Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

0 3078
Al dertig jaar heb ik het zonder een oranje lintje moeten stellen. Die heb je namelijk niet in Engeland; daar heb je toch echt de Nederlandse Koninklijke Familie voor nodig. Dat viel me rauw op m’n dak toen ik voor de eerste keer won op mijn Marie, had ik niet zien aankomen en dat is echt altijd zo gebleven.

Waar doe ik het voor?

Winnen was zonder oranje lint echt minder leuk. Ook het feit dat er daar, vooral in mijn beginjaren, zo weinig interesse was dat je vaak in je eentje met je paard voor zo’n jury je proef reed met verder echt helemaal niemand aan de rand. Het contact tussen de ruiters was ook minimaal.  Soms dacht ik wel eens, waar doe ik het voor! ’s Morgens om vier uur opstaan, eerst invlechten met stijve vingers, daarna voeren en vijf stallen doen, rondje met de honden, in de winter met zaklamp, om de koeien en schapen te controleren, kopje thee en laden. Minstens anderhalf uur in de vrachtwagen maar vaak ook een uur of drie. Engeland is groot en Cornwall een uithoek. Aan het eind van de de dag lag er ergens in een hoek je puntenlijst met lintje eraan vast geniet, waarna,hup, dat hele eind weer in de vrachtwagen naar huis.

Vroeger

Dan had ik heimwee. Naar de dagen van ponyclub ‘De Viersprong’ en landelijke rijvereniging ‘De Zevensteen’. Dan dacht ik aan het opzetten van de wedstrijden vlakbij de melkfabriek in Steenderen en al het plezier wat we hadden. Mijn eerste ererondje daar, zonder vader aan de kant want die lag doodziek in het ziekenhuis, maar daarom juigde iedereen nog harder. Ik dacht aan het drukke concours in Zelhem op tweede Pinksterdag waar ik verschillende ererondjes heb mogen rijden.  Die parades waar we zo lang stil moesten staan waren natuurlijk best wel lastig maar de charme van de burgemeester in een prachtige koets die het ons allemaal zo geheel  in stijl inspecteerde, de fanfare die het Wilhelmus speelde en als er dan ook echt zo’n oranje lintje aan je hoofdstel hing…nou, dan klonk dat Wilhelmus zo mooi, dat het wel leek of het helemaal voor jou en jouw paard was.

Halve finale

De eerste keer dat ik weer me helemaal in m’n sas voelde was op de halve finale waar ik in de M met mijn Marie voor geselecteerd was. Samen met een pupil die graag mee wilde ben ik trots naar Catherston Stud, het bedrijf van Jennie Loriston-Clarke, gereden. Het was een beetje afzien. Marie vond haar stal veel te klein en ramde meteen de automatische drinkbak van de muur en moest naar een ander, weer klein, stalletje. In de vrachtwagen zonder living lagen instructeur en pupil als twee sardientjes naast elkaar op de grond en de volgende morgen hadden we heel even allemaal slechte zin. Totdat ik met mijn collega ruiters aan het losrijden was. De drukte, de elektriciteit, de grote jongens- ook een nog zeer jonge Carl Hester-, die daar ook reden. Eindelijk had ik dat oude gevoel weer en ook al wist ik dat ik tussen deze superpaarden met een nog vrij jonge en zeer gewoon bewegende Marie ergens in de middenmoot zou komen, dat maakte me niks uit. Ik hoorde er weer bij.

Het verdriet

En toen las ik van de week het stukje van Albertine Nannings over Jamie die in de hoek moest. Tien jaar oud, apetrots dat ze, samen met haar pony Pascha en met een prachtig cijfer voor stijl, tweede was geworden op de Overijselse Kampioenschappen, moest Jamie bij de prijsuitreiking in de hoek staan omdat zij haar paspoort niet aan de juiste persoon had laten zien! Ik was er niet bij maar ik kan niet anders zeggen dat ik het uitermate grof vind om een tienjarig kind wel nietsvermoedend de baan in te laten rijden en dan en plein public te gaan vertellen dat dit kind met haar pony niet mee mag doen aan het ererondje. Dat had anders opgelost kunnen worden.

De goeie ouwe tijd

Ik word ouder en denk soms met wat nostalgie terug aan ‘de goeie ouwe tijd’. Jamie en Pascha hadden dan wel geen oranje lintje maar met een tweede plaats toch echt een hele mooie rooie. Er is veel ten goede veranderd. De paardensport is veel bereikbaarder geworden en enorm populair. Helaas bewijst deze hele affaire dat regeltjes het persoonlijke soms compleet overschaduwen en dat vind ik ongelofelijk jammer.

Foto: DigiShots

Diederik van Silfhout -Impression, Presentatie Jaargang 2016 KWPN Hengstenkeuring 2017 © DigiShots

Voor de meeste bezoekers, en ook mijn twee Engelse dressuurleerlingen, zal het hoogtepunt van de nationale KWPN hengstenkeuring ongetwijfeld, het kiezen van de springkampioenhengst Juventus VG (v. Kannan) en dressuurkampioenhengst Jameson RS2 (v. Blue Hors Zack) zijn geweest, tenzij ze superfan van Valegro waren natuurlijk. Voor mij liep het dit keer wat anders; bijna geen hengst gezien!

Blog Liz Barclay
Charlotte Dujardin op een wedstrijd in Engeland, net na Rio, samen met mijn pupil Lucy Lloyd
Valegro en ik gaan op reis, naar Nederland. Ik met het vliegtuig en hij waarschijnlijk op de vrachtwagen met de ferry. We gaan naar de hengstenkeuring in Den Bosch. Ik om te kijken… en hij om bekeken te worden. Hopelijk ook om zijn fokkers, Joop en Maartje Hanse, in het zonnetje te zetten.

Londen

Valegro gaat daar weer laten zien hoe hij de harten van de paarden- en dressuurliefhebbers kan bespelen, want dat doet ie. Enkele weken geleden, op de grote paardenshow Olympia in Londen, heeft hij officieel afscheid genomen en als je hem dan zo ontspannen aan een volledig lange teugel, met die prachtige onschuldige ogen van hem, het uit hun dak gaande publiek zag bekijken; Charlotte enthousiast zwaaiend  terwijl haar andere hand enthousiast op Valegro’s nek klopte, met de teugels helemaal loshangend op zijn fraaie nek; nou dan werd je echt he-le-maal week van binnen. De eerste keer dat ik hem zag was toen ik, samen met een vriendin/pupil op haar bank met gezellig een glaasje witte wijn erbij, naar de freestyle gedurende de Olympische spelen in Londen zat te kijken.

Lichtvoetig

Juist ook, als ik naar het hoogste niveau kijk, moet ik als trainer van mezelf kritisch blijven. De kleinste foutjes proberen te zien, daar leer je zo ongelofelijk veel van. Maar, tegen de tijd dat Valegro op de slagen van de Big Ben iedere keer maar weer, zo lichtvoetig als een balletdanser, zijn voorbeen de grond liet aanraken, toen moest ik toch echt mijn neus snuiten. Ik weet, de muziek had er veel mee te maken, maar ja, het is een kur op muziek, dus dat mag dan toch?
In zijn vrije stap was toen een heel klein momentje waar je kon zien dat Valegro  ooit een hoofdschudder was en hoe knap Charlotte, met haar prachtige stille handen, zijn hoofd de steun gaf die Valegro nodig had om dat nooit en te nimmer te laten zien op de momenten dat de spanning toch het hoogst moet zijn geweest. Dat was ook het moment dat ik zo enorm veel respect heb gekregen voor die twee. Charlotte nog zo jong en Valegro misschien niet eens het meest extravagant bewegende dressuurpaard.

Nederlandse wortels

Ik volg nog steeds de Nederlandse hippische pers en er was toen best veel over te doen, over die gouden medaille, of hij hem wel echt verdiend had, en ook dit keer, in Rio, werd weer met wat nijd geschreven. En ik… ik, als Nederlandse wonende in Engeland, ben dubbeltrots. Mijn Nederlandse wortels op het feit dat wij echt de allerbeste sportpaarden in de hele wereld hebben gefokt. En mijn dertig Engelse jaren zorgen ervoor dat ik het geweldig vind hoe Engeland zich in de dressuur, wat toch echt ooit hun allerzwakste kant was, hebben geprofileerd. Ik heb dit dichtbij, zelfs van binnenuit, meegemaakt, en gezien hoe ontzettend hard daarvoor gewerkt is.

Carl Hester

Maar als we het over Charlotte en Valegro hebben dan hoort Carl Hester natuurlijk voorop. Hij is degene geweest die zijn ego zo prachtig aan de kant heeft gezet om die twee naar de plek te helpen waar ze uiteindelijk gekomen zijn. Gelukkig heeft hij daar niet alleen zeer veel waardering voor gehad, maar door gestadig door te werken met die heel niet makkelijke Nip Tuck, zit er nog altijd een stijgende lijn in zijn roem. Op Olympia wonnen ze de freestyle. Als Carl echt zo zenuwachtig is als hij zelf ooit zei in een interview dan wordt mijn petje-af voor hem alleen maar groter. Daarbij, zijn eigen freestyle zat er nog niet op of hij stond alweer aan de rand van de ring de proef van zijn pupil Hayley Watson-Greaves met te bekijken die met haar paard ’Squeeky’ een prachtige vijfde plaats behaalde. Daarna gelijk de ring weer in voor het ‘grote afscheid’. Wat een dag!

Schade aan de mond

En nu kan ik er echt niet langer meer omheen. Ik ging er, toen ik hier dertig jaar geleden begon te trainen, prat op over hoe wij al op de Landelijke Rijvereniging met twee teugels aan de trens leerden met een mooie vrije stangteugel te rijden. Zo deden wij nooit schade aan de mond van ons paard want pas als we dat onder knie hadden mochten we het ‘in het echt’ proberen. Dit, terwijl in Engeland het heel gewoon was om voor shows een vier-jarige een stang en trens in de mond te duwen en dan ook nog eens met lekker veel spanning op de stangteugel. Ik ben bang dat dat nu wel heel anders gesteld is. Het zijn juist de Engelsen die op de internationale wedstrijden hun paarden het meest ontspannen laten lopen, met beide teugels op de juiste plek, waardoor de meest moeilijke delen van hun proeven eruit zien alsof hun paarden het een fluitje van een cent vinden en, na echt keurig vierkant stil te hebben gestaan, zonder spontane piaffe pasjes, volledig ontspannen de baan weer verlaten.

Signaal

Daarmee geven zij het juiste signaal naar de rest van de dressuurwereld. Dit heeft Engeland volgens mij echt aan Carl Hester te danken en ik denk dat andere landen daar ook een voorbeeld aan kunnen nemen.


Liz Barclay blogt voor Hoefslag. Ze is naast dressuurtrainer in het Engelse Cornwall ook auteur van het boek ‘The farmer, the coal merchant, the baker’. In dit boek blikt ze terug naar haar jeugdjaren in Gelderland waar ze veel leerde van fokkers Henk Nijhof en Johan Venderbosch en trainers Roeli Bril en Jan Oortveld. Een echte ‘must read’ voor iedere paardenliefhebber, ook als je niet uit Gelderland komt. Meer informatie over dit boek

Dressuur rijden
Dressuur rijden

Maak kennis met dressuur en alles erom heen in de UK dankzij de ‘blog van Liz Barclay’

Wedstrijd met dressuurbanen

Het moet het voorjaar van 1999 geweest zijn. Jeetje, wat is dat al weer lang geleden. Samen met mijn man Buz reed ik in mijn lelijke knalgele vrachtwagen (een minimaal verbouwde kantinewagen van de Engelse spoorwegen), Marie achterin rustig trekkend aan haar hooinet, de lange oprijlaan op naar Arlington Court, een prachtig oud landhuis in de buurt van het stadje Barnstaple in Devon. En opeens kreeg ik het te kwaad; door een waas van tranen keek ik naar de prachtig bloeiende Camelia’s die aan beide kanten, samen met de nog in knop zijnde Rhodondendrons, de eindeloos lange oprijlaan versierden. Dit was mijn dag, de dag waar ik zo lang zo hard voor gewerkt had. Een wedstrijd met de dressuurbanen vlak voor het prachtige statige oude landhuis, zoals dat vaak in Engeland op de grotere wedstrijden het geval is.

Heuvels

Buz keek me een beetje van opzij aan en begreep er natuurlijk weer niets van. Een zeezeiler die paarden wel leuk vond, hoor, maar niet echt ooit kon bevatten hoe diep dat zat, die paardenliefde en devotie, dag in dag uit.  En dan voor een wedstrijd om vier uur of zo je bed uit om in te vlechten! Ik was al lang blij dat hij mee wilde, die keer. Het was zo’n vier uur rijden en voor een plattelandse meid uit Nederland altijd weer een vermoeiende uitdaging met al die heuvels en smalle kronkelwegen.

Bennie van Sommeren

Het was prachtig weer en, na tussen alle supermooie paarse, blauwe en sjiekgrijze vrachtwagens (met snelheidsstrepen) geparkeerd te hebben, liep ik onmiddellijk een Nederlander, Bennie van Sommeren, tegen het lijf. We zaten samen in de zelfde twee M-klassen, ik op Marie en hij op een prachtig bewegende KWPN-er voor een eigenaar. Bennie was nog niet zo lang geleden in Devon komen wonen. Het toeval wilde dat hij ook op manege ‘De Liemers’ in Beek bij Montferland zijn stage had gedaan, net zo als ik. Alleen… hij had alle Deurne papieren in zijn zak en ik helaas niet. Een bromfietsongeluk had daar een lelijk stokje voor gestoken en mijn instructeur carrière kon ik gevoeglijk op mijn buik schrijven… dacht ik toen.

Het gekke was dat mijn drang om in Cornwall te wonen voor een deel gebaseerd was om niet meer geconfronteerd te worden met de Nederlandse paardenwereld’

Bloed, zweet en tranen

Tien jaar heeft het geduurd voor mijn verbrijzelde bovenbeen weer sterk genoeg was om toch het rijden weer op te pakken. Een hoop bloed, zweet en tranen, maar het bloed kroop en na in 1986 naar Cornwall te zijn verhuisd, ging ik nu dan op mijn eigen gefokte paard, een Irish Draught gekruist met volbloed en daarmee een typisch Engels fokprodukt, mijn M proeven rijden, praktisch in de voortuin van zo’n mooi Engels landhuis.

 

Laag pitje

Het gekke was dat mijn drang om in Cornwall te wonen voor een deel gebaseerd was om niet meer geconfronteerd te worden met de Nederlandse paardenwereld, de wereld waarvan ik geen deel kon zijn zoals ik had gewild, als instructeur en professioneel ruiter. Cornwall was bij uitstek het deel van Engeland waar de wedstrijdsport op een zeer lag pitje stond omdat het een uithoek was met een slecht wegennet en daarbij ook weinig mooie uitrijmogelijkheden. Wel werd er veel op vossen gejaagd.

Tussen twee longeerlijnen

Daar kwam ik al snel achter toen bleek dat mijn nieuwe, best wel sjieke, buurvrouw de secretaresse van een van de jachtverenigingen was en haar wat oudere man, de graaf van Fowey, een jachtruiter van de ouwe stempel. Zij woonden zo’n drie mijl verderop aan hetzelfde smalle weggetje als mijn cottage. Tja, en zo kwam het balletje aan het rollen. Hun groom verhuisde en ze konden zo gauw geen nieuwe vinden. Ik ben tijdelijk ingesprongen en voor ik het wist zat ik op een groen paard ergens op een buitenweggetje, want zo deden ze dat hier. Niks geen longeren, niks geen buitenbak, gewoon tussen twee longeerlijnen de weg op en dan vanaf de heg er een paar keer erover heen leunen. Als dat goed ging been erover en dan zorgden de heggetjes er wel voor dat je niet teveel hoefde te sturen.

Anders te werk

Ik moet zeggen, het was wel anders maar het werkte. Het was het moment dat ik me open heb gesteld, ik moest wel, voor de ideeën van paardenmensen die heel anders te werk gingen dan ik van  huis uit gewend was. Het paste bij hen en hun soort paarden. Paarden die een totaal andere mentaliteit hadden dan de warmbloed. Paarden met een sterke eigen opinie die in het jachtveld hun mannetje stonden en door goed voor zichzelf te zorgen ook voor hun ruiter te zorgen.

Master

Toen ik mijn Ierse fokmerrie had gekocht vroeg John (de graaf) aan me wat ik wilde fokken. En ik vertelde hem dat ik maar af moest wachten wat er ging gebeuren tijdens het aanrij process. Wilde het springen dan werd het een springpaard, wilde het dressuren, enzovoort. John vroeg mij wat ik van een dressuurpaard verwachtte. Dit was een man die bijna tachtig was en sinds zijn derde in het jachtveld verkeerd had, master van diverse respectabele Engelse hunts was geweest, maar nog nooit een rijbaan van binnen had gezien.

Gevoelig


Ik besloot het hem op zijn eigen terrein uit te leggen. ‘John’, zei ik, ‘Als jij op je paard achter de hounds aan rent op de Bodmin Moor (wijds natuurgebied), en het ligt er vol granieten rotsblokken, dan wil jij dat jouw paard zo gevoelig voor de kuit is dat het onmiddellijk om jouw been heen die rotsblokken ontwijkt in een zodanige balans dat het veilig en prettig voelt.’  ‘Oh’, zei John, ‘Zo’n paard wil ik helemaal niet. Moet ie zelf uitzoeken, ik wil gewoon alleen maar achter de hounds aan en een vos vangen.’ En zo begon er voor mij een heel nieuw hoofdstuk in mijn leven. Met het Engelse paard, moedig maar ook dat lastige eigen willetje, waar ik als Nederlandse warmbloed vrouw toch wel heel erg aan moest wennen en heel veel moest leren.

Roeli Bril en Jan Oortveld

Bijna dertig jaar later kijk ik niet alleen terug maar zit ook nog middenin een prachtige carrière als dressuur trainer met super klanten, velen eventing ruiters, in Cornwall, nu zoveel beter verbonden met de competitie wereld vanwege betere wegen. Daarbij ben ik m’n Gelderse thuis nooit vergeten en kom een keer in het jaar nog over de vloer bij mijn twee instructeurs van vroeger, Roeli Bril en Jan Oortveld.

De M-wedstrijd


Oh ja, en die M-wedstrijd op dat mooie landgoed? Heb ik gewonnen en meteen geselecteerd voor de regionale kampioenschappen (Bennie was tweede). Het begin van prachtige wedstrijdjaren met mijn dappere Engelse paard, Marie.


Boek Liz Barclay
Boek Liz Barclay

Liz Barclay blogt voor Hoefslag. Ze is naast dressuurtrainer in het Engelse Cornwall ook auteur van het boek ‘The farmer, the coal merchant, the baker’. In dit boek blikt ze terug naar haar jeugdjaren in Gelderland waar ze veel leerde van fokkers Henk Nijhof en Johan Venderbosch en trainers Roeli Bril en Jan Oortveld. Een echte ‘must read’ voor iedere paardenliefhebber, ook als je niet uit Gelderland komt. Meer informatie over dit boek

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer