Tags Posts tagged with "Lotty"

Lotty

Terwijl de deelnemers van de wereldruiterspelen op weg zijn naar Normandië, of er misschien al zijn, maken supporters in het bezit van toegangskaarten zich klaar voor hun reisje naar la douce France. Tussen de wedstrijden door is er genoeg tijd om de toerist uit te hangen. Hoefslag’s Lotty van Hulst deed vast een rondje Normandië en zette voor bezoekers van de WEG een aantal deze-mag-je-niet-missen bezienswaardigheden op een rij. Zoals Haras du Pin. Frankrijk kent een kleine twintig nationale stoeterijen, waarvan Haras National du Pin de bekendste is. Het was voorheen de koninklijke stoeterij, opgericht in 1715 door Koning Lodewijk XIV. In Frankrijk staat het ook wel bekend als het ‘Versailles van het paard’ en die benaming is zeker niet overdreven. Ook de renbanen van Deauville zijn de moeite van een bezoek waard. Tijdens de WEG worden daar de nodige races gereden.

Weten wat er nog meer te zien en beleven is in Normandië? Bekijk dan vooral de pagina’s 55 t/m 58 in Hoefslag 8. Dit nummer ligt in de winkel en is ook online te bestellen.

0 52

Hoefslagredactrice Lotty van Hulst nam begin dit jaar de avontuurlijke keuze om voor langere tijd naar Zuid-Afrika te gaan. Ze vertrok eind maart en ging er werken bij een zogenaamde game lodge. Hier vandaan worden onder meer safari’s te paard georganiseerd, waar Lotty vorig jaar nog een uitgebreid artikel over schreef in de Hoefslag. Maar oude liefde roest niet, daarom houdt ze maandelijks voor ons een blog bij van haar avonturen.

‘Soms moet je een keuze maken. Ga je voor zekerheid, of voor avontuur? Begin dit jaar lagen deze opties voor mij of tafel. Hoefslag versus Zuid-Afrika. Of mijn uiteindelijke keuze de slimste was voor de lange termijn moet nog blijken, maar na anderhalve maand in de bush kan ik zeggen dat ik er tot dusver geen spijt van heb.
Voorheen hadden mijn blogs voor de Hoefslagsite het onderschrift ‘Lotty van Hulst, Redactie Hoefslag’. Dat gaat nu niet meer op, maar als gast-blogger wil ik jullie als lezers een blik op werken bij een game lodge niet onthouden. Hoefslag is tenslotte toch wel een béétje verantwoordelijk voor het feit dat ik hier nu zit…’

Lotty in Zuid-Afrika: African Horse Sickness

Vaalwater Zuid-Afrika, 02:00 in de vroege, koude winternacht. Ik ben letterlijk in mijn pyjama onderweg naar de stallen. Een zaklamp heb ik vannacht dankzij de volle maan niet nodig. Een record van zes paarden is ziek, de ene is er nog beroerder aan toe dan de ander. Sommige kijken op, als ze me aan horen komen. Anderen staan kwijlend en met dikke ogen depressief voor zich uit te staren. Het zou door de kou nu snel minder moeten worden, maar tot nu toe is er sinds ik hier ben nog geen dag zonder nachtbraken voorbij gekomen voor ons team.

Geluk vs. gedoe

Wie paarden houdt, kan rekenen op een hoop liefde en een overdosis aan plezier. Natuurlijk, maar ik hoef ondertussen zonder bitter te klinken niemand meer uit te leggen dat paarden houden ook een karrevracht aan gedoe en bijkomende misère met zich meebrengt. Een enkel paard bezorgt menig mens rimpels en grijze haren, maar denk je eens in dat je vijftig van deze zielen hebt om jezelf druk over te maken. In de Zuid-Afrikaanse bush nog wel, waar een dierenarts simpelweg niet binnen 10 minuten voor de deur staat. Een week, dan heb je mazzel.
Wij krijgen er als staff in ieder geval indrukwekkende wallen van, zoveel is zeker. Met liefde, dat wel. De paarden zijn onze metgezellen tijdens de safari’s. Als we stijl bergaf gaan, bijna overhoop worden gelopen door een neushoorn of keihard door het water galopperen, weten wij dat we op ze kunnen vertrouwen. Altijd.

Andersom geldt hetzelfde. Als zij ziek zijn, kunnen ze ook op ons vertrouwen. Die zojuist aangekaarte karrevracht aan gedoe en bijkomende misère heeft hier in de meeste gevallen namelijk één naam: African Horse Sickness. Een virus dat in het Nederlands ook wel bekend is onder de naam ‘Afrikaanse Paardenpest’.

Paardenpestparadijs

Deze hardnekkige plaaggeest wordt overgedragen van paard op paard door een mug. De Waterberg, waar onze lodge gevestigd is, staat zo ongeveer bekend als de African Horse Sickness-capital van het land. Het water tussen de heuvels in het gebied trekt de muggen in grote getale aan. Tel daar de ruime aanwezigheid van virusgevoelig game als zebra bij op en je hebt een paardenpestparadijs. In de praktijk betekent dit dat we er in de stallen een strikt controlesysteem op nahouden. Deze ziekte openbaart zich namelijk in eerste instantie in de vorm van een flinke koortspiek. Daarom worden alle paarden hier steevast tweemaal per dag getemperatuurd. Alles wordt opgeschreven in tabellen, zodat we per paard kunnen zien wanneer ze van het normale patroon afwijken. Van veulen tot pensionado, rit of geen rit. Zodra een van hen boven de 38.5 á 39 graden schiet, is er geen tijd te verliezen en beginnen we met de (orale) behandeling. Elk uur, dag en nacht. Het is de enige manier om ze door deze ziekte heen te slepen. Soms zelfs letterlijk, als ze midden in de nacht niet meer overeind willen komen voor de behandeling.  Het aantal keer dat mijn wekker om bijvoorbeeld 02:00 of 04:00 afging en ik in het pikkedonker de bush in kon onderweg naar de stallen is niet meer te tellen. Graveyardshifts, noemen we dat hier. Het klinkt net zo gezellig als het is. Niet, dus.

Voorzorgsmaatregelen

Elke paardenhouder in Zuid-Afrika is verplicht om zijn paard te vaccineren tegen het virus, maar het is niet genoeg om totale bescherming te bieden. Tot op heden is het enige middel dat werkt een homeopathisch goedje, gemaakt door ene Dr. Nevin. Die beste man heeft zijn pensioen ondertussen meer dan geregeld, alleen al dankzij de kostbare liters die wij er ondertussen doorheen gejaagd hebben. Naast de vaccinatie passen we nog meer voorzorgsmaatregelen toe. Denk bijvoorbeeld aan het verbranden van oud hooi naast de stallen, om de paarden in de buurt van de stal in ieder geval tegen de muggen te beschermen. Feit blijft echter dat menig edel ros hier zijn vrije tijd in de bush spendeert. Voor hen hebben we anti-vliegenspray dat we zelf maken. Regelmatig zoeken we in het reservaat naar khaki-bos en wilde munt, dat we koken en met citronella vermengen. Elk wit paard wordt er compleet geel van, maar het doel heiligt de middelen zullen we maar zeggen.

Bizar gezicht

African Horse Sickness is er in diverse vormen, maar hier maken we onderscheid tussen twee van hen. De Dikkop-vorm en de Dunkop-vorm. Deze laatste staat in de wetenschap ook wel bekend als de hart/long-vorm. Zowel Dikkop als Dunkop is dodelijk, binnen een paar dagen als we niets zouden doen. Dikkop openbaart zich in alle letterlijkheid, de arme ziel van een patiënt krijgt een ontzettend dikke kop. Echt, dat heeft op een zeker moment niets meer met een paardenhoofd te maken. Ongeveer twee dagen na de eerste koortspiek beginnen de holtes boven de ogen op te zwellen. Zo erg dat de ogen op een gegeven moment letterlijk uit het hoofd puilen van ellende en het gehele hoofd verder opzwelt. Later beginnen de weefsels in de ogen en mond te bloeden, een bizar gezicht. Kauwen en slikken wordt moeilijker, sommigen kunnen op een gegeven moment alleen nog maar kwijlen. Zolang ze toch wat eten binnenkrijgen en blijven vechten, kunnen ze het alsnog overleven. Ik heb het Charisa zien doen, een van de Engelse Volbloeden hier. Wat zag dat arme paard eruit, even dachten we dat hij het niet ging halen. Hetzelfde ging op voor Chaiwa, een Fries gekruist met Afrikaans Boereperd dat als jong paard het virus nooit heeft opgelopen. Dat immuunsysteem schrok zich een ongeluk, maar hij kan het gelukkig navertellen. Blijvende gevolgen houdt een paard er overigens niet aan over, voor zover hier bekend.
In totaal hadden we bijna dertig gevallen van African Horse Sickness in de afgelopen drie maanden. Het beste paard van stal heeft het niet overleefd, daar is iedereen nog altijd ziek van. De rest heeft zichzelf er echter doorheen gevochten. Wat kunnen ons die nachtdiensten dan nog schelen. Als ze ons nodig hebben, dan zijn we er voor hen. Want zonder paarden, bestaat er geen African Horseback Safari.

P.S.

Is dat dan niet eng, door de bush naar de stallen lopen? Soms ja, natuurlijk wel! Het is me al eens overkomen dat ik van een heel raar geluid dat net wat te dichtbij kwam, een wereldsprint naar huis trok. Een dag later zag ik welk dier dat geluid maakte. Een doodnormale impala in bronstijd. God wat voelde ik me op dat moment een toerist. Wist ik veel dat die beesten in deze periode van het jaar klinken als een bloeddorstig zwijn-beest. Niet grappig, niet grappig.

Foto’s:

1. De symptomen van de Afrikaanse Paardenpest
2. Het rooster voor de orale behandeling
3. Khaki-bos en wilde munt
4. Het temperaturen van de paarden
5. Een paard onder behandeling

 

 

 

 

 

 

 

‘Salaam vanuit de zandbak’ is inmiddels veranderd in ‘Hallo vanuit Hoofddorp’. Hoefslag was afgelopen week aanwezig tijdens CHI Al Shaqab in Doha, Qatar. De Qatari hielden mij met hun overvolle maar indrukwekkende programma zo bezig, dat tijd voor het schrijven van dit blog ontbrak. Daarom volgen er deze week nog een aantal anekdotes, foto’s en Hoefslag-voorproefjes. Dit land van oliesjeiks met een paardenpassie bleek veel mooie verhalen te herbergen die het waard zijn om verteld te worden.

Terwijl het barrageparcours tijdens mijn gesprek met Mohammad gereed werd gemaakt, kreeg ik in de tussentijd een spoedcursus in Qatari-kledij. Het grootste vooroordeel uit de Westerse wereld werd direct aan diggelen geslagen: niet iedere man in een witte jurk is een oliesjeik. Deze witte jurk heet overigens een thobe. De lange blouse, want dat blijkt het na enige observatie werkelijk te zijn, wordt traditioneel gedragen door de mannen in Qatar. Niet omdat het volgens de wet moet, maar omdat het wordt gezien als mode-item. Vroeger bood de thobe bescherming tegen rondzwervend zand en de hitte. De bedoeïenen hadden een kledingstuk nodig waarmee ze zonder rooster-risico op hun kameel konden stappen. Inmiddels is de kameel in Qatar door het overgrote gedeelte van de bevolking ingeruild voor een flitsende sportwagen, maar de thobe doorstond de modernisatie van het land feilloos. Als het warm is, zie je vooral witte versies van katoen of zijde. In de winter worden er ook thobes gedragen van wol. Mohammed: ‘Mensen denken wel eens dat je van een hogere rang bent als je een rode shemagh gebruikt in plaats van een witte. Onzin. De rode variant is dikker en stugger dan de witte. Daarom zie je in de winter veel rode shemagh’s, maar er zijn ook Qatari die het hele jaar door dezelfde variant dragen omdat ze het mooier vinden.’ Ohja, de shemagh. Dat is dus de rode met wit geblokte of geheel witte doek op het hoofd van deze mannen. Om de doek zit een zwart koord om de boel in het gareel te houden, de iqal. Het gros van de Qatari-mannen is niet geheel gehecht aan hun traditionele kledingstuk, wanneer ze zaken gaan doen in het Westen wordt de thobe zonder pardon omgeruild voor een maatpak.

Chanel Bril
Vrouwen in Qatar dragen een abaya, een lang zwart gewaad. Soms zie je neus en mond helemaal bedekt zodat alleen de ogen zichtbaar zijn, maar doorgaans beperkt de bedekking van het hoofd zich tot de haren. Net als de thobe, is een abaya erg gevoelig voor de modegrill. De zwarte ensembles zijn te krijgen in verschillende materialen en met allerlei versiersels. Vergeet dus de boerka, dit is van een heel ander kaliber. Onder de abaya geen smoezelig joggingpak of pyjama met pantoffels, maar high end designer kleding. Deze vrouwen toveren zonder pardon een Hermès Birkin Bag van tienduizenden euro’s onder hun abaya vandaan als ze op Prada-loafers ergens een ruimte binnenstappen. De Chanel-bril die eerst nog statig op de neus stond verdwijnt in de tas, waar vervolgens een met diamanten bezette Blackberry uit tevoorschijn komt. Het feit dat vrouwen in Qatar -zoals in de meeste Islamitische landen- hun lichaam en haren dienen te bedekken, weerhoudt hen er niet van om met perfect gemanicuurde nagels en strak geëpileerde wenkbrauwen hun rechten op te eisen. Een zwart gewaad staat niet voor onderdrukking, in dit land in ieder geval niet. Het percentage vrouwen op topfunctie is in Qatar relatief hoog als je het vergelijkt met andere Arabische landen. In Qatar zwaait 7% van de vrouwen de scepter op het allerhoogste niveau, in Saudi-Arabië is dat letterlijk 0%. In Nederland zitten we ook maar op een schamele 19%, dus ik bedoel maar.

Mannen-accessoire
De oplettende Al Shaqab-ganger ziet met name Qatari-mannen rondlopen met een gele kralenketting in de hand. Mohammed zat er ook mee op de tribune, ik kon het niet laten om nieuwsgierig doch beleefd te vragen waar het voor diende. Een accessoire, zo bleek. Precies ja, een ketting als accessoire voor de mannen. Dat moest je in Nederland als man eens doen, je valt hier in Qatar werkelijk van de ene verbazing in de andere. Mohammed: ‘Wij noemen de snoer ‘tasbih’, de meesten bestaan uit 33 of 99 kralen. Ze werden in eerste instantie gebruikt als hulpmiddel bij het tellen van verzen tijdens het gebed, zoals Christenen een rozenkrans gebruiken. Nu dienen ze ook als accessoire, we dragen ze bij ons als een soort horloge.’ De meeste tasbih’s zijn in het begin wit, maar als ze ouder worden verkleuren de stenen naar geel. Dan zijn we ook veel meer waard, vanaf dat moment dragen veel mannen ze alleen nog maar in de hand in plaats van in de mouw.
Het parcours is inmiddels omgebouwd, de barrage kan beginnen. Mohammed fixeert zich weer volledig op zijn springsportpassie. Tot zover het Qatar-cultuurcollege.

Lotty van Hulst, Redactie Hoefslag.

Deze blog is het vervolg op ‘Hoefslag in Doha (2): Cultuurvisies op de tribune’.

‘Salaam vanuit de zandbak’ is inmiddels veranderd in ‘Hallo vanuit Hoofddorp’. Hoefslag was afgelopen week aanwezig tijdens CHI Al Shaqab in Doha, Qatar. De Qatari hielden mij met hun overvolle maar indrukwekkende programma zo bezig, dat tijd voor het schrijven van dit blog ontbrak. Daarom volgen er deze week nog een aantal anekdotes, foto’s en Hoefslag-voorproefjes. Dit land van oliesjeiks met een paardenpassie bleek veel mooie verhalen te herbergen die het waard zijn om verteld te worden.

‘Ik mis het rijden verschrikkelijk als ik zit te kijken, maar dat onze jongens het steeds beter doen maakt me trots. Nog even, dan kan ik mezelf hopelijk weer bij hen aansluiten.’ Doha, vrijdagmiddag. Ik zit tijdens een van de vijfsterren springrubrieken op de tribune met Mohammed al Suwaidi. Je leert een andere cultuur en de mensen in dit land met paardenpassie immers niet kennen als je boven in een glazen persaquarium blijft zitten. Zodoende belandde ik in een kuipstoeltje bij Mohammed en zijn neven, tussen de andere ‘witte jurken’. Op deze typische Qatari-kledij kom ik overigens in de volgende blog nog terug, want er moeten nodig wat vooroordelen uit de wereld worden geholpen.

Qatar is de toekomst
Terug naar Mohammed. Deze jonge Qatari is naar eigen zeggen familie van de koninklijke Al Thani’s en heeft in zijn land al een aardige reputatie opgebouwd in zowel de spring- als de endurancesport. Hij won onder andere een zilveren teammedaille tijdens de World Endurance Championships van 2008. Momenteel zit hij zonder paarden wegens zijn studie in Engeland, maar ondertussen zorgt deze ambitieuze jongen binnen zijn thuisland voor Europese en Amerikaanse paardenproducten. Zo is hij is onder andere de importeur van Havens in Qatar. ‘Ik studeer economie en international business. Dat doen de meeste jongeren uit Qatar die gaan studeren, omdat je er alle kanten mee op kunt. De overheid investeert ontzettend in het slimmer maken van de bevolking, daar profiteren ze later alleen maar van. De Qatar Foundation stimuleert jongeren om juist in het buitenland te gaan studeren. Als je resultaten goed genoeg zijn en je dus iets kunt terug doen voor ons land, dan word je aan alle kanten geholpen. We hebben hier een gezegde dat eigenlijk alles vertelt: Koeweit is het verleden, Dubai het heden en Qatar de toekomst. Wij willen verder, doorgroeien.’ Terwijl hij dit vertelt, wendt Mohammed zijn blik niet af van het parcours. Geen moment. Hij volgt elke combinatie nauwlettend over elke sprong, telt de galopsprongen, denkt mee over de afstanden en noteert de uiteindelijke klassering op zijn telefoon. Als een landgenoot aan de start verschijnt gaat hij wat meer rechtop zitten, maar ook als ruiters uit Saoedi Arabië of de Verenigde Arabische Emiraten foutloos rondkomt, klapt hij trots in zijn handen. ‘Hun succes, is ons succes. Zo voelen we het echt. We waren ontzettend trots toen de ruiters uit Saoedi Arabië een bronzen Olympische medaille mee naar huis namen. Daar werden onze ruiters enthousiast van, succes ligt binnen bereik als je hard werkt en slim investeert in trainers en paarden. Dat heeft die Olympische medaille meer dan bewezen.’

Buitenlandse kennis
Mensen uit Qatar zijn trots, maar niet koppig of star. Dat is in de afgelopen dagen meer dan duidelijk geworden. Nationalisme beperkt hen niet en aan tunnelvisie lijden ze allerminst. Nee, deze slimmeriken weten dat Arabië niet alle wijsheid in pacht heeft en dus wordt kennis uit het buitenland gehaald. Die gedachte vormt zelfs de basis van het organiseren van deze eerste editie van CHI Al Shaqab. Door topruiters aan te trekken, wordt een kennisstroom gegenereerd waar in de toekomst dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Het CHI is volgens de organisatie een testevent, ook al zou het verwezenlijken van een dergelijke accommodatie en startlijst voor velen het eindstation betekenen. Menig organisator zou ervoor in zijn handjes knijpen, maar de Qatari willen verder. De event manager verwoordde het al tijdens een persconferentie: ‘De droom is slechts gedeeltelijk verwezenlijkt, we hebben hier veel van geleerd. De volgende keer zal dit nu al zo geweldige evenement nog fenomenaler zijn.’ Het zou hem zo maar eens kunnen lukken. Zijn sympathieke medewerkers zijn een soort sponzen op benen die elk beetje extra informatie opzuigen en niet meer loslaten. De bodem te los? Dat wordt genoteerd. Moeten de paarden de volgende keer praktischer in volgorde gestald staan? Komt voor de bakker. De aanwezige grooms krijgen allemaal een formulier waarop ze in kunnen vullen wat er kan worden verbeterd aan de stallen en andere faciliteiten.

Voetbal vs. Paardensport
De journalisten in Al Shaqab willen na het zien van dit walhalla eigenlijk maar één dingen weten. ‘Waarom? Wat is in hemelsnaam de drijfveer achter het bouwen van dit enorme complex?’ Is het een soort machtsvertoon? Wil de Emir zijn passie in alle extremen ten toon spreiden? Natuurlijk, er is ons verteld dat Al Shaqab deel uitmaakt van een groter geheel. Dat blijkt ook aan alle kanten en uit alle uitleg, maar waarom dan zo uitgebreid? Mohammed: ‘Wij Qatari paardenmensen hopen dat we met deze venue onder andere zullen bereiken dat de interesse van de bevolking verschuift naar de paardensport. Qatar moet het centrum worden van deze sport in zowel Azië als Arabië. Het moet gaan leven hier, momenteel is iedereen vooral bezig met de uitslagen van voetbalwedstrijden. We hopen dat dat verandert, te meer omdat de paardensport vanuit vroeger diep in Qatar geworteld ligt. Paarden waren naast kamelen onze transportmiddelen, dankzij de paarden hebben we oorlogen gewonnen. Wat moeten mensen dan nog met een grasveld en voetbal als ze ook kunnen genieten van een sport die veel dieper in onze cultuur verweven zit? Hier kunnen we ze laten zien dat bijvoorbeeld het springen en de dressuur ook in een stadion kunnen worden gehouden en als we grote evenementen als een wereldbekerfinale en de World Equestrian Games aan kunnen trekken, zal de grootsheid van het geheel alleen maar aanstekelijker werken. Als mensen hier naar de sport komen kijken en een leuke middag hebben met de hele familie, raken ze hopelijk geïnteresseerd in wat we hier doen. De Riding Academy op het terrein kan voor lessen en mogelijkheden zorgen als de mensen er voor open staan.’

Combinatie van het beste
Zelf kijkt hij nu al uit naar zijn terugkeer in de wedstrijdring. ‘Ik leef voor de springsport. Endurance was mooi en de resultaten waren goed, maar ik wil me specialiseren in het springen. Die technieken leren, het verbeteren van de samenwerkingsband met het paard, dat is het voor mij.’ Tijdens deze uitspraken komt de kennis vergarende Qatari duidelijk in hem naar boven. ‘Ik heb in de afgelopen jaren al trainingen gevolgd in België en Amerika, dat wil ik graag weer oppakken met fijne paarden. Ik wil graag van iedereen wat leren om uiteindelijk een van de beteren te worden. Naar Marcus Ehning kan ik uren kijken als het om stijl gaat, maar pas als je daar ook de snelheid van een ruiter als Roger Yves ‘Bosty’ aan toevoegt kun je iedereen verslaan. Het beste van alle kennis samen laten komen, dat is wat ik graag wil.’ En laat dat nu precies hetzelfde zijn als wat de Qatari hebben gedaan toen ze het stadion van Al Shaqab hebben gebouwd…

In de volgende blog lees je het verhaal achter de ‘Witte Jurk’.

Lotty van Hulst, Redactie Hoefslag.

m1nwceft6tbh
Mohammed Al Suwaidi, opperst geconcentreerd

Salaam vanuit de zandbak, Hoefslag is deze week aanwezig tijdens CHI Al Shaqab in Doha, Qatar. Door middel van deze blog bied ik met plezier een kijkje in de wereld van oliesjeiks en hun tamelijk uit de hand gelopen passie voor de paardensport. Binnenkort verschijnt in Hoefslag onder meer een uitgebreide tekst en beeldreportage. Als bezoeker van onze website lees en bekijk je hier alvast een voorproefje.

Er is een ufo geland in Qatar. Een enorme ufo waar de Amsterdam Arena zeker twee keer in kan. Voor vertrek was me al het een en ander ingefluisterd over dit geheel. Toch twijfelde ik bij de eerste aanblik van Al Shaqab of de warmte me niet naar het hoofd gestegen was. Of dat mijn reisgenoten het mis hadden, want naar mijn bescheiden mening stopte die bus hier bij het verkeerde adres. ‘Dit kan niet voor de paardensport bestemd zijn man, dat bestáát niet’, riep ik nog lachend en vol ongeloof. Toch is het zo, de meest maffe Fata Morgana ooit wordt werkelijkheid in Doha. Dit alles overtreffende complex is niet uit de woestijn gestampt voor voetbal, niet voor honkbal of tennis, maar puur voor de paardensport. Met warmbloedpaarden, wel te verstaan. Het stadion werd niet gebouwd voor de prestigieuze Arabische volbloeden. En dat terwijl dit stinkend rijke oliestaatje niet bepaald een hoog aangeschreven reputatie heeft als het gaat om topsport tussen de warmbloedpaarden. Ja, Sheik Al Bin Khalid al Thani was in 2012 Rolex one to Watch, maar daar houdt de springsportprestige van de Qatari in alle redelijkheid wel op. Ook dressuur is in dit land nog een onontgonnen gebied. Toch is het gigantische stadion en de omliggende venue volledig gericht op de internationale hippische topsport.

Goedgevulde prijzenpot
Al Shaqab ontwikkelde zich de afgelopen jaren in razend tempo. Inmiddels herbergt het terrein rond het stadion zeventien verschillende centra. Het totaal beslaat bijna een miljoen vierkante meter, bizar maar waar. Bij een stadion en faciliteiten als deze, hoort een evenement van groots formaat. Aldus de meest logische redenatie van de bedenkers. En zo gebeurde het dat deze week de eerste editie van CHI Al Shaqab wordt georganiseerd, uniek in zijn soort in Arabië en Azië. In vier dagen tijd strijden ruiters in de disciplines springen, dressuur en endurance om de eerste plek. Het publiek wordt getrakteerd op een vijfsterren springrubriek, een viersterren dressuurwedstrijd en een endurance race van 120 kilometer. De toegestroomde ruiters zijn zeker niet de minste. Je struikelt hier over de Olympisch Kampioenen en andere internationale grootheden die met hun eerste paarden zijn afgekomen op het immense stadion en de goed gevulde prijzenpot. Bij het springen wordt tijdens de Grote Prijs van zaterdag 650.000 euro verdeeld, om maar even een voorbeeld te noemen.

Zei iemand hier ‘Soers’?
Als je hier bent geweest, ben je in ieder geval voor de komende periode volledig verpest. Er is heel wat voor nodig om na een bezoekje aan deze hippische parel van Doha nog van een accommodatie onder de indruk te raken. Paardensportliefhebbers raken wat betreft de voorgeschotelde faciliteiten tot over hun oren verwend. De Aachener Soers is in vergelijking met Al Shaqab een heel aardig stadion, een sfeervolle bedoening waar je ‘gezellig naar paardensport kunt kijken’. Nee, dan dit. De enorme arena met haar imposante constructie van stalen bogen en glazen skyboxen is totaal over de top, maar iedereen geniet er zichtbaar van. Als dit de nieuwe standaard is, dan mogen we in Europa heel rap gaan bouwen om ooit nog zoiets ten toon te kunnen spreiden. Natuurlijk, Aken heeft een jarenlange traditie en het zal best een tijd duren voordat deze zandbodem ook maar een beetje zo heilig wordt als het gras van de Soers. Daarbij is het aantal stoelen hier beduidend minder, maar toch. Als het CHIO over tien jaar nog steeds het meest prestigieuze concours van de wereld wil zijn, dan moet er wat gebeuren. Al Shaqab wordt volgens de huidige plannen zowaar mogelijk alleen nog maar groter.

Ambitieuze toekomstplannen
Dit is namelijk slechts het begin. Gewoonlijk zou je verwachten dat het neerzetten van een complex als dit het einddoel is van een tig-jarenplan, maar de Qatari denken veel verder. Op dit moment liggen de plannen klaar voor verdere uitbreiding van het gebied. Volgend jaar wordt voltige naar alle verwachting toegevoegd aan het nu al imposante programma. Het maken van de plannen voor een cross country en marathonbaan rond de terreinen is in volle gang. De volgende halte van deze sneltrein die de organisatoren uit alle macht willen halen, is het binnenslepen van de World Equestrian Games van 2022. Ondertussen maakt heel Qatar zich op voor de toekomst. Al Shaqab is deel van een nog groter geheel dat het hele land naar een hoger niveau moet tillen. Hotels en wolkenkrabbers schieten hier als paddenstoelen uit de grond, regerend koninklijke familie Al Thani investeert het oliekapitaal rijkelijk doch doordacht. Springruiter Jur Vrieling telde vanuit een willekeurige plek bij het stadion tot zijn eigen verbazing vierentwintig bouwkranen. ‘Kom maar hierheen met je handel jongen’, smste hij naar zijn sponsor en goede vriend Koen Meijer. ‘Hier bouwen ze wel door’. Precies ja. Het einddoel is het organiseren van de Olympische Spelen. De bouwers van het stadion hier hebben rekening gehouden met afmetingen van diverse spelersvelden, dus het zou zo maar kunnen dat Al Shaqab in de toekomst gastlocatie wordt van een nog groter geheel dan de hippische sport alleen.

Lotty van Hulst, redactie Hoefslag

Up to date blijven tijdens CHI Al Shaqab? Volg mij op Twitter: @Lotty_Hoefslag

m1nwc4dta4ax
Jur Vrieling eindigde gisteren met Bubalu als vijfde in de 1.50 rubriek
m1nwc4dtddar
Al Shaqab tijdens de avondrubriek.
m1nwc4dtcraq
Al Jazeera Sport zendt het overgrote deel van de competitie live uit.
m1nwc4dta1aw
In het dressuurstadion begint morgen de CDI4.
m1nwc4dtawb4
Zonsondergang in Doha.
m1nwc4dtafb3
Strikte toegangsregel naar de stallen.
m1nwc4dtalb2
Na deze accommodatie ben je niet snel meer ergens van onder de indruk.
m1nwc4dtagb1
Marc Houtzager en Sterrehof’s Opium.
m1nwc4dt9ub0
Losspringen doe je in Doha groots en overdekt.
m1nwc4dt9qay
Later deze week meer over het verhaal achter ‘De Jurk’.
m1nwc4dtdhas
De Amsterdam Arena past hier twee keer in.
m1nwc4dtd4at
De springpiste wordt klaar gemaakt voor de avondrubriek.
m1nwc4dtd8au
De verlichting in het stadion is zo goed dat alleen de maan weggeeft dat het avond is.
m1nwc4dtd7av
Het logo is al net zo imponsant als het stadion zelf.

 

De dertienjarige Tom Tom Go (v. Cabochon), voorheen actief onder Christa Laarakkers in de Lichte Tour en door Anne Meulendijks uitgebracht bij de Young Riders, zal voortaan in de ring te zien zijn onder zusje Lotte. De kersverse combinatie gaat starten bij de Junioren.

Anne kreeg Tom Tom Go in september 2008 onder het zadel en boekte vele successen met de bruine ruin.

In deze blog neem ik jullie, immer trouwe Hoefslaglezers, mee naar het paardenpretpark van de wereld. Wellington Florida, de thuishaven van zowel WEF als WDM. Tijdens mijn week hier maak ik diverse tekst- en fotoproducties. Alle artikelen zullen de komende tijd in Hoefslag verschijnen, deze blog biedt alvast een live voorproefje.

Tijdens mijn laatste dag in Wellington ging ik op bezoek bij de nog niet besproken schakel van deze paardengemeenschap. Locatie? De graszoden van International Polo club Palm Beach. Precies ja, het was tijd voor een middagje polo. Ik viel met mijn neus in de boter, want op deze zonovergoten zondagmiddag stond de Joe Barry Cup Final op het programma. Aangezien deze uitnodiging zich tamelijk last minute aandiende, had ik geen tijd om mezelf voor te bereiden. Polo is net hockey te paard, dacht ik. Een overwegend lomp spel tussen twee teams die met een stok proberen om de bal zo hard als mogelijk in andermans doel te parkeren. Toevallig zag ik afgelopen week een affiche voorbij komen met het bericht dat automerk Maserati zich met de grootst mogelijk toewijding had gekoppeld aan Palm Beach Polo. Het enige dat ik dus op voorhand wist, was dat ik niet in een spijkerbroek kon aankomen. Zoveel was duidelijk. Dus hop, zonnebril op, jurk aan, twaalf centimeter hak onder mijn hoeven, telelens mee en op naar de Polo Club.

Spoedcursus
Eenmaal aangekomen in het mediavak van de overvolle tribune kon mijn polo-introductie beginnen. Ik had al snel in de smiezen dat je zoals verwacht twee teams nodig hebt voor een potje, maar dat het toch anders is dan hockey te paard. Het was een stuk ingewikkelder dan ik van te voren had bedacht. Ik snapte er na een goed kwartier werkelijk geen klap van. ‘Hoezo willen ze allebei in hetzelfde doel scoren!?’ Mijn redding kwam echter uit tamelijk onverwachte hoek. Voor mijn neus zaten twee mannekes op leeftijd het schouwspel aandachtig te volgen. Ze voerden een diepgaande discussie over de spelers en hielden heel precies alle scores bij. ‘Aha, daar zitten mijn schoolmasters’, dacht ik. Gewapend met een glimlach en een gigantisch knipperend vraagteken boven mijn hoofd vroeg ik of ik misschien naast hen mocht komen zitten voor wat bijles. Ik kon in alle eerlijkheid wel een spoedcursus gebruiken.

Tegenpolen
Voordat ik het goed en wel besefte, zat ik gezellig bij deze poloveteranen onder de vleugels. De twee bleken Ron (69) en Alexander (66) te heten, twee bevriende tegenpolen. De een overtuigend republikein en de ander duidelijk democraat, maar ondanks hun uiteenlopende karakters en ideeën is polo sinds jaar en dag datgene dat hen bij elkaar brengt. Deze gemoedelijk kibbelende knabbel en babbel zijn naar eigen zeggen al met elkaar bevriend sinds de laatste grote dinosauriërs de aarde verlieten. ‘Het is vierenvijftig jaar geleden Dear, dat ik voor het eerst op een polo pony zat. Vraag dus maar raak, want op elke vraag die jij nu zult stellen, wilde ik vroeger ook graag een antwoord horen’, begon Alexander –nog altijd journalist voor 25 (!) verschillende polomedia– met een glimlach. Alexander is de pittige van de twee, zo’n echte positief verroeste veteraan van een Amerikaan. Op het moment dat zijn telefoon gaat roept hij standaard knarsend: ‘Wa do ya want?!’, in de hoorn. Het bleek zijn dochter Whitney te zijn, ze wilde graag weten hoe het met haar vader ging. Ron is de rustige van de twee. Hij werkt al jaren als sportverslaggever voor de televisie, daarvoor was hij weerman in Colorado.

Hollands glorie
Op het moment dat mijn polokennis in sneltreinvaart werd bijgespijkerd, diende zich in alle letterlijkheid een nieuw interessant feit aan. Alexander had even iemand een smsje gestuurd die ik vast wel wilde ontmoeten. Tien minuten later stond hij voor mij neus. Vincent Mesker, 31 jaar en de enige professionele polospeler van, jawel: Nederland. Volgens Alexander is deze riding Dutchman overigens de langste speler ter wereld, maar dat terzijde. Na zijn middelbare schooltijd in Nederland koos Mesker voor de kans op een internationale polocarrière  en vertrok naar het buitenland. Hij volbracht zijn missie, woont nu fulltime in Palm Beach en inmiddels is Mesker onder pololiefhebbers erg bekend. In Nederland weet geen kip van zijn bestaan als prof af, maar daar zit hij niet echt mee. ‘Ik vind het buiten de spotlights wel prima hoor. In Nederland is de polosport niet zo groot, je kunt het niet vergelijken met Argentinië of Amerika. Wat hebben deze heren hier je ondertussen verteld?’

Over chukkers en spelregels
Afgelopen middag leerde ik dat elk polo-team uit vier spelers bestaat. Elke speler heeft diverse paarden tot zijn beschikking, een limiet is er niet. De ene ruiter heeft er tien, de ander heeft er dertig tot zijn beschikking. Het is maar net wat je jezelf kunt veroorloven. Er wordt voor polo hoofdzakelijk maar één ras gebruikt. Deze onverschrokken hazenwindhonden op hoeven zijn overwegend Engelse volbloeden. Een wedstrijd duurt anderhalf uur en wordt verdeeld in zes ronden die bekend zijn onder de naam chukkers. Elke chukker duurt zeven minuten. Na elke ronde wisselen de spelers van paard, maar dat mag ook tijdens het spel. Als de speler voor dit laatste kiest, dan gebeurt de wissel meestal rond de derde minuut van de chukker. Tijdens het wisselen raakt de speler de grond geen seconde, er wordt letterlijk van paard naar paard gehopt. Het polospel wordt in de gaten gehouden door drie scheidsrechters. Twee te paard in het veld en een op de tribune als back up-plan.

Toerist in eigen sport
Ik voelde mezelf als paardenmens vandaag toerist binnen mijn eigen sport. Schoorvoetend moet ik toegeven dat ik misschien wel een beetje leek op die WDM-ganger van gisterenavond die geen idee had van hoe een Kür er technisch bekeken uit moet zien. Vandaag was ik de onbevangen toeschouwer zonder enkele voorkennis en dus zonder enig vooroordeel. Misschien had ik wel de leukste middag van alle bezoekers daar. Wat kon mij het nou schelen of Team Audi won of niet? Ik heb een sport gezien die ik nog niet van dichtbij had meegemaakt en ik was in het meest geniale gezelschap van de hele toko. Bekijk hieronder de foto’s. Ik kan iedereen alleen maar adviseren om, als de kans er is, ooit eens naar zo’n wedstrijd te gaan.

Lotty van Hulst, Redactie Hoefslag

In deze blog neem ik jullie, immer trouwe Hoefslaglezers, mee naar het paardenpretpark van de wereld. Wellington Florida, de thuishaven van zowel WEF als WDM. Tijdens mijn week hier maak ik diverse tekst- en fotoproducties. Alle artikelen zullen de komende tijd in Hoefslag verschijnen, deze blog biedt alvast een live voorproefje.

Zij die het geluk hebben op grote schaal mee te kunnen doen aan de WEF-competities, doen dit niet zonder bijpassende uitvalsbasis. Als je drie maanden in hetzelfde gebied verblijft, dan zorg je er als letterlijk doorgewinterde Wellingtonbewoner natuurlijk voor dat je er mega luxe bij zit. En wel in een complex dat het liefst nog een paar miljoen meer waard is dan dat van je buurman. Zoals beschreven in de vorige blog, kliekt het summum van de eigenaren des paardenpaleizen graag bij elkaar. Lekker veilig, met z’n allen in een beschermd gebied compleet met entree en slagbomen. De meerderheid van de landdames en heren zet daarbij een metershoog hek met netjes getrimde heg rond het privédomein. Het geheel heeft iets weg van de Beekse Bergen, maar dan zonder wildrooster. Het grote voordeel voor ondergetekende is dat de entreeslagboom voor inkomend verkeer tussen 9 en 18u gewoon wagenwijd open staat. Alleen die voor uitgaand verkeer is dicht, maar nergens staat een bord dat je niet via de heen-slagboom naar buiten mag… Kwestie van goed om je heen kijken of de sheriff die om de hoek staat te patrouilleren niet toevallig net klaar is met haar donut.

De ideale wereld
Zo gebeurde het dus dat deze paardenpaparazzo ongegeneerd met een telelens vanuit de onopvallende Hoefslag-mobiel de fijnste optrekjes fotografeerde. Het motto ‘Niemand kent me hier, dus laten we het gewoon maar doen’, heb ik diverse malen lichtelijk gegeneerd toegepast. Eenmaal toegetreden tot Grand Prix Village, zoals dit gebied toepasselijk getiteld is, waan ik mezelf in een wereld die ik gemakshalve maar even ‘De Bubbel’ heb genoemd. Dat is namelijk precies wat het is, een bubbel. In deze wereld waar alle paarden kuikenmak zijn en de ruiters immer knap, bestaat de echte wereld niet. Hier geen kredietcrisis, smeltende poolkappen, kermende kinderen in Afrika of wereldleiders die elkaar bestoken met kruisraketten. Nee hoor, in Grand Prix Village is het leven fijn. En duur, dat dan weer wel.

Wellington ‘aan zee’
Als paardenoptrekjes-makelaar heb je hier ogenschijnlijk een luizenleven. Bemiddel in de verkoop van een van deze gouden kooien en je kunt een paar maanden prima teren op alleen al de commissie die je verdient. Op de terreinen van het WEF tikte ik een verkoopboek op de kop van Wellington Equestrian Realty. Dit makelaarskantoor is gespecialiseerd in het verkopen en verhuren van tientallen paardenpanden. Je vraagt je af waar ze het allemaal laten, maar deze regio herbergt naar het schijnt ruim achthonderd van dit soort buitensporige winterverblijven. Inderdaad, winterverblijven, want zodra april zich aandient wordt de hele boel ingeladen en trekt de vierentwintig karaats-karavaan verder naar de volgende uitvalsbasis met platina randje. Een gemiddeld optrekje in Wellington kost tussen de acht en twaalf miljoen euro. Des te dichter je bij het concoursterrein zit, des te duurder het wordt. Vergelijk het met een luxe hotel dat dicht bij de zee staat. Op het moment dat je het zilt kunt ruiken, weet je dat je portemonnee wordt geplunderd. Dat is hier niet anders, maar niemand die er echt mee zit. De kosten voor een ‘Pandje aan zee’ in Wellington lopen gemakkelijk op naar een miljoen of twintig. Een beetje Grand Prix Village-bewoner heeft na het betalen van zo’n prijs minstens een woonhuis met zuilen, twintig stallen, medewerker-appartementen, weide, paddocks, een buitenproportionele trainingsarena én een privéaansluiting op ruiternetwerk The Wellington Trails in de achtertuin liggen. Want stel je voor, dat het paard van de overburen veel eerder terug is van het wedstrijdterrein dan dat van jou. Echt, dat is toch he-le-maal niet praktisch?!

Volg ons!

102,964FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer