de problemen misschien al verdwijnen. Om de hooiopname te verhogen moet eerst de hoeveelheid krachtvoer naar beneden. Bij een hoeveelheid hooi van 8 kg is 4 kg krachtvoer voor dit paard waarschijnlijk voldoende. Blijkt dit onvoldoende resultaat te geven dan kan het rantsoen verder worden geoptimaliseerd door bijvoorbeeld het hooi te analyseren, de mineralen en spoorelementen op maat bij te stellen en bepaalde aminozuren toe te voegen.

Tekst: Anneke Hallebeek  / Foto’s Remco Veurink

0 41

Paul Schockemöhle laat in de nieuwste  editie van Sport-Bild weten dat Totilas momenteel dagelijks onder het zadel komt. De hengst stond wegens een blessure lange tijd op rust en heeft daarom veel spierverlies geleden.

Afgelopen herfst liep de zwarte een knieblessure op tijdens het dekken. Nu is hij dus weer in training, maar het zal nog maanden duren voor het miljoenenpaard weer in de ring te zien is onder Matthias Rath. Schockemöhle vertelt aan de pers dat Totilas absoluut fit zal zijn tijdens het aankomende wereldbekerseizoen.

 

Volg ons!

102,965FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer