Tags Posts tagged with "onderzoek"

onderzoek

foto: Jessica Pijlman

De bewering dat dieren angst kunnen ruiken, kennen we allemaal. Maar is dat ook echt zo? Onderzoekers denken van wel.

Paarden kunnen namelijk emoties onderscheiden in menselijk transpiratievocht.

Angst en blijdschap

Italiaanse onderzoekers legen een verband tussen de hartslag van paarden en de aanwezigheid van lichaamsgeuren. Verschillende paarden reageerden anders op angstgevoelens en blijdschap.

“Deze resultaten laten zien dat de menselijke lichaamsgeur invloed heeft op het parasympathische zenuwstelsel van paarden,” geeft Dr Antonio Lanata van de Universiteit van Pisa aan. “Dat betekent de overdracht van emoties bij paarden ook via de lichaamsgeur plaatsvindt.”

Okselpads

De menselijk geuren werden verkregen door proefpersonen met steriele okselpads naar 25-minuten durende filmpjes te laten kijken die ofwel grappig of beangstigend waren.

Van zeven paarden werd voorafgaand aan het daadwerkelijke onderzoek een hartfilmpje gemaakt waarna ze in contact werden gebracht met, voor hen, vreemde mensen die de geur van de verschillende okselpads op hun handen hadden gewreven. Ook werd een deel benaderd door mensen met een ‘neutrale’ geur.

Groot verschil

Vervolgens werd weer en hartfilmpje gemaakt. Daarop was een groot verschil te zien tussen de paarden die aan de ‘angstgeur’ hadden moeten ruiken en paarden die de geur van blijdschap hadden geroken. Dat verschil zat hem met name in de elektrische signalen met een lage frequentie.

De onderzoekers proberen met de resultaten in kaart te brengen wat de invloed van de menselijke emotie is op het gedrag van een paard. Dat is vooral ook interessante materie voor angstige ruiters die hun gevoelens wellicht onbewust overbrengen.

Bron: Horse & Hound

Foto: Jessica Pijlman

kudde agressief gedrag paarden

Paardeneigenaren vinden het vaak belangrijk dat hun paard gezelschap heeft. Maar letten ze ook voldoende op de samenstelling van de kudde? Die blijkt van grote invloed op het gedrag.

Onderzoekers brachten in kaart wat de invloed van de samenstelling van een kudde is op het gedrag en het welzijn van paarden. De resultaten werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Animals.

Heel sociaal

“Van nature zijn paarden heel sociale dieren, ze hebben een groep nodig om te kunnen overleven” benadrukken wetenschappers Hrefna Sigurjónsdóttir en Hans Haraldsson van de universiteit van IJsland.
Vanwege dat sociale karakter van paarden hebben ze behoefte aan interactie, binding en en aan de mogelijkheid om van elkaar te leren.

De twee onderzoekers bestudeerden zo’n twintig groepen van in totaal 426 IJslandse paarden. Ze hielden rekening met de grootte van de groep, hoeveel ruimte ze hadden, of het ging om hengsten, merries of ruinen, het aantal jonge paarden en de stabiliteit van de groep.

Ze keken ook naar de seizoenen en of de paarden werden bijgevoerd.

Zoals in de natuur

De onderzoekers concludeerden dat er het minste sprake was van agressie wanneer de samenstelling van een groep was zoals die in de natuur is. Dus met de aanwezigheid van zowel merries met hun veulens als hengsten.

Een hoog aantal mannelijke dieren lijdt vaak tot agressief gedrag, maar niet wanneer er hengsten in de groep worden gehouden.

Ook in de groepen zonder hengst, bleek dat in de groepen waarin ook veulens stonden, minder sprake was van agressie. Ook stabiliteit bleek een belangrijke gunstige factor.

Groter risico

Sommige combinaties geven een groter risico op agressie. De meeste agressie kwam voor in een groep jaarlingen die niet aan elkaar verwant waren. In groepen met veel jonge paarden werd veel gekrauwd, wat erop wijst dat ze bezig waren onderlinge verbanden te smeden. Dat bleek later, toen er minder werd gekrauwd, maar sommige paarden duidelijk een voorkeur voor elkaar hadden.

“Paardeneigenaren zouden langer stil moeten staan bij de samenstelling van de kuddes,” vinden de onderzoekers. “Ze zouden ook moeten proberen de samenstelling zo stabiel mogelijk te houden.”

Status behouden

Oudere paarden blijken overigens vaker agressief gedrag te vertonen dan jonge paarden, maar gedragen zich ook vaker onderdanig. “Het lijkt erop dat ze een bepaalde status proberen te behouden en daardoor ook weer agressie van andere dieren opwekken.”

Agressief gedrag is ook afhankelijk van de seizoenen. In de herfst is er minder sprake van en in de winter het meest.

Bijvoeren leidt, bijna vanzelfsprekend, ook tot agressief gedrag.

Bron: Horsetalk.co.nz

Foto: archief

Veertien paarden van de Venezolaanse springruiter Emanuel Andrade worden verkocht via een online veiling. De paarden werden in november 2018 in beslag genomen.

De inbeslagneming houdt verband met een onderzoek naar witwaspraktijken van Alejandro Andrade, de vader van Emanuel Andrade.

Veertien paarden

Op de oorspronkelijke lijst van het ministerie van justitie in Florida komen zeventien paarden voor, maar uiteindelijk komen veertien paarden onder de digitale hamer.

Het gaat om: Anastasia Du Park, Boy IV, Bon Jovi, Clouwni, Cortina 186, Dipssy, Hardrock Z, Jenni’s Chance, Joli Jumper, Leonardo RGS, Quilina VD Laarseheide Z, Reus De La Nutria, Ricore Courcelle en Tupac Van De Vrombautshoeve Z.

De veiling duurt van 19 tot en met 26 februari.

Licht getraind

Na de inbeslagname zijn de paarden ondergebracht bij het Delray Equestrian Center in Delray Beach, Florida. Daar worden ze ook licht getraind. Voor de veiling zal de training langzaam aan worden opgevoerd zodat de paarden zich bij de bezichtiging aan potentiële kopers goed kunnen laten zien.

De 22-jarige Emanuel Andrade bezet de 478e plaats op de Longines wereldranglijst. Hij kwam met Hardrock Z aan de start van de Wereldruiterspelen in Caen in 2014 en met Reus De La Nutria nam hij deel aan de Regional Games in het Colombiaanse Bogotá vorig jaar.

Bron: http://www.chronofhorse.com

Foto: Digishots

stro

Een bed van stro en het voeren van droog hooi zijn geen aanraders voor sportpaarden, toont recent onderzoek aan. Beide zaken verhogen het risico van ontstekingen en kunnen bovendien zorgen voor schimmels in de luchtwegen.

Onderzoekers Julie Dauvillier, Fe ter Woort en Emmanuelle van Erck‐Westergren zijn verbonden aan de Equine Sports Medicine Practice in het Belgische Waterloo. Hun bevindingen verschenen in het Journal of Veterinary Internal Medicine.

Inflammatory airway disease

Het drietal bestudeerde de bacteriën die voorkwamen in de luchtwegen van paarden waarbij inflammatory airway disease (IAD) werd vastgesteld. Aan het onderzoek deden 731 paarden mee, zowel recreatiepaarden als renpaarden en sportpaarden.

In meer dan de helft (55 procent) van de kweekjes uit de luchtwegen kwamen schimmels voor. Paarden met deze schimmels lopen tweemaal zoveel kans om IAD te ontwikkelen als paarden zonder schimmels in de luchtwegen. De aanwezigheid van de schimmels werd vooral gemeten bij paarden die op stro stonden en droog hooi gevoerd kregen.

Droog hooi

Paarden die droog hooi aten, hadden 2,6 keer zoveel risico op schimmels in de luchtwegen. Het risico op IAD nam met 65 procent af wanneer het hooi werd gestoomd.

Paarden die op zaagsel stonden, hadden 40 procent minder vaak last van schimmels en 30 procent minder kans op IAD. Paarden op een strobed hadden maar liefst 90 procent meer kans op een schimmel.

Via de lucht

Penseelschimmel (53%), aspergillus (34%), rhizomucor (5%), en candida (5%) zijn de schimmels die het vaakst werden aangetroffen. Penseelschimmel en aspergillus verspreiden zich via de lucht en komen vaak voor op stal. Aspergillus zit vaak in hooi.

De onderzoekers vatten samen dat schimmels in de lucht een grote rol spelen bij het ontwikkelen van IAD. Ze stellen vraagtekens van de behandeling met corticosteroïden omdat het verzwakken van het immuunsysteem risico’s met zich meebrengt.

Lees hier de uitkomsten van het onderzoek.

Bron: horsetalk.co.nz

Foto: archief Remco Veurink

0 453
hooi voeding paard
© DigiShots

Een Canadese ruitersportvereniging heeft besloten geen ledenpassen meer uit te delen. Het geld dat daarmee wordt bespaard, gaat naar een goed doel.

Ontario Equestrian heeft meer dan 22.000 leden. Door deze geen lidmaatschapsbewijs meer te overhandigen, wordt 30.000 dollar (ruim 26.000 euro) bespaard.

Spijsvertereing bij paarden

Het geld wordt overgemaakt aan Equine Guelph, dat zich richt op onderzoek naar de spijsvertering van paarden.

Twee medewerkers van het Ontario Veterinary College doen onderzoek naar de darmflora van paarden. Dr. Luis Arroya ontwikkelt een kunst-darm om er zo achter te komen hoe het microbioom (micro-organismen) van een gezond paard eruit ziet.

Aandoeningen bij paarden

Volgens zijn collega Dr. Scott Weese is het niet altijd eenvoudig om dergelijk onderzoek te bekostigen. ‘En het is juist zo belangrijk om inzicht te krijgen in voorkomende aandoeningen bij paarden.’

Weese is zelf bezig met onderzoek naar de mest van gezonde paarden, die hij een jaar lang intensief onder de loep neemt. Het doel hiervan is onder meer om de invloed van de seizoenen in kaart te brengen en het effect van verschillende rantsoenen te meten.

Het geldbedrag dat Ontario Equestrian bespaart door geen ledenpassen meer uit te reiken, zal worden ingezet om middels onderzoek het welzijn van paarden te verbeteren.

Bron: Horse & Hound

Foto: archief

0 1091
haar paard oren

Ras en geslacht hebben een grote invloed op het aantal allergenen dat in paardenhaar en huidschilfers wordt aangetroffen, blijkt uit onderzoek. Zoals bekend veroorzaakt de Curly horse de minste allergische reacties bij mensen, stellen de onderzoekers vast, maar dat heeft niets te maken met de hoeveelheid allergenen.

Duitse onderzoekers constateerden dat er een behoorlijk verschil zit in de concentratie van allergenen die paarden door middel van hun huid en vacht produceren. Dat verschil wordt bovendien bepaald per ras en het geslacht.

Allergisch

Van alle volwassenen in Duitsland is 3,5 procent allergisch voor paarden. In Finland is dit 5,4 procent en in Zweden zelfs 7,1 procent. Dit aantal blijkt wereldwijd te groeien. Bij kinderen ligt het percentage tussen de drie en tien procent.

De oorzaak zijn huidschilfers. Die worden overal aangetroffen. Allergenen van zoogdieren verspreiden zich via de lucht en via kleding. Paardallergenen komen voor op scholen, kinderdagverblijven en zelfs in vliegtuigen.

Equ c 1

Tot 76% van de patiënten die allergisch zijn voor paarden reageren op het glycoproteïne Equ c 1.  Om vast te stellen welke paarden de meeste allergische reacties veroorzaken, werden 224 plukjes haar van 32 verschillende rassen onderzocht.  Sommige dieren produceerden maar liefst vier keer meer allergenen dan anderen.

Grappig genoeg produceert juist de Curly horse veel allergenen. De onderzoekers geven aan dat de huid van van deze paarden aanzienlijk meer talg produceert, waardoor de huidschilfers zwaarder zijn en zich lastiger via de lucht verspreiden.

Rasgebonden

Vooral de allergenen Equ c 1 en Equ c 4 bleken rasgebonden. Juist Curly Horses produceren die dus in hoge mate. Het zijn juist Tinkers, IJslanders en Shetlandpony’s die weinig allergenen te verspreiden. Hengsten verspreiden er weer meer dan merries en ruinen.

In een ander onderdeel van het onderzoek werden 20 Curly horses en 20 Quarter horse uitgebreid gepoetst. Dat leverde geen verschil in de concentratie van allergenen in de lucht op. Dat is opmerkelijk aangezien al werd vastgesteld dat de huidschilfers van Curly horses deze wel in een hogere mate bevatten.

De onderzoekers geven dan ook aan dat meer onderzoek nodig is om betere inzichten te kunnen geven.

Bron: horsetalk.co.nz

Foto: archief Remco Veurink

 

0 3684
mest paard

Stichting De Paardenkamp heeft aan de Wageningen University & Research gevraagd om de mogelijkheden voor ‘mestaanwending’ op het eigen bedrijf te onderzoeken. Uitkomst is vooralsnog dat het blijven afvoeren van de mest de voorkeur heeft, vanwege de nadelen van de verschillende andere opties.

Het nationaal rusthuis voor oude paarden en pony’s heeft een idealistische missie. Het item ‘duurzaamheid’ staat vermeld in de statuten en ‘zelfvoorziening’ is daarbij een speerpunt.

Sluiten van de kringloop

De Wetenschapswinkel van de universiteit heeft op verzoek van de Paardenkamp uitgezocht of strorijke paardenmest kan bijdragen aan het sluiten van de kringloop binnen een circulaire economie. Dat wil zeggen dat reststoffen volledig opnieuw worden ingezet.

Doel van het hergebruiken van paardenmest is om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn als het gaat om mest en mineralen. Een nieuw aangekochte locatie lijkt geschikt om de eigen paardenmest, na eventuele bewerking, te gebruiken op het eigen land.

Opslag- en verwerkingsinstallatie

De nieuwe locatie biedt mogelijkheden om een opslag- en verwerkingsinstallatie te bouwen. De mogelijk bruikbare technieken voor mestverwerking die naast het gebruik van verse mest worden bekeken, zijn composteren, fermenteren, mest vergisten en het inzetten van champost als substraat bij de champignonteelt.

Onderzocht zijn de geschiktheid voor aanwending, de emissies van ammoniak, methaan en lachgas, de bemestingswaarde en de arbeid en kosten.

Composteerproces

Onbehandelde paardenmest leidt tot ammoniak- en methaanemissies tijdens opslag, composteren leidt vooral tot ammoniak- en lachgasemissies tijdens het composteerproces en vergisten geeft vooral hogere ammoniak- en lachgasemissies.

Gecomposteerde mest leidt nauwelijks tot uitspoeling van stikstof, wat wel het geval is bij verse mest. Gebruik van verse paardenmest geeft risico’s met medicijnresten en parasitaire besmettingen.
Samenvattend blijkt afvoeren te leiden tot de minste stikstofverliezen, risico op besmetting, kosten en arbeid.

Teelt van luzerne

Doordat er op enkele percelen maïsteelt plaatsvindt die geruild wordt voor rundveemest van een omliggend bedrijf, wordt er in enige mate circulair gewerkt. Een optie om dit verder te versterken, is de teelt van luzerne dat als paardenvoer kan dienen.

In het algemeen zouden paardenhouders kunnen kijken of omliggende agrariërs met kennis van de teelt bereid zijn om luzerne te telen en daarvoor paardenmest te gebruiken. Luzerne kan goed afgewisseld worden met maïsland en grasland en kan als vezelbron dienen door het met krachtvoer te mengen, hetgeen de circulariteit bevordert.

Lees hier het volledige rapport ‘Optimaal gebruik van paardenmest’ van de Wetenschapwinkel.

Foto: archief

Een aantal Deense ruiters heeft tijdelijk gereden met vesten met extra gewicht erin om de invloed daarvan op het welzijn van hun paarden te onderzoeken.

Twintig ruiters reden ten behoeve van het onderzoek op hun eigen paard in de maanden oktober en november. De paarden werden gewogen en opgemeten voor, tijdens het na het rijden.

Department of Animal Science

Professor Janne Winther Christensen van het Department of Animal Science van de universiteit in Aarhus voerde het onderzoek uit, in samenwerking met Mette Uldahl van Vejle Equine Practice.

Op de eerste dag van het onderzoek werden de paarden klinisch onderzocht en werd hun basisconditie gemeten. De onderzoekers hielden ook rekening met de stokmaat en de bouw van de paarden.

Van de ruiters werd de balans, coördinatie en bewegingspatroon vastgelegd.

Gewicht toevoegen

Op de drie volgende testdagen reden de ruiters hun paard zonder extra gewicht, daarna werd eerst 15 procent en daarna 20 procent van het lichaamsgewicht van de ruiter toegevoegd. Dat extra gewicht werd in een speciaal vest gestopt.

De paarden droegen een hartritmemeter en werden op gemiddeld niveau dressuurmatig getraind.

Sensoren

Daarna werd een zadeldruk-meter toegevoegd en werden de gangen geanalyseerd. Met sensoren werd de regelmaat van de gangen gecontroleerd en potentiële veranderingen in de symmetrie in kaart gebracht. Dat gebeurde in draf zowel op de rechte zijde alsook op de volte linksom en rechtsom.

Door middel van een speekseltest stelden de onderzoekers vast of de paarden last hadden van stress.

De resultaten van het onderzoek worden momenteel in kaart gebracht. Zodra deze zijn geanalyseerd, zullen ze worden gepubliceerd.

Bron: Horsetalk

Foto: archief Remco Veurink

Stethoscoop

De Britse Equine Veterinary Association heeft dierenarts David Rendle onderscheiden vanwege zijn onderzoek naar de behandeling van PPID, ofwel de ziekte van Cushing.

Rendle gaf over de resultaten van het onderzoek een lezing tijdens een congres van de BEVA.

Pergolide-tabletten

David Rendle kreeg de Sam Hignett Award omdat hij nader onderzoek deed naar pergolide-tabletten, een medicijn voor de behandeling van PPID, een afkorting van ‘pituitary pars intermedia dysfunction’, bij paarden.

Rendle merkte onder meer op dat het middel niet smakelijk is en dat de tabletten moeilijk zijn te doseren  wanneer een pony  bijvoorbeeld een halve dosis voorgeschreven krijgt. ‘Er moet kritisch worden gekeken naar een alternatief voor dit medicijn,’ concludeert hij.

Pasta

Rendle behandelde negentien pony’s met cushing, die niet op de reguliere medicijnen reageerden. Hij gaf ze een smakelijke pasta met dezelfde werkzame stof erin verwerkt. Bij veertien van de negentien pony’s daalde de hoeveelheid ACTH-hormoon, dat bij cushing-patiënten verhoogd is, aanzienlijk.

Rendle is als paarden-geneeskundige verbonden aan de Rainbow Equine Hospital in Old Malton, North Yorshire.

Antibiotica bij paarden

Adam Redpath won the Voorjaarsdagen BEVA Award voor zijn proefschrift over de noodzaak van het gebruik van antibiotica bij paarden. Volgens Redpath heeft het beperken van het gebruik van antibiotica vergaande consequenties. ‘Er is behoefte aan een richtlijn voor wat betreft het verstandig gebruik van deze middelen.’

Redpath is als docent verbonden aan de University of Nottingham en is werkzaam als dierenarts. Hij doet onderzoek naar pijnstilling bij paarden en naar de toepassing van medicijnen bij paarden in het algemeen.

Hij zal zijn proefschrift over antibioticagebruik bij paarden nogmaals presenteren tijdens de European Veterinary Conference Voorjaarsdagen volgend jaar in Den Haag.

Bron: horsetalk.co.nz

Foto: archief Digishots

renbaan renpaard
foto: Shutterstock

Wetenschappers hebben DNA uit de hoeven van Seabiscuit kunnen veiligstellen. Ze proberen nu via zijn genen te achterhalen waarom dit paard zo snel was.

Het is alweer meer dan tachtig jaar geleden dat Seabiscuit War Admiral onttroonde als winnaar van de ‘Triple Crown of Thoroughbred Racing’. Wetenschappers willen nu weten: Maakten zijn genen hem zo snel?

Geen geboren talent

Seabiscuit werd geboren in 1933 en stierf veertien jaar later. De hengst was geen geboren talent, maar werd uiteindelijk toch een van de meest geliefde en aansprekende renpaarden ooit.

Hij werd als 5-jarige uitgeroepen tot Horse of the Year nadat hij de legendarische Triple Crown als underdog won van War Admiral.

Invloed van genen

Het Institute for Equine Genomics van de universiteit in het Amerikaanse Binghamton (New York) doet onderzoek naar de invloed van de genen op het succes van renpaarden, maar ook van paarden in andere takken van sport. De wetenschappers doen onder meer onderzoek in opdracht van stoeterijen in de VS, Zuid Afrika en Nieuws Zeeland en baseren daar hun fokadviezen op.

Ze kunnen onder meer van tevoren bepalen of een paard geschikt is voor de renbaan, of dat het hier geen aanleg voor heeft.

Bronze Sea

Het instituut kwam in contact met Jacqueline Cooper van de Seabiscuit Heritage Foundation. Zij wilde de genen van een vijfde-generatie nakomeling van Seabiscuit, Bronze Sea, laten onderzoeken vanwege de fokkerij. Cooper vroeg zich af of het DNA van Seabiscuit met het materiaal van Bronze Sea kon worden vergeleken. Dat leek de onderzoekers onmogelijk aangezien het verwantschap zo ver weg was.

Een vergelijking bleek alleen mogelijk wanneer er DNA van Seabiscuit zou zijn opgeslagen. Een lastige opgave, omdat de bruine hengst vele jaren geleden werd begraven in Northern California.

Hoeven verzilverd

De oplossing kwam van Michael Howard, een achterkleinzoon van de eigenaar van Seabiscuit. Hij vertelde dat de hoeven van Seabiscuit bewaard zijn gebleven en werden verzilverd. Een niet ongewone daad in die tijd. Ze werden nogal eens gebruikt als asbak of als luciferhouders.

De hoeven van Seabiscuit worden tentoongesteld bij de California Thoroughbred Foundation.
De hoeven die het laboratorium voor onderzoek in bezit kreeg, bleken in zeer slechte staat. Ze waren bovendien zo ver ‘uitgehold’, dat er bijna geen bot meer aanwezig was om DNA-materiaal uit veilig te stellen.

Hoefbeen

Uit boringen in de hoef is inmiddels gebleken dat er zich nog wel degelijk hoefbeen in de hoef bevindt. Daaruit is onder meer gebleken dat Seabiscuit genen had die zowel talent voor de korte als de langere afstanden vertegenwoordigen.

Deze zeldzame genetische combinatie verklaart waarom hij succesvol tijdens races van zowel een kilometer als die van ruim 2 kilometer. Verder laten zijn genen zien dat hij een laatbloeier was. Paarden met dezelfde genen-types zijn over het algemeen pas op latere leeftijd succesvol.

Bron: smithsonianmag.com

Foto: archief

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,193FansLike
0VolgersVolg
6,915VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer