Tags Posts tagged with "Nederlands Hippisch Kenniscentrum"

Nederlands Hippisch Kenniscentrum

hoefkanker

Hoefkanker is een ernstige ontsteking van de hoeflederhuid. Bij een paard met hoefkanker blijft het weefsel van de straallederhuid, en soms ook de rest van de hoeflederhuid, doorgroeien en raakt het geïnfecteerd.

De aandoening lijkt aanvankelijk sterk op rotstraal, maar is hardnekkiger en veel moeilijker te behandelen. Het is een niet veel voorkomende, ernstige aandoening die in een zo vroeg mogelijk stadium behandeld moet worden.

Geen echte kanker

Hoefkanker, ook wel straalkanker genoemd, is een zeldzame aandoening van de hoef die naar schatting bij één op de 200 tot 500 paarden voorkomt. Het is geen echte kanker, maar wordt zo genoemd vanwege de woekering van hoornweefsel en het feit dat het een moeilijk te behandelen aandoening is.

In werkelijkheid is het een ernstige infectie van de straallederhuid. Vaak wordt hoefkanker verward met rotstraal. Maar waar bij rotstraal sprake is van afname van straalhoorn, zie je bij straalkanker juist een toename van hoorn. Dit hoorn woekert en is abnormaal zacht, korrelig en heeft een rare, weeïge geur.

Ontstekingen in het weefsel

De aangetaste straalhoorn raakt gemakkelijk aangetast, waarna bacteriën kunnen binnendringen die ontstekingen in het weefsel kunnen veroorzaken. Uitkrabben van de stralen is vaak pijnlijk en in ernstige gevallen kan een paard kreupel worden. Bij verwijdering begint het afwijkende weefsel snel en hard te bloeden.

De aandoening kan aan één of meerdere hoeven voorkomen, zowel aan de voor- als aan de achterbenen.

Operatie

Hoefkanker is moeilijk te behandelen en te genezen. In de meeste gevallen moet het paard een operatie ondergaan. In 30 tot 45 procent van alle gevallen keert de aandoening na behandeling terug. In ernstige gevallen is euthanasie noodzakelijk.

(Foto’s: Faculteit Diergeneeskunde)

Oorzaak van hoefkanker

Over de oorzaak van hoefkanker is weinig bekend. Het is niet bewezen, maar het lijkt erop dat rotstraal die niet grondig behandeld wordt, kan omslaan naar hoefkanker. Ook zijn er aanwijzingen dat hoefkanker mogelijk een auto-immuunreactie van het lichaam is.

Het lijkt er op dat hoefkanker veel meer voor komt bij koudbloeden en paarden met behang, zoals Tinkers, Shires, Belgen, Fjorden en Friezen) dan bij warmbloeden.

Kenmerken

  • Het hoornweefsel in de straal begint ongeremd te groeien. Dit weefsel is soms wat bloemkoolachtig van structuur, korrelig en heeft een vieze geur (‘kazig’). Dit proces begint vaak in de straallederhuid, maar kan zich uitbreiden naar ballederhuid, de steunsellederhuid en soms ook naar het aansluitende deel van de zool en wandlederhuid.
  • In sommige gevallen groeit er een hoornsteel uit de middelste straalgroeve. Soms is er aan de buitenkant van de straal niets te zien, maar heeft een paard regelmatig een dik been.
  • Straalkanker wordt soms samen gezien met coronitis, waarbij het hoorn van de kroonrand, zwilwratten en sporen ontstoken en daardoor verdikt raken.
  • Bij verwijderen van het weefsel bloedt de hoef snel en veel.
  • Paarden met straalkanker zijn in ernstige gevallen kreupel.

Behandeling en prognose

Hoefkanker is een hardnekkig proces dat moeilijk te stoppen is. Soms is de woekering van weefsel explosief. Hoe eerder de aandoening herkend en behandeld wordt, hoe beter.

Er zijn veel verschillende klinieken die allemaal een eigen versie van de behandeling hebben, met verschillende resultaat Soms wordt gekozen voor behandeling met medicatie. Vaak moet chirurgisch worden ingegrepen, omdat in het leven gesneden wordt. De hoefsmid kan en mag zonder verdoving niet zo diep snijden. Ook is het risico op ernstige bloedingen te groot.

Ontstekingsremmer

De prognose bij de meeste behandelingen is op korte termijn redelijk. Op lange termijn keert de straalkanker in zo’n 30 tot 45 procent terug, met name als de kroonranden verdikt zijn. In de Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht zijn goede resultaten behaald met aanvullende behandeling met Prednisolon (ontstekingsremmer) na operatie.

Na de eerste keer wegsnijden is het soms nog enkele keren nodig om weefsel weg te snijden. Er zijn paarden die in enkele weken herstellen maar er zijn ook casussen bekend waar er zes maanden wekelijks gesneden moest worden voordat de hoefkanker verdwenen was.

Bron: nhk.nl

Het Nederlands Hippisch Kenniscentrum verzamelt kennis en informatie over de meest uiteenlopende onderwerpen rondom paard, paardensport en de paardensector. Van gezondheid tot verzorging, transport tot huisvesting en ziektes, het komt allemaal aan bod in de kennisbank.

nederlands hippisch kenniscentrum

Paard kopen

Als paardenhouder ben je verantwoordelijk voor het welzijn en de gezondheid van je paard. Wat kun je als eigenaar doen om de gezondheid zoveel mogelijk te waarborgen? Dit zit hem vooral in de preventie en een goede relatie met zorgverleners, zoals onder andere de dierenarts.

Zorg én management

Wettelijke maatregelen en advies van dierenartsen bieden een kader voor de verzorging van je paard. Echter, de belangrijkste factoren voor de gezondheid en het welzijn van je paard zijn de zorg en het management die jij als paardenhouder biedt.

Dit betekent dat je je bewust moet zijn van de welzijnsbehoeften en de gezondheidseisen van paarden. Daarnaast moet je in staat te zijn om in alle omstandigheden zorg te dragen voor het welzijn van je paard. Het spreekt voor zich dat je dus tijdig tekenen van nood of een slechte gezondheid moet kunnen herkennen en kennis moet hebben van elementaire eerste hulp. Maar de eerste stap voor een gezond paardenleven ligt in de preventie van aandoeningen, ziektes of mogelijke ongemakken.

  • Welke preventieve maatregelen zijn er?
  • Vaccineer je paard tegen ziektes en zorg voor een doordacht ontwormingsplan in overleg met jouw erkende paardendierenarts. Deze dierenarts heeft een certificaat waarmee hij bewijst dat hij zijn kennis bijhoudt en op de hoogte is van de ontwikkeling van de paardengeneeskunde.
  • Zorg dat een erkende hoefsmid de hoeven van je paard behandelt en in overleg de beste hoefbehandeling toepast. Contoleer daarnaast regelmatig de onderzijde van de voeten op voorwerpen die daar niet thuis horen.
  • Laat het gebit van je paard minimaal een keer per jaar controleren door een erkende gebitsverzorger.
  • Staat je paard in de wei?  Ga dan dagelijks langs om te controleren of hij voldoende voedsel en drinkwater ter beschikking heeft. Check je paard ook op wondjes.
  • Neem maatregelen om insecten zoveel mogelijk te weren en te bestrijden. Zij kunnen ziektes meenemen.
  • Houd er bij introductie van nieuwe paarden altijd rekening mee dat ze de andere paarden met ziekten kunnen besmetten. Neem preventieve maatregelen voor bijvoorbeeld huid- en worminfecties.Zorg voor voldoende hygiëne op stal: een schone stal trekt minder insecten aan. Maak regelmatig de voer- en drinkbak schoon en check ook de Parasietenwijzer.
  • Zorg voor een schone, droge stal en goede ventilatie.
  • Maak de stallen een paar keer per jaar volledig schoon en desinfecteer oppervlakten waar mogelijk. Besteed daarbij ook zeker aandacht aan lastig bereikbare plaatsen (zoals hoeken en mestputjes). Vergeet hierbij ook niet om het gereedschap, zoals riek en poetsmaterialen, schoon te maken.
  • Zorg dat het zadel en het overige harnachement goed passen en schakel minstens één keer per jaar een gekwalificeerde zadelpasser in.

 

Wanneer moet je contact opnemen met de dierenarts?

 

Neem altijd contact op met de dierenarts bij acute gezondheidsproblemen en als er tekenen zijn van veranderende gezondheid. De dierenarts kan de ernst van de situatie inschatten. Je belt je dierenarts bijvoorbeeld:

  • bij acute buikpijn / koliek;
  • bij ernstige bloedingen, een vermoeden van botbreuken en schade aan de ogen;
  • als je paard niet kan gaan staan en/of goed kan bewegen;
  • als je paard zijn gewicht op één van zijn benen laat rusten;
  • als je paard bulten op zijn lichaam krijgt;
  • als je paard kreupel of zwalkend gaat lopen;
  • als je paard dikke benen of zwellingen heeft;
  • als je paard langdurig of abnormaal veel zweet;
  • bij een hoge lichaamstemperatuur (hoger dan 39°C);
  • als je paard angstig of rusteloos is en zijn eetlust verliest;
  • bij alle andere tekenen van acute pijn of letsel;
  • als je paard in ademnood is;
  • als de ogen van je paard tranen of als hij een of beide ogen dichtknijpt.

 

Ziektepreventie op een paardenbedrijf

Zeker als bedrijf heb je er alle belang bij om ziekteverwekkers buiten de deur te houden. Neem daarom de volgende preventieve maatregelen:

  • Houd groepen paarden zoveel mogelijk gelijk in samenstelling. Dit beperkt de onrust in de groep en verkleint de kans op besmetting met overdraagbare ziekten. Maak hierbij onderscheid tussen wedstrijdpaarden, fokpaarden en jonge paarden. Ook (recreatie)paarden die nooit van het terrein komen, kunnen een aparte groep vormen.
  • Als de bedrijfssituatie het toelaat, houd nieuwkomers of paarden die met (mogelijk) besmette paarden in aanraking zijn gekomen, op stal drie weken in quarantaine: hiermee houd je greep op de infiltratie van besmettelijke ziekten in je bedrijf. Check twee keer per dag de temperatuur van de geïsoleerde paarden, zodat je in geval van nood tijdig de dierenarts kunt bellen.
  • Verplaats zo weinig mogelijk paarden tussen verschillende bedrijven bij een eventuele uitbraak van een ziekte. Beperk ook contact met toeleverende bedrijven.
  • Licht je medewerkers voor bij een eventuele ziekteuitbraak en wijs hen op hun persoonlijke hygiëne (bijvoorbeeld handen wassen).
  • Ent de paarden op stal jaarlijks in tegen droes (alleen risicobedrijven vier keer per jaar), tetanus (minimaal een keer per twee jaar), Equine Influenza (flu), Equine Herpes Virus (EHV) and Equine Viral Arteritis (EVAEquine Influenza (een of twee keer per jaar) en het Equine Herpes Virus (alleen risicobedrijven).
  • Op wedstrijd is het belangrijk dat je paard geen rechtstreeks contact heeft met andere paarden. Laat hem niet aan soortgenoten snuffelen en gebruik je eigen wateremmer en voerbak.
  • Zorg voor een plek waar mensen hun handen kunnen wassen.
  • Om in geval van nood eerste hulp te kunnen bieden, moet er een ‘Eerste Hulppakket’ aanwezig zijn. Overleg – liefst voordat er zich een noodsituatie aandient – met je dierenarts over het gebruik van de thermometer, verbandmiddelen en desinfecteermateriaal.

Om je paard een zo natuurgetrouw mogelijk bestaan te geven en te beschermen tegen aantasting van zijn dierenwelzijn, zijn er verschillende adviezen opgesteld, zoals:

  • Zieke en/of kreupele paarden moeten zich kunnen afzonderen van andere paarden.
  • Jonge paarden mogen met maar mate worden belast, aangepast aan hun leeftijd.
  • Het wordt afgeraden om de tastharen van je paard volledig te verwijderen.
  • Ook wordt afgeraden de haren aan de binnenzijde van de oorschelp af te scheren, omdat die de uitwendige gehoorgang beschermen.
  • Als je paard met bepaalde medicatie behandeld wordt, komt daarvan een aantekening in zijn paspoort.
  • Paarden (na 2004 geboren) met gecoupeerde staarten mogen in Nederland niet aan evenementen deelnemen, tenzij de staart om medische reden is gecoupeerd.
  • Paardenmarkten mogen alleen worden gehouden als dat gebeurt conform het protocol dat opgesteld is door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), Groep Geneeskunde Paard (GGP), de Sectorraad Paarden (SRP) en de Dierenbescherming (DB).

Of je nu een paardenbedrijf runt of eigenaar van een pony in een pensionstal bent, preventie blijft altijd een essentieel onderdeel van de aanpak van besmettelijke paardenziekten en een waarborg voor de gezondheid. Gezondheidsbegeleiding van paarden vraagt om registratie van routinebehandelingen, zoals het toedienen medicatie, vaccinaties en ontwormingen. Vraag je dierenarts om hulp als je niet precies weet hoe je dat moet aanpakken. Let wel op: veel medicijnen zijn gevaarlijk voor mensen, dus bij gebruik van die medicijnen bij je paard wordt het paard uitgesloten voor de slacht. Dat moet de dierenarts centraal en in het paspoort registreren.

Check je eigen paard regelmatig ook zelf eens van dichtbij. Een grondige poetsbeurt kan ineens wondjes, kale plekken, bobbels of andere opvallende dingen blootleggen. Niet ieder pukkeltje is een ramp, maar ook hier geldt: een klein probleem is makkelijker op te lossen dan een ernstige kwaal. Hanteer de volgende checklist bij de gezondheidsinspectie van je eigen paard:

  • Is je paard gezond? Dan liggen de haren mooi aangesloten en glanst zijn vacht.
  • Hoe loopt je paard buiten in de wei of tijdens het longeren? Let vooral op de benen, de rug en de hals. Loopt hij anders dan anders, dan kan dit duiden op een gezondheidsprobleem.
  • Is de ademhaling van je paard na inspanning snel weer rustig? Zo ja, dan ademt hij acht tot twaalf keer per minuut.
  • Heeft je paard pijn, is hij bang of opgewonden? Dan kan dit een verhoogde hartslag tot gevolg hebben. Check de hartslag van je paard bij zijn onderkaak. Aan de binnenkant van de kaaktak loopt een slagader over een harde ondergrond (het kaakbot) en daar kan je met je vingertoppen de hartslag voelen. De hartslag in rust is bij een gezond paard 28 tot 40 slagen per minuut.
  • Heeft jouw paard koorts? Check regelmatig zijn temperatuur met een thermometer in zijn anus. De normale lichaamstemperatuur van een paard is 37,4 tot 38 graden Celsius. Met een beetje vaseline kun je de thermometer makkelijker inbrengen.
  • Beginnende verdikkingen snel opsporen? Voel dan elke dag even langs de benen en rug van je paard om te controleren of er geen verdikkingen voelbaar zijn. Dit kan een aanwijzing zijn voor een beginnende blessure die makkelijk erger wordt als je gewoon blijft door rijden.

BRON: Nederlands Hippisch Kenniscentrum

Dit artikel is afkomstig van het Nederlands Hippisch Kenniscentrum. Op http://www.nhk.nlvind je veel artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen van gezondheid tot verzorging en van stalling tot transport. Het NHK is een initiatief van de Sectorraad Paarden en word door verschillende kennispartners ondersteund. Meer weten over paarden, neem eens een kijkje!

Stalondeugden
Kribbebijten, één van de stalondeugden

Paarden staan tegenwoordig vaak individueel gestald, waardoor ze weinig mogelijkheid hebben tot sociale contacten, bewegen en grazen. Sommige paarden ontwikkelen ongewenst gedrag, de zogenoemde stalondeugden. De meest voorkomende stalondeugden zijn schrapen en onrust bij het voeren. Doordat paarden hun natuurlijk gedrag onvoldoende kunnen uitoefenen ontstaan soms stereotypieën. De meest voorkomende stereotypieën zijn: kribbebijten, luchtzuigen, zelfbeschadiging en weven.

Met de omgeving omgaan

Onder stalondeugden vallen alle onnatuurlijke gedragingen die een paard op stal of in de wei uitvoert. Stalondeugden zijn soms stereotypien, als het gedrag zich telkens herhaalt, maar niet altijd. Het paard zelf vindt de stalondeugd meestal wel prettig, omdat hij op deze manier met zijn omgeving kan omgaan; factoren als verveling en stress verminderen.

Welke stalondeugden zijn er?

Stalondeugden kunnen zich uiten in de volgende gedragingen:
1.Eetgedrag (bijvoorbeeld kribbebijten, luchtzuigen, tongspelen en houtkauwen)
2.Bewegingsgedrag (bijvoorbeeld schrapen, weven of trappen tegen de stalmuren)
3.Sociaal gedrag (bijvoorbeeld zelfbeschadiging of seksuele agressie bij hengsten)
4.Comfortgedrag (bijvoorbeeld staartschuren of hoofdschudden)

Kopiëren?

Regelmatig beweren mensen dat paarden stalondeugden van andere paarden kopiëren. Dit is nooit wetenschappelijk aangetoond. De meeste onderzoekers denken dat dit onwaarschijnlijk is. Wanneer meerdere paarden op stal stereotypiën vertonen, ligt de oorzaak vaak bij de huisvesting of het stalmanagement.

 

Stereotypie is een herhaalde beweging

Een stereotypie is een herhaalde, vormvaste beweging die per paard verschilt en ogenschijnlijk geen functie heeft. Dit gedrag komt niet voor bij paarden in het wild en wordt gezien als een indicatie van verminderd welzijn. Wilde paarden leven in groepen. De dagbesteding van wilde paarden bestaat uit grazen, bewegen en het onderhouden van hun sociale contacten. Tegenwoordig kunnen onze paarden deze gedragingen vaak in mindere mate uitoefenen en kunnen ze weinig tot geen invloed uitoefenen op hun omgeving. Ze zoeken een manier om hiermee om te gaan en dit uit zich soms in stereotiep gedrag.

Endorfinen

Bij het uitoefenen van stereotiep gedrag, komen er in de hersenen een soort lichaamseigen pijnstillers (endorfinen) vrij. Deze endorfinen hebben een rustgevend, zelfhypnotiserend effect. Dit is vergelijkbaar met hardlopers die zich na een bepaalde tijd lopen ook lekkerder gaan voelen onder invloed van dezelfde stofjes. Endorfinen zorgen ervoor dat een paard beter zich beter gaat voelen.

 

Oorzaken van stereotiep gedrag

Stereotiep gedrag heeft altijd een oorzaak. Maar doordat het meestal heel lang duurt voordat een paard stereotiep gedrag gaat uitvoeren, is het soms lastig om de oorzaak te achterhalen. Koop je een paard dat stereotiep gedrag vertoont, dan is het vaak onmogelijk om de oorzaak te achterhalen. Mogelijke oorzaken van stalondeugden zijn:

•Stress. Een paard krijgt een overmaat aan indrukken, waardoor hij sterk gestimuleerd wordt en een uitweg zoekt in afwijkend gedrag.
•Een geïsoleerde stal zonder andere paarden in de buurt.
•Een rantsoen met weinig ruwvoer (en veel krachtvoer). Hierdoor is het paard snel
•klaar met eten, waardoor hij zich kan gaan vervelen. De darmstelsel van het paard is ook niet ingesteld op krachtvoer.
•Aangeleerd afwijkend gedrag belonen. Bijvoorbeeld: een paard schraapt rond etenstijd met zijn hoef en krijgt snel zijn voer, in de hoop dat hij stopt met schrapen. Dit paard zal de volgende keer weer dit gedrag vertonen!
•Teveel voer en te weinig beweging.

Drie stadia van stereotiep gedrag

Stereotiep gedrag kan worden onderverdeeld in drie stadia met verschillende kenmerken. In het eerste stadium heeft de omgeving nog invloed, terwijl bij het derde stadium het gedrag zelfbelonend is en dus nog maar moeilijk te beïnvloeden is.

 

Stadium 1

Het paard herhaalt het ongewenste gedrag meerdere keren, omdat de oorzaak steeds terugkomt of aanhoudt. Bijvoorbeeld: een merrie wordt gescheiden van haar veulen en gaat schrapen om haar veulen terug te krijgen. Komt het veulen op dat moment – al dan niet toevallig – terug, dan ziet de merrie haar gedrag beloond. Ze zal het een volgende keer weer proberen. In deze fase reageert een paard nog wel op de omgeving. Als er bijvoorbeeld iemand langs de stal loopt, zal de merrie stoppen met schrapen om te kijken wat er gebeurt.

 

Stadium 2

In een vroeg stadium worden stereotypieën meerdere keren herhaald in een reactie op een vergelijkbare prikkel. Het ongewenste gedrag krijgt een steeds vastere vorm; het wordt steeds makkelijker gestimuleerd door dezelfde prikkel. De omgeving heeft nog wel invloed op het gedrag. Zodra iemand het veulen weghaalt bij de merrie, begint zij te schrapen. Eerst deed ze dit alleen als het veulen weg was. Als iemand de merrie afleidt kan het gedrag worden doorbroken. Afleiding geven terwijl het veulen weg is, kan goed helpen.

 

Stadium 3

In een later stadium wordt het ongewenste gedrag niet meer opgeroepen door een bepaalde prikkel, maar begint het bij opwinding of soms ook spontaan. De omgeving heeft geen invloed meer op de stereotypie; het gedrag hoeft ook geen specifieke oorzaak meer te hebben, maar staat op zich. De merrie uit het voorbeeld schraapt nu al bij opwinding of zomaar, zonder aanwijsbare prikkel. Het gedrag is niet meer te stoppen. Het dier wordt beloond door de endorfinen.

Komt een paard zonder aanwijsbare oorzaak in dit stadium terecht, dan kan de oorzaak een ziekte zijn.

Veel voorkomende stereotypieën

De meest voorkomende vormen zijn:

Kribbebijten en luchtzuigen

Hoewel de handelingen bij kribbebijten en luchtzuigen verschillend zijn, is het gedrag hetzelfde. Het paard zet de spieren van zijn nek op en zuigt lucht in de slokdarm. Opvallend zijn de houding van het hoofd en het geluid. Bij kribbebijten zet een paard zich regelmatig met zijn tanden vast op een stevig voorwerp (bijvoorbeeld de voerbak of de rand van de staldeur). Hierdoor slijten zijn tanden: op de voorrand van de snijtanden zie je een afgeronde hoek. Een kribbenbijter vertoont het typische gedrag bij opwinding, bijvoorbeeld tijdens het voeren. Sommige paarden hebben geen aanleiding meer nodig en voeren het gedrag uit wanneer ze daar zin in hebben. In een vergevorderd stadium van kribbebijten wordt het paard rustiger, omdat er endorfinen vrijkomen.

Luchtzuigen

Luchtzuigen lijkt een verder ontwikkelde vorm van kribbebijten. Luchtzuigen gebeurt ook zonder dat het paard iets vastpakt. De lucht die het paard binnenkrijgt, verdwijnt weer via zijn neus of mond. Luchtzuigen veroorzaakt – in tegenstelling wat soms wordt gedacht – geen koliek of vermagering. Hoewel het nooit wetenschappelijk is aangetoond, wordt kribbebijten gelinkt aan heftige emotionele gebeurtenissen. Voorbeelden hiervan zijn:

– het spenen van een veulen;

– plotselinge individuele huisvesting bij het inrijden;

– afzondering van soortgenoten;

Een andere oorzaak voor zowel kribbebijten als luchtzuigen kan een overproductie van maagzuur zijn. De maag maakt continu maagzuur aan, ook als het paard niet eet. Het maagzuur kan dan de maagwand aantasten wat maagpijn tot gevolg heeft. Speeksel wordt aangemaakt bij kauwbewegingen (bij het eten van voedsel) en neutraliseert het maagzuur. Bij verminderde kauwbewegingen, is er een verminderde productie aan speeksel en gaat een paard op zoek naar een remedie. Onderzoek heeft uitgewezen dat paarden tijdens het kribben/luchtzuigen meer speeksel aanmaken en daardoor een soort oplossing vinden voor hun probleem. Een dierenarts kan vaststellen of een kribbebijter/luchtzuiger een maagprobleem heeft.

Weven

Een wevend paard plaatst zijn voorbenen wat uit elkaar en beweegt zijn hoofd en hals ritmisch van links naar rechts. Zijn gewicht verplaatst hij hierbij steeds van het ene naar het andere voorbeen. Vaak beweegt het paard ook de achterbenen mee op dezelfde manier als wanneer hij stapt. Weven wordt geassocieerd met een tekort aan beweging. Dit ongewenste gedrag komt extra naar voren bij opwinding in de omgeving, bijvoorbeeld tijdens het voeren of wanneer andere paarden worden opgezadeld.

Zelfbeschadiging

Een paard met zelfbeschadigend gedrag vertoont vaak één of meerdere van de volgende gedragingen:
•het zichzelf bijten
•slaan met de achterbenen
•bokken
•schuren
•rollen

Zelfbeschadiging komt het meest voor bij hengsten en ontstaat vaak door gebeurtenissen die spanning of opwinding veroorzaken. De dieper liggende oorzaken zijn: beperkte bewegingsvrijheid, een tekort aan sociale contacten of gefrustreerd foerageer- en seksueel gedrag. Ook huidirritaties spelen soms een rol, maar in dat geval kun je niet meer spreken van een stalondeugd.

 

Preventie essentieel bij voorkomen stalondeugden

Om stalondeugden (enigszins) tegen te gaan, worden soms maatregelen getroffen in de vorm van halsbanden tegen het luchtzuigen of het plaatsen van een anti-weefrek. Deze maatregelen werken meestal niet. Bovendien zijn deze zogenoemde oplossingen uit welzijnsoogpunt onwenselijk. De stereotiepe gedragingen werken voor het paard rustgevend. Het onmogelijk maken van deze gedragingen leidt tot meer frustratie. De oplossing ligt in het voorkomen van stalondeugden door een zo natuurlijk mogelijke huisvesting en het zo veel mogelijk voorkomen van stressvolle situaties. Check altijd:
•de stalling. Voorkom verveling op stal. Stalondeugden worden zelden gezien bij paarden die gehouden worden in een uitdagende omgeving of groepshuisvesting.
•de voeding. Zorg dat een paard gedurende meerdere keren per dag, liefst onbeperkt ruwvoer kan eten. Plaats eventueel een slowfeeder. Het rantsoen moet voor het grootste deel bestaan uit ruwvoer.
•Gezelschap. Een paard heeft sociale contacten nodig, zowel in de weide als op stal.

 

BRON: Nederlands Hippisch Kenniscentrum

Dit artikel is afkomstig van het Nederlands Hippisch Kenniscentrum. Op http://www.nhk.nlvind je veel artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen van gezondheid tot verzorging en van stalling tot transport. Het NHK is een initiatief van de Sectorraad Paarden en word door verschillende kennispartners ondersteund. Meer weten over paarden, neem eens een kijkje!

 

 

0 285

Na een tijd van afwezigheid is het Nederlands Hippisch Kenniscentrum sinds begin januari 2017 weer online. Op nhk.nl vind je informatie over de meest uiteenlopende onderwerpen uit de paardensector.

Op de online kennisbank staat informatie over bijvoorbeeld ziektes, stalling, transport en voeding.

Initiatiefnemers KNHS, ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie) en FNHO ( De Federatie van Nederlandse Hippische Ondernemers) hebben het Nederlands Hippisch Kenniscentrum nieuw leven ingeblazen. Gezien de aanwezige behoefte van paardenliefhebbers aan informatie over het paard, de verzorging, gezondheid en het welzijn hiervan, zijn de plannen ontstaan om het NHK te vernieuwen.

Grote behoefte

Voorzitter Theo Ploegmakers: ‘Uit paardensportonderzoek van de KNHS onder 7.000 paardensporters is gebleken dat er een grote behoefte is aan informatie over het houden en verzorgen van paarden. Het NHK bundelt reeds beschikbare en wetenschappelijk verantwoorde informatie uit de sector en vertaalt dit in toegankelijke artikelen op nhk.nl.’

Door de samenwerking met verschillende organisaties en professionals uit de sector verzamelt het NHK kennis en informatie over het paard, de paardensport en de paardensector. Deze informatie is met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd of afkomstig van een erkende professional uit het betreffende vakgebied.

Eenvoudige zoekbalk

De informatie op het NHK is degelijk, goed te begrijpen en gemakkelijk te vinden op één plek. De verschillende artikelen worden onderverdeeld in thema’s en zijn te vinden via een eenvoudige zoekbalk.

De komende tijd worden de artikelen op het NHK verder aangevuld. ‘Het aanvullen van de kennisbank blijft een doorlopend proces. Er is binnen de aangesloten organisaties een groot netwerk ontstaan en daardoor is er ook veel kennis en informatie beschikbaar welke we graag via het NHK willen ontsluiten’, aldus Rowie Rooth, projectcoördinator van het NHK.

Foto: Remco Veurink 

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,065FansLike
0VolgersVolg
6,970VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer